Rechtspraak: einde van polemiek over berekening interesten? | Agoria

Rechtspraak: einde van polemiek over berekening interesten?

Gepubliceerd op 23/03/09
De informatie in deze rubriek wordt als documentatie verstrekt. De arresten van de hoven en rechtbanken gelden niet als rechtsbron.

De wetgever stelt dat wanneer een werknemer te laat wordt betaald, de nalatigheidsinteresten moeten worden berekend op het brutoloon, vóór sociale en fiscale inhoudingen. Hij neemt daarmee afstand van de rechtspraak van het Hof van Cassatie.

Het Arbeidshof van Gent heeft twee prejudiciële vragen gesteld over de grondwettelijkheid van deze maatregel:
  • de werknemer kan slechts het nettoloon van de werkgever eisen. De nalatigheidsinteresten zouden dus alleen mogen worden berekend op het bedrag dat de werknemer van zijn werkgever kan eisen.


  • bij laattijdige betaling van het loon, zou de werkgever ook verplicht kunnen worden om nalatigheidsinteresten te betalen op de laattijdig betaalde SZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing. Wordt de werkgever daardoor niet dubbel bestraft?
Volgens het Grondwettelijk Hof worden de grondwettelijke voorschriften terzake niet geschonden.

Enerzijds stelt het Hof dat het brutoloon het loon is waarop de werknemer recht heeft krachtens zijn arbeidsovereenkomst. De persoonlijke SZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing zijn eigendom van de werknemer. De interesten moeten daarom wel degelijk worden berekend op het brutoloon. Deze sanctie vloeit voort uit de loonverbintenis die samenhangt met de arbeidsverbintenis.

Anderzijds vloeit de opeisbaarheid van de nalatigheidsinteresten op de laattijdig betaalde SZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing voort uit het niet-nakomen van een andere verplichting van de werkgever, nl. de betaling van de aan de bevoegde overheidsinstanties verschuldigde bedragen.

Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 48/2009 van 11 maart 2009


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een

De rest is gereserveerd voor Agoria leden