Dragen we straks allemaal een Google Glass? | Agoria

Dragen we straks allemaal een Google Glass?

Gepubliceerd op 17/01/14 door Isabel Michiels

Met de Google Glass komt er op het gebied van (onderling) verbonden 'devices' alweer een opgemerkt technologiesnufje bij. De geruchten over de nakende beschikbaarheid van de computerbril zwellen aan en op tal van fora wordt druk gediscussieerd over zijn – vrij hoge – prijs en zijn commerciële toekomst. Wordt Google Glass een van de vele gadgets die al snel weer in de vergeethoek zullen terechtkomen, of wordt het daarentegen een onmisbare tool van het mobiele web, net zoals de smartphone of de tablet?

Paul Soete, CEO van Agoria, en zijn opvolger Marc Lambotte kregen de kans om deze nieuwe technologie met eigen ogen te ontdekken. Samen met Baudouin Corlùy, directeur van Agoria ICT, hebben ze de veelbesproken bril getest en zijn functionaliteiten en mogelijkheden verkend.

De Google Glass werd bij Agoria gedemonstreerd door Tapptic, een lidbedrijf dat gespecialiseerd is in de ontwikkeling van mobiele applicaties. Het bedrijf werkt al aan enkele Proofs of Concept voor b2c-klanten: het gaat daarbij om ludieke en interactieve toepassingen die gebaseerd zijn op object- en beeldherkenning. 


Paul Soete, CEO Agoria (met bril), en Marc Lambotte, directeur-generaal,
hebben de Google Glass kunnen testen.

Toegevoegde realiteit

Zonder smartphone is de Google Glass nutteloos: de intelligentie en mogelijkheden en het geheugen zitten namelijk allemaal in je telefoon. Maar dankzij de bril verschijnt voor je oog wat op dat ogenblik op het scherm van je telefoon wordt weergegeven. De bril bestaat uit een metalen montuur die kan worden losgemaakt, een batterij (achter het oortje voor het geluid), een touchpad aan de zijkant voor de navigatie, een microfoontje (o.a. voor stembediening) en ten slotte – de grootste innovatie – een cameraatje met diafragma, waardoor je rechtsboven in je gezichtsveld de doorgestuurde beelden en video kunt zien. 


Baudouin Corlùy, directeur van Agoria ICT.

Zet de bril op, start een applicatie en er wordt als het ware een extra dimensie aan de realiteit toegevoegd. Het resultaat is verrassend en zou wel eens een revolutie kunnen teweegbrengen op tal van professionele of andere domeinen.

De grote toegevoegde waarde van de Google Glass? Dankzij de bril kan een ingenieur op een bouwsite, een chirurg in de operatiekamer maar ook een onderhoudstechnicus op ieder ogenblik en waar ook ter wereld beelden zien, instructies ontvangen, toegang krijgen tot informatie en berichten ontvangen terwijl hij of zij altijd de handen vrij heeft. Er zijn wel al b2c-applicaties of er wordt in elk geval aan gewerkt, voornamelijk voor marketing- en communicatiedoeleinden dan, maar de echte businessopportuniteiten van de Google Glass schuilen vooral in b2b-applicaties.

Dimitri Blomme van Tapptic is ervan overtuigd: “Mensen gaan die bril niet de hele dag dragen maar waarschijnlijk veeleer op specifieke momenten en in bijzondere situaties. De buzz zul je wel bij het grote publiek vinden maar de grootste businessopportuniteiten van de Google Glass schuilen in b2b-applicaties, in de professionele sfeer. De bril zal de rol van problem solver spelen.”


Dimitri Blomme (Tapptic) en Baudouin Corluy.

Mobiele apps: België moet een versnelling hoger schakelen

Alle apps voor smartphones, tablets en binnenkort ook Google Glass zijn online verkrijgbaar. De markt is verdeeld over twee grote spelers: Google (Google Play) en Apple (App Store). Windows, de derde speler, vecht ook voor zijn deel van de markt: in de westerse landen is dat 10%, maar in sommige opkomende landen (bijv. in Zuid-Amerika) loopt zijn aandeel soms op tot 70%. Bij ons zou dan weer een switch tussen iOS en Android aan de gang zijn wat betreft gebruikerspercentages... “De apps-markt evolueert razendsnel. Men zegt wel eens dat één ‘mobiel jaar’ overeenkomt met drie ‘webjaren’”, bevestigt Tanguy de Lestré, Business Development Manager bij Agoria ICT.

Als gevolg van de trage ontwikkeling van mobiele data en de bijzonder hoge kostprijs van een mobiel abonnement (zowel data als device) loopt België behoorlijk achter voor mobile in vergelijking met de rest van Europa. Tapptic, dat zowel op de Belgische als de Franse markt actief is, raamt onze achterstand op Frankrijk op zo’n achttien maanden. “Ten opzichte van Nederland, waar al vier of vijf jaar een prijzenslag voor mobile data woedt, is onze achterstand nóg groter”, aldus Tanguy de Lestré. “In België bedraagt de penetratiegraad van smartphones 30% en tegen medio 2014 wordt op 55% gerekend. En zeggen dat in Spanje al ruim een jaar geleden 80% werd gehaald!”

Bijgevolg moeten Belgische ontwikkelaars soms concurreren met Europese ontwikkelaars die twee tot drie jaar voorsprong hebben op het vlak van R&D. Daarom is een platform zoals de Agoria AppAlliance zo belangrijk: het biedt ontwikkelaars een plek om elkaar te ontmoeten, contacten te leggen met integratoren of nog om het publiek en het bedrijfsleven bewust te maken van wat allemaal mogelijk is op het domein van mobile development.

www.Agoria.be/appalliance  - www.appalliance.be (mobiele site)
Was dit artikel nuttig?