Privégebruik van bedrijfswagens: RSZ wijzigt beoordelingsregels | Agoria

Privégebruik van bedrijfswagens: RSZ wijzigt beoordelingsregels

Gepubliceerd op 11/06/14 door Aude Michaux

De RSZ heeft in zijn instructies voor het 2de kwartaal wijzigingen gemeld in de beoordelingsregels om te bepalen of de CO2-bijdrage verschuldigd is wanneer een bedrijfswagen voor privédoeleinden wordt gebruikt. Er wordt een onderscheid ingevoerd tussen de zgn. utilitaire en andere voertuigen. Deze nieuwe beoordelingsregels gelden voor alle nog niet definitief afgehandelde dossiers.

Hierbij wordt ook opgemerkt dat het CO2-uitstootgehalte vermeld op het inschrijvingsbewijs bepalend is voor de berekening van de bijdrage.

Wettelijk vermoeden van privégebruik

Zoals bekend geldt sinds1 juli 2005 een wettelijk vermoeden dat ieder voertuig dat op naam van de werkgever is ingeschreven of dat het voorwerp uitmaakt van een huur- of leasingcontract of van gelijk welk ander contract voor het gebruik van het voertuig, ter beschikking is van een werknemer voor andere dan louter beroepsdoeleinden, tenzij de werkgever aantoont dat:

  • het gebruik voor ander dan beroepsgebruik uitsluitend gebeurt door een persoon die niet onder de sociale zekerheid voor werknemers valt (bv. de bedrijfsleider zelf);
  • het voertuig louter voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt.

Onderscheid tussen gewone en utilitaire voertuigen?

Om te beoordelen of een voertuig ter beschikking van een werknemer voor privédoeleinden wordt gebruikt, maakt de RSZ een onderscheid tussen gewone en utilitaire voertuigen. De gewone voertuigen behoren tot de klasse M1 en N1 (personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus, monovolume/luxueus terreinvoertuig). De utilitaire voertuigen zijn voertuigen die de fiscus kwalificeert als lichte vracht. Een voertuig met een laadruimte achterin zonder ruiten waarin dus (wettelijk) geen passagiers mogen vervoerd worden, is een utilitair voertuig. Een voertuig met achterin een passagiersruimte die

De rest is gereserveerd voor Agoria leden