Agoria en TechnoCampus lanceren certificaat van operationele uitmuntendheid voor docenten | Agoria

Agoria en TechnoCampus lanceren certificaat van operationele uitmuntendheid voor docenten

Afbeelding
Gepubliceerd op 28/06/21 door Peter Ansoms
Agoria en het Waalse competentiecentrum TechnoCampus, dat actief is op het domein van industriële beroepen, slaan de handen in mekaar om docenten in het hoger onderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie een driedaags opleidingstraject aan te bieden waarna ze een certificaat van operationele uitmuntendheid ontvangen. Wij spraken hierover met Claudia Murer, directeur Onderwijs en Werkgelegenheid bij TechnoCampus, en Laura Beltrame, Human Capital Expert bij Agoria.

Operationele uitmuntendheid, waarover gaat dat precies?
Claudia Murer: Het gaat om sensibilisering voor de concepten en instrumenten van "lean manufacturing" door gebruik te maken van een didactische opstelling waarmee je ervaart hoe het er echt aan toe gaat in de praktijk, hoe je een aanpak van continue verbetering toepast en inzicht krijgt in de vooruitgang die de concepten en instrumenten van "lean" mogelijk maken op het vlak van veiligheid, kwaliteit, tijd en kosten. Daarnaast wordt ook de nadruk gelegd op het belang van de menselijke factor, teamwerk, communicatie en de betrokkenheid van ieder individu om de efficiëntie van de hele organisatie te verhogen.

Hoe bent u bij dit project uitgekomen?
Laura Beltrame: In 2017 heeft Agoria een didactische productielijn aangekocht om productie in een werkomgeving te simuleren. Die lijn werd ter beschikking gesteld van TechnoCampus. Dankzij de veranderingen die werden aangebracht kan TechnoCampus zich vandaag positioneren als referentiecentrum inzake operationele uitmuntendheid en kan het zijn drie doelgroepen (werkzoekenden, werknemers en het onderwijs) een opleiding op dit domein aanbieden. Aanvankelijk wilde Agoria alle studenten in het hoger onderwijs (toekomstige ingenieurs, informatici, elektromechanici, productiemanagers ...) die dat wilden een opleiding in operationele uitmuntendheid aanbieden vóór ze de arbeidsmarkt betraden. Maar om organisatorische redenen moest die ambitie al snel worden ingetoomd. Niettemin hebben bijna duizend studenten die opleiding kunnen volgen. We hebben samengewerkt met verschillende instellingen voor hoger onderwijs in Brussel en Wallonië (Haute Ecole Louvain en Hainaut, EPHEC, Haute Ecole de la Province de Liège, Condorcet, UMons ...). In 2021 hebben we besloten om een nieuwe stap te zetten en docenten rechtstreeks te benaderen. De doelstelling is tweeledig: ten eerste, docenten vertrouwd maken met de concepten en, ten tweede, via hen ook meer studenten opleiden.

Claudia Murer: Zo bieden TechnoCampus en Agoria nu samen een certificaat van operationele uitmuntendheid aan voor docenten. In mei konden we het volledige programma van dit certificaat presenteren tijdens een vergadering van de technische commissie van de ARES (Académie de recherche et d’enseignement supérieur).

Wat houden die drie dagen opleiding concreet in?
Claudia Murer:
De eerste dag simuleren we op de productielijn de assemblage van houten voertuigen, zodat kan worden geëxperimenteerd met de concepten van permanente verbetering. De tweede dag bespreken we de basisprincipes van "lean" en digitalisering en maken we een gedetailleerde analyse van de instrumenten in dat verband: OEE, doorlooptijd, QRM ... We bekijken ook hoe de kwaliteit kan worden verbeterd en met welke instrumenten, en er is tijd voor praktische toepassingen. De derde dag gaan we dieper in op visuele communicatie, procesoptimalisatie en predictieve maintenance. Om het zakelijke karakter van de methodes aan te tonen, worden tal van voorbeelden gegeven. Met directe financiering van Agoria willen we in de tweede helft van 2021 twee sessies organiseren om het certificaat te behalen, voor 24 docenten. Na de opleiding ontvangen de docenten dus een certificaat. Het is overigens niet alleen een technische aangelegenheid: de docenten kunnen zich ook vervolmaken m.b.t. bepaalde soft skills: een team leiden, teamwerk, communicatie enz.

Hoe ziet u het evolueren?
Laura Beltrame:
Meer digitalisering! Daarmee bedoel ik dat de lijn nog verder moet worden ontwikkeld om aan te sluiten bij de technologische veranderingen die we in de bedrijfswereld doormaken.

Claudia Murer: Met een investering van het EFRO wil TechoCampus de lijn ontwikkelen in de richting van complementaire lean / Factory 4.0-methodes en het opleidingsaanbod in verband met die convergerende methodes tussen lean en digitalisering herschikken. Bijv. door een supervisiesysteem te installeren, een ERP,...

Laura Beltrame: Daar komt nog bij dat we extra middelen zullen moeten vinden als we de productie/opleidingscapaciteit willen opvoeren. Nu is deze opleiding alleen mogelijk dankzij specifieke financiering van Agoria. Met meer middelen zouden we natuurlijk meer kunnen doen.

Om af te sluiten

Claudia Murer: We doen dus een oproep aan docenten. Hebt u belangstelling? Neem dan snel contact met ons op: claudia.murer@technocampus.be. Het aantal plaatsen is beperkt!

We richten ons tot Valérie Glatigny, Waals minister voor Hoger Onderwijs, en Willy Borsus, minister met o.a. bevoegdheid voor de competentiecentra.  

Mevrouw de Minister, hoe kijkt u tegen dit publiek-private initiatief aan?

Samenwerkingsverbanden tussen de privésector en het onderwijs zijn uiteraard goed voor iedereen. Voor de docenten biedt dit instrument de kans om de didactische praktijk die ze hun studenten aanreiken te verruimen. De doeltreffendheid daarvan hoeft geen betoog meer. Het mag duidelijk zijn dat niet elke instelling over een dergelijke didactische productielijn kan beschikken. Het is dan ook een waardevol instrument om studenten al tijdens hun opleiding vertrouwd te maken met geavanceerde tools die deel zullen uitmaken van hun dagelijks leven nadat ze zijn afgestudeerd. De opleiding zorgt voor een vlottere socio-professionele inschakeling door hen skills bij te brengen maar ook door hen kennis te laten maken met verschillende beroepen die ze na hun opleiding kunnen uitoefenen.
Voor de ondernemingen maken deze contacten met het onderwijs een permanente uitwisseling van kennis en expertise met de academische wereld mogelijk. Deze uitwisseling is heel belangrijk om met name onderzoeksresultaten te laten doorstromen
.

 

Afbeelding

 

Mijnheer de Minister, hoe kijkt u tegen dit publiek-private initiatief aan?
Dit soort initiatieven is natuurlijk heel interessant. Het toont het belang aan van de competentiecentra als plaats waar de horizon wordt afgespeurd, waar expertise zit, uitwisseling plaatsvindt en actie wordt ondernomen met het oog op een positieve wisselwerking tussen de bedrijfswereld en de opleidings- en onderwijswereld. Dit initiatief maakt het mogelijk om op passende wijze in te spelen op de behoefte aan vaardigheden waarmee ondernemingen worden geconfronteerd.

In het algemeen mag alles wat de band tussen opleiding, onderneming en student kan versterken bijzonder nuttig worden genoemd, maar natuurlijk ook alles wat opleiding kan verbeteren. De synergie tussen de publieke en de privésector moet worden vergroot, want dat komt de werkgelegenheid en het herstel van Wallonië ten goede.

Mevrouw de Minister, hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer docenten het certificaat kunnen behalen?
Instellingen voor hoger onderwijs zijn autonoom wat betreft de permanente opleiding van hun personeel. Initiatieven zoals met de ARES en de scholen zijn dan ook een goede manier om bekendheid te geven aan dit prachtige didactische instrument.
U had het al over het EFRO. Het Europees Sociaal Fonds (ESF), dat de komende maanden projectoproepen zal lanceren, is er ook op gericht om de ontwikkeling te financieren van de technologische skills en de vaardigheden die nodig zijn om industrie 4.0 uit te rollen.

Mevrouw de Minister, welke vorm van samenwerking is in de toekomst wenselijk tussen het hoger onderwijs en de Waalse competentiecentra / Brusselse opleidings- en tewerkstellingspolen?
Het doel van het hoger onderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie is de studenten de kennis en de vaardigheden bij te brengen waarmee ze zich zo goed mogelijk op de arbeidsmarkt en in de maatschappij kunnen integreren, met name door in staat te zijn om zich aan de ontwikkelingen in hun sector aan te passen.
We weten echter dat bepaalde domeinen en technologieën waarmee afgestudeerden te maken zullen krijgen nog niet bestaan wanneer ze hun opleiding aanvatten.
Als gevolg van de snelheid van de ontwikkelingen maar ook wegens de investeringen die nodig zijn, zijn samenwerkingsverbanden tussen het hoger onderwijs en de Waalse competentiecentra / Brusselse opleidings- en tewerkstellingspolen partnerships die moeten worden ontwikkeld, niet alleen met het oog op de kwaliteit van de opleiding van de studenten maar ook om de ontwikkeling en de economische groei van de regio te ondersteunen. De verschillende herstelplannen die zijn uitgewerkt, zijn er net op gericht om die sectoren met toekomst een impuls te geven, maar om daar een succes van te maken moeten we investeren in de grijze cellen van ieder van ons. En in dat opzicht kan ik Agoria alleen maar bedanken voor hun opleidingsinitiatieven.

Mijnheer de Minister, hoe ziet u de samenwerking tussen competentiecentra en onderwijs?
Samenwerking tussen competentiecentra en onderwijs is van essentieel belang. Vandaag wordt die samenwerking geregeld door een overeenkomst tussen Wallonië en de Federation Wallonie-Bruxelles. In dat kader investeert het Waals Gewest elk jaar 8,5 miljoen euro zodat studenten, leerlingen en onderwijzend personeel zich kunnen bijscholen in een van de 24 competentiecentra. In 2019 werd in de competentiecentra meer dan 800.000 uur opleiding en sensibilisering verstrekt aan 42.000 begunstigden uit het onderwijs. Ter voorbereiding op het einde van de samenwerkingsovereenkomst (31/12/2022) voorzien we in het Waals herstelplan in meer middelen voor samenwerking met het onderwijs. Er zullen met name proefprojecten inzake "triale opleiding" worden georganiseerd (gemengde opleiding in ondernemingen, scholen/opleidingscentra en competentiecentra) en er zullen extra middelen worden vrijgemaakt om de opleidings- en sensibiliseringsactiviteiten in de competentiecentra te stimuleren.

Ik denk echt dat we vooruit moeten overal waar we kunnen optreden: binnen onze eigen bevoegdheden, uiteraard, maar ook in dialoog en in samenwerking met andere beleidsniveaus, andere instanties en partners. Opleiding, werkgelegenheid en talent kennen geen institutionele grenzen! In het voetbal – héél actueel – hoor je: "Allemaal samen!" Laten we dat principe ook toepassen op ons talent en op investeren in mensen.

Was dit artikel nuttig?