Industrie en klimaat: Van een 'Clean Energy Package' naar een 'Europese Green Deal' | Agoria

Industrie en klimaat: Van een 'Clean Energy Package' naar een 'Europese Green Deal'

Afbeelding
Gepubliceerd op 09/12/19 door Charlotte van de Water
De Europese Commissie ‘von der Leyen’ heeft haar plannen voor de Europese Green Deal, het plan om Europa tegen 2050 klimaatneutraal te krijgen, voorgesteld. Dit plan kan gezien worden als de opvolger van het Clean Energy Package, dat door de Commissie 'Juncker' werd opgezet om het Europese klimaatbeleidskader te optimaliseren. In dit artikel een overzicht van de stand van zaken. 

Clean Energy Package

In 2016 werd door de Commissie 'Juncker' (2014-2019) het Clean Energy Package gelanceerd, met als doel de regelgeving effectiever te maken in het realiseren van de klimaatdoelstellingen voor 2030. Een lidstaat moest op dat moment aan veel verschillende rapportageverplichtingen voldoen, zoals een National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP) en een langetermijnrenovatiestrategie vanuit de Energie-efficiëntierichtlijn (EED), een National Renewable Energy Action Plan (NREAP) vanuit de Hernieuwbare Energierichtlijn (RES), het jaarlijks indienen van de broeikasgasinventarissen, etc. Het realiseren van een duurzame, zekere en betaalbare energievoorziening voor de Europese eindklant, oftewel het realiseren van een interne (Europese) energiemarkt (oftewel een Energie Unie), was het belangrijkste uitgangspunt in de realisatie van het pakket. 

De spreiding van de verplichtingen over meerdere richtlijnen met aparte deadlines en herzieningsmomenten kon het moeilijk maken om door de bomen het bos te zien. Met het Clean Energy Package zijn de verschillende rapportageverplichtingen samengebracht tot één nieuwe governanceverordening; de Governance van de Energie Unie en Klimaatactie. De overige richtlijnen bestaan nog steeds, maar zijn nu meer gericht op het vastleggen specifieke vereisten per sector (e.g. gebouwen, electriciteitsmarkt) of klimaatdoelstellingen (e.g. energie efficiëntie, hernieuwbare energie). De sectorspecifieke richtlijnen omvatten onder andere Unie-brede maatregelen, die de lidstaten verplicht moeten implementeren. Ook werden de te behalen doelstellingen voor 2030 in de richtlijnen vastgelegd, in lijn met gedane toezeggingen vanuit de klimaatafspraken met de Verenigde Naties. 

Voor meer informatie over de klimaatdoelstellingen van de Verenigde Naties, klik hier

Een overzicht van de belangrijkste richtlijnen en verordeningen

Het Clean Energy Package bestond uit de herziening van vier richtlijnen en drie verordeningen, een nieuwe verordening, een nieuw werkplan voor ecodesign en energy labelling voor de periode 2014-2019 en twee communicaties. De herziening van de drie richtlijnen werd in 2018 afgerond: de Richtlijn op de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD), de Energie-efficiëntierichtlijn (EED) en de Hernieuwbare-energierichtlijn (RES). Daarnaast werd in 2018 de Verordening op de Governance van de Energie Unie gepubliceerd. In 2019 werd het Clean Energy Package afgerond met de publicatie van de Richtlijnen en Verordeningen gericht op de electriciteitsmarkt.

Afbeelding
Figuur 1: Schematische interpretatie van het Europees klimaatbeleidskader

Hieronder een korte voorstelling van de Richtlijnen en Verordeningen: 

Energy Performance of Buildings Directive (EPBD)

De eerste richtlijn die werd goedgekeurd, is een aanvulling op de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Deze richtlijn specificeert de doelstelling en de beleidsmaatregelen voor lidstaten voor de realisatie van een Europees bijna-energieneutraal (BEN of NZEB) gebouwenpark tegen 2050. Gebouwen veroorzaken broeikasgasemissies via de benodigde energie voor verwarming en koeling. Om dit aan te pakken, werd besloten dat aan de ene kant gezorgd moest worden dat nieuwe gebouwen zo min mogelijk emissies veroorzaken (ongeveer 2% in België) en dat de uitstoot van het bestaande gebouwenpark zo veel mogelijk wordt geminimaliseerd. 

De EPBD verplicht lidstaten ertoe een aantal beleidsinstrumenten te ontwikkelen; de minimum vereisten voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties (EPB/PEB), het energieprestatiecertificaat (EPC/ la certification PEB/ het EPB certificaat) en een langetermijnrenovatiestrategie te ontwikkelen. Met de herziening in 2018 werden er ook een aantal maatregelen toegevoegd om meer bewustwording rond de voordelen van smart technologie te realiseren, zoals de opdracht aan de Europese Commissie om een Smart Readiness Indicator (SRI) vorm te geven. De in 2018 gepubliceerde Richtlijn (EU) 2018/844 is een aanvulling op oude Richtlijn (EU) 2010/31. Dit betekent dat voor een volledig beeld van de vereisten er naar beide richtlijnen gekeken moet worden. 

Voor meer informatie over de wijzigingen in de herziene EPBD, klik hier

Energy Efficiency Directive (EED)

De tweede richtlijn die werd goedgekeurd, is de Energy Efficiency Directive (EED). Deze richtlijn geeft aan wat er wel en niet meegeteld mag worden voor het behalen van de energie-efficiëntiedoelstelling per lidstaat. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de optimalisatie van de productieprocessen van de niet-energie-intensieve industrie, de renovatie van het gebouwenpark, etc. De richtlijn omvat ook algemene maatregelen voor de lidstaten. Voorbeelden hiervan zijn de uitrol van digitale meters en minimale informatievereisten bij de energierekening om het bewustzijn rond energieverbruik van eindklanten te verhogen en de renovatie van overheidsgebouwen. 

De energie-efficiëntiedoelstelling en verantwoording worden per lidstaat vastgelegd in het Nationaal Energie en Klimaat Plan (NECP). Dit plan vervangt het National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP), waarin voorheen de lidstaten hun activiteiten elke drie jaar moesten verantwoorden. In de richtlijn staat tevens de waarde voor de Primaire Energie Factor (PEF). Deze wordt in veel maatregelen (als EPB) toegepast om de uitstoot vanuit de opwekking van energie te kunnen verantwoorden. De in 2018 gepubliceerde Richtlijn (EU) 2018/2002 is een aanvulling op oude Richtlijn (EU) 2012/27. Dit betekent dat voor een volledig beeld van de vereisten er naar beide Richtlijnen gekeken moet worden. 

Voor meer informatie over de Energie-efficiëntierichtlijn (EED), klik hier.

Governance van de Energy-unie en de klimaatactie (Governance)

De Verordening op de Governance van de Energie-Unie (EU) 2018/1999 werd als derde in 2018 goedgekeurd. Dit is een ‘nieuwe’ verordening met als doel om de rapportageverplichtingen rond het klimaat- en energiebeleid te vereenvoudigen. Voor deze verordening waren de rapportages verschillend per richtlijn, waardoor het moeilijker was om de geleverde inspanningen te volgen. In de nieuwe verordening staan nu de verplichtingen voor zowel de lidstaten als de Europese Commissie opgenomen, zoals de jaarlijkse emissie-inventarissen vereist vanuit de afspraken met de Verenigde Naties. Ook wordt er van elke lidstaat gevraagd om na te denken over één Nationaal Energie en Klimaatplan van 10 jaar om zo een meer stabiel investeringsklimaat te realiseren. 

In het Nationaal Energie- en Klimaat Plan moeten lidstaten aangeven wat zij per periode van 10 jaar gaan doen om de klimaatdoelstellingen te halen. Hiervoor moeten zowel een beschrijving van de voorgestelde beleidsmaatregelen als een berekening wordt aangeleverd. Specifiek voor België betekent dit de opmaak van vijf plannen, één per gewest, een federaal plan en vervolgens een integratie tot een Belgisch plan. Afgelopen juni leverde de Europese Commissie haar aanbevelingen op de eerste draftversie met het plan van België voor de periode 2021-2030. Momenteel wordt er in België gewerkt om voor het einde van het jaar de finale versie van het plan te kunnen leveren aan de Europese Commissie. 

Voor meer informatie over de inhoud van de Governance Verordening, klik hier

Renewable Energy Directive (RES)

De laatste in 2018 goedgekeurde richtlijn is de Hernieuwbare Energierichtlijn (EU) 2018/2001 (RES). In tegenstelling tot de EPBD en de EED wordt met deze herziening de oude Richtlijn (EU) 2009/28 per 1 juli 2021 volledig vervangen. De richtlijn heeft tot doel te zorgen dat de opwekking van de benodigde energie in Europa zoveel mogelijk gebeurd met hernieuwbare energie in plaats van met fossiele brandstoffen. Dit vertaalt zich naar een minimale doelstelling per lidstaat voor het aandeel van de totale energievoorziening dat hernieuwbaar wordt opgewerkt. Deze doelstelling wordt vastgelegd in het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NECP). In de richtlijn zelf zijn de spelregels vastgelegd voor wat wel en niet mag worden meegeteld als hernieuwbare energie. 

Die spelregels worden zowel algemeen bepaald als per sector. Er staan bijvoorbeeld voorwaarden in per sector, zoals de verwarming en koeling van gebouwen en het brandstoffenverbruik voor transport. Ook worden er bepaalde eisen gesteld aan het gebruik van landbouwgewassen voor biobrandstoffen om inefficiënt grondgebruik (en dus minder CO2-opname) te voorkomen. De richtlijn specificeert ook de wijze waarop (financiële) support mag worden gegeven aan de initiatieven van lidstaten om projecten rond het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie te ondersteunen. Tot slot staan er een aantal spelregels in zodat eindklanten in staan zijn om hun energievoorziening apart van het bestaande netwerk te organiseren als ‘renewable self consumers’ of ‘renewable energy communities’. 

Electricity market design (Electricity, Risk Preparedness and ACER)

In 2019 werden de laatste richtlijn en verordeningen uit de Clean Energy Package gericht op een goede functionering van de elektriciteitsmarkt. Dit betekent het zorgen voor voldoende beschikbaarheid, betaalbaarheid en interessant maken van investeringen voor energie. Het pakket bestaat uit een richtlijn en drie verordeningen:

  • De Energiemarktrichtlijn (EU) 2019/944, die de spelregels voor de interne energiemarkt aangeeft. Deze moeten onder andere zorgen voor voldoende interconnectiviteit en bevoorradingszekerheid.
  • De Energiemarktverordening (EU) 2019/943, die de basisprincipes voor het goed functioneren van de energiemarkt beschrijft.
  • De Risicopreventieverordening (EU) 2019/941, die van lidstaten vraag om een plan van aanpak op te maken in het geval van problemen met de energielevering (energiecrisissen).
  • De ACER-verordening (EU) 2019/942, die het bestaansrecht geeft aan de European Agency for the Cooperation of Energy Regulators (ACER). Dit orgaan is opgericht om een goede functionering van de interne elektriciteitsmarkt te ondersteunen.
    De richtlijn en verordeningen moeten ervoor zorgen dat de eindklant in staat is een actieve rol in de energietransitie op te nemen, er voldoende flexibiliteit in de energievoorziening zit en dat kwetsbare eindklanten beschermd worden tegen (ongewenste) prijsverhogingen. De nieuwe richtlijnen en verordening werden in juni 2019 gepubliceerd.

Voor meer informatie over de richtlijn en de verordeningen voor de elektriciteitsmarkt, van de Europese Commissie klik hier

Communicaties en werkprogramma’s

Naast de herziening van de richtlijnen en verordeningen, heeft de Europese Commissie vanuit het Clean Energy Package ook een Ecodesign-werkplan en twee communicaties opgemaakt:

The Ecodesign-werkplan 2016-2019

Het Ecodesign-werkplan omvat een overzicht van alle geplande herzieningen en nieuwe work items binnen de Ecodesign- en energy labellingregelgevingen. Voor bouwtechnologie waren dit bijvoorbeeld de herzieningen voor verlichting, lokale verwarming, ruimteverwarming en airconditioners. Qua nieuwe work items werd er o.a. gewerkt aan regelgeving rond zonnepanelen, gebouwautomatisering- en controlesystemen en smart appliances. Momenteel werkt de Europese Commissie de aanbesteding voor een gemeenschappelijk ecodesign en energy labelling werkprogramma voor 2019-2024 uit. Dit plan zal waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021 beschikbaar zijn.

Voor meer informatie over de te verwachten ontwikkelingen rond Ecodesign en energy labelling, klik hier.

Communicatie over Smart financing for Smart Buildings

De Europese Commissie heeft een communicatie ‘Smart Financing for Smart Buildings’ gemaakt voor het verbeteren van het gebruik Europese subsidies met als doel de impact van het geïnvesteerde geld te vergroten. Ter ondersteuning van dit initiatief werd in 2017 een deel van het budget voor de Europese subsidie ELENA gereserveerd voor het energetisch renoveren van gebouwen. 

Communicatie over Accelerating Clean Energy Innovation

Een tweede communicatie ‘Accelerating Clean Energy Innovation’ werd door de Europese Commissie opgesteld om de ‘clean energy solutions’ sneller op de markt te kunnen brengen. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld oplossingen voor energieopslag en energie efficiënte bouwtechnologie.

Regelgeving overige sectoren

Naast de technologische industrie en gebouwen, zijn er nog drie sectoren verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de broeikasgasemissies: transport, landbouw en afval. Voor deze sectoren werd niet binnen het Clean Energy Package aan specifieke klimaatregelgeving gewerkt. Wel was klimaat een gespreksonderwerp binnen de ontwikkelingen rond de regelgeving voor deze sectoren. Zo werd in april 2019 de nieuwe Verordening (EU) 2019/631 rond het opstellen van CO2-emissiesprestatiestandaarden voor personenwagens gepubliceerd. Voor landbouw werd er gewerkt aan adaptatiebeleid en de Common Agriculture Policy (CAP). Ook wordt een optimaal ruimtegebruik en beplanting gestimuleerd via de Verordening op land use, land use change and forestry (EU) 2018/841 (LULUCF). Voor de afvalsector werd er een circulair economiepakket aangenomen, met als doel meer hergebruik van materialen en producten en zo de (rest)afvalberg te verminderen. 

De volgende stap: de Europese Green Deal

Met het aflopen van de termijn van de Commissie 'Juncker' op 30 november eindigt ook het Clean Energy Package. Het vervolg op de Clean Energy Package van de nieuwe Europese Commissie 'von der Leyen', die op 1 december met haar termijn startte, heet de Europese Green Deal. Deze deal moet het raamwerk bieden voor het realiseren van de klimaatdoelstelling voor 2030 en een klimaatneutraal Europa tegen 2050 en de daarvoor benodigde energietransitie. Hiervoor wordt onder andere gekeken naar een betere afstemming van de beschikbare technologische en financiële middelen in lijn met de doelstellingen. Er zal breder worden gekeken dan bij de Clean Energy Package het geval was: ook circulaire economie, digitalisatie en mobiliteit zullen binnen de deal aan bod komen. Daarnaast zal er naar alle verwachting worden gekeken naar mogelijkheden rond belastingen op bijvoorbeeld CO2 en om de inzet van waterstof verder uit te breiden. De bedoeling is om via de deal technologische opportuniteiten, de samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen en de consistentie in de klimaatregelgeving bij onder andere de EPBD, EED, Ecodesign en energy labelling verder te verbeteren.

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde thema's