België gaat buitenlandse investeringen filteren, maar hoe? | Agoria

België gaat buitenlandse investeringen filteren, maar hoe?

Afbeelding
Gepubliceerd op 05/07/21 door Nele Laus
Agoria heeft, samen met het VBO, een persbericht opgemaakt over het toekomstige Belgische screeningmechanisme van buitenlandse investeringen. Een duidelijk signaal naar de politiek was nodig.

Agoria heeft u eerder al geïnformeerd over dit nieuwe mechanisme. Het werd ook reeds op de Raad van Bestuur besproken.

Wat?

Op 19 oktober 2019 trad de Europese Verordening (EU) 2019/452 in werking. Deze verordening (met rechtstreekse doorwerking op het niveau van de lidstaten) biedt een juridisch kader voor de screening van buitenlandse investeringen. Vele Europese lidstaten hebben al een screeningsmechanisme, maar er zijn nu ook initiatieven genomen om een Belgisch screeningsmechanisme op poten te zetten. Het doel van deze screening is om de openbare orde en de nationale veiligheid te beschermen. De economische opportuniteit van een buitenlandse investering wordt dus niet nagegaan. Dat blijft een taak van het bedrijfsleven. Het gaat hier dus over een screening van buitenlandse investeringen met de bedoeling de veiligheid van de Staat of ’s lands nationale veiligheid te garanderen. 

Technologische, transport-, energie- en defensiesectoren centraal. Het Europees kader stelt een indicatieve lijst van factoren op die in beschouwing worden genomen voor de screening van buitenlandse investeringen, zoals kritieke infrastructuur (energie, transport, communicatie,…), kritieke technologie (artificiële intelligentie, cyberveiligheid,...), bevoorradingsveiligheid van kritieke input en toegang tot gevoelige informatie. Dit leidt ertoe dat een groot deel van de leden van Agoria gevat worden door deze nieuwe wetgeving.

Hoe?

De lidstaten van de EU zullen informatie uitwisselen over niet-Europese investeringen in bovenvermelde sectoren. Daaruit wil men tendensen halen en nagaan of er specifieke investeringen uit niet-EU-landen gebeuren in specifieke sectoren of bedrijven. De landen die over een screening beschikken, zullen ook 35 dagen de kans krijgen commentaren te geven op investeringen die in een andere EU-lidstaat worden aangemeld.

België heeft voorlopig nog geen mechanisme, maar dit wordt nu uitgewerkt. De aanmelding van buitenlandse investeringen in Belgische bedrijven in de technologiesector zal met andere woorden een verplichting worden. Er zal dus ook enige tijd gaan tussen de aanmelding en de uiteindelijke beslissing of een investering mag doorgaan of niet. De overheid zal dus ofwel groen licht geven ofwel niet. De overheid kan echter ook beslissen dat het pas groen licht wenst te geven als een investering wordt aangepast (bijvoorbeeld door minder mensen in de Raad van Bestuur toe te laten of intellectuele eigendom af te schermen van de buitenlandse investeerder).

Agoria stelt duidelijke principes naar voren

Agoria is ervan overtuigd dat geen enkel lid er principieel tegen is dat de staat haar (en dus onze) veiligheid en openbare orde bewaakt. Toch mag een dergelijk systeem niet vervallen in protectionisme. Het risico dat andere redenen dan openbare orde en nationale veiligheid worden aangewend om een investering te blokkeren moet op elk moment vermeden worden. Met steun van de Raad van Bestuur, heeft Agoria de afgelopen jaren duidelijke principes naar voor geschoven waarop een systeem van investeringsscreening moet mogelijk zijn.

Deze principes zijn:

  • Openbare orde en veiligheid. Het toepassingsgebied van de Europese verordening is beperkt tot openbare orde en veiligheid. Om rechtszekerheid, duidelijkheid en efficiëntie te garanderen, stelt Agoria dat het Belgische systeem zich strikt tot deze toetsing dient te beperken. Elke uitbreiding van het toepassingsgebied is volgens Agoria’s lezing ook strijdig met de directe en enge toepassing van de verordening in het Belgische rechtskader. Een uitbreiding van dat toepassingsgebied is bovendien ook gevaarlijk aangezien het meer interpretatie en een groter dan nodig overheidsingrijpen zou toelaten.
  • Korte doorlooptijden. Agoria begrijpt dat de staat tijd moet hebben om de Europese lidstaten te contacteren en ook zelf de screening te kunnen doen. Agoria heeft daarom altijd aangegeven dat een benchmark met de buurlanden noodzakelijk is om de aantrekkelijkheid van België als investeringsland te garanderen. Daarom moet ook vermeden worden dat tijdens de screeningsprocedure de klok (teveel) kan worden stopgezet. Dat wel toelaten, zou de rechtszekerheid en de duidelijkheid negatief beïnvloeden en dus de Belgische aantrekkelijkheid schaden. Daarom is het essentieel om complexiteit in de screeningsprocedure te vermijden. Duidelijkheid, efficiëntie en pragmatisme dienen hier de leidende begrippen te zijn.
  • Vertrouwelijkheid. De informatie die gedeeld zal worden met de overheid zal bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Zeker met de recente cyberaanvallen indachtig, is het eveneens essentieel dat een screeningsmechanisme enkel die personen bij de overheid betrekt die noodzakelijk zijn voor een performante screening te kunnen uitvoeren. Tegelijk moeten ook de juiste beveiligde systemen worden uitgewerkt of aangekocht.

Agoria heeft naast deze principes ook steeds aangedrongen op betrokkenheid. Onze betrokkenheid kan bijdragen tot een systeem dat voeling houdt met de economische realiteit, voor en tijdens de tenuitvoerlegging van deze wetgeving.

Quo vadis?

Agoria stelt, samen met het VBO, vast dat de Belgische institutionele complexiteit zowel het bedrijfsleven als de politiek hoofdpijn bezorgd. 

De federale overheid is bevoegd voor openbare orde en nationale veiligheid. De regio’s zijn, samen met de federale overheid, bevoegd voor het aantrekken van investeringen en de gemeenschappen zijn bevoegd voor het medialandschap (wat ook onderdeel is van het toepassingsgebied van de verordening). Dat betekent dat België momenteel nadenkt over niet 1 maar tot potentieel 9 screeningsmechanismes voor buitenlandse investeringen. Bovendien zou de vrijheid gelaten worden aan iedere overheid om een dergelijk systeem al dan niet uit te werken. Hoewel dat hic et nunc een politiek probleem oplost, zorgt dit voor onduidelijkheid, overmatige complexiteit en rechtsonzekerheid. 

Het huidige voorstel dreigt dus de aantrekkelijkheid van België als investeringslocatie in het gedrang te brengen. Uiteraard zal een buitenlandse investering in een digitale start-up in Mechelen of Dinant niet in de problemen komen, maar een belangrijke investering in een bedrijf met hoofdzetel in Brussel en economische activiteiten in 1 of meerdere regio’s van het land, dreigt zo in het water te vallen. 

Agoria, samen met het VBO, pleit daarom voor een systeem dat beperkt is in complexiteit, zich duidelijk beperkt tot het enge toepassingsgebied van de Europese verordening en in geen geval zou toelaten dat er tot potentieel 9 visies of interpretaties kunnen ontstaan over openbare orde en nationale veiligheid. Eén systeem of minstens één analyse voor het hele land, met respect voor ieders bevoegdheid, is de enige aanvaardbare uitkomst. Alle andere opties fnuiken buitenlandse investeringen in de technologische sector, een sector die bij uitstek internationaal is of het niet is. Aan het begin van de relance en met de weinige investeringen die België ten opzichte van haar buurlanden ten gevolge de Brexit heeft kunnen aantrekken, kunnen wij ons geen bijkomende complexiteit in dit soort van systemen veroorloven. 

De boodschap aan de politiek is duidelijk.

Lees hier het volledige persbericht 'Screening van directe buitenlandse investeringen' van Agoria en het VBO.

Was dit artikel nuttig?