Opinie Jeroen Franssen (Agoria): 'Iedereen die wil werken, kan werken' | Agoria

Opinie Jeroen Franssen (Agoria): 'Iedereen die wil werken, kan werken'

Afbeelding
Jeroen Franssen
Gepubliceerd op 09/09/21 door Jeroen Franssen
Teleurstelling overheerst na het volgen van de tweedaagse werkgelegenheidsconferentie, bijeengeroepen door de federale minister van Werk, Pierre-Yves Dermagne. Een citaat van één van de sprekers op woensdag verwoordt het duidelijk: ‘Rien n’est fait, tout reste à faire!’

De teleurstelling is vooral ingegeven door een onevenwicht, een dominantie van publieke en institutionele stakeholders en een duidelijke ondervertegenwoordiging van het ondernemerslandschap in de presentaties en debatten. Verder werd er in de gesprekken constant gewezen op verschillen tussen de regio’s. Natuurlijk zijn er cijfers te vinden die dat illustreren, maar in wezen zijn de basisuitdagingen voor de drie regio’s gelijk. Er is al een kwantitatief tekort aan beschikbare werknemers en de kloof tussen vraag en aanbod groeit verder. In elk van de regio’s moet er dus massaal geactiveerd worden. 

Daarnaast stellen we in de regio’s een kwalitatieve mismatch vast. De gevraagde competenties en profielen evolueren sneller dan ooit en onderwijs en opleiders volgen niet aan dezelfde snelheid. Meer aandacht voor een doordacht competentiebeleid is de tweede centrale uitdaging voor elk van de regio’s. De twee basisuitdagingen zijn voor heel het land dezelfde. 

Die context resulteerde in een tweedaagse vol met herhaalde vaststellingen – sommige fout, sommige erg stereotiep - maar met een voorlopig gebrek aan een concrete en moedige ‘aanpak’. De minister gaf zelf aan zich tijdens deze conferentie vooral te willen laten inspireren door feitelijke analyses en kondigde een concreet plan aan dat verwacht mag worden in de herfst van dit jaar.   

Ik deel graag wat vaststellingen, twee per categorie:

Tenenkrullende uitspraken

Twee uitspraken zijn blijven hangen omdat ze het perspectief dat overheerste op de conferentie duidelijk illustreren. Op dinsdag: “We moeten ons niet laten wijsmaken dat de pensioenen straks moeilijk betaalbaar zijn. We moeten ze vooral correct betalen.” Op woensdag kwam er nog bij: “We weten dat bedrijven de oorzaak van heel wat problemen zijn. Maar dat moeten we niet voortdurend onderlijnen. Ze vormen toch ook een deel van de oplossing.”

Voorstellen waar je onmogelijk tegen kan zijn

Over een aantal topics was er een vermeldenswaardige consensus. Voor alle lagen van de bevolking, voor werknemers van alle leeftijden, is een sterk verhoogde aandacht voor psychosociaal welzijn nodig, willen we in het kader van een groeiende werkgelegenheidsgraad niet dweilen met de kraan open. Organisatorisch moeten we veel meer in het werk stellen om reïntegratietrajecten van langdurig zieken te faciliteren zodat wie ziek is in alle comfort voeling kan behouden met de werkgever en met de projecten waardoor hij of zij impact maakt.

Werk-naar-werk transities moeten aangewakkerd worden. Die arbeidsmobiliteit is nodig om in te kunnen spelen op de snel veranderende vraag naar profielen in onze economie. Vandaag houden we nog te veel vast aan één functie en één werkgever. Dat kader zal radicaal veranderen. Werkgevers moeten dure ontslagvergoedingen afwegen tegen omscholingstrajecten. In geval van ontslag moet een deel van de ontslagvergoeding verplicht omgezet worden in opleiding.  

Voorstellen waar enige moed uit spreekt

Tijdens het debat met de verschillende bevoegde ministers kreeg Vlaams minister Crevits haar collega’s op haar hand door voor alle regio’s te pleiten voor vrijstelling van werkzoekenden wanneer ze een opleidingstraject volgen. Een werkzoekende is verplicht beschikbaar te zijn voor werk en het volgen van een opleidingstraject schort die verplichting niet op. Werkgelegenheidsagentschappen kunnen een werkzoekende dus oproepen en die laatste moet daardoor mogelijk een aangevat traject onderbreken of stoppen. 

Belangrijk pleidooi ook vanuit één van de werkgroepen voor jobcrafting als centraal begrip in de organisatie van het werk. Dat betekent dat we de lange ‘functie verlanglijst’ niet als startpunt voor een samenwerking moeten zien. We starten beter met een analyse van de sterktes, zwaktes en beschikbaarheid van een kandidaat of werknemer die wil evolueren, om vervolgens haar of zijn inzetbaarheid te onderzoeken. Een visie die ik zelf al een aantal jaren sterk promoot, een visie die in de praktijk – al dan niet noodgedwongen – ook steeds meer ingang vindt, maar die ook nog sterke sensibilisering van bedrijven en individuen vergt. 

Gemiste kansen

Ondanks de consensus rond een aantal aspecten en wat visies die zeker in de goede richting evolueren, overheerst toch een gevoel van gebrek aan moed. Moed die nodig is om essentiële maatregelen door te duwen. Twee voorbeelden: 

Alle betrokkenen deden nadrukkelijk moeite om ver weg te blijven van enige vorm van verplichting. Er wordt breed gepleit voor het uitbreiden van het opleidingsrecht en minister Dermagne kondigde aan dat opleidingsrecht ook individueel, dus niet langer gemiddeld over een groep werknemers, te willen maken. Fair wat mij betreft, maar we moeten een stap verder zetten om effectief te zijn. 

Een breder opleidingsrecht houdt maar steek als we er een individuele opleidingsplicht van durven maken. Alle profielen zijn onderhevig aan verandering. Iedereen moet mee in het opleidingsbad.  Opgeleid worden, doet niet alleen deugd, het is cruciaal voor blijvende relevantie. Vaak werd in de debatten over het Mattheüseffect gesproken. Profielen die het meest opleiding nodig hebben, hebben er het minst toegang toe. Wel, evolueer in de richting van een individuele opleidingsplicht en iedereen komt er sterker uit.  

De werkgelegenheidsconferentie had verder ook een gamechanger kunnen zijn door een nieuwe ‘tone of voice’ te hanteren. De focus lag in de presentaties sterk op gevaren, op bedreigingen, op fysieke en mentale last. Onze huidige arbeidsmarkt is een terrein van opportuniteiten. Jammer dat we dat niet zo onder de aandacht hebben gebracht. Onze economische ontwikkeling zorgt er voor dat in de komende jaren iedereen die wil en kan werken, ook effectief een job kan uitoefenen. Bovendien kunnen we meer dan ooit mens en technologie samen inzetten en moeten we op die manier het werk comfortabeler dan ooit kunnen maken. Dat zijn ambities die steek houden, dat zijn opportuniteiten die de optimale combinatie tussen welvaart en individueel welzijn kunnen garanderen. 

Wilt u reageren? Neem contact op met Jeroen Franssen, expert arbeidsmarktbeleid bij Agoria (jeroen.franssen@agoria.be).

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde thema's