Wijzigingen in de gelijkgestelde periodes voor het wettelijk pensioen | Agoria

Wijzigingen in de gelijkgestelde periodes voor het wettelijk pensioen

Gepubliceerd op 17/01/18 door Elke De Coninck
Om arbeid beter te belonen, worden nogmaals wijzigingen aangebracht in de gelijkstelling van bepaalde inactiviteitsperiodes voor het wettelijk pensioen.

Enerzijds worden voor bepaalde gelijkgestelde inactiviteitsperioden de regels rond het vaststellen van het fictieve loon voor de berekening van het pensioenbedrag gewijzigd. Anderzijds worden de mogelijkheden om op het einde van de loopbaan bepaalde inactiviteitsperioden in de pensioenreglementering van de werknemers nog gelijk te stellen met perioden van tewerkstelling beperkt. Dit laatste hangt samen met de afschaffing van de eenheid van loopbaan (lees ook: 'Pensioenberekening: door de afschaffing van de eenheid van loopbaan zullen alle jaren meetellen').

De wijzigingen zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan, met uitzondering van de overlevingspensioenen berekend op basis van rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten laatste op 1 december 2018 ingegaan zijn.  

Beperkt fictief loon

De huidige hervorming voegt gevallen toe waarin gelijkgestelde perioden slechts ten belope van het beperkt fictief loon (= het referteloon dat als basis dient om het minimumrecht per loopbaanjaar te berekenen), in plaats van het normaal fictief loon in aanmerking genomen zullen worden voor de pensioenberekening.

Het gaat om volgende gelijkgestelde perioden:

1.voor de kalenderjaren na 31 december 2016: de perioden tijdens welke de werknemer zich in de tweede vergoedingsperiode van onvrijwillige werkloosheid bevindt.

UITZONDERING: als de eerste vergoedingsperiode van onvrijwillige werkloosheid ten vroegste in het jaar van de 50ste verjaardag begint, zal het normaal fictief loon blijven toegepast worden in de tweede vergoedingsperiode.

De perioden tijdens welke de werknemer zich in de derde vergoedingsperiode bevindt, worden reeds sinds de vorige hervorming gelijkgesteld ten belope van het beperkt fictief loon (met uitzondering voor bepaalde categorieën waarvoor het normaal fictief loon wordt genomen).

De perioden tijdens welke de werknemer zich in de eerste vergoedingsperiode bevindt zullen voor de kalenderjaren na 31 december 2016 nog steeds ten belope van een normaal fictief loon gelijkgesteld worden. 

Deze hervorming heeft geen impact op de gelijkstelling van andere perioden van werkloosheid die niet gebonden zijn aan de indeling van de werkloosheid in een eerste, tweede en derde vergoedingsperiode afhankelijk van de duur van deze werkloosheid (bijvoorbeeld de perioden van tijdelijke werkloosheid en de perioden waarin bepaalde jonge werklozen een inschakelingsuitkering genieten). Ze heeft ook geen impact op de perioden van volledige werkloosheid van bepaalde specifieke categorieën van werklozen die in de eerste vergoedingsperiode blijven (bv. erkende havenarbeiders). 

2.voor de kalenderjaren na 31 december 2016: de perioden van brugpensioen of van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), ook na de 59e verjaardag. 

UITZONDERINGEN: worden gelijkgesteld met normaal fictief loon:

1° de perioden van SWT/brugpensioen verkregen in het kader van een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden;

2° de perioden van SWT voor de zware beroepen, nachtarbeid, het paritair comité bouwbedrijf met een attest ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit en voor de werknemer die het statuut van mindervalide werknemer erkend door de bevoegde overheid heeft of die ernstige lichamelijke problemen heeft;

3° de personen die zich op 31 december 2016 al in het stelsel van brugpensioen of SWT bevonden;

4° de personen die voor 20 oktober 2016 ontslagen werden om onder het stelsel van brugpensioen of SWT te vallen. De datum van 20 oktober 2016 is de datum van de Ministerraad die de budgettaire notificaties heeft goedgekeurd waarin de maatregel werd aangekondigd.

3. voor de kalenderjaren na 31 december 2016: alle perioden (ongeacht de leeftijd) tijdens welke een aanvullende vergoeding als toeslag bij de uitkeringen in het kader van volledige werkloosheid, rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever, wordt uitbetaald aan de werknemer, in uitvoering ofwel van een cao gesloten binnen de NAR, in de schoot van een paritair comité of paritair subcomité of binnen een onderneming ofwel een individueel akkoord tussen de werkgever en een werknemer ofwel van een eenzijdige verbintenis van de werkgever.

Beperking van de gelijkgestelde perioden

De mogelijkheid om perioden van volledige werkloosheid (al dan niet met een aanvullende vergoeding) en brugpensioen/SWT op het einde van de loopbaan gelijk te stellen met perioden van tewerkstelling wordt beperkt.

Deze perioden zullen slechts worden gelijkgesteld tot en met het 14 040ste dagequivalent van de globale beroepsloopbaan (voor het begrip globale beroepsloopbaan, zie artikel 'Pensioenberekening: door de afschaffing van de eenheid van loopbaan zullen alle jaren meetellen'). Er zijn twee overgangsmaatregelen, d.w.z. dat in deze gevallen de gelijkstelling van alle dagen volledige werkloosheid (al dan niet met een aanvullende vergoeding) en brugpensioen/SWT nog mogelijk zal zijn:

  • 1° De eerste overgangsmaatregel betreft de werknemers wiens globale beroepsloopbaan 14 040 voltijdse dagequivalenten bereikt voor 1 september 2017.
  • 2° De tweede overgangsmaatregel betreft de werknemers wiens globale beroepsloopbaan 14 040 voltijdse dagequivalenten bereikt maar die niet voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het vervroegd rustpensioen. Voor deze werknemers worden de dagen volledige werkloosheid, brugpensioen/SWT en pseudo brugpensioen nog steeds gelijkgesteld met dagen van tewerkstelling zelfs indien ze zich situeren na het 14 040ste voltijdse dagequivalent van de globale beroepsloopbaan en dit tot deze werknemers voldoen aan de voorwaarden van het vervroegd rustpensioen. Zodra de voorwaarden van het vervroegd rustpensioen voldaan zijn, zal de gelijkstelling van de dagen volledige werkloosheid, brugpensioen/SWT en pseudo brugpensioen gelegen na het 14 040ste voltijdse dagequivalent niet meer mogelijk zijn.

Genieters van het brugpensioen/SWT zullen in de toekomst immers de mogelijkheid hebben om, in tegenstelling tot vandaag, het vervroegd pensioen op te nemen. De betrokkene zal in dat geval dus zelf kunnen uitmaken welke situatie voor hem de meest voordelige is (lees ook: 'Overstappen van SWT naar vervroegd pensioen binnenkort mogelijk').

Bron: Koninklijk besluit van 19 december 2017 tot wijziging van artikel 24bis en artikel 34 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (BS 29 december 2017)

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de "first points of contact" in uw regio:

  • Brussel - Brabant
  • Oost- en West-Vlaanderen
Was dit artikel nuttig?