Smart Readiness Indicator (SRI): is dit nieuwe beleidsinstrument klaar voor implementatie in de Europese lidstaten?

Afbeelding
Gepubliceerd op 17/12/19
Tijdens een stakeholderoverleg in oktober werden de resultaten van de tweede studie van de Europese Smart Readiness Indicator (SRI) besproken. Het doel is een Europees voorstel over de technische vormgeving en implementatie van dit nieuwe beleidsinstrument uit te werken. Er begint nu een volgende fase waarin de lidstaten moeten nagaan of en hoe ze de SRI in hun regelgeving willen introduceren. Wat is de SRI en wat zijn onze aanbevelingen?

Wat is de Smart Readiness Indicator?

De Smart Readiness Indicator (SRI) is een nieuw (optioneel) beleidsinstrument dat door de Europese Commissie is uitgewerkt om meer bewustwording over de voordelen van slimme bouwtechnologie te creëren. Denk bijvoorbeeld aan technologie die kan helpen om de luchtkwaliteit in een ruimte stabiel te houden of om technologieën beter te laten samenwerken. Het achterliggende idee is dat door het verkrijgen van een beoordeling van de ‘smart readiness’ van een gebouw, de eigenaar, bewoner of gebruiker overtuigd wordt om in smart technologie te investeren. 

Hoe zat het ook alweer met de regelgeving?

De uitwerking van een Smart Readiness Indicator (SRI) is een opdracht aan de Europese Commissie vanuit de herziene Richtlijn voor de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD). Deze opdracht werd uitgewerkt via twee studies:

  • een eerste gericht op het opstellen van een definitie en technische vormgeving van de SRI
  • en een tweede gericht op het finaliseren van de technische uitwerking en het uitwerken van mogelijkheden van implementatie.

De Europese Commissie werkt gelijktijdig zelf aan een Implementing Act voor de SRI. Dit is een vereiste vanuit de Richtlijn op de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD). 

Implementing Act

Een Implementing Act is een juridisch bindend document waarin voorwaarden worden vastgelegd om ervoor te zorgen dat Europese regelgeving uniform wordt geïmplementeerd. Implementing Acts worden opgemaakt onder supervisie van commissies die uit vertegenwoordigers van de lidstaten bestaan. Momenteel werkt de Europese Commissie aan een voorstel dat met de commissie zal worden besproken. De EPBD stelt dat de Implementing Act voor de SRI tegen eind 2019 opgeleverd moet worden, maar de Europese Commissie heeft aangegeven dat dit eerder tegen midden 2020 zal zijn. 

Klik hier voor meer informatie over de EPBD-opdracht en de eerste studie. 

Randvoorwaarden voor een succesvolle nationale implementatie

Vermits er vanuit de EPBD gekozen is voor een nationale implementatie, zal er rekening moeten worden gehouden met nationale verschillen en mogelijkheden. Het is daarom belangrijk om het verschil tussen Europese en nationale implementatie goed in het achterhoofd te houden.

  • De Europese taak is zorgen voor een eenduidig begrip van de doelstelling van het instrument en voor de benodigde basis opdat bijvoorbeeld dezelfde technologie niet opeens meer punten krijgt in een buurland. Dit kan bijvoorbeeld door een gecentraliseerd aanbod van standaard gegevens over de smartness van bouwtechnologieën op te stellen.
  • De nationale taak bestaat erin na te gaan in welk beleidsinstrument de SRI zou kunnen passen. Het toepassen van de SRI is een keuze. In de Richtlijn verwijst men naar een tijdschema voor een vrijblijvende testfase op nationaal niveau.

Om ervoor te zorgen dat die nationale implementatie zo succesvol mogelijk kan gebeuren, is een goed antwoord op de volgende vragen van belang:

Welke toegevoegde waarde kan een SRI hebben voor de beoogde eindklant?

De introductie en het onderhoud van een label of indicator vergen een investering van tijd en middelen in de vorm van het onderhouden van de methodiek, het opleiden van experts, de inspectie van gebouwen, de opmaak van rapporten,... Dit vertaalt zich naar een bepaalde kostprijs per SRI-rapport. Hoe hoog deze kost mag zijn, wordt bepaald door de prijs die de eindklant ervoor wil betalen (oftewel de toegevoegde waarde). Hierbij wordt het beste rekening gehouden met verschillen tussen doelgroepen. De toegevoegde waarde ligt voor de residentiële markt waarschijnlijk meer in de optimalisatie van comfort, terwijl de niet-residentiële private markt mogelijk meer baat heeft bij een impact op het competitief voordeel op de verkoop- en verhuurmarkt. Het zou nuttig zijn om vanuit de studie een beeld te krijgen van welke segmentering het meest geschikt is in de doelgroepen voor de SRI. 

In welke mate heeft de SRI zonder toegevoegde waarde kans van slagen?

Een stand-alone label, zoals voorgesteld in de studie, impliceert een hoge onderhoudskost om de bovengenoemde redenen. Indien er geen toegevoegde waarde vanuit het label zelf kan worden gegenereerd, zal de overheid zelf de kosten van de opmaak en het onderhoud van de SRI voor haar rekening moeten nemen. Dit zal zeker niet in alle lidstaten mogelijk zijn. Inzicht in de (mogelijke) mogelijke toegevoegde waardes van een SRI om dit als een kostendekkend instrument op te zetten lijkt een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een succesvolle implementatie. Om de nationale overheden hierin te ondersteunen, zou de studie inzicht moeten bieden in welke de toegevoegde waardes per doelgroep zijn en welk bedrag de doelgroepen bereid zijn om te betalen voor een SRI. Tijdens de ‘Public Beta Testing’ kan men aan respondenten vragen of en waarom zij bereid zijn voor een SRI te betalen. 

Wat is de toegevoegde waarde van de SRI als stand-alone label?

Voor de implementatie wordt vanuit de studie als hoofdpiste de vormgeving van de SRI als stand-alone label gekoppeld aan het EPC bekeken. In het stakeholdersoverleg werd aangegeven dat het opmaken van een SRI-label enkel een extra uur inspectietijd van een EPC-verslaggever vraagt. Dit is een optimistische ingeschatting. Naargelang van het type gebouw kost een EPC-label momenteel in België voor een eindklant zo’n 90-200 euro. Deze bedragen bevatten weinig marge om extra activiteiten op te nemen, omdat ze al heel wat moeten dekken: EPC-opleiding, reistijd naar de locatie, inspectie, opmaak van het rapport en toelichting aan de eindklant. De marge om deze prijzen te verhogen is beperkt, ook wegens de moeilijke discussies over de uitbreiding van de EPC-verplichting en de financiering van renovaties. Een mogelijke oplossing zou de integratie van de SRI, met of zonder aparte indicator, in de huidige EPC-methodiek zijn.

In welke mate is de focus op energie relevant voor een succesvolle SRI?

Bij de implementatie van de SRI wordt sterk gefocust op energie. De vraag is of de complexiteit die dit met zich meebrengt er niet toe leidt dat de SRI haar doel voorbij dreigt te schieten. De impact van smart technologie op de energie-efficiëntie van een gebouw is lastig te valoriseren. Dit vereist een gedetailleerde berekeningsmethodiek en data per (combinatie van) technologie(ën), en bijgevolg een integratie van de SRI in de EPB- of EPC-methodiek. Voorwaarde is dat de verhoogde impact op de energie-efficiëntie (of comfort) kan worden gevaloriseerd. De oorspronkelijke doelstelling van de SRI was het verhogen van de bewustwording rond de mogelijkheden van smart technologie. De vraag is hoe dat doel het beste en kosteneffectief behaald kan worden. De ‘energie’-piste is complex. Het opleggen van een eenduidige standaard of de herkenbaarheid op technologieniveau is misschien effectiever. 

Optimalisering van de bruikbaarheid van het rapport

Een betere leesbaarheid van het huidige rapport zou een toepassing naar nationale regelgeving kunnen ondersteunen. Een belangrijke opportuniteit ligt  in het duidelijker scheiden van hoofd- en bijzaken. Bijvoorbeeld door het splitsen van de conclusies voor de studie vanuit de stakeholdersbevraging en de opmerkingen van één of enkele stakeholder(s), waarbij de opmerkingen in een bijlage zouden kunnen worden geplaatst.

Een beschrijving van de stakeholders maakt het makkelijker om de representativiteit van de genomen sample te kunnen bepalen. Door het toepassen van een consistente bronvermelding kunnen stellingen makkelijker geverifieerd worden. Hiermee kan men het rapport vereenvoudigen en het volume verminderen (en het rapport zo meer toegankelijk maken). Meer toelichting hierrond is terug te vinden in het standpunt over de SRI van Agoria. 

Klik hier om het volledige standpunt van Agoria te raadplegen.

Volgende stappen

In november werden de publieke testrondes (de Public Beta Testing) afgerond. Daarnaast liep er een publieke consultatie tot eind oktober. Er zal nog een (niet begeleide) Topic Group C worden opgestart met als doel toekomstige SRI-ontwikkelingen te onderzoeken. De studie wordt naar verwachting afgerond in juni 2020 in plaats van 2019. Tegelijkertijd zal de Europese Commissie verder werken aan een ‘Implementing Act’ voor het vaststellen van de definitie en de methodiek. Deze zal besproken worden met de lidstaten en midden 2020 voorgelegd worden voor stemming. Een derde stakeholdersoverleg is voorzien in 2020. Om alle ontwikkelingen, presentaties en verslagen rond de studie direct te volgen kunt u zich registreren op de website van de studie (zie ‘Relevante links’).

Relevante links

Was dit artikel nuttig?