Coronavirus: veelgestelde vragen

De verspreiding van het coronavirus (COVID-19) in ons land zorgt voor heel wat vragen bij de Belgische technologiebedrijven. Hieronder vindt u antwoorden op veelgestelde vragen over het coronavirus en de maatregelen van de overheid. Onze experts volgen de situatie op de voet en werken de informatie continu bij.



Filter op categorie:


De federale regering heeft volgende beslissingen genomen in de strijd tegen het coronavirus (van toepassing tot en met 1 maart 2021):

1. Verplichtingen voor de ondernemingen inzake de organisatie van de arbeid:

Telethuiswerk is verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

  • Indien telethuiswerk niet kan worden toegepast, nemen de ondernemingen de maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Ze bezorgen de personeelsleden die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.
  • De essentiële bedrijven (zie “Wat zijn essentiële bedrijven?” nemen de maatregelen om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen.

De ondernemingen nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden. Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden.

In de metaalsector (PC 111/209) werd hierover een sectoraal akkoord gesloten. Het aanvullend paritair comité voor de bedienden (PC 200) verwijst in een verklaring ook naar de toepassing van deze generieke gids. Voor PC 105/224, PC 219 en PC 315.01 werden geen aanvullende sectorale richtlijnen bepaald.

Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op ondernemingsniveau uitgewerkt en genomen met inachtneming van de regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming geldende preventiemaatregelen toe te passen.

Zie ook de vraag "Wat is social distancing en hoe ga je er mee om?

2. Nachtklok

Het is verboden om zich op de openbare weg en in de openbare ruimte te bevinden tussen 0.00 uur en 5 uur ‘s morgens, behalve in geval van essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen, zoals het uitvoeren van professionele verplaatsingen met inbegrip van het woon-werkverkeer. De reden van aanwezigheid of verplaatsing op de openbare weg wordt aangetoond op eerste vraag van de politiediensten. In Brussel (tot 1 maart 2021) en Wallonië (tot 15 februari 2021) geldt een avondklok tussen 22 uur en 6 uur.

3. Onderwijs.

De lessen en activiteiten mogen plaatsvinden overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en eventuele bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering.

4. Reizen

Zie de vragen “Privéreizen buiten België: wat is de stand van zaken?” en “Professionele reizen buiten België: wat is de stand van zaken?"

Opgelet: mogelijk gelden bovendien lokale maatregelen!

De gemeenten, provincies en gewesten kunnen aanvullende preventieve maatregelen nemen indien de situatie dit vereist. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving ervan.

Zo hebben Wallonië, Brussel en Vlaanderen bijkomende maatregelen genomen.

Essentiële bedrijven zijn bedrijven actief in cruciale sectoren of die essentiële diensten verrichten, met inbegrip van producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de uitvoering van de activiteit van deze bedrijven en deze diensten.

Het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken bevat een bijlage om de essentiële bedrijven te bepalen.

Deze bijlage bevat 2 delen. Een eerste deel geeft een lijst van de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten op die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking. In een tweede deel vertaalt men deze lijst bijkomend naar een overzicht van de paritaire comités met al dan niet een beschrijvende beperking erbij.

U kan deze bijlage hier raadplegen.

De arbeidsongevallenwet voorziet in een vermoeden op grond waarvan het ongeval overkomen aan de telewerker geacht wordt overkomen te zijn tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Wat de arbeidsweg betreft, wordt gelijkgesteld : het traject van de woonplaats van de occasionele telewerker naar de school of de opvangplaats van zijn kinderen. Deze bepalingen gelden zowel voor structurele als voor occasionele telewerkers.

Zeker indien een overeenkomst mbt het telewerk niet voorhanden is, is het aan te raden even contact te nemen met uw arbeidsongevallenverzekeraar. 
https://abcverzekering.be/news/het-coronavirus-annulatieverzekering-update-19032020

A. Tot 31 augustus 2020

Tot 31 augustus gold een versoepelde toepassing van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Deze was mogelijk voor alle gevallen van tijdelijke werkloosheid, gelinkt aan het coronavirus (bv. sluiting van onderneming, te weinig werk om alle werknemers verder te werk te stellen, bepaalde quarantainemaatregelen,...).

B. Tijdelijke werkloosheid na 31 augustus 2020

Vanaf 1 september werd er opnieuw een scherper onderscheid gemaakt tussen tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen en omwille van overmacht: de bijzonder hard getroffen ondernemingen en - sectoren konden het versoepeld stelsel tijdelijke overmacht -corona blijven toepassen en dit tot einde 2020. De overige ondernemingen vielen terug op de de gewone regels inzake tijdelijke werkloosheid wegens, naargelang het geval, economische redenen dan wel de gewone overmacht (ingeval van werkloosheid ten gevolge van quarantaine of gebrek aan kinderopvang).

C. Tijdelijke werkloosheid na 1 oktober 2020

Omwille van de gevolgen van de opnieuw exponentiële besmettingscurve werd beslist om met terugwerkende kracht per 1 oktober het versoepelde regime dat voor alle ondernemingen kon toegepast worden tot 31 augustus 2020 opnieuw in te voeren tot en met 31 maart 2021.

Ter herinnering
deze terugkeer naar de situatie voor 31 augustus betekent dat bij beroep op de tijdelijke werkloosheid in het versoepelde regime corona overmacht:

  • De werkgever enkel een ASR scenario 5 moet indienen;
  • De reden van tijdelijke werkloosheid niet voorafgaandelijk moet meegedeeld worden aan de RVA;
  • De eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand niet moet worden meegedeeld aan de RVA;
  • Er geen ontroleformulier C3.2A moet worden afgeleverd;
  • Er geen verplichte inschrijving is van het controleformulier C3.2A in het validatieboek;
  • De werkloosheidsuitkering 70% van het begrensd loon (€ 2.754,76/maand) bedraagt, aangevuld met een aanvulling door de RVA van € 5,63/dag;
  • Een verlaagde bedrijfsvoorheffing van 15% op de werkloosheidsuitkering geldt;
  • Geen beroepsverleden moet worden bewezen.

Het versoepelde regime corona overmacht geldt (mits bijkomende procedure) ook voor de individuele gevallen van werknemers in quarantaine, voor de opvang van een kind omdat de crèche, de school of het opvangcentrum voor gehandicapten gesloten is omwille van het coronavirus, en voor werknemers die niet kunnen werken omwille van de opvang van een kind omdat het kind in quarantaine is.

Meer informatie vindt u op de website van de RVA (www.rva.be)

Ter herinnering: sinds juli gelden nieuwe interne informatieverplichtingen voor de werkgever die zich beroept op de tijdelijke werkloosheid corona overmacht.

Zowel de federale overheid als de regionale overheden voorzien in steunmaatregelen voor de getroffen ondernemingen en werknemers.

De COVID-19-problematiek wordt bv. aanvaard als een factor die minnelijke betalingstermijnen mogelijk maakt voor de socialezekerheidsbijdragen voor het derde en vierde kwartaal van 2020.eVoor andere federale steunmaatregelen voor ondernemingen en voor werknemers: zie de categorieën Juridisch, Economie en Fiscaliteit/financiën binnen deze FAQ.

Voor regionale steunmaatregelen voor ondernemingen en werknemers: zie categorieën Brussel, Vlaanderen en Wallonie binnen deze FAQ.

Voor Europese steunmaatregelen: zie categorie Europa binnen deze FAQ.

Telewerk is verplicht tenzij het niet mogelijk is. In dat laatste geval is de werkgever verplicht de medewerkers die niet kunnen telewerken een attest te bezorgen of een ander bewijsstuk dat de noodzaak van de aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.

Er geldt een nachtklok. Eén van de uitzonderingen op deze nachtklok is het woon-werk verkeer en de dienstverplaatsingen. De politiediensten kunnen de werknemer tijdens die verplaatsingen om een bewijsstuk vragen.

Hier vindt u een model van attest.

Wanneer een werknemer ziek is tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid, heeft hij geen recht (meer) op een werkloosheidsuitkering. De werknemer heeft enkel recht op gewaarborgd loon voor de ziektedagen die niet samenvallen met de dagen tijdelijke werkloosheid. Voor de overige ziektedagen zal hij uitkeringen ontvangen van het ziekenfonds.

Maw : de werkgever betaalt voor de periode van tijdelijke werkloosheid geen (gewaarborgd) loon, ongeacht of de werknemer ziek wordt tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid of dat de ziekte reeds voordien was begonnen. De zieke werknemer ontvangt tijdens deze periode wel een uitkering, weliswaar niet van de RVA (zoals zijn niet zieke collega's), maar van het ziekenfonds.

De uitkeringen van het ziekenfonds werden tot 31 maart 2021 in overeenstemming gebracht met de (verhoogde) uitkeringen die de RVA uitkeert aan werknemers in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.

Het KB nr. 46 van 26 juni 2020 voorziet in 3 maatregelen voor ondernemingen die erkend zijn als in herstructurering of in moeilijkheden:

  • tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering, met toekenning van een forfaitaire vermindering van RSZ-bijdragen
  • een corona-tijdskrediet (voor meer informatie: zie de infobladen T 23 en E 33 van de RVA)
  • de coronalandingsbaan (voor meer informatie: zie het infoblad T 24 van de RVA).

Voor de aanvraag van deze maatregelen moet een modelformulier worden ingevuld om erkend te worden als onderneming in moeilijkheden of herstructurering. Dit moet worden ingediend bij de FOD WASO. Meer informatie vindt u op de website van de FOD WASO (https://werk.belgie.be/nl/nieuws/modelformulier-voor-aanvraag-tijdelijke-corona-maatregelen-beschikbaar)

Neen, de naam van een besmette werknemer kan niet worden gecommuniceerd aangezien dit in strijd is met de volgende principes :

  • Vertrouwelijkheid
  • Minimale gegevensverwerking (deze gegevens zijn enkel te gebruiken voor het personeelsbeheer, meer bepaald arbeidsongeschiktheid)

Bovendien zou het communiceren van de identiteit niet proportioneel zijn aangezien er andere minder privacy-intrusieve maatregelen mogelijk zijn ter preventie :

  • Informeer de werknemers van een besmetting (zonder de identiteit te vermelden).
  • Informeer de werknemers over de genomen maatregelen door de werkgever of de persoon zelf om de verspreiding van het virus te voorkomen
  • Herinner de werknemers er aan dat het belangrijk is om spoedig contact op te nemen met de werkgever in geval van een (vermoedelijke) besmetting om verdere verspreiding te kunnen tegengaan.

Zie ook de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van Corona.

Moet de werkgever tussenkomen in de kosten ?

Bij telewerk is het niet vereist dat de werkgever een terugbetaling van kosten doet. Wel moet de werkgever de werknemer technisch in staat stellen te telewerken, dwz dat hij de benodigde apparatuur ter beschikking moet stellen, er moet worden voorzien in installatie en onderhoud van de apparatuur en de (internet)verbinding. Indien de werknemer diens eigen apparatuur gebruikt (Work with your own device -minder gebruikelijk, maar het komt voor) , moet er een bijdrage van de werkgever in de kosten van de eigen apparatuur worden afgesproken. RSZ en fiscus laten ingeval van de Work with your own device-formule een vrijgesteld forfait tot € 20/maand voor een bijdrage in de kosten van een privé-internetverbinding. Hetzelfde maximumbedrag van € 20/maand geldt voor de werkgeversbijdrage in de kosten de privé PC (inclusief randapparatuur en software).

Kan de werkgever tussenkomen in de kosten

Kan de werkgever tussenkomen in de kosten van het telewerk buiten de al genoemde bedragen waarbij de werknemer zijn of haar eigen apparatuur gebruikt ? Dit kan, maar het is niet verplicht.

De medewerker die regelmatig en structureel telewerkt, maakt immers ook bureaukosten (d.i. kosten voor de inrichting en het gebruik van een bureau, printer- en computermateriaal, kantoorbenodigdheden, nutsvoorzieningen zoals water, elektriciteit en verwarming, onderhoud, verzekering, onroerende voorheffing, ...). Fiscus en RSZ aanvaarden dat eenieder die regelmatig en structureel telewerkt een bedrag van maximum € 129,48/maand wordt toegekend.

De fiscus publiceerde hierover een omzendbrief. Wie toepassing wil maken van deze omzendbrief, moet aan alle medewerkers hetzelfde bedrag (maximum € 129,48/maand) geven.

Wat is ‘regelmatig en structureel telewerk ’?

Volgens de fiscus is er sprake van regelmatig en structureel telewerk vanaf 5 werkdagen per maand Voor de RSZ volstaat het om minstens één keer per week thuis te werken, enkele uren meerdere keren per week thuis te werken of, één volledige week elke maand. Noteer dat de fiscale omzendbrief de mogelijkheid om een ruling te vragen inzake een vergoeding voor telewerk onverlet laat. De werkgever die niet eenzelfde bedrag wenst te hanteren maar het bedrag wil differentiëren tussen de verschillende functiecategorieën moet immers een ruling aanvragen.

Ja.

Bovenop de RVA uitkering van 70 % en het RVA supplement gaat het om :

  • Voor de arbeiders PC 111: 12,07 € per werkloosheidsuitkering, betaald door het FBZ arbeiders
  • Voor de bedienden PC 209 wordt hetzelfde bedrag van 12,07 € per werkloosheidsuitkering betaald door de werkgever, en dit tot 31.3.2021

Ja.

Arbeiders in de non-ferrosector (PC 105) die, op het ogenblik dat zij tijdelijk werkloos worden gesteld, minstens 15 dagen dienst tellen in de onderneming, hebben bij toepassing van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht recht op een aanvullende werkloosheidstoeslag van 6,23 EUR voor elke werkloosheidsdag waarvoor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een volledige werkloosheidsuitkering toekent met een maximum van 4 weken per geval. Dit bedrag wordt met de helft verminderd voor de dagen waarop de RVA een halve werkloosheidsuitkering toekent.

Voor de bedienden van de non-ferrosector (PC 224) is op sectorniveau geen aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid voorzien. Het is niet uitgesloten dat op ondernemingsniveau toch een aanvullende vergoeding betaald wordt.

Pro memorie: ook de arbeiders en de bedienden van de non-ferrosector krijgen in geval van tijdelijke werkloosheid – coronavirus een tussenkomst ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van € 5,63 per halve/ volledige werkloosheidsuitkering.

Bron (voor de regeling van de arbeiders): cao van 2 september 2019 tot wijziging van de cao van 27 april 2005 betreffende het sectoraal stelsel van de bestaanszekerheid.

Er zijn geen sectorale afspraken in PC200 gemaakt rond tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Medewerkers in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht hebben echter wel recht op de tussenkomst ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van € 5,63 per volledige werkloosheidsuitkering.

Het is niet uitgesloten dat op ondernemingsniveau toch een aanvullende vergoeding betaald wordt of periodes van tijdelijke werkloosheid voor bepaalde zaken worden gelijkgesteld met gewerkte dagen.

Er zijn geen sectorale afspraken in PC219 gemaakt rond tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Medewerkers in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht hebben echter wel recht op de tussenkomst ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van € 5,63 per volledige werkloosheidsuitkering.

Het is niet uitgesloten dat op ondernemingsniveau toch een aanvullende vergoeding betaald wordt of periodes van tijdelijke werkloosheid voor bepaalde zaken worden gelijkgesteld met gewerkte dagen.

Er bestaat momenteel geen vaccin tegen het coronavirus. Uw medewerkers, contractors en bezoekers moeten de nodige hygiënevoorschriften toe te passen:

Uw externe dienst voor preventie en bescherming kan u zeker en vast de nodige affiches en richtlijnen bezorgen m.b.t. algemene hygiënevoorschriften.

  • Regelmatig de handen wassen, ook na contact met voorwerpen of oppervlakken die door anderen beroerd zijn. Indien nodig kunnen wegwerphandschoenen gebruikt worden;
  • Vermijd het aanraken van ogen, neus en mond met ongewassen handen.
  • Vermijd nauw contact met zieke mensen.
  • Blijf thuis als u ziek bent.
  • Hoest of nies in de elleboogplooi en niet in de hand. Gebruikte papieren zakdoeken gooit u meteen in de vuilbak.
  • Reinig en desinfecteer regelmatig voorwerpen en oppervlakken die vaak door veel werknemers worden aangeraakt:
    • Klinken, trapleuningen;
    • Vlakken van deuren die ook aangeraakt worden:
    • Automaten die gezamenlijk gebruikt worden;
    • Waterbidons (knoppen);
    • Toiletten (deurklinken, knoppen, lavabo's en kranen);
    • Drukknoppen van liften;
    • Gedeelde toetsenborden, muizen,…
    • ...
  • Reinig en ontsmet voertuigen en mobiele arbeidsmiddelen (camionettes, heftrucks, elektrische transpaletten,…) bij wissel van chauffeur;
  • Laat werknemers zoveel mogelijk met hun eigen materiaal werken. Geef geen gereedschap door aan collega's. Indien dit niet mogelijk is, ontsmet deze arbeidsmiddelen voor gebruik door een andere collega;

Lees meer informatie in onze nota: besmetting voorkomen en aanpakken

  • Isoleer de betrokken werknemer en laat hem een mondneusmasker dragen.
  • De betrokken werknemer moet zo snel mogelijk naar huis gaan en telefonischLaat hem contact nemen met zijn huisarts.
  • Vraag hem de adviezen van de huisarts op te volgen.
  • Vraag advies aan de arbeidsarts.

Wil u meer weten? Raadpleeg onze toelichting.

Ja, maar in eerste instantie dienen maximaal de regels van social distancing toegepast te worden.

In de situaties waar de 1,5 meter niet kan worden gerespecteerd en na uitputting van de organisatorische maatregelen en de collectieve beschermingsmiddelen, kan het dragen van mondneusmaskers als bijkomende maatregel nodig zijn, in samenhang met andere preventiemaatregelen en met respect voor de preventiehiërarchie. Om effect te hebben, moeten deze maskers bovendien correct gedragen en afgezet worden. 

Voor meer informatie over mondneusmaskers verwijzen we naar volgende FAQ: 'Mijn medewerkers moeten mondmaskers dragen. Waar moet ik op letten?'

Raadpleeg ook onze brochure rond het correct dragen van een mondneusmasker.

Ook in de generieke gids kan u bijkomende info over mondneusmaskers raadplegen.

We raden u aan om een werknemer die de symptomen vertoont telefonisch contact te laten opnemen met zijn arts.

Als werkgever kan u uw medewerkers niet testen. De arts zal bepalen wat de noodzakelijke stappen zijn.

Een groep Belgische experten heeft procedures uitgewerkt die aan al onze huisartsen en ziekenhuizen werden gestuurd. Zo weten zij hoe ze snel een patiënt die mogelijk besmet is met het coronavirus kunnen herkennen en wat ze in dat geval moeten doen. Richtlijnen voor huisartsen, ziekenhuizen en specialisten, laboratoria en andere gezondheidswerkers vindt u hier: https://covid-19.sciensano.be/nl/covid-19-procedures

Sinds midden maart zijn we omringd door het coronavirus. Het virus heeft gezorgd voor een toevloed aan voorstellen van preventiemaatregelen om besmettingen buiten de onderneming te houden én om de werknemers zo goed mogelijk te beschermen.

Eén van de maatregelen die sinds de aanvang van deze crisis op de agenda van verschillende bedrijven stond, was het meten van de lichaamstemperatuur van de werknemers (en ook van de bezoekers). Gesteund door een positief advies van de FOD (antwoord ontvangen op 3 maart) waren een aantal bedrijven met deze metingen gestart.

Enkele weken geleden hoorden we echter van enkele lidbedrijven dat de arbeidsinspectie een verbod oplegde voor deze metingen. Agoria heeft de arbeidsinspectie hierop aangesproken.

Als antwoord hierop heeft de FOD gereageerd door een gewijzigd standpunt te publiceren op zijn site: https://werk.belgie.be/nl/faqs/vragen-en-antwoorden-coronavirus (onder de rubriek 'Welzijn op het werk': vraag "Mag ik, als werkgever, de lichaamstemperatuur meten van werknemers die de onderneming binnenkomen").

Kort samengevat: de werkgever mag de temperatuur niet meten, maar uitzonderlijk (in coronatijden) kan dit wel mits inschrijving in het arbeidsreglement (via de normale procedure).

Bedrijven die reeds eerder deze maatregel hebben ingevoerd, kunnen met hun vragen terecht bij onze experts An Goethals (an.goethals@agoria.be), Geert Verschraegen (geert.verschraegen@agoria.be), Bart Snels (bart.snels@agoria.be) en Geert De Prez (geert.deprez@agoria.be).

Wat met de privacy van de werknemer/bezoeker van de onderneming indien temperatuurmetingen worden ingevoerd?

Wanneer een organisatie vragen stelt aan bezoekers of werknemers in verband met het COVID-19 / coronavirus (bv. 'Heeft u contact gehad met personen die besmet zijn?' of 'Vertoont u ziektesymptomen?') of zelf testen zoals temperatuurmetingen uitvoert, is dat een aantasting van hun privacy.

De regelgeving betreffende gegevensbescherming (GDPR) is niet van toepassing wanneer persoonsgegevens niet worden verwerkt in een bestand (in een bepaalde structuur zodat ze makkelijk terug te vinden zijn: bv. een bepaalde map of folder, alfabetisch, chronologisch, op naam). Dit komt erop neer dat de GDPR niet van toepassing is wanneer men mondeling de vraag stelt of iemand aanwezig is geweest in een getroffen gebied en wanneer men nergens schriftelijk/elektronisch enige nota neemt van de antwoorden.

Dus het louter opnemen van de lichaamstemperatuur van werknemers en/of bezoekers beschouwt men niet als de verwerking van persoonsgegevens voor zover de resultaten van de metingen niet worden geregistreerd of genoteerd.

De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit bevestigt dit in haar FAQ en stelt eveneens dat in ieder geval de arbeidsarts de personen dient op te volgen waarvan de werkgever een vermoeden heeft dat zij werden blootgesteld aan en/of symptomen vertonen van Covid-19 / Corona.

Dit neemt echter niet weg dat de privacy van de betrokkene wel kan worden aangetast door vragen te stellen over zijn persoonlijke situatie of temperatuurmetingen uit te voeren (het gevoel de persoonlijke bubbel te betreden).

De impact op de betrokkene dient proportioneel te zijn en beperkt tot het strikt noodzakelijke. Om de proportionaliteit van de door de organisatie genomen maatregelen zoveel mogelijk te waarborgen, stellen we de volgende acties voor bij het invoeren van temperatuurmetingen:

1) Pleeg overleg in de ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

  • Welke vragen zullen worden gesteld aan de werknemers / bezoekers?
  • Welke maatregelen beoogt men te nemen (afstandstemperatuurmeter)?
  • Welke communicatie zal worden meegedeeld aan de werknemers / bezoekers?
  • Volgens de gewijzigde visie van de FOD zou de mogelijkheid tot temperatuurmetingen ook dienen opgenomen te worden in het arbeidsreglement

2) Communicatie naar en vragen aan de werknemers / bezoekers

  • Meld voorafgaandelijk aan het bezoek (bv. de dag of enkele dagen voordien) dat er vragen zullen worden gesteld aan de bezoekers / werknemers m.b.t. een mogelijke besmetting met het Corona-virus of dat temperatuurmetingen worden uitgevoerd.
  • Informeer duidelijk over de concrete en praktische uitvoering van de temperatuurmetingen.
  • Wijs de betrokkenen op de belangen van preventie, de algemene volksgezondheid en vitale belangen van elkeen bij het stellen van de vragen en/of het nemen van de maatregelen, zodat de betrokkene het belang ervan begrijpt en ermee instemt om de gevraagde informatie te verstrekken.
  • Verkrijg de geïnformeerde toestemming van de betrokkene. Deze zal bestaan in het beantwoorden van de vraag of het toelaten van de temperatuurmeting.
  • Informeer de betrokkene dat de informatie vertrouwelijk zal worden behandeld, bijvoorbeeld doordat slechts enkele personen toegang krijgen tot die informatie. Verzeker de betrokken werknemer dat diens naam niet kenbaar gemaakt zal worden.
  • Stel JA / NEE-vragen.

3) Maatregelen: gebruik van een afstandstemperatuurmeter

  • Maak slechts gebruik van een afstandstemperatuurmeter na overleg met de arbeidsarts.
  • Gebruik een betrouwbare (geijkte) temperatuurmeter.
  • Na overleg met de arbeidsarts de temperatuur instellen zodat de temperatuurmeter het volgende resultaat weergeeft (in plaats van de temperatuur zelf): GROEN / ROOD of OK / NIET OK.
  • Zijn er verdere onderzoeken vereist op basis van de resultaten, contacteer dan de arbeidsarts zodat deze de onderzoeken kan uitvoeren.
  • Informeer de betrokkene dat elke informatie vertrouwelijk zal worden behandeld, bijvoorbeeld doordat slechts enkele personen toegang krijgen tot die informatie. Verzeker de betrokken werknemer dat diens naam niet kenbaar gemaakt zal worden.

4) Maak enkel gebruik van de maatregelen, zoals temperatuurmetingen, gedurende de periode van verstrengde maatregelen in het kader van de Corona-crisis en ter voorkoming van besmetting

5) Het meten van de temperatuur doet geen afbreuk aan de social distancing maatregel !

6) Maak geen aantekeningen van de antwoorden op de vragen, noch van de resultaten van de temperatuurmeter.

7) Bewaar aanwezigheidslijsten (dus niet de antwoorden op vragen of resultaten van temperatuurmeters) gedurende 40 dagen om:

  • eventuele bronnen van besmettingen op te sporen;
  • preventieve maatregelen te kunnen nemen (mensen isoleren/waarschuwen).

Het coronavirus raakt ook in Vlaanderen steeds meer verspreid. En in het belang van onze maatschappij en economie is het dan ook belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt om deze crisis zo goed mogelijk het hoofd bieden. Voor veel bedrijven is er weliswaar een ernstige impact. Om onze bedrijven zoveel als mogelijk bij te staan, te ondersteunen en te voorkomen dat ze in zware financiële problemen komen nam de Vlaamse Regering een aantal corona specifieke maatregelen.

Meer info over de genomen maatregelen via de subsidiedatabank.

Maatregelen

1) Crisiswaarborg

De Vlaamse regering trekt (voorlopig) 100 miljoen euro uit voor crisiswaarborgen. Op die manier kunnen ondernemingen en zelfstandigen in deze crisisperiode ook voor bestaande schulden een overbruggingskrediet laten waarborgen door de Participatie Maatschappij Vlaanderen. Wie gebruik wil maken van een financieringsvraag op basis van de corona-waarborgregeling, dient contact op te nemen met de bank of leasingmaatschappij. Zij beslissen na analyse of uw financiering in aanmerking komt voor een waarborg. U zal daarbij moeten aantonen dat de financieringsvraag een gevolg is van de coronacrisis. De bestaande waarborgregeling bij PMV/z wordt tot eind dit jaar uitgebreid voor de financiering van schulden tot 12 maand en de premie bedraagt 0,25% van het totale bedrag.

Meer info: Corona uitbreiding

2) Gigarant capaciteit opgetrokken van 1,5 miljard naar 3 miljard euro (nieuw)

De waarborgen boven de 1,5 miljoen euro - de zogenaamde Gigarant-waarborgregeling - worden gebruikt om bankiers te ondersteunen bij financieringsvraagstukken die vandaag moeilijker alleen te beantwoorden zijn. Gigarant beschikt vandaag over een waarborgcapaciteit van 1,5 miljard euro. Die capaciteit wordt nu opgetrokken tot maar liefst 3 miljard euro. Gigarant zal op die manier een aangepaste COVID-19 waarborg in de markt kunnen zetten die meer flexibiliteit biedt.

  • De COVID-19 waarborg wordt enkel toegekend voor de financiering aan een onderneming die op 31 december 2019 geen onderneming in moeilijkheden was (bij de standaard waarborg ligt de evaluatie op het moment van toekenning);
  • De termijn bedraagt maximaal 6 jaar;
  • Voor deze crisiswaarborg wordt de, bij toekenning te betalen premie verlaagd in vergelijking met de huidige Gigarant premie;
  • Er wordt gezorgd voor een goede spreiding van het risico tussen banken en overheid;
  • Het bedrag van de COVID-19 gewaarborgde financiering wordt per onderneming tijdelijk beperkt conform de Europese regelgeving (het dubbele van de totale jaarlijkse bruto loonmassa 2019 of 25% van de totale omzet 2019 of mits een gepaste rechtvaardiging de liquiditeitsbehoefte voor de komende achttien maanden voor een KMO en voor de komende twaalf maanden voor een grote onderneming);
  • Dossiers die onder het toepassingsgebied van het federale 'corona-akkoord' vallen worden wel uitgesloten van de Gigarant-waarborg.

3) Achtergestelde leningen voor KMOs en starters (nieuw)

De Vlaamse regering voorziet 250 mio euro om via PMV achtergestelde leningen op een termijn van 3 jaar aan een verlaagde rentevoet toe te kennen. Deze maatregel is specifiek voor KMOs, maar de nadruk ligt expliciet op start-up en scale-up bedrijven. De maatregel focust ook op bedrijven die (terug) actief zijn en met meer dan 80% van hun personeel aan de slag zijn. Dit moet de heropstart van de economie bevorderen.

Het systeem van achtergestelde leningen wordt via de PMV geoperationaliseerd. Contacten met PMV bevestigen dat de achtergestelde lening voorbehouden wordt voor zgn. levensvatbare bedrijven. Concreet betekent dit dat men achterstallige betalingen van BTW, RSZ en bedrijfsvoorheffingen voor 31 december 2019 zal nagaan. Ook faciliteert PMV het contact met de banken om een optimale financieringsmix te kunnen voorstellen aan getroffen bedrijven.

PMV wenst snel een landingspagina online te plaatsen waarop alle details m.b.t. de voorwaarden en aanvraagprocedure op gecommuniceerd zullen worden. Wij houden eraan om u hierover zo snel mogelijk te informeren.

4) Hinderpremie

De hinderpremie kan enkel worden aangevraagd door ondernemingen die verplicht moeten sluiten. Dit zijn vnl. de horeca zaken en niet-essentiële winkels. Er kan ook slechts 1 premie per ondernemingsnummer worden aangevraagd. Bij volledige sluiting kan een eenmalige premie van 4000 euro worden bekomen, na 5 april komt daar een forfaitaire vergoeding van 160 euro per dag bovenop. Via de website van Vlaio kan de hinderpremie worden aangevraagd.

Meer info: Corona hinderpremie

5) Aanvullende compensatieregeling (nieuw)

De Vlaamse regering heeft beslist om de bestaande corona-hinderpremie uit te breiden met een aanvullende compensatiepremie voor ondernemingen die niet verplicht moeten sluiten ingevolge de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad maar toch een omzetverlies van 60 procent of meer kunnen aantonen voor de periode tussen 15 maart 2020 en 30 april in vergelijking met dezelfde periode het jaar voordien. Voor starters wordt gewerkt met een omzetdaling van –60% t.o.v. het neergelegde financieel plan. Ook zelfstandigen, zelfstandigen in bijberoep en vzw's kunnen in aanmerking komen. Het betreft een éénmalige compensatiepremie van € 3000 euro. Er zijn max. 5 premies per onderneming mogelijk, als er meerder exploitatiezetels per onderneming zijn.

De aanvraag zal verlopen via een online applicatie op de website van Vlaio. Meer informatie is op vandaag nog niet beschikbaar, maar verschijnt hier zodra er meer nieuws is.

6) Flexibiliteit naar voorwaarden innovatie subsidies en versnelde goedkeuring en uitbetaling

Ondernemingen die ten gevolge van de crisis het moeilijk krijgen om de termijnen na te komen die voorzien zijn bij bepaalde subsidies van het VLAIO, kunnen met het agentschap in overleg gaan over de mogelijkheid van de verlenging van deze termijnen.

Daarnaast kunnen KMOs vanaf nu ook beroep doen op de kmo-groeisubsidie. De kmo-groeisubsidie ondersteunt kmo's bij het verwerven van de ontbrekende strategische kennis die nodig is voor het realiseren van hun groeitraject bij een belangrijk kantelmoment. Die kennis in huis halen kan via een externe adviseur en/of het aanwerven van een strategisch profiel. Het verkennen van nieuwe markten of het herbekijken van de bevoorradingsketen ten gevolge van het corona-virus kan als 'kantelpunt' aanvaard worden.

Meer info over de KMO groeisubsidie: Kmo-groeisubsidie

Vlaio verbindt er zich ook toe een nieuwe verkorte procedure uit te werken voor de evaluatie van ontwikkelingsprojecten met steunaanvraag van minder dan 250.000€. De eerste resultaten bij Vlaio wijzen erop dat deze projecten nu in 4 à 6 weken tijd zouden kunnen worden beslist. Ook de betalingen van de eerste schijf zal versneld worden uitgevoerd. Tenslotte heeft Vlaio net ook zijn interne procedures en opvolging verscherpt om projecten die afgelopen zijn, sneller af te rekenen en uit te betalen.

7) Uitstel inning onroerende voorheffing

De Vlaamse regering heeft beslist om de aanslagbiljetten voor de betaling van de onroerende voorheffing pas in september te versturen waardoor ondernemers tijdelijk wat meer ademruimte krijgen.

8) Initiatief VDAB om plotse personeelstekorten in essentiële sectoren in te vullen

VDAB heeft een platform aangemaakt, waar vb. mensen in tijdelijke werkloosheid zich kunnen aanmelden voor een job in die sectoren waar nu extra personeel nodig is.

Als werkgever kun je via mijn VDAB gratis een vacature opmaken met in de titel #covid19

Meer info via deze link: https://werkgevers.vdab.be/coronacrisis/vacatures

9) Tijdelijke werklozen door Coronacrisis krijgen 1 maand water- en energiefactuur vergoed door Vlaamse overheid

Alle werknemers die zich op of na 20 maart in het statuut tijdelijk werkloos wegens COVID-19 bevinden en die gedomicilieerd zijn in het Vlaams gewest kunnen rekenen op een tussenkomst in hun water en energiefactuur.

Het is de bedoeling dat de Vlaamse overheid via informatie van de RVA - Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening komt tot een automatische en rechtstreekse storting van het bedrag op de rekening van de werknemer. De werknemer hoeft hiervoor niets te doen. De volledige vergoeding wordt uitgekeerd aan alle werknemers de tijdelijk werkloos zijn ongeacht het aantal dagen.

De tussenkomst wordt gebaseerd op een gemiddelde water- en energiefactuur van alle huishoudens. Op die manier kan de tussenkomst het snelst gestort worden.

Deze vergoeding bedraagt in totaal 202,68 € en is als volgt samengesteld:

  • voor water 30,77 euro
  • voor de verwarmingskosten 95,05 euro
  • voor de elektriciteitskosten 76,86 euro

Meer info via deze link: https://www.vlaanderen.be/water-en-energievergoeding-bij-tijdelijke-werkloosheid-door-covid-19/wie-komt-in-aanmerking-voor-de-water-en-energievergoeding-bij-tijdelijke-werkloosheid-door-covid-19

10) Uitbreiding aanmoedigingspremie voor werknemers van ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering die deeltijds werken

Vanwege de coronacrisis wordt de regeling betreffende de aanmoedigingspremie tijdelijk aangepast tot 31/12/2020. Ook werknemers van ondernemingen die een substantiële daling kennen van minstens 20% van de omzet, de productie of de bestellingen in de maand voorafgaand aan de onderbreking ten opzichte van dezelfde maand in het jaar voordien komen in aanmerking.

Meer info via deze link: https://www.vlaanderen.be/aanmoedigingspremie-bij-onderneming-in-moeilijkheden-privesector

De Brusselse Regering heeft een serie maatregelen getroffen die de federale maatregelen aanvullen. Deze beslissingen van de Gewestregering omvatten een ondersteuning van in totaal 350 miljoen euro voor bedrijven die het moeilijk hebben, in het bijzonder in de meest getroffen sectoren zoals de horeca, de evenementensector, het toerisme, de kleinhandel en de organisatoren van recreatieve activiteiten.

Een task force van overheidsadministraties en -organisaties werd opgezet, uitgebreid met visit.brussels. De taskforce zal een beroep kunnen doen op de expertise van de verschillende economische sectoren om de realiteit in het veld te leren kennen. De impact van Covid-19 op de Brusselse economie en in het bijzonder op de bedreigde sectoren zal wekelijks gemonitord door door IBSA, in samenwerking met Hub.brussels, Visit.brussels en alle leden van de Task Force.

ONDERSTEUNING CASHFLOW

Sterke ondersteuning van de cashflows van getroffen bedrijven door (via het Brussels Waarborgfonds) overheidsgaranties op bankleningen toe te kennen, voor een totaal bedrag van 20 miljoen euro;

Opmerking: de garantie van Brussel zal een aanvulling vormen op de federale staatsgarantie.

BUITENLANDSE HANDEL

hub.brussels krijgt de opdracht om de gevolgen van het Covid19-virus voor de Brusselse economie en in het bijzonder voor de sterk bedreigde sectoren regelmatig op te volgen. Er wordt nauw samengewerkt met de private actoren. Naar aanleiding van de afgelasting van buitenlandse missies (grote beurzen, missies in risicogebieden) neemt hub.brussels individueel contact op met de bedrijven om hen duidelijke uitleg te verschaffen over de technische details (informatie over de afgelasting, uitleg over de manier waarop hun kosten terugbetaald kunnen worden, enz.). Afhankelijk van de evolutie van de toestand zal hub.brussels alternatieve voorstellen voor de afgelaste missies formuleren.

ONROERENDE VOORHEFFING

Op voorstel van de minister van Financiën en Begroting, Sven Gatz, keurde de regering een ontwerpbesluit goed dat voorziet in een verlenging met twee maanden van de termijnen voor de betaling van de onroerende voorheffing voor het belastingjaar 2020, om de belastingbetaler meer financiële armslag te geven in de huidige context van de gezondheidscrisis van Covid-19. Ook de betalingsvoorwaarden worden versoepeld.

PREMIES

De Brusselse regering heeft zoals de andere gewesten een aantal (eenmalige) premies in het leven geroepen bestemd voor sectoren die verplicht moeten sluiten. Op 16 april besliste de regering een nieuwe eenmalige premie in te voeren: een compensatiepremie van 2.000 euro wordt ingevoerd voor ondernemers en micro-ondernemingen (met 0 tot 5 VTE) die hun activiteit door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus aanzienlijk zagen afnemen. Alle info hierover vindt u op https://1819.brussels/nl/blog/faq-coronavirus-en-ondernemingen-antwoord-op-uw-meest-gestelde-vragen

De creatie van een tweetalige website met alle aanbevelingen en besluiten die de Brusselse regering neemt rond het coronavirus: coronavirus.brussels. Op de website kunnen ook posters gedownload worden in 10 verschillende talen (Frans, Nederlands, Duits, Engels, Spaans, Italiaans, Pools, Roemeens, Turks, klassiek Arabisch). Er zal ook een meertalige postercampagne worden gelanceerd.

OPSCHORTING VAN DE LEZ-BOETES

Ten slotte heeft de Brusselse Regering beslist de datum te wijzigen waarop de verzending van de boetes in het kader van de Low Emission Zone van start gaat (oorspronkelijk gepland voor 1 april 2020) en de verzending van de boetes tijdelijk op te schorten voor de sinds 2018 betrokken voertuigen.

De inwerkingtreding van de boetes wordt uitgesteld tot de eerste dag na de einddatum van de maatregelen die de federale overheid neemt ter bestrijding van de Covid-19 pandemie.

Brussel beschikt sinds 1 januari 2018 over een lage emissiezone die het gebruik van de meest vervuilende voertuigen beperkt om de luchtkwaliteit en de gezondheid van de bevolking te verbeteren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Gezien de crisis die wij momenteel doormaken, moeten alle getroffen burgers de kans krijgen om naar het ziekenhuis te gaan en dienen alle andere verplaatsingen mogelijk gemaakt te worden die essentieel zijn als gevolg van deze pandemie.

Naast de gezondheidsmaatregelen die in overleg met de andere entiteiten zijn genomen, heeft de Waalse regering op initiatief van de minister van Economie Willy Borsus een taskforce opgericht die zich specifiek bezighoudt met de economische uitdagingen die het coronavirus met zich meebrengt. Het doel van deze task force is het informeren, helpen en ondersteunen van Waalse bedrijven die geconfronteerd worden met moeilijkheden in verband met de aanwezigheid van het coronavirus in ons land en in de wereld. Concreet zal de taskforce ervoor zorgen dat de behoeften van de verschillende Waalse economische sectoren in kaart worden gebracht en dat er corrigerende en ondersteunende maatregelen worden voorgesteld.

Deze taskforce verenigt de SPW Économie-Emploi-Recherche, AWEX, SOGEPA, SOWALFIN, SRIW, UWE, UCM, SNI, CGT, WBT, vakbonden (FGTB, CSC, CGSLB) alsook vertegenwoordigers van de Minister van Volksgezondheid Christie Morreale en de Minister van het Openbaar Ambt Valérie De Bue.

De taskforce komt elke week (dinsdag) of eerder indien nodig samen om de situatie van onze bedrijven op de voet te volgen en "continu" de te ondernemen acties te identificeren. De aanpak is dan ook dynamisch en participatief bedoeld. Voor vragen of mogelijke bijdragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: geoffrey.joris@agoria.be.

Op basis van de eerste vergaderingen zijn de volgende maatregelen al goedgekeurd:

  • Informatie: 1890 is het enige referentietelefoonnummer voor Waalse bedrijven en zelfstandigen met vragen over de epidemie, in het kader van de Waalse bevoegdheden. Het zal toegankelijk zijn van 8.00 tot 19.00 uur en zal het mogelijk maken om concrete en passende antwoorden te geven aan bedrijven en zelfstandigen. Meer informatie is ook beschikbaar op: https://www.1890.be/.
  • Bedrijfsthesaurie: SOWALFIN, SOGEPA en SRIW zullen in overleg met de bankensector een antwoord geven op bedrijven met cashflowproblemen in de vorm van een bankgarantie of -lening.
  • Ondersteuning: SOGEPA's monitoring unit zal ondersteuning bieden aan bedrijven die hierom vragen voor meer specifieke problemen in verband met hun sector.
  • Termijnen voor de gewestelijke procedures: de SPW Economie zal de termijnen versoepelen voor ondernemingen die een verbintenis aangaan met het Waalse Gewest (doelstelling in termen van werkgelegenheid, termijn voor de terugbetaling van de steun, ...).

Eventuele nieuwe maatregelen zullen worden besproken tijdens de vergadering van de Corona-werkgroep. Voor elke nieuwe maatregel zal Agoria haar leden onmiddellijk op de hoogte brengen via de nieuwsbrief en deze webpagina.

  • Het nummer "1890" is het unieke referentienummer voor bedrijven en zelfstandigen die een verzoek om informatie over de epidemie in verband met de officiële maatregelen die zijn genomen hebben ingediend (ongeacht het niveau van de autoriteit).
  • Het is een callcenter dat op algemeen niveau informatie zal verstrekken over de genomen maatregelen en dat logischerwijs moet verwijzen naar specifieke diensten voor een meer diepgaande aanpak.
  • Om tijd te besparen en onze leden meer specifieke antwoorden te geven:

    • Indien de vragen betrekking hebben op het sociaal recht: gelieve te verwijzen naar de P&O-diensten van Agoria die rechtstreeks en precies zullen kunnen antwoorden op de vragen die zich voordoen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector.
    • Als de vragen van economische en/of financiële aard zijn: verwijs niet naar P&O-diensten, maar verwijs in functie van de vraag.

De Waalse regering heeft besloten dat de Waalse financiële instrumenten in hun geheel (SRIW, SOGEPA, SOWALFIN) een algemene bevriezing van de uitstaande leningen zullen toestaan tot eind maart 2020. Deze bevriezing kan worden verlengd tot eind april 2020. Deze maatregel zou het mogelijk moeten maken om de financiële lasten van bedrijven te verlichten en op korte termijn geld vrij te maken en zo een sneeuwbaleffect te voorkomen dat rampzalig zou zijn voor de economie.

Om deze maatregel te activeren, neemt u contact op met uw dossierbeheerder binnen de betreffende financiële tool.

De Waalse financiële instrumenten (SOWALFIN, SOGEPA en SRIW) worden ingezet om in overleg met de banksector te reageren op bedrijven in cashflowproblemen door middel van een bankgarantie of -lening.

Op het niveau van Sowalfin bestaan de voorgestelde maatregelen uit het handhaven of vergroten van de beschikbare liquide middelen van de KMO's via :

  • De toekenning van 50% garanties op bestaande kredietlijnen die door banken worden toegekend zonder een initiële SOWALFIN-garantie, met een maximale verbintenis van 500.000 euro, teneinde deze middelen ter beschikking te houden van de betrokken ondernemingen;
  • Het verlenen van 75% garanties op verhogingen van bestaande kredietlijnen (Banken - Invests);
  • Het verlenen van 75% garanties op nieuwe kortetermijnkredietlijnen (Banken – Invests).

Bovendien zal de Sogepa-groep in het kader van haar huidige middelen een enveloppe van 100 miljoen euro vrijmaken om de garanties die SOWALFIN automatisch toekent (aan bedrijven die vóór de crisis gezond waren) aan te vullen; dit om garanties van maximaal 2,5 miljoen euro per begunstigde te bereiken.

Om te kunnen genieten van de tussenkomst van SOWALFIN moet uw bedrijf aan een aantal criteria voldoen:

  • een KMO zijn in de zin van de definitie van de Europese Unie;
  • voldoen aan het onafhankelijkheidscriterium,
  • gevestigd zijn in Wallonië,
  • actief zijn in een in aanmerking komende sector (a priori komen de Agoria-sectoren in aanmerking),
  • niet in financiële moeilijkheden verkeren in de zin van de definitie van de Europese Unie,
  • uw bankorganisatie moet erkend/gecertificeerd zijn door Sowalfin (zie hier de lijst van betrokken banken). 

Sogepa heeft twee soorten maatregelen genomen:

  • Een hefboomeffect op de banksector voorstellen: (1) door een lening toe te kennen die gelijk is aan de leningen die door de banken worden verstrekt om de zeer korte looptijden van de ondernemingen te dekken. Concreet betekent dit dat de bankleningen van SOGEPA het aandeel van de banken die bedrijven ondersteunen, zullen verdubbelen. Maar ook (2) door de overheidsgaranties voor bankleningen met 75% te versterken.
  • Dringend de cashflow van bedrijven ondersteunen met een lening van 200.000 euro. Concreet zal SOGEPA, om tegemoet te komen aan de dringende cashflowbehoeften van bedrijven, leningen zonder private tegenhanger aanbieden voor een maximumbedrag van 200.000 EUR met een aflossingsvrije periode van 1 jaar en een vaste rentevoet van 2%.

Bovendien zal de Sogepa-groep in het kader van haar huidige middelen een budget van 100 miljoen euro vrijmaken:

  • Om de garanties die SOWALFIN automatisch toekent (aan bedrijven die vóór de crisis gezond waren) aan te vullen: teneinde garanties te bereiken voor een maximumbedrag van 2,5 miljoen euro per begunstigde.
  • Voor ondernemingen in moeilijkheden: Garantie van 75% van maximaal 2,5 miljoen euro per begunstigde

Ter herinnering, Sogepa staat ten dienste van ondernemingen in moeilijkheden (faillissement, gerechtelijke reorganisatie, ...) en is gemachtigd door de Waalse regering. Het is daarom noodzakelijk dat de regering Sogepa toestemming geeft om in te grijpen in een specifiek project. Onafhankelijk van deze fase.

Als u deze maatregelen wilt activeren, neem dan rechtstreeks contact op met Sogepa. Er zijn drie mogelijke scenario's:

  • Als uw bedrijf al wordt ondersteund door Sogepa, neem dan contact op met de beheerder die verantwoordelijk is voor uw dossier.
  • Indien uw bedrijf een bankgarantie wenst aan te vragen bij Sogepa, wordt de aanvraag verstuurd door uw bank, die uw aanvraag rechtstreeks zal beheren met Sogepa.
  • Voor alle andere aanvragen (zoals nieuwe aanvragen voor kapitaal of leningen) kunt u rechtstreeks contact opnemen met Sogepa of uw aanvraag sturen naar contact@sriw.be.

Op het niveau van de SRIW is een pakket maatregelen vastgesteld voor zowel de garantieactiviteiten als de toekenning van kredieten/aandelenparticipaties.

Wat de toekenning van garanties betreft, wordt voorgesteld om, met inachtneming van het algemene plafond van 1.500.000 euro per begunstigde, in de volgende gevallen automatisch een garantie van 75% toe te kennen:

  • Het garanderen van bestaande kortlopende kredietlijnen die door banken zonder de garantie van het Waalse Gewest zijn toegekend; dit om deze middelen ter beschikking te kunnen houden van ondernemingen die door de Covid-crisis zijn getroffen.
  • Garanderen dat er op korte termijn een verhoging komt van de lijnen die aan bedrijven worden toegekend om hen door deze crisisperiode heen te helpen. Bovendien zou de toekenning van moratoria op leningen op middellange termijn kunnen worden beschouwd als een verhoging van de kredietlijnen op korte termijn.

Tegelijkertijd past de SRIW haar concept van "onderneming in moeilijkheden" aan aan de nieuwe Europese definitie, d.w.z. :

  • Het eigen vermogen wordt gereduceerd tot minder dan de helft van het aandelenkapitaal, waarvan meer dan een kwart verloren is gegaan in de afgelopen 12 maanden.
  • De voorwaarden voor onderwerping aan een collectieve insolventieprocedure zijn vervuld, met name wanneer de onderneming haar toevlucht neemt tot een gerechtelijke saneringsprocedure (PRJ).
  • Waarschuwing: een onderneming die minder dan drie jaar bestaat, wordt eveneens als een onderneming in moeilijkheden beschouwd indien zij aan de twee bovengenoemde voorwaarden voldoet.

Met betrekking tot de verwerving van participaties en leningen heeft de regering besloten om wekelijks een call te doen met de banken (head of corporate) over het toezicht op de participaties en de mogelijke maatregelen die aan beide zijden moeten worden genomen. De Waalse regering zal bij de Federale regering pleiten voor een belastingvrijstelling van de compensaties en schadeloosstellingen. Over dit specifieke aspect is echter nog niets overeengekomen.

Om uw aanvraag in te dienen, neemt u rechtstreeks contact op met de SRIW. Het team van deskundigen zal eerst de documenten specificeren die nodig zijn om uw dossier te bestuderen en zal uiteindelijk bij u terugkomen voor meer informatie. Opgelet: de door de SRIW gesteunde projecten hebben betrekking op aanvragen van meer dan 1 miljoen. Voor projecten onder dit bedrag moet contact worden opgenomen met de lokale investeerders (lijst van de Invests is hier beschikbaar).

Elk financieel instrument in de regio heeft een specifieke doelgroep. Afhankelijk van uw type bedrijf, uw project en het soort hulp dat u zoekt, zult u inderdaad verschillende instanties moeten aanspreken.

Samengevat, en in verband met de specifieke steun die de Waalse regering heeft goedgekeurd in het kader van de ondersteuning van bedrijven die geconfronteerd worden met de economische gevolgen van het Coronavirus, volgt hier een korte samenvatting van de maatregelen die door de financiële instanties  zijn ingevoerd:

  • SOWALFIN: u bent een kmo en u vraagt een lening aan bij een commerciële bank om uw cashflowproblemen te dekken, en uw bank vraagt u een waarborg.U kunt gebruik maken van de ondersteuning die Sowalfin biedt. Bovendien zal Sogepa, in de specifieke context van de Coronavirus-crisis, de garantie die Sowalfin biedt, kunnen aanvullen. Om deze ondersteuning aan te vragen, neemt uw bank rechtstreeks contact op met Sowalfin.
  • SOGEPA: Als u een bedrijf bent dat een transitie ondergaat (faillissement of gerechtelijke herstructurering), kunt u Sogepa's steun aanvragen voor zowel een lening als een garantie.
  • SIRW: Als u een grote onderneming bent en u wenst een garantie te krijgen op kortlopende kredietlijnen of op de verhoging van bestaande kredietlijnen, kunt u steun aanvragen bij de SRIW.

Naast de inspanningen die reeds werden geleverd om de eerste schok van de coronaviruscrisis op te vangen (tijdelijke werkloosheid, uitgestelde betaling van de personenbelasting, bedrijfsvoorheffing, btw en sociale bijdragen), hebben de bankenfederatie Febelfin en de federale regering een akkoord bereikt over bijkomende steunmaatregelen. Enerzijds engageert de financiële sector zich om niet-financiële ondernemingen en zelfstandigen, alsmede hypotheekleners die als gevolg van de coronaviruscrisis betalingsproblemen hebben, kosteloos uitstel van betaling te verlenen tot 30 september 2020.

Daarnaast zal de federale regering een garantieregeling in werking stellen voor alle nieuwe leningen en kredietlijnen met een looptijd tot 12 maanden die de banken toekennen aan levensvatbare, niet-financiële, vennootschappen en zelfstandigen. Dit zal ervoor zorgen dat de financiering van de economie op peil blijft.

De praktische uitvoering van dit besluit zou eind maart moeten kunnen starten. Bedrijven worden uitgenodigd om zo snel mogelijk contact op te nemen met hun bank, zodat er naar gerichte oplossingen gezocht kan worden.

Meer informatie hierover is te vinden op de websites de Febelfin en de NBB .

Agoria heeft ook een taskforce opgericht om haar leden te helpen bij het vinden van adequate oplossingen voor hun liquiditeitsproblemen. Als u hierover vragen heeft, kunt u een e-mail sturen naar patrick.vanhoye@agoria.be.

Naast deze maatregelen heeft de Waalse regering  haar financiële instrumenten (Sowalfin, Sogepa en SRIW) ingezet om leningen en waarborgen toe te kennen (zie vorige vraag voor details) (zie vraag " financiële instrumenten " voor een uitleg van de genomen maatregelen).

  • Er is zelfs een enveloppe van 233 miljoen euro vrijgemaakt om steun te verlenen aan bedrijven die door de Coronaviruscrisis zijn getroffen.
  • Een deel van deze enveloppe wordt toegekend in de vorm van een forfaitaire steun die gericht is op bepaalde specifieke sectoren. Dit betekent dat ondernemingen die onder de door de overheid vastgestelde NACE-codes vallen, hetzelfde bedrag per onderneming ontvangen, ongeacht het specifieke inkomensverlies van de betrokken onderneming.
  • Gelet op de door de regering vastgestelde criteria moeten ondernemingen in de Agoria-sector a priori van deze steun worden uitgesloten.
  • Voor bedrijven uit de Agoria-sector moet de steun van de financiële instellingen (Sowalfin, Sogepa en SRIW) worden aangevraagd.
  • Ter informatie worden hier de details van de door de regering vastgestelde "forfaitaire"-regeling vermeld:
  • EUR 5.000 per bedrijf dat als gevolg van besluiten van de Nationale Veiligheidsraad volledig is gesloten of zijn activiteiten heeft gestaakt; en dat deel uitmaakt van de volgende sectoren:
    • Horeca (NACE-code 55);
    • Huisvesting (NACE-code 56);
    • Activiteiten van reisbureaus, touroperators, reserveringsbureaus en aanverwante activiteiten (NACE-code 79);
    • Detailhandel (NACE-code 47 - exclusief 47.20, 47.62 en 47.73).
  • 2 500 EUR per onderneming die, op grond van besluiten van de Nationale Veiligheidsraad, haar sluitingsdagen moeten wijzigen zonder de hele week gesloten te zijn.
    • Persoonlijke diensten - kappers (NACE-code 96.021).

De ingevoerde methodologie zal in de zeer nabije toekomst in detail worden gecommuniceerd, maar zal worden uitgevoerd via een platform dat op 27 maart 2020 toegankelijk zal zijn. De betalingen zullen vanaf april plaatsvinden.

De door de regering vastgestelde maatregelen zijn inderdaad bedoeld om alle sectoren te dekken. In het geval dat economische en financiële problemen specifiek zijn voor een bepaalde sector, zal de Monitoring Unit van SOGEPA bedrijven begeleiden die daarom vragen. Dit met betrekking tot meer specifieke problemen die verband houden met hun sector.

  • Het goede nieuws is dat de Waalse regering een besluit heeft genomen met betrekking tot de tijdelijke opschorting van de termijnen voor handhaving en beroep die in alle Waalse wet- en regelgeving zijn vastgelegd, of die in het kader daarvan zijn aangenomen.
  • Het toepassingsgebied van dit decreet omvat zowel gewestelijke als lokale termijnen (indien lokale termijnen worden vastgesteld via een gewestelijk wettelijk/regelgevend mechanisme, zoals bijvoorbeeld het geval is voor termijnen voor openbaar onderzoek in het kader van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning)
  • Deze termijnen worden geschorst vanaf 18 maart 2020 en voor een periode van 30 dagen, die tweemaal met dezelfde periode kan worden verlengd.
  • De opschorting van de termijnen belet echter niet dat regionale autoriteiten besluiten blijven nemen, zelfs niet in situaties waarin de termijnen zijn opgeschort.

De regering heeft besloten om de lokale belastingen voor bedrijven en zelfstandigen die door het coronaviruscrisis getroffen zijn, tijdelijk zullen "opteschorten" voor de duur van de door de Nationale Veiligheidsraad opgelegde sluiting. Om de door de gemeenten geleden verliezen te dekken, zal Wallonië de lokale overheden een financiële compensatie toekennen ten belope van het toegekende vrijstelling bedrag (geraamd op : 4 mil€)

Ter ondersteuning van de lokale entiteiten is op 6 april een circulaire aangenomen door de Waalse minister van Lokale Besturen. Deze circulaire bevat onder meer een onvolledige lijst van de betrokken belastingen.

De circulaire kan worden geraadpleegd via de volgende link: Waalse circulaire.

Wat de waterfactuur betreft, heeft de Waalse regering voor alle zelfstandigen, KMO's en bedrijven besloten om op eenvoudig verzoek

  • een spreiding van de betaling van de facturen of uitstel van betaling toe te staan;
  • de herziening van de trimestriële afbetalingen, dit om rekening te houden met de afname van de activiteit;
  • de verlenging van de traditionele aflossingstermijnen;
  • de versnelling van de betalingen door de openbare waterbedrijven ten aanzien van onderaannemers en leveranciers
  • de verlenging van de betalingstermijnen voor de waterbelastingen.

Deze maatregel is echter alleen van toepassing op de Openbare Watermaatschappij (SPGE) en de Waalse Watermaatschappij (SWDE). De regering heeft echter alle waterdistributiebedrijven uitgenodigd om hetzelfde te doen.

De Waalse regering heeft geen enkele beslissing genomen over de elektriciteitsrekening. Gezien de situatie, raden wij u echter aan om contact op te nemen met uw elektriciteitsleverancier om alle mogelijke opties te overwegen en zo de last voor uw activiteit te verlichten.

Een omzendbrief werd door de minister-Président gevalideerd :

  • Over het toekennen van een aanbesteding
    • Als de opdracht gepubliceerd is, wordt voorgesteld de publicatie met een maand uit te stellen
    • Als de opdracht klaar is, maar nog niet is gepubliceerd, wordt voorgesteld om de aanbesteding uit te stellen
    • Indien de offertes worden geanalyseerd, maar de opdracht nog niet gegund is, wordt voorgesteld de geldigheid van de offertes te verlengen, mits dit technisch haalbaar is (bijvoorbeeld, het handhaven van de prijzen in een veranderende economische context)
    • Indien er kennisgeving is gedaan van de opdracht, maar het bevel tot het opstarten van de werkzaamheden niet is gegeven, wordt voorgesteld de opdracht uit te stellen
  • Op het niveau van de uitvoering van de aanbesteding
    • Sommige aanbestedingen kunnen vlot blijven verlopen (op voorwaarde dat social distancing wordt gerespecteerd)
    • Mogelijkheid om deadlines aan te passen (verlenging)
    • Geen toepassing van schadeclausules (financiële boetes voor vertraging) en indien toegepast geweest is, zal er sprake zijn van een terugbetaling
    • Mogelijkheid tot opschorting of zelfs beëindiging van contracten indien het onderwerp van het contract niet langer relevant is
  • Op het niveau van de uitbetalingen, is het de bedoeling van de SPW om de betalingen voort te zetten. Voorlopig geen probleem
  • Voor de heropstart (na de crisis), zal een overleg met de verschillende sectoren voorgesteld worden, om de marktwerking ordelijk te kunnen heropstarten

Voor meer details is de omzendbrief beschikbaar op het portaal voor overheidsopdrachten van het SPW via deze link.

Of u de coronacrisis kunt inroepen als overmacht ten aanzien van uw handelspartners, leverancier of afnemer, moet geval per geval beoordeeld worden. Bij die beoordeling moet u rekening houden met zowel de omstandigheden in de praktijk als de toepasselijke juridische regels.

Qua juridische regels zijn zowel de wet als eventuele afspraken tussen de partijen (bv. in contracten of algemene voorwaarden) belangrijk. Kort samengevat: de wet voorziet een basisregeling die de partijen kunnen aanpassen en uitbreiden. Overmacht kan dus ook ingeroepen worden zelfs indien dit niet wordt geregeld in uw contracten.

  1. Op basis van de wet kunt u overmacht enkel inroepen mits bewijs van de volgende elementen (bewijslast is een belangrijk punt):
    • onvoorzienbare omstandigheden (onvoorzienbaar op het moment van de contractsluiting, dus opletten met nieuwe overeenkomsten);
    • die buiten de wil van de partij plaatsvinden; en
    • de uitvoering van de verbintenis onmogelijk maken (moeilijker, duurder etc. volstaat niet).
  2. Momenteel is de uitvoering van de contractuele verplichtingen vaak toch nog mogelijk. Het opzet van de huidige overheidsmaatregelen (ministerieel besluit van 23 maart 2020, hier beschikbaar ) is om de werkzaamheden zoveel mogelijk te behouden, toch voor zover de veiligheid van de werknemers gegarandeerd blijft door een aantal veiligheidsmaatregelen in acht te nemen (telewerk of social distancing van 1,5 meter). In België mogen ondernemingen open blijven, tenzij de sluiting uitdrukkelijk bevolen is (bv. voor horeca) en voor zover men die veiligheidsmaatregelen neemt (voor "essentiële bedrijven" zijn er zelfs uitzonderingen op die regel).

    De gevolgen van de overmacht zijn afhankelijk van de verplichting in kwestie. Indien de overmacht tijdelijk is en de uitvoering van de verplichting slechts tijdelijk verhinderd is (bv. tijdelijk onmogelijk om een installatie te plaatsen), wordt de uitvoering van de overeenkomst enkel opgeschort. De partijen moeten de overeenkomst opnieuw of verder uitvoeren van zodra de overmachtsituatie voorbij is. Indien de overmacht permanent is en de uitvoering van de verplichting definitief verhinderd is (of dit later geen nut meer heeft), kan de overeenkomst beëindigd worden, in principe met terugbetaling etc. opdat de partijen in de situatie komen alsof de overeenkomst nooit werd aangegaan.

  3. Partijen kunnen bijkomende afspraken maken over overmacht en de gevolgen ervan. Zo kunnen partijen voorbeelden van overmachtsituaties opsommen (zodat hierover geen discussie kan bestaan) en bijkomende situaties aanduiden als overmacht, ook al voldoen die niet helemaal aan de wettelijke voorwaarden. Ook qua gevolgen zijn afwijkende afspraken mogelijk. Zo krijgen de partijen soms de mogelijkheid om de samenwerking te beëindigen indien een tijdelijke overmacht situatie lang aanhoudt (bv. langer dan een maand).

Een tijdelijke opschorting is niet steeds mogelijk. Allereerst is het aangewezen om de afspraken met uw leverancier na te kijken (bv. de contracten of de algemene voorwaarden). Daarnaast is dit afhankelijk van welke verplichtingen de klant wilt opschorten, met name de betalingsverplichting of andere verplichtingen (bv. exclusiviteit ten voordele van de leverancier).

De opschorting met een uitstel van de betalingsverplichting van de koper is enkel mogelijk indien de eigendomsoverdracht plaatsvindt bij de levering. Hierbij moet u een onderscheid maken tussen de overgang van het eigendomsrecht (juridisch, de "eigendom" over de goederen) en de levering van de goederen (fysiek, het "bezit" van de goederen).

De basisregel is dat de eigendomsoverdracht plaatsvindt van zodra er een akkoord is over de goederen en de prijs (bv. wanneer de bestelling wordt bevestigd), zodat de koper op dat moment al moet betalen. Indien de levering dan wordt verhinderd door overmacht, waardoor de koper de goederen niet fysiek in "bezit" krijgt, neemt dit niet weg dat de koper toch moet betalen omdat hij het recht op die goederen (de "eigendom") wel al verkreeg. Het is wel aan de leverancier om het bewijs van de overmachtsituatie te leveren. Om te beoordelen of er sprake is van overmacht vindt u meer informatie bij de vraag "Vormt de coronacrisis een overmachtsituatie? Wat zijn de gevolgen van overmacht?".

Als uitzondering kunnen partijen in een contract wel overeenkomen dat de eigendomsoverdracht pas plaatsvindt bij de levering of zelfs betaling, wanneer de goederen ook fysiek worden overgedragen en betaald (het zogeheten "eigendomsvoorbehoud"). Indien de leverancier dan door overmacht tijdelijk niet kan leveren, kan de klant de betaling inhouden.

De opschorting van andere verplichtingen van de klant (bv. exclusiviteit ten voordele van de leverancier) is in principe wel mogelijk.

In beide gevallen raden we aan om de leverancier zo snel mogelijk en schriftelijk (om bewijsredenen) te informeren, om discussie te vermijden. Daarbij kunt u uitdrukkelijk vermelden dat u de overeenkomst als opgeschort beschouwt en aangeven welke verplichtingen u niet meer zult nakomen (bv. betaling of exclusiviteit).

Tot slot geldt er ook een schadebeperkingsplicht voor de klant. Zelfs indien de leverancier aansprakelijk is en uw schade moet vergoeden, moet u redelijke inspanningen leveren om die schade zoveel mogelijk te beperken.

Dit is niet steeds mogelijk, zeker niet onmiddellijk. Allereerst is het opnieuw aangewezen om de afspraken met uw leverancier na te kijken (bv. de contracten of de algemene voorwaarden). In principe is de laattijdige levering een fout, al volstaat dit niet steeds om een overeenkomst te beëindigen.

Ten eerste rechtvaardigt niet elke fout de beëindiging van het contract, enkel de zwaarwichtige fout. De beoordeling van welke fouten zwaarwichtig zijn en welke niet is niet eenvoudig, al kan het contract bepalen dat een (beperkte) overschrijding van de leveringstermijnen al dan niet geldt als zwaarwichtige fout en zodoende wel of niet volstaat als beëindigingsgrond.

Ten tweede kan de laattijdige levering te wijten zijn aan overmacht, wat wederom de beëindiging kan verhinderen. Het is aan de leverancier om het bewijs van de overmachtsituatie te leveren, dus u kunt dit bewijs eisen. Om te beoordelen of er sprake is van overmacht vindt u meer informatie bij de vraag "Vormt de coronacrisis een overmachtsituatie? Wat zijn de gevolgen van overmacht?".

Ten derde is de definitieve beëindiging van de overeenkomst enkel mogelijk indien de overmacht permanent is en de uitvoering van de overeenkomst definitief verhinderd wordt (of dit later geen nut meer heeft). Indien de overmacht tijdelijk is en de uitvoering van de verplichting slechts tijdelijk verhinderd wordt (bv. tijdelijk onmogelijk om een installatie te plaatsen), wordt de uitvoering van de overeenkomst enkel opgeschort. De partijen moeten de overeenkomst opnieuw of verder uitvoeren van zodra de overmachtsituatie voorbij is. In contracten kan men wel afwijken van deze regel, bv. indien de overmachtsituatie lang aanhoudt (bv. langer dan een maand).

Ten vierde kan men niet onmiddellijk beëindigen, want men dient een aantal stappen te ondernemen. De wet vereist een voorafgaande ingebrekestelling aan de partij die in gebreke is, met de mogelijkheid om die fout recht te zetten binnen een redelijke termijn. Ook voorzien contracten vaak in procedures om fouten aan te kaarten, dus ook dit dient u na te kijken. De beëindiging is slechts gerechtvaardigd indien die stappen werden ondernomen en geen resultaat opleverden. Indien u dit niet doet, is de beëindiging op uw risico en kan dit resulteren in uw aansprakelijkheid.

Tot slot geldt er ook een schadebeperkingsplicht voor de klant. Zelfs indien de leverancier aansprakelijk is en uw schade moet vergoeden, moet u redelijke inspanningen leveren om die schade zoveel mogelijk te beperken.

Dat is meestal mogelijk, maar niet steeds. Ten eerste is het aangewezen om de afspraken met uw dienstverlener na te kijken (bv. de contracten of de algemene voorwaarden).

Ten tweede is de basisregel dat de klant de overeenkomst (en zo de betalingen) kan opschorten indien de dienstverlener tijdelijk geen diensten kan leveren.

We raden aan om de dienstverlener zo snel mogelijk en schriftelijk (om bewijsredenen) te informeren, om discussie te vermijden. Daarbij kunt u uitdrukkelijk vermelden dat u de overeenkomst als opgeschort beschouwt en aangeven welke verplichtingen u niet meer zult nakomen (bv. betaling en/of exclusiviteit).

Tot slot geldt er ook een schadebeperkingsplicht voor de klant. Zelfs indien de dienstverlener aansprakelijk is en uw schade moet vergoeden, moet u redelijke inspanningen leveren om die schade zoveel mogelijk te beperken.

Dit is niet steeds mogelijk, zeker niet onmiddellijk. Wederom is het aangewezen om de afspraken met uw dienstverlener na te kijken (bv. de contracten of de algemene voorwaarden). In principe is de laattijdige dienstverlening een fout, al volstaat dit niet steeds om een overeenkomst te beëindigen.

Ten eerste rechtvaardigt niet elke fout de beëindiging van het contract, enkel de zwaarwichtige fout. De beoordeling van welke fouten zwaarwichtig zijn en welke niet is niet eenvoudig, al kan het contract bepalen dat een overschrijding van de uitvoeringstermijnen al dan niet geldt als zwaarwichtige fout en zodoende wel of niet volstaat als beëindigingsgrond.

Ten tweede kan de laattijdige uitvoering te wijten zijn aan overmacht, wat wederom de beëindiging kan verhinderen. Het is aan de dienstverlener om het bewijs van de overmachtsituatie te leveren, dus u kunt dit bewijs eisen. Om te beoordelen of er sprake is van overmacht vindt u meer informatie bij de vraag "Vormt de coronacrisis een overmachtsituatie? Wat zijn de gevolgen van overmacht?".

Ten derde is de definitieve beëindiging van de overeenkomst enkel mogelijk indien de overmacht permanent is en de uitvoering van de overeenkomst definitief verhinderd wordt (of dit later geen nut meer heeft). Indien de overmacht tijdelijk is, wordt de uitvoering van de overeenkomst in de regel enkel opgeschort voor alle partijen, zodat de uitvoering dient te hernemen van zodra de overmacht situatie voorbij is. In contracten kan men wel afwijken van deze regel, bv. indien de overmachtsituatie lang aanhoudt (bv. langer dan een maand).

Ten vierde kan men niet onmiddellijk beëindigen, want men dient een aantal stappen te ondernemen. De wet vereist een voorafgaande ingebrekestelling aan de partij die in gebreke is, met de mogelijkheid om die fout recht te zetten binnen een redelijke termijn. Ook voorzien contracten vaak in procedures om fouten aan te kaarten, dus ook dit dient u na te kijken. De beëindiging is slechts gerechtvaardigd indien die stappen werden ondernomen en geen resultaat opleverden. Indien u dit niet doet, is de beëindiging op uw risico en kan dit resulteren in uw aansprakelijkheid.

Tot slot geldt er ook een schadebeperkingsplicht voor de klant. Zelfs indien de dienstverlener aansprakelijk is en uw schade moet vergoeden, moet u redelijke inspanningen leveren om die schade zoveel mogelijk te beperken.

Ook hier is een beoordeling geval per geval noodzakelijk. Wederom is het aangewezen om de afspraken met uw klanten na te kijken (bv. de contracten of de algemene voorwaarden).

De eerste vraag is of er daadwerkelijk sprake is van overmacht. Momenteel is de uitvoering van de contractuele verplichtingen vaak toch nog mogelijk. Het opzet van de huidige overheidsmaatregelen (ministerieel besluit van 23 maart 2020, hier beschikbaar ) is om de werkzaamheden zoveel mogelijk te behouden, toch voor zover de veiligheid van de werknemers gegarandeerd blijft doordat een aantal veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden (telewerk of social distancing van 1,5 meter). In België mogen ondernemingen open blijven, tenzij de sluiting uitdrukkelijk bevolen is (bv. voor horeca) en voor zover men die veiligheidsmaatregelen neemt (voor "essentiële bedrijven" zijn er zelfs uitzonderingen op die regel).

Meer informatie over overmacht en de beoordeling daarvan vindt u bij de vraag "Vormt de coronacrisis een overmachtsituatie? Wat zijn de gevolgen van overmacht?".

U kunt vragen aan uw klanten om het bewijs te leveren dat de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk is door de coronacrisis. Indien ze dat bewijs niet leveren, kunnen zij zich niet beroepen op overmacht.

De tweede vraag is of de klant de overeenkomst tijdelijk wilt opschorten of definitief wilt beëindigen. Indien de overmacht tijdelijk is en de uitvoering van de verplichting slechts tijdelijk verhinderd is (bv. tijdelijk onmogelijk om een installatie te plaatsen), wordt de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk opgeschort. De partijen moeten de overeenkomst opnieuw uitvoeren van zodra de overmachtsituatie voorbij is. Indien de overmacht permanent is en de uitvoering van de verplichting definitief verhinderd is (of dit later geen nut meer heeft), kan de overeenkomst beëindigd worden, in principe met terugbetaling etc. opdat de partijen in de situatie komen alsof de overeenkomst nooit werd aangegaan.

Het wordt moeilijk om dit argument hard te maken. Allereerst raden wij aan om de afspraken met uw leveranciers en dienstverleners na te kijken (bv. de contracten), want mogelijks regelen zij dit soort situaties.

In principe is een terugval van uw activiteiten geen overmachtsituatie, zelfs al is die terugval nu heel plots wegens de coronacrisis. Dit is een voorzienbare omstandigheid die valt onder het ondernemersrisico. Bovendien moet u het bewijs leveren van de overmachtsituatie als u die wilt inroepen, wat in dit geval niet eenvoudig is. Meer informatie over overmacht en de beoordeling daarvan vindt u bij de vraag "Vormt de coronacrisis een overmachtsituatie? Wat zijn de gevolgen van overmacht?".

Er zijn wel alternatieven om hieraan te verhelpen. Een eerste stap is om uw leveranciers en dienstverleners te contacteren, om hen te informeren en samen een oplossing te zoeken. De terugvalpositie is dat u de overeenkomst beëindigt of niet meer verlengt, hetgeen u ook kunt opwerpen om uw leveranciers of dienstverleners te overtuigen dat een onderhandelde oplossing ook voor hen voordelen biedt.

U kunt uw leveranciers of transporteurs in gebreke stellen indien de tijdige levering in het gedrang komt. Wederom is het aangewezen om de afspraken met uw leverancier na te kijken. Enerzijds kan het contract deze situatie regelen, met rechtvaardigingen voor bepaalde contractuele fouten, bijvoorbeeld beperkte vertragingen, of door dit als overmacht aan te duiden. Anderzijds kan ook de ingebrekestelling contractueel geregeld zijn. Zo kunnen er respijttermijnen gelden (ingebrekestelling pas na een bepaalde periode van vertraging) of kan het contract vormvereisten opleggen (per aangetekend schrijven, e-mail, taal, geadresseerden,…). Om latere discussie te vermijden, kunt u in de ingebrekestelling ook al aankondigen welke stappen u overweegt indien de leverancier of transporteur alsnog de verplichtingen niet nakomt. Ook op dat vlak kan het contract regels bevatten.

Voor nieuwe contracten is het belangrijk om voorbehouden te formuleren inzake de gevolgen van de coronacrisis en de overheidsmaatregelen in dat verband.

Ten eerste kunt u deze omstandigheden uitdrukkelijk aanduiden als een geval van overmacht. Dergelijke contractuele uitbreiding van het begrip overmacht is belangrijk, want volgens de wettelijke regeling doelt overmacht enkel op "onvoorzienbare omstandigheden" die de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maken. De coronacrisis en de huidige maatregelen zijn niet meer onvoorzienbaar, zodat men deze in principe niet kan inroepen als overmachtsituatie.

Een tweede optie is om een beëindigingsmogelijkheid te voorzien bij langdurige overmacht (bv. meer dan een maand). Tijdelijke overmacht kan toch lange tijd aanhouden (bv. indien de overheid haar maatregelen verlengt), terwijl de klant soms niet kan wachten en zo snel mogelijk alternatieven wilt zoeken. Om te vermijden dat u een alternatief vond en achteraf ook nog de eerste overeenkomst moet respecteren, voorziet u best in de mogelijkheid om die eerste overeenkomst te beëindigen.

Ten derde kan ook in een contractuele regeling voorzien worden voor de eventuele onvoorziene kosten of vertragingen als gevolg van de coronacrisis, om latere discussies hierover te vermijden.

Het is aangewezen om dit na te kijken in uw verzekeringspolis en uw verzekeraar of verzekeringsmakelaar te contacteren. Het is onmogelijk om hierover algemeen geldende uitspraken te doen.

Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen privacy en gegevensbescherming om na te gaan welke regels van toepassing zijn :

De gegevensbescherming (GDPR) is niet van toepassing wanneer persoonsgegevens niet worden verwerkt in een bestand (in een bepaalde structuur zodat het makkelijk terug te vinden is : vb. een bepaalde map of folder, alfabetisch, chronologisch, op naam). Dit komt er op neer dat wanneer men mondeling de vraag stelt of iemand aanwezig is geweest in een getroffen gebied en wanneer men nergens enige schriftelijk/elektronisch nota neemt van de antwoorden, de GDPR niet van toepassing is.

Dit neemt echter niet weg dat de privacy van de betrokkene wel kan worden aangetast door vragen te stellen over zijn persoonlijke situatie (het gevoel de persoonlijke bubbel te betreden). Hier zal men zich op de geïnformeerde toestemming van de betrokkene kunnen beroepen die impliciet zal worden gegeven door een antwoord te geven op de vraag. De toestemming zal dus niet bestaan indien de betrokkene weigert te antwoorden.

Indien de vragen schriftelijk worden verwerkt (al dan niet geautomatiseerd), dan is de GDPR van toepassing. Bij vragen aan de werknemers over hun gezondheid (besmet met Corona?) of over hun tijdsbesteding in een bepaalde periode (op reis in Noord-Italië van 2-5 maart) dan worden dus wel persoonsgegevens van werknemers verwerkt.

De belangrijkste principes waarmee u rekening moet houden, zijn de volgende:

  • Juridische grondslag is noodzakelijk voor de verwerking
  • Transparantie: voldoende begrijpelijke en eenvoudige informatie verstrekken (over doeleinde – waarom, hoe, met wie de informatie delen) leidt tot vertrouwen
  • Proportionaliteitsbeginsel en het beginsel van minimale gegevensverwerking: enkel de strikt noodzakelijke informatie opvragen om het doel te bereiken.
  • Vertrouwelijkheid: beperk de toegang tot de informatie en verzeker dat deze niet gedeeld zal worden. De verwerking van de medische persoonsgegevens is strikt gereglementeerd in de Codex, KB van 28 April 2017 (Art I-4-83 en Art I-4-96).
  • Bewaartermijn van de persoonsgegevens. Hoe lang zal de werkgever de gegevens van werknemers/bezoekers ten gevolge van het Corona-virus bewaren. Informeer de betrokken werknemers/bezoekers over deze bewaartermijn.

Zie ook de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van Corona die het standpunt van Agoria bevestigt.

Neen, de werkgever kan de werknemer niet verplichten om te antwoorden op de vraag of ze een privéreis maakten in een getroffen regio. De gegevensbeschermingsautoriteit bevestigde in haar FAQ dat de werkgever de werknemer niet kan verplichten om op vragenlijsten te antwoorden.

De GDPR vereist dat er een juridische grondslag bestaat voor iedere verwerking van persoonsgegevens, bijvoorbeeld de toestemming. De werkgever zal deze informatie in deze context enkel rechtstreeks van de werknemer kunnen verkrijgen. De toestemming van de werknemer zal vervat zijn in het al dan niet beantwoorden van de vraag. Om geldig te zijn, moet de toestemming vrij gegeven worden (naast andere voorwaarden). Een geldige toestemming van de werknemer bekomen is niet eenvoudig, aangezien er een ondergeschikt verband bestaat in de relatie tussen werkgever en werknemer, hetgeen de vrije toestemming bemoeilijkt. Bovendien mag het uitblijven van de toestemming niet leiden tot nadelige gevolgen voor de werknemer. Afhankelijk van de vraagstelling zal blijken of de werknemer de informatie vrijwillig kon meedelen of niet.

Het zal belangrijk zijn om de werknemer te overtuigen van het vitaal belang voor andere personen om deze informatie te bekomen. De werkgever zal duidelijk en transparant moeten communiceren naar de werknemers toe om hun vertrouwen te winnen om de informatie over hun privéreis te delen. Hieronder vindt u enkele tips om de werknemers te overtuigen:

  • Informeer over de vitale belangen: verduidelijk waarover het gaat en waarom u deze belangen wilt beschermen.
  • Verduidelijk dat de informatie vertrouwelijk wordt behandeld, bijvoorbeeld doordat slechts enkele personen toegang krijgen tot die informatie.
  • Verzeker de betrokken werknemer dat diens naam niet kenbaar gemaakt zal worden.
  • Verduidelijk dat het niet de bedoeling is om gezondheidsgegevens te verwerken, maar enkel diens eventuele aanwezigheid in de getroffen regio.
  • Vraag niet naar de exacte locatie, maar stel de JA/NEE-vraag of de werknemer in een getroffen regio is geweest (maak eventueel een opsomming van getroffen regio's om misverstanden te vermijden).
  • Informeer de betrokken werknemer waar hij meer informatie kan krijgen en hoe/waar hij zijn rechten op basis van de GDPR kan uitoefenen.

Neen, het is in principe verboden om gezondheidsgegevens te verwerken (bv. het antwoord op de vraag: "Bent u besmet met het coronavirus?"). De gegevensbeschermingsautoriteit bevestigde dat de werkgever de werknemer niet kan verplichten om op vragenlijsten te antwoorden en wijst in haar FAQ op het belang van de rol van de arbeidsgeneesheer. De GDPR voorziet in een aantal uitzonderingen op dit principieel verbod waarbij deze uitzonderingen strikt geïnterpreteerd dienen te worden:

  • Uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene: Een geldige toestemming bekomen is echter niet evident aangezien er een ondergeschikt verband bestaat in de relatie tussen een werkgever en een werknemer. Bovendien mag het uitblijven van de toestemming niet leiden tot nadelige gevolgen voor de werknemer. Afhankelijk van de vraagstelling zal blijken of de werknemer de informatie vrijwillig kon meedelen of niet.
  • De verwerking is noodzakelijk met het oog op de uitvoering van verplichtingen en de uitoefening van specifieke rechten van de verwerkingsverantwoordelijke of de betrokkene op het gebied van het arbeidsrecht en het socialezekerheids- en socialebeschermingsrecht. De verwerking van de medische persoonsgegevens is strikt gereglementeerd in de Codex (Art I-4-83 en Art I-4-96).
  • De verwerking is noodzakelijk voor doeleinden van preventieve of arbeidsgeneeskunde, voor de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer, medische diagnosen, het verstrekken van gezondheidszorg of sociale diensten of behandelingen, dan wel het beheren van gezondheidszorgstelsels en -diensten of sociale stelsels en diensten, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht, of uit hoofde van een overeenkomst met een gezondheidswerker en behoudens die gegevens worden verwerkt door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar (bv: arbeidsarts).
  • De verwerking is noodzakelijk om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid, zoals bescherming tegen ernstige grensoverschrijdende gevaren voor de gezondheid of het waarborgen van hoge normen inzake kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg en van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht waarin passende en specifieke maatregelen zijn opgenomen ter bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene, met name van het beroepsgeheim.
  • Gelet op de bijkomende voorwaarden die gesteld worden aan de mogelijke juridische grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens, lijkt het aangeraden te zijn om zich te baseren op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken werknemer voor zover de werknemer de informatie effectief vrijwillig verstrekt (en dus geen nadelige gevolgen kan ondervinden van een eventuele weigering).

    Het zal belangrijk zijn om de werknemer te overtuigen van het vitaal belang voor andere personen om deze informatie te bekomen. De werkgever zal duidelijk en transparant moeten communiceren naar de werknemers toe om hun vertrouwen te winnen om de informatie over hun privéreis te delen met de werkgever. Hieronder vindt u enkele tips om de werknemers te overtuigen:

    • Informeer over de vitale belangen: verduidelijk waarover het gaat en waarom u deze belangen wilt beschermen.
    • De arbeidsgeneesheer dient zijn rol te spelen bij het opvolgen van de werknemers die besmet zijn met of symptomen vertonen van besmetting met het Coronavirus.
    • Verduidelijk dat de informatie vertrouwelijk wordt behandeld, bijvoorbeeld doordat slechts enkele personen toegang krijgen tot die informatie.
    • Verzeker de betrokken werknemer dat diens naam niet kenbaar gemaakt zal worden.
    • Informeer de betrokken werknemer waar hij meer informatie kan krijgen en hoe/waar hij zijn rechten op basis van de GDPR kan uitoefenen.

Het vinden van een alternatieve bevoorrading kan moeilijk zijn en ook consequenties hebben. Uiteraard moet er eerst een alternatieve leverancier gevonden worden die in de mogelijkheid is om de kwaliteit te leveren van uw grondstof of het onderdeel dat voldoet aan uw specificaties. Dit kan moeilijk zijn om op korte termijn te realiseren, afhankelijk van uw specifieke situatie. Belangrijk is hier ook te kijken naar de consequenties van uw mogelijk lopend contract bij uw huidige leverancier. Kan u dit opzeggen, wat zijn de voorwaarden? Hiervoor kijkt u best naar de mogelijke consequenties onder het juridische. Naast de technische eisen aan de alternatieve bevoorrading, is het uiteraard belangrijk om ook te kijken naar de mogelijke financiële consequenties, zoals prijsstijgingen, mogelijke levertermijnen, kwaliteitsuitdagingen en eventueel andere elementen. 

Bij elke verandering van leverancier zijn er ook bijkomende aandachtspunten die nagegaan moeten worden, waaronder mogelijke verplichtingen onder REACH, RoHS en/of de beperkingen onder de 'einde leven'-richtlijn voertuigen, alsook mogelijke verplichtingen onder de verschillende productrichtlijnen die van toepassing kunnen zijn op uw product.

Indien u stoffen invoert van buiten de Europese Unie boven de 1 ton/jaar moet u zorgen dat deze voor invoer geregistreerd zijn of worden onder REACH. Bij de invoer van voorwerpen van buiten de Europese Unie dient u na te gaan of er zeer zorgwekkende stoffen boven de 0,1% aanwezig zijn om te voldoen aan uw mogelijke communicatieverplichting. Ook dient u na te gaan of u voldoet aan de mogelijke autorisatie- of restrictieverplichtingen.

Voor onderdelen of materialen die in elektrische en elektronische apparaten zitten, moet u nagaan of u voldoet aan de beperkingen van het gebruik van bepaalde materialen binnen de RoHS-richtlijn. Ook voor voertuigonderdelen geldt deze verplichting. Daarnaast moet u analyseren of de onderdelen via een nieuwe leverancier geen impact hebben op de conformiteit ten aanzien van de mogelijke productrichtlijnen die op uw product van toepassing zijn en/of er geen eventuele hercertificatie nodig is.

Ondernemingen die hinder ondervinden ingevolge de verspreiding van het coronavirus, kunnen steunmaatregelen vragen aan de FOD Financiën.

Deze steunmaatregelen moeten financiële ademruimte geven en de schuldenaars toelaten om hun tijdelijke financiële moeilijkheden te overbruggen.

Welke ondernemingen?

De natuurlijke- of rechtspersonen in het bezit van een ondernemingsnummer (KBO):

  • ongeacht hun activiteitensector
  • die daadwerkelijk hinder ondervinden ingevolge de verspreiding van het coronavirus, en dit ook kunnen aantonen (vb. een daling van het omzetcijfer, een aanzienlijke daling van de bestellingen en/of reservaties, gevolgen van een "kettingreactie" met partnerondernemingen,…)

De steunmaatregelen kunnen niet toegekend worden aan ondernemingen die, onafhankelijk van het coronavirus, structurele betaalmoeilijkheden kennen.

Welke schulden?

  • bedrijfsvoorheffing
  • btw
  • personenbelasting
  • vennootschapsbelasting
  • rechtspersonenbelasting

Welke termijn?

  • Aanvraag in te dienen tegen uiterlijk 30 juni 2020

Welke maatregelen?

  • afbetalingsplan
  • vrijstelling van nalatigheidsinteresten
  • kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling

Welke voorwaarden?

  • het naleven van de voorwaarden voor het indienen van de aangiften
  • de schulden mogen niet voortvloeien uit fraude

De steunmaatregelen zullen worden ingetrokken wanneer:

  • het toegestane afbetalingsplan niet werd nageleefd, behalve wanneer de schuldenaar tijdig contact opneemt met de administratie
  • er een collectieve insolventieprocedure ontstaat (faillissement, gerechtelijke reorganisatie, …)

Welke stappen?

  • één aanvraag per schuld, die geldt voor alle maatregelen
  • op het ogenblik van ontvangst van een aanslagbiljet of betaalbericht
  • via het document in bijlage
  • per e-mail of per brief
  • één enkel contactpunt voor het geheel van de maatregelen: het Regionaal Invorderingscentrum (RIC) bevoegd voor de postcode van uw woonplaats (natuurlijk persoon) of maatschappelijke zetel (rechtspersoon).

Hoe zoek je dit op:

1. Klik hier om onze kantorengids te openen.

2. Vul bij " Filter Gemeente " uw postcode of gemeente in

3. Klik op " Zoeken ". U krijgt de gegevens van het bevoegde RIC (waaronder het adres en de e-mail) dat uw aanvraag zal behandelen.

U zal een antwoord ontvangen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf het indienen van uw aanvraag.

Bron: website FOD Financiën

In volle COVID-19-crisis waren ongeveer 1,3 miljoen mensen in ons land tijdelijk werkloos. Vandaag zijn er dat nog steeds enkele honderdduizenden. Om de tewerkstellingsgraad te verhogen, heeft de regering beslist om voor de maanden juni, juli en augustus 2020 te voorzien in een systeem van gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

Klik hier voor meer informatie omtrent de werking van deze maatregel.

In aanvulling op de maatregelen inzake het bekomen van betalingsfaciliteiten die FOD Financiën reeds communiceerde (zie subtitel hierboven) voorziet de federale regering ook nog maatregelen op het vlak van de indiening van belastingaangiften/listings/opgaven enerzijds en de verlening van diverse betaaltermijnen anderzijds.

1) Uitstel voor het indienen van de aangiften in de VenB, RPB en BNI-ven met limietdatum van 16 maart tot en met 30 april 2020

U krijgt extra tijd tot en met donderdag 30 april 2020 middernacht voor het indienen van de aangifte in de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting niet-inwoners vennootschappen.

Deze bijkomende termijn geldt alleen voor de aangiften met uiterste indieningdatum van 16 maart tot en met 30 april 2020.

2) Uitstel voor het indienen van de btw-aangiften

PERIODIEKE AANGIFTEN

Aangifte over ... Termijn verlengd tot ...
Februari 2020 6 april 2020
Maart 2020 7 mei 2020
April 2020 5 juni 2020
1ste kwartaal 2020 7 mei 2020

Bent u starter of hebt u een vergunning maandelijkse teruggaaf en wenst u de maandelijkse teruggaaf van uw btw-krediet te kunnen genieten? Dan krijgt u uitstel tot en met 3 april 2020 voor de aangifte van februari 2020, i.p.v. slechts tot de 24ste van de maand volgend op de aangifteperiode.

Voor het indienen van de btw-aangiften van de maand maart 2020 werd uitstel verleend tot 7 mei 2020.

Als u recht heeft op een teruggave voor een tegoed uit de aangifte van de maand maart 2020, moet u uw aangifte echter uiterlijk op 3 mei 2020 indienen. Deze teruggave kan dan binnen de normale termijn worden uitgevoerd.

INTRACOMMUNAUTAIRE OPGAVEN

Opgave over ... Termijn verlengd tot ...
Februari 2020 6 april 2020
Maart 2020 7 mei 2020
April 2020 5 juni 2020
1ste kwartaal 2020 7 mei 2020

JAARLIJKSE KLANTENLISTING

  • Termijn verlengd tot 30 april 2020
  • Als u uw activiteit hebt stopgezet: ten laatste op het einde van de 4de maand na het stopzetten van uw aan de btw onderworpen activiteit.

3) Versnelde teruggave btw voor de maandaangifte van februari 2020

Alle maandindieners (ook niet-starters en niet-vergunninghouders) zullen wanneer zij dit aanvragen in hun periodieke btw-aangiften voor een versnelde teruggave (uiterlijk op 30 april 2020) van hun btw-krediet in aanmerking komen.

Indien zij die aanvraag niet deden in de reeds ingediende aangifte, kunnen zij die aanvraag nog tijdig doen tot 3 april 2020 door hun periodieke aangifte van februari 2020 te verbeteren in Intervat.

4) Betaling van btw en bedrijfsvoorheffing

U krijgt een automatisch uitstel van betaling van twee maanden voor de btw en bedrijfsvoorheffing zonder boetes of interesten te moeten betalen.

Dit uitstel geldt voor:

BTW

Betaling over... Termijn verlengd tot ...
Maandaangifte - februari 2020 20 mei 2020
Maandaangifte - maart 2020 20 juni 2020
Maandaangifte - april 2020 20 juli 2020
Kwartaalaangifte – 1ste kwartaal 2020 20 juni 2020

BEDRIJFSVOORHEFFING

Betaling over... Termijn verlengd tot ...
Maandaangifte - februari 2020 13 mei 2020
Maandaangifte - maart 2020 15 juni 2020
Maandaangifte - april 2020 15 juli 2020
Kwartaalaangifte – 1ste kwartaal 2020 15 juni 2020

Naast dit automatisch uitstel van betaling, kunt u voor de betaling van de schulden inzake de bedrijfsvoorheffing en btw ook de al eerder afgekondigde steunmaatregelen aanvragen. Via deze aanvraag kunnen bijkomende betaaltermijnen, een vrijstelling van nalatigheidsintresten en/of kwijtschelding van boeten wegens laattijdige betaling worden toegestaan. Zie hiervoor: https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/steunmaatregelen-betreffende-het-coronavirus-covid-19

5) Betaling van de personenbelasting en de vennootschapsbelasting

Voor de betaling van zowel de personenbelasting als de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners en de rechtspersonenbelasting zal automatisch, bovenop de normale betaaltermijn en zonder aanrekening van nalatigheidsintresten, een extra termijn van 2 maanden worden toegekend. Deze maatregel geldt voor de afrekening van deze belastingen, aanslagjaar 2019, gevestigd vanaf 12 maart 2020.

Voor de betaling van schulden inzake de personen- of vennootschapsbelasting, ook deze gevestigd vóór 12 maart 2020, gelden de aangekondigde steunmaatregelen en zijn extra betaaltermijnen, vrijstelling van nalatigheidsintresten en/of kwijtschelding van boeten wegens laattijdige betaling, op aanvraag, mogelijk. Zie hiervoor: https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/steunmaatregelen-betreffende-het-coronavirus-covid-19.

Bedrijven die voorraden van medische hulpgoederen schenken aan ziekenhuizen en zorginstellingen zijn daarop geen btw verschuldigd. Dat heeft vicepremier en minister van Financiën Alexander De Croo beslist.

Normaal kan de belastingplichtige de btw alleen aftrekken bij een verkoop van goederen, niet bij een schenking. Een gift van medische hulpgoederen aan ziekenhuizen en zorginstellingen zal de btw nu echter niet opeisbaar maken.

In principe moet per schenking die plaatsvindt een document worden opgesteld waarin de zorginstelling bevestigt dat de betreffende goederen gratis werden verkregen en zich ertoe verbindt de betreffende verkregen goederen hetzij zelf te gebruiken in het kader van het verstrekken van zorg, hetzij gratis ter beschikking te stellen aan een andere zorginstelling.

Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden.

In verband met vermeld document gelden drie administratieve toleranties (zie circulaire).

Indien voldaan is aan alle voorwaarden inzake btw zullen de geschonken goederen niet in aanmerking komen voor de toepassing van artikel 26, WIB 92 (verleende abnormale of goedgunstige voordelen). Bovendien zijn de kosten die verband houden met de geschonken goederen in principe fiscaal aftrekbaar in de zin van artikel 49, WIB 92. Bijgevolg, wie tijdelijk extra kosten maakt voor bijvoorbeeld de productie van medische hulpgoederen, zal deze kunnen inbrengen als beroepskosten.

Daarnaast blijft het nog steeds mogelijk om via de bestaande kanalen giften in geld te doen aan ziekenhuizen en zorginstellingen. Giften vanaf 40 euro (cumuleerbaar per kalenderjaar) geven recht op een belastingvermindering.

Deze maatregel die wordt genomen in het kader van de strijd tegen het coronavirus is van toepassing op de giften in natura en de schenkingen van goederen die gebeuren van 01.03.2020 tot en met 30.06.2020.

Meer informatie vindt u in deze bijlage.

Bij KB wordt de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht – coronavirus gelijkgesteld met effectieve prestaties, zowel voor de duur van de vakantie als voor het vakantiegeld. Deze gelijkstelling is van toepassing voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 december 2020.

De werkgeverskost die deze gelijkstelling met zich meebrengt, wordt gedeeltelijk gecompenseerd.

Een andere maatregel die op EU-niveau is genomen, is Verordening (EU) nr. 2020/402, die op 15 maart werd goedgekeurd met als doel om de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen in de EU te verzekeren en de toestand op de interne markt te stabiliseren. Begin maart legden bepaalde EU-lidstaten beperkingen op wat betreft de export van medische beschermingsmiddelen zoals mondbeschermingsmaskers. Die nationale maatregelen zijn opgeheven bij de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 2020/402. De Verordening verplicht dat een vergunning moet worden voorgelegd om bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen – zoals bepaald in bijlage I van de Verordening – te mogen uitvoeren.

Agoria heeft samen met de FOD Financiën en de FOD Economie een praktische oplossing gezocht om het vervoer van bepaalde goederen te deblokkeren i.v.m. de exportbeperkingen die van toepassing zijn op die persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals gelaatsmaskers en andere gelaatsbescherming. Een aantal douanecodes m.b.t. die middelen worden gedeeld met niet-verwante producten, zoals duizenden auto-onderdelen. De fysieke controle door de douane heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen en blokkades en bijgevolg tot buitensporige kosten. Agoria zocht een oplossing in de vorm van een bewijs waardoor AEO-bedrijven worden vrijgesteld van inspectie.

Op 12 maart heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een eerste pakket maatregelen bekendgemaakt ter ondersteuning van de liquiditeit van het financieel systeem van de eurozone en op 18 maart een plan (Pandemic Emergency Purchase Programme) ter waarde van 750 miljard euro voor de overname van staats- of bedrijfsschulden in de komende tien maanden om het renteverschil tussen de staatsleningen van de eurozone te beperken en zo sommige van de meest kwetsbare landen toegang te bieden tot de markt.

Het Stabiliteits- en groeipact (SGP) is een instrument om de economische en monetaire Unie in goede banen te leiden. Het Pact bevat de criteria die de lidstaten van de eurozone moeten naleven, o.a. met betrekking tot het nationale begrotingsbeleid (met het criterium dat de drempel voor het overheidstekort vastlegt op 3% van het bbp). Om de budgettaire flexibiliteit te verzekeren, heeft de Europese Commissie op 20 maart voorgesteld om de 'algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact' te activeren, waardoor de lidstaten van hun begrotingsverplichtingen kunnen afwijken in een algemene crisis veroorzaakt door een zware economische recessie die de eurozone of de hele EU treft. Het voorstel is goedgekeurd door de Raad (lidstaten).

Een van de mogelijke gevolgen van de huidige economische schok is het toegenomen potentiële risico voor strategische bedrijfstakken, zoals de sectoren die verband houden met de gezondheidszorg. De veerkracht van die sectoren en hun vermogen om te blijven tegemoetkomen aan de behoeften van de EU-burgers zouden op de eerste plaats moeten staan wat betreft de inspanningen zowel in de Europese Unie als op het niveau van de lidstaten. Daarom heeft de Europese Commissie op 25 maart richtsnoeren gepubliceerd m.b.t. de screening van buitenlandse investeringen in geval van volksgezondheidscrisis en de economische kwetsbaarheid die daarmee samenhangt. Het doel is om de ondernemingen en de belangrijkste activa van de EU te vrijwaren, met name op het domein van gezondheidszorg, medisch onderzoek, biotechnologie en infrastructuur die van essentieel belang is voor de veiligheid en de openbare orde, zonder de algemene openheid van de EU voor buitenlandse investeringen in het gedrang te brengen. Op die manier oefent de EU ook druk uit op de lidstaten, zoals België, om snel werk te maken van een mechanisme voor de integrale screening van rechtstreekse buitenlandse investeringen.

De Europese Commissie heeft een tijdelijk kader voor de lidstaten waardoor de landen de flexibiliteit waarin de regels inzake staatssteun voorzien maximaal kunnen benutten om de economie te ondersteunen in de context van de COVID-19-epidemie. De lidstaten zullen regelingen kunnen opzetten waardoor ze rechtstreekse subsidies, selectieve fiscale voordelen en terugbetaalbare voorschotten tot 800.000 euro kunnen toekennen aan ondernemingen zodat deze het hoofd kunnen bieden aan dringende liquiditeitsbehoeften maar waardoor ze ook staatswaarborgen kunnen verlenen voor leningen die de ondernemingen zijn aangegaan (zie ons artikel: COVID-19-crisis: welke staatssteun wordt door Europa toegestaan?).

Sindsdien heeft de Commissie steunregelingen in verschillende lidstaten goedgekeurd (Italië, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk …).

Op 23 maart heeft de Commissie praktische adviezen gepubliceerd om de continuïteit van het goederenvervoer in de hele EU te waarborgen d.m.v. 'green lanes'. De grensovergangen op die green lanes moeten open zijn voor alle vrachtvoertuigen, ongeacht welke goederen worden vervoerd. Het oversteken van de grens, met inbegrip van de eventuele controles en gezondheidschecks, mag niet langer dan 15 minuten in beslag nemen (zie ons artikel Heeft u douane- of andere handelsproblemen door COVID-19? Agoria zoekt mee naar een oplossing).

Alle indieners van btw-maandaangiften - ook zij die géén vergunning maandelijkse teruggave hebben en die evenmin als 'starter' beschouwd worden - zullen onder de hierna vermelde voorwaarden een versnelde teruggave van het btw-krediet kunnen genieten op hun rekening-courant (met datum van uitwerking 31 maart 2020).

  • Voor alle maandindieners die van deze versnelde teruggaaf willen genieten (starters, vergunninghouders 'maandelijkse teruggave' en alle anderen) wordt de indieningstermijn voor de aangifte van februari 2020 gebracht op 3 april 2020.
  • Deze aangifte moet via Intervat worden ingediend.
  • De teruggave zal enkel gebeuren als het vakje 'Aanvraag terugbetaling' aangekruist is.
  • Tot en met 3 april 2020 kan de belastingplichtige via Intervat een verbeterende aangifte indienen om deze optie te wijzigen.

De andere basisvoorwaarden blijven van toepassing, onder andere:

  • Minimumbedrag 245 euro.
  • Alle aangiften over het lopende kalenderjaar moeten ingediend zijn.
  • De administratie kent uw rekeningnummer voor btw-teruggaven.
  • Er mag geen verzet tegen deze terugbetaling bestaan (t.g.v. een derdenbeslag of een overdracht van schuldvordering).

In plaats van een terugbetaling op 29 mei 2020, of zelfs uiterlijk op 30 juni 2020, zal de terugbetaling dankzij deze maatregel uiterlijk op 30 april 2020 gebeuren.

Dit tegoed kan eventueel wel nog het voorwerp uitmaken van een inhouding of aanwending op een andere openstaande schuld en van een 'verificatie btw-tegoed'.

Opgelet! Deze indieningstermijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om de andere maandaangiften van februari 2020 (die geen krediet vertonen of waarvoor geen teruggave gevraagd wordt) tijdig in te dienen tot en met 6 april 2020.

Bron: website FOD Financiën

Assuralia, de Beroepsvereniging van de Verzekeringsondernemingen heeft gemeld dat ook de verzekeringssector inspanningen zal leveren om natuurlijke personen, zelfstandigen en ondernemingen blijvend te beschermen.

De uitzonderlijke maatregelen ten gunste van de extra kwetsbare mensen en bedrijven kunnen als volgt samengevat worden:

  • Blijvende bescherming van personeel bij tijdelijke werkloosheid
  • Respijt bij terugbetaling van hypotheekleningen en brand- en schuldsaldoverzekeringen
  • Soepel optreden bij betalingsmoeilijkheden
  • Rekening houden met de inactiviteit van de ondernemingen – uitstel van betaling van leningen aan bedrijven

Meer informatie vindt u via onderstaande links:

https://www.assuralia.be/nl/947 verzekeringen-voelen-volop-mee-met-heel-het-land-soepel-omgaan-met-klanten-in-nood-en-blijvend-bescherming-bieden
https://www.fsma.be/nl/news/covid-19-maatregelen-verzekeringssector
en de webinar georganiseerd door Agoria en Assuralia : https://www.agoria.be/nl/Webcast-Verzekeringen-in-tijden-van-coronacrisis-in-samenwerking-met-Assuralia

Voor verdere vragen over dit onderwerp kan u terecht bij financialservices@agoria.be

Op de website van Febelfin werd een FAQ gepubliceerd over betalingsuitstel voor hypothecaire leningen.

Veel bedrijven krijgen hierover vragen van hun werknemers. Via deze link krijgt u alvast antwoord op de meest gestelde vragen:

https://www.febelfin.be/nl/consumenten/artikel/vragen-en-antwoorden-betalingsuitstel-hypothecair-krediet-van-particulieren

Ingeval van een opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - coronavirus, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.

Het gaat dus om de tijdelijke werkloosheid ten gevolge van het versoepelde regime tijdelijke werkloosheid ‘Corona overmacht’ maar ook andere vormen van overmacht die het gevolg zijn van het coronavirus, zoals tijdelijke werkloosheid wegens quarantaine ten gevolge van Corona besmettingsgevaar of tijdelijke werkloosheid ten gevolge van overmacht op grond van gebrek aan kinderopvang ten gevolge van het Coronavirus.

Deze regeling is in werking getreden op 22 juni 2020. De opzeggingstermijn wordt echter niet geschorst wanneer deze reeds lopend was voor 1 maart 2020.

Concreet betekent dit dat:

  • opzegtermijnen die zijn ingegaan voor 1 maart 2020 niet worden geschorst door periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - coronavirus;
  • opzegtermijnen die zijn ingegaan vanaf 1 maart 2020 en die
    • reeds zijn afgelopen op 22 juni 2020, niet werden geschorst door periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht – coronavirus;
    • nog lopen op 22 juni 2020, worden geschorst door de periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - coronavirus die zich voordoen vanaf 22 juni 2020. De periodes tijdelijke werkloosheid wegens overmacht – coronavirus die zich hebben voorgedaan voor 22 juni 2020 schorsen de opzegtermijn niet;
  • opzegtermijnen die ingaan vanaf 22 juni worden geschorst door de periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - coronavirus

Bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - coronavirus loopt de opzeggingstermijn door tijdens die schorsing.

Bron: VBO

De erkende certificatie-instellingen volgen de richtlijnen van de Internationale Accreditatie Federatie voor buitengewone gebeurtenissen en omstandigheden. Dit kan o.a. inhouden dat audits (deels) vanop afstand worden uitgevoerd of verschoven worden.

Op basis hiervan bepalen de certificatie-instellingen:

  • in hoeverre en in welke vorm audits kunnen doorgaan;
  • of de geldigheid van certificaten die verlopen, kan worden verlengd.

Voor vragen over audits en de geldigheid van certificaten verwijzen we u daarom naar uw certificatie-instelling (CI).

De CI onderzoekt of het certificaat kan behouden blijven en heeft daarvoor een beleid en plan van aanpak. Dit plan legt de werkwijze(n) vast om de huidige en toekomstige situatie van het gecertificeerd bedrijf in te schatten en definieert mogelijke alternatieve korte termijn methoden om het bedrijf door te lichten. Alvorens te beslissen over een gepaste aanpak, verzamelt de CI de nodige informatie van het bedrijf.

Als op basis van die informatie wordt ingeschat dat het certificaat kan behouden blijven (risico op compromitteren van de VCA-standaard is laag) dan moet de CI indien nodig alternatieve korte termijn methoden overwegen om het bedrijf door te lichten. Dit kan o.a. inhouden dat relevante documentatie (bijvoorbeeld: management vergaderingen, correctieve acties, resultaten interne audits, inspectie- en controlerapporten…) wordt opgevraagd om te bepalen of het certificaat kan behouden blijven op korte termijn.

Als geen contact mogelijk is met het bedrijf volgt de CI de normale procedure voor schorsing en intrekking van het certificaat.

Alternatieve korte termijn aanpak

  1. Eerste opvolgingsaudit: normaal binnen de 12 maand vanaf de laatste dag van de stage 2 audit.
    • Mag tot 6 maanden uitgesteld worden op basis dat afdoende bewijs is verzameld dat het managementsysteem nog effectief is.
    • Zo niet, schorsing of beperking scope.
  2. Volgende opvolgingsaudits: timing kan aangepast worden om gegronde redenen (bv gehele of gedeeltelijke stopzetting activiteiten).
  3. Hercertificatie audits: moet normaal afgerond zijn en de beslissing tot hercertificatie genomen voor de vervaldatum (ISO/IEC 17021:2011, 9.1.1.2).
    • Mag tot 6 maanden verlengd worden op basis dat afdoende bewijs is verzameld dat het managementsysteem nog effectief is.
    • Hercertificatie audit uitvoeren binnen de toegelaten verlengde periode van 6 maanden.
    • Zo niet moet een initiële audit uitgevoerd worden.
    • De vervaldatum van het vernieuwde certificaat moet gebaseerd zijn op de originele certificatiecyclus.
  4. Alle afwijkingen moeten verantwoord en gedocumenteerd zijn en ter beschikking van de accreditatie instantie.

De coronacrisis treft heel wat technologiebedrijven recht in het hart. Om u als lid van Agoria proactief bij te staan tijdens de coronacrisis, heeft Agoria een expertenteam samengesteld dat op korte termijn zal focussen op:

  • het wegwijs maken in de diverse financiële en fiscale steunmaatregelen
  • het beantwoorden van vragen rond financiële topics
  • het delen van best practices
  • het analyseren van liquiditeitsrisico's

Dit team is samengesteld uit o.a. de volgende experten:

Finance: Patrick Van Hoye (tevens aanspreekpunt) en Geert Jacobs

Tax: Tom De Wit en Bartel Van Dyck

U kunt deze experts bereiken via ons Meldpunt financiële problemen. Aarzel zeker niet om ons te contacteren.

Een werkgever kan in de volgende gevallen de ingeplande VOV- dagen ongedaan maken:

Een werkgever kan tijdelijk het VOV schorsen, indien er door de coronacrisis te weinig personeel is en de werkorganisatie in het gedrang komt (= dienstnoodwendigheid).

Als het VOV nog kan ingetrokken worden, dan kan de werknemer gewoon gaan werken en kan het VOV op een later tijdstip worden ingepland, als de opleiding wordt voortgezet.

Indien het VOV niet meer ongedaan gemaakt kan worden, dan kan het VOV zoals ingepland, opgenomen worden om bijvoorbeeld te studeren of om een cursus online te volgen. Let wel, er mogen in totaal niet meer uren VOV worden opgenomen dan waarop een werknemer recht heeft op basis van de opleiding in overeenstemming met zijn contingent aan uren.

Aparte bepaling voor werknemers die 50% werken en waar het VOV ingepland was: als een werknemer 50% werkt, kan deze enkel VOV opnemen voor die uren die samenvallen met de arbeidstijd. Een werkgever kan ervoor opteren om de opgenomen VOV- uren op een ander moment in te halen.

De maatregelen tegen het coronavirus kunnen er eveneens toe leiden dat het gerechtelijke en het administratieve apparaat zouden stilvallen.

In gerechtelijke procedures bestaat de vrees dat - vanaf de strengere maatregelen van 18/03/2020 – bepaalde rechtshandelingen niet tijdig konden of kunnen worden gesteld.

De maatregel bestaat erin dat er een uniforme en eenvoudige regeling bestaat voor vervaltermijnen. Alle betrokkenen kunnen optreden tot 1 maand na het ophouden van deze crisisperiode. Lopende termijnen en rechtsdagen zullen moeten worden aangepast.

Om het gerechtelijke apparaat niet lam te leggen, zijn de volgende opties mogelijk:

Het is mogelijk om zaken in beraad te laten nemen door de rechter zonder pleidooien.

Enkel wanneer alle partijen zich verzetten tegen de schriftelijke procedure (zonder pleidooien), zal de zaak worden uitgesteld.

In de andere gevallen beslist de rechter of hij de zaak al dan niet zonder pleidooien in beraad neemt.

Sommige rechtbanken zullen, in de mate van het mogelijke, de pleidooien laten plaatsvinden door middel van video-conference. De FOD Justitie heeft hiervoor software voorzien. De rechtbanken zoeken ook zelf naar oplossingen. De Ondernemingsrechtbank Brussel, bijvoorbeeld, zoekt naar oplossingen om de pleidooien zo spoedig mogelijk opnieuw in de Ondernemingsrechtbank te laten plaatsvinden door middel van het gebruik van plexiglas, mondmaskers, ontsmettende gels, …

Een opleidingsverstrekker heeft 4 opties namelijk, (1) hij voorziet de mogelijkheid om de lessen verder online te volgen (bv. via afstandsleren, webinars, skype, elektronische opdrachten die gemaakt moeten worden,... ) ; (2) hij plant de opleiding opnieuw in na het opheffen van de opschorting; (3) hij zet de opleiding stop of (4) hij maakt een combinatie van de vorige 3 mogelijkheden.

We bespreken hierna kort de drie eerste mogelijkheden en de gevolgen daarvan:

1. De opleidingsverstrekker zet de lessen verder via online vervanglessen.

In dit geval mag de opleidingsverstrekker voor die uren voor de cursisten die VOV opnemen, de aanwezigheden registreren, ervan uitgaande dat er minimale opvolging, begeleiding of contact is. Voor die uren aanwezigheid kan de werknemer VOV opnemen, uiteraard een dag voor de start tot 2 dagen na de laatste opleidingsdag.

2. De opleidingsverstrekker plant lessen in op een later moment.

Als de lessen na de opschorting opnieuw opgestart worden, is er geen probleem voor VOV en dient de opleidingsverstrekker de einddatum - indien nodig - aan te passen. De werkgever dient bijgevolg geen nieuwe aanvraag in te dienen, noch dient de terugbetalingsaanvraag te worden aangepast. Het aantal uren VOV waarop een werknemer recht heeft bij opschorting, is afhankelijk van het soort opleiding:

met verplichte aanwezigheid: de werknemer heeft normaal recht op 1 uur VOV per aanwezig lesuur. Als de lessen worden opgeschort, neemt de werknemer niet meer deel aan de les en heeft hij dus geen recht meer op VOV voor die uren. Als de werknemer niet meer uren opneemt dan hij effectief aanwezig was in de les, is er geen probleem. Als er een eindbeoordeling voorzien is, dan heeft de werknemer recht op VOV bij deelname aan de eindbeoordeling, tenzij de opleiding werd stopgezet (zie punt 3);

zonder verplichte aanwezigheid:de werknemer heeft normaal recht op VOV, als hij deelneemt aan de eindbeoordeling en dit voor het aantal uren van de opleiding. Hier stelt zich geen probleem, indien de lessen worden opgeschort, maar niet deelnemen aan de eindbeoordeling geeft geen recht op VOV, tenzij de opleiding werd stopgezet (zie punt 3).

3. De opleidingsverstrekker zet de opleiding stop.

Opleiding met verplichte aanwezigheid zonder eindbeoordeling: de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en attesteert de aanwezige uren tot aan de stopzetting. Aan de werkgever zullen de aanwezige uren worden terugbetaald.

Opleiding met verplichte aanwezigheid én eindbeoordeling: de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en noteert bij de eindebeoordeling 'niet van toepassing'. Aan de werkgever kunnen de door de opleidingsverstrekker aangegeven aanwezige uren tot aan de stopzetting worden terugbetaald.

Opleiding zonder verplichte aanwezigheid, maar met eindbeoordeling: de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en noteert bij de eindbeoordeling 'niet deelgenomen'. Aangezien de werknemer aan het departement zal moeten kunnen aantonen waarom hij niet heeft deelgenomen aan de eindbeoordeling, dient een werknemer de bevestigingsmail van stopzetting aangeleverd door de opleidingsverstrekker bij te houden als bewijs. De opgenomen uren VOV tot en met de stopzetting kunnen worden terugbetaald aan de werkgever.

Stand van zaken: 12 oktober 2020

We hebben informatie ontvangen van de belastingdienst in verband met de berekening van het percentage voor buitenlandse reizen (de zogenaamde "travel exclusion") voor kaderleden en specialisten die het bijzondere belastingregime van buitenlandse kaderleden genieten (toepassing van de Circulaire van 08/08/1983),

Uit deze informatie blijkt dat de belastingadministratie niet zal afwijken van de gewoonlijk geldende regels. Bijgevolg zullen buitenlandse kaderleden en specialisten waarvan de zakenreizen zijn geschrapt, ook geen recht hebben om "travel exclusion" dagen in te brengen in de betekenis van de circulaire van 08/08/1983. In feite worden alleen daadwerkelijk gemaakte reizen die voldoen aan de volgende 2 voorwaarden in aanmerking genomen: fysieke aanwezigheid in het buitenland en het professionele karakter van de reizen moet aangetoond worden.

Dit betekent dat buitenlandse kaderleden die dit jaar minder dan normaal zullen reizen, hun Belgische belasting zullen zien stijgen. In dit verband is het raadzaam om de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor werknemers die dit jaar beroepsreizen naar het buitenland hebben gepland, zo snel mogelijk te herzien, om te voorkomen dat er op het einde van het jaar te grote correcties in de bedrijfsvoorheffing moeten worden doorgevoerd.

Er dient te worden opgemerkt dat werknemers die het statuut van buitenlands kaderlid genieten en die hun fiscaal verblijf in een ander land dan België behouden (bijvoorbeeld in hun land van herkomst), waar ze telewerk verrichten, in principe belastbaar zijn in hun land van verblijf op deze telewerkdagen, en niet in België.

Contacteer International Employment Experts om u hierbij helpen!

International Employment Experts behandelt tegen betaling sociale en fiscale vragen en problemen rond internationale tewerkstelling. Voor meer informatie over de aangeboden diensten en onze tarieven kan u bij ons terecht via email op  international.employment@agoria.be

Deze steun wordt "bevroren" van 1 maart tot en met 31 mei. In de praktijk zal de steun tijdens deze periode van tijdelijke werkloosheid worden opgeschort en vanaf 31 mei opnieuw van kracht worden, zodat de periode van tijdelijke werkloosheid niet wordt meegerekend in de oorspronkelijke steunperiode, teneinde de werkgelegenheid van de werknemers die van deze steun gebruikmaken, in stand te houden. Als de werkzaamheden voor 31 mei worden hervat, wordt de ophanging automatisch opgeheven.

Enerzijds heeft de regering, van 1 maart tot uiterlijk 30 juni, de opleidingsuren die via afstandsonderwijs worden gegeven, gevalideerd, zodat ze ondanks de sluiting van scholen en opleidingsinstituten kunnen worden voortgezet. Concreet betekent dit dat deze uren worden meegerekend bij de vaststelling van het quotum aan betaald educatief verlof dat aan de werknemer wordt toegekend.

Bovendien wordt de termijn voor het indienen van uw claims voor het jaar 2018-2019 bij FOREM verlengd tot 30 juni in plaats van 30 maart .

Merk ook op dat de opleidingsuren die tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020 niet konden worden verstrekt, in rekening worden gebracht om te bepalen of de opleiding het minimum van 32 opleidingsuren per jaar omvat.

De overheid heeft verschillende afwijkende voorwaarden vastgesteld, waaronder het vergemakkelijken van de voorwaarden voor het opschorten van de overeenkomst, het automatisch verlengen en het toestaan van uitstel van de verplichting tot het aangaan van een verbintenis.

Indien de integratie-opleidingsovereenkomst tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020 afloopt, kan de verplichte sluiting van een arbeidsovereenkomst door de stagiair worden uitgesteld tot uiterlijk 1 juni 2020.

Indien de integratie-opleidingsovereenkomst na de COVID-19-crisis tussen 1 maart en 31 mei 2020 wordt opgeschort, leidt deze opschorting tot een automatische verlenging van de oorspronkelijke duur van het contract voor de integratie-opleiding met een periode die gelijk is aan de opschortingsperioden.

In geval van opschorting van de uitvoering van de integratie-opleidingsovereenkomst stelt de werkgever de FOREM zo spoedig mogelijk op de hoogte van de begin- en einddatum van de opschorting.

De opschorting van de uitvoering van het betrokken contract voor opleiding en integratie eindigt uiterlijk op 31 mei 2020.

De verlenging is automatisch en houdt niet in dat er een wijziging van het geschorste contract moet worden doorgevoerd.

Tussen 1 maart en 31 mei 2020 kan elk van beide partijen de integratie-opleidingsovereenkomst per e-mail opzeggen, met inachtneming van de overige voorwaarden die van toepassing zijn op de beëindiging van het contract .

Bovendien heeft de Waalse regering besloten de stagiairs in opleiding te steunen door hun een financiële vergoeding toe te kennen ten belope van 70% van het bedrag van de bonus waarop de stagiair recht had vóór de opschorting of de beëindiging van zijn PFI-contract. Deze maatregel is in dit stadium van kracht voor een periode van drie maanden tot eind mei.

De regering heeft besloten de verplichtingen, om het referentieaantal arbeidskrachten tussen maart en mei te handhaven en uit te breiden, te bevriezen.

De maatregelen in het kader van de COVID-19 pandemie treffen heel wat bedrijven. Voor vennootschappen en zelfstandigen die door de coronacrisis kampen met liquiditeitsproblemen, heeft de regering beslist om de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en de vierde vervaldag, op respectievelijk 10 oktober en 20 december, te verhogen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van hun voorafbetalingen minder nadelig.

In de tabel hieronder vindt u de aangepaste percentages voor de voorafbetalingen. Deze zijn, zoals gezegd, hoger in het derde en vierde kwartaal (tenzij er een dividenduitkering is):

Personenbelasting VenB (geen dividenduitkering) VenB (wel dividenduitkering)
VA1 3 % 9 % 9 %
VA2 2,5 % 7,5 % 7,5 %
VA3 2,25 % 6,75 % 6 %
VA4 1,75 % 5,25 % 4,5 %

De maatregel is bedoeld voor bedrijven met liquiditeitsproblemen. Deze geldt dan ook niet voor vennootschappen die:

  • een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen
  • die dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020

De verhoogde percentages gelden ook niet voor natuurlijke personen die hierdoor meer bonificatie wegens voorafbetalingen zouden kunnen krijgen.

De percentages van de vermeerderingen zelf blijven ongewijzigd, net zoals de data van de voorafbetalingen.

Bron: website FOD Financiën

De bedrijven die door het secretariaat van de Commissie voor erkenning der aannemers werden aangeschreven om hun erkenningsdossier te vernieuwen in het kader van de vijfjaarlijkse herziening, krijgen wegens de coronacrisis sowieso uitstel tot 1 juni. Deze periode zal wellicht nog verder uitgesteld worden.

De bedrijven die nog niet aangeschreven werden om hun dossier te vernieuwen, worden momenteel niet aangeschreven door het secretariaat van de Commissie. Uiteraard kunnen deze bedrijven zich nu al voorbereiden en eventueel zelf het initiatief nemen om een dossier in te dienen.

Agoria adviseert alvast om dit op te pikken. Praktische richtlijnen vindt u in ons artikel Erkenning van aannemers: tijdelijke nieuwe richtlijnen voor aanvragen van 24 maart.

Maak van deze uitzonderlijke situatie gebruik om uw dossier al voor te bereiden en/of werkreferenties te verzamelen. Agoria blijft uiteraard ter beschikking om u hierbij te adviseren.

Ten slotte dient u er rekening mee te houden dat de erkenning niet automatisch vervalt na het verstrijken van de vijfjarige geldigheidsduur. De erkenningen, zoals die blijken uit de officiële online lijst van erkende aannemers, blijven geldig tot er een definitieve beslissing is in het kader van de herzieningsprocedure.

Kan een bedrijf dat vóór de invoering van de COVID-19-crisismaatregelen volledig beantwoordde aan de definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid blijven genieten, ongeacht de impact van de opgelegde hygiënemaatregelen in het kader van de strijd tegen het coronavirus?

Om de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid (artikel 275/5 WIB92) te kunnen genieten, moet een bedrijf beantwoorden aan de definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, zijnde een onderneming waar het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak.

Probleem: Een bedrijf dat vóór de invoering van de COVID-19-crisismaatregelen volledig beantwoordde aan de definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, wenst nu, om de door de overheid (tijdelijk) opgelegde COVID-19 hygiënemaatregelen (in het bijzonder de maatregel van de social distancing) te kunnen respecteren en zo zijn bedrijfsactiviteiten te kunnen/mogen verderzetten, een tijdelijke regeling in te voeren waarbij de werknemers van een ploeg het bedrijfsgebouw eerst moeten verlaten alvorens de werknemers van de erop volgende ploeg het gebouw mogen betreden. Hierdoor ontstaat er een beperkte werkonderbreking tussen de opeenvolgende ploegen (van ongeveer 30 min), met als gevolg dat het bedrijf, op basis van een strikte lezing van de wet, niet meer beantwoordt aan de definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, in de zin van artikel 275/5 WIB92, en het dus niet meer zou kunnen genieten van de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid (artikel 275/5 WIB92).

Administratieve tolerantie dd. 3/4/2020: Indien een bedrijf vóór de invoering van de COVID-19-crisismaatregelen volledig beantwoordde aan de fiscale definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht (overeenkomstig artikel 275/5, WIB 92) en nu, om de door de overheid tijdelijk opgelegde COVID-19-hygiënemaatregelen te kunnen respecteren en zo zijn bedrijfsactiviteiten te kunnen/mogen verderzetten, een tijdelijke aangepaste regeling wenst in te voeren die er in het bijzonder op gericht is om de 'social distancing' te kunnen respecteren, aanvaardt de administratie dat gedurende de periode waarin de overheid deze specifieke COVID-19-maatregelen oplegt, het bedrijf tijdens die aangepaste regeling toepassing blijft maken van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid'.

Werknemers die een uitstel hypothecair krediet aanvragen, zullen aan hun bank/kredietgever een bewijs van tijdelijke werkloosheid of volledige werkloosheid ten gevolge van de coronacrisis moeten voorleggen.

Indien u als werkgever vragen krijgt omtrent dit bewijs, raadt u de werknemer best aan:

  • eerst contact op te nemen met zijn bank of kredietgever daar er momenteel geen uniforme aanpak voorhanden is binnen de bankensector omtrent de wijze van aanvraag van uitstel hypothecair krediet en de bewijsstukken die dienen voorgelegd. Febelfin stelt in zijn FAQ uitstel hypothecaire lening dat dit bewijsstuk bijvoorbeeld een attest van werkloosheid kan zijn of een verklaring op eer door de werknemer dat zijn/haar inkomsten sterk gedaald zijn. De maatregel is er namelijk voor wie door de coronacrisis niet meer in staat is zijn of haar hypothecair krediet te betalen.
  • Voldoende tijdig vóór de eerstkomende vervaldag de aanvraag tot uitstel bij zijn/haar bank of kredietgever te doen
  • Bij blijvende vragen over potentiële terugbetalingsmoeilijkheden door de coronacrisis, contact te nemen met het centraal contactpunt van Febelfin: corona@febelfin.be.

Het charter met de concrete invulling van deze coronamaatregel kan u via deze link raadplegen.

In deze tijden is het codewoord "social distancing" van essentieel belang geworden. Maar hoe zit het dan met de werking van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk? Kunnen zij hun wettelijke taken nog uitvoeren?

De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het werk heeft een brief gepubliceerd die betrekking heeft op de werking en de dienstverlening van de afdelingen medisch toezicht van deze externe diensten tijdens de COVID-19-crisis.

De Algemene Directie laat het volgende weten:

  • De periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen worden opgeschort tot de pandemie onder controle is in België;
  • De arbeidsarts heeft geen specifieke opdracht in de opsporing van zieke werknemers die kennelijk of mogelijks symptomen hebben;
  • Aanvragen voor het opstarten van een re-integratietraject behoren momenteel niet tot de prioriteit;

De volgende onderzoeken moeten in de mate dat ze gevraagd worden, uitgevoerd worden:

  • Voorafgaande gezondheidsbeoordeling;
  • Onderzoeken bij werkhervatting (eventueel bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting);
  • Spontane raadplegingen;
  • Onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming (aangepast of ander werk, werkverwijdering);
  • Vervallen van rijgeschiktheidsattest.

Voor vragen kan u terecht bij wouter.vandessel@agoria.be en geert.deprez@agoria.be

Op vrijdag 3 april 2020 bevestigde de Europese Commissie dat zij de lidstaten toelaat af te zien van invoerrechten en BTW op invoer van medische goederen die voor hulpdoeleinden zouden worden gebruikt. Het is echter geen allesomvattende maatregel: andere goederen, die niet voldoen aan de voorwaarden dienen wel nog te voldoen aan de invoerrechten en BTW op invoer.

De goederen die worden vrijgesteld van invoerrechten en BTW moeten bestemd zijn voor een van de volgende toepassingen:

  1. kosteloze verspreiding door de onder [3)] bedoelde instanties en organisaties aan de personen die getroffen zijn door of risico lopen op COVID-19 of die betrokken zijn bij de bestrijding van de COVID-19-uitbraak;
  2. kosteloos ter beschikking worden gesteld van de personen die worden getroffen door of risico lopen op COVID-19 of die betrokken zijn bij de bestrijding van de COVID-19-uitbraak, terwijl ze eigendom blijven van de in punt [3)] bedoelde organen en organisaties.
  3. De goederen worden voor het vrije verkeer ingevoerd door of namens overheidsinstanties, met inbegrip van overheidsinstanties, overheidsinstanties en andere publiekrechtelijke instellingen of door of namens door de bevoegde autoriteiten in de lidstaten erkende organisaties.
  4. Het besluit werd genomen op basis van een verordening die voorziet in een vrijstelling van invoerrechten in noodsituaties en een gelijkaardige richtlijn die hetzelfde beoogt voor de BTW.

De maatregel treedt in met terugwerkende kracht tot eind januari 2020 en blijft voor 6 maanden van kracht, tot eind juli 2020.

Agoria zet onverminderd de inspanningen verder om ook voor andere goederen een schorsing dan wel uitstel van invoerrechten te verkrijgen teneinde de heropstart van de bedrijvigheid te ondersteunen. Inzake BTW is een uitstel reeds verkregen. Verder proberen we een andere berekening te verkrijgen van de douanewaarde teneinde andere kosten gelinkt aan deze douanewaarde nominaal te laten dalen.

De feestdagenregelgeving voorziet in geval van overmacht in de betaling van de feestdag door de werkgever, indien de feestdag valt binnen een periode van 14 dagen die volgt op de aanvang van de schorsing wegens overmacht.

Let wel: voor de FOD begint er, in geval van tussentijdse werkhervatting (en dus een onderbreking in de werkloosheid), telkens een nieuwe periode van 14 dagen vanaf de eerste werkloosheidsdag na deze werkhervatting. De FOD beschouwt met andere woorden elke 'nieuwe' werkloosheid na één of meerdere activiteitsdagen als een nieuwe schorsing o.b.v. overmacht. Of nog: de feestdag zal enkel vergoed worden door de RVA voor de werknemers die langdurig (meer dan 14 dagen) en onafgebroken tijdelijk werkloos zijn wegens overmacht. Voor de werknemers die niet aan deze voorwaarden voldoen, zal de feestdag betaald worden door de werkgever. Anders dan in de eerdere versies van de FAQ RVA, wordt in de huidige versie van de tekst de opname van één of meerdere dagen wettelijke jaarlijkse vakantie gelijkgesteld met een effectieve werkhervatting.

Bij arbeidsongeschiktheid betaalt de werkgever de feestdag indien deze feestdag valt binnen een periode van 30 dagen die volgt op de aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

Wat nu bij samenloop van de schorsing wegens arbeidsongeschiktheid en de schorsing wegens tijdelijke werkloosheid? Is dan de regeling 'overmacht' (14 dagen) dan wel de regeling 'arbeidsongeschiktheid' (30 dagen) van toepassing?

In dat geval hanteren de FOD en het RIZIV het 'chronologisch criterium' waarbij de schorsingsgrond (tijdelijke werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) die het eerst is aangevangen doorslaggevend is: gaat het dus om een werknemer die arbeidsongeschikt is op de feestdag (bv. paasmaandag), dan wordt er nagegaan wanneer deze arbeidsongeschiktheid is aangevangen: is deze aangevangen voor de periode van tijdelijke werkloosheid, dan geldt de regeling voor arbeidsongeschiktheid (waarbij de werkgever gehouden is tot betaling van de feestdag zo deze feestdag binnen de periode van 30 dagen valt na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid). Is de arbeidsongeschiktheid daarentegen aangevangen binnen de periode van tijdelijke werkloosheid, dan is de regeling 'overmacht' van toepassing (waarbij de werkgever gehouden tot betaling van de feestdag zo deze laatste binnen de periode van 14 dagen valt na de aanvang van de tijdelijke werkloosheid).

Een werkgever kan het coronavirus en de opgelegde regels bekijken als een overmachtssituatie, zoals bepaald in art. 26, 1° van de arbeidswet van 16 maart 1971 ("voorgekomen of dreigend ongeval"). Dat betekent dat de werkgever voor de organisatie van het werk dat rechtstreeks verband houdt met deze overmacht, de uitzonderingsregels van dit artikel mag gebruiken.

Dit is uiteraard telkens een feitenkwestie die men individueel moet beoordelen (een intensieve dienst in een ziekenhuis mag op dit vlak meer dan bijvoorbeeld een voedingsbedrijf).

Het moet dus gaan om organisatorische maatregelen die daadwerkelijk nodig zijn om de directe gevolgen van de pandemie op te vangen of om te voldoen aan de daaruit voortvloeiende directe eisen (bijv. de noodzaak om sociale afstand te bewaren).

Dat betekent dus niet dat een werkgever deze uitzondering altijd kan inroepen. Het bovengenoemde art. 26, 1° arbeidswet kan niet ingeroepen worden voor de indirecte gevolgen van de opgelegde regels.

Een werkgever kan bv. om deze reden geen permanente overuren organiseren om de toevloed aan werk de baas te kunnen (bv. een voedingsbedrijf dat de werknemers in de week 38 uren laat werken en nu bijkomende ploegen – met dezelfde werknemers – oplegt tijdens het weekend. Daarvoor kunnen andere wetsbepalingen (met andere voorwaarden) ingeroepen worden.

Bron: FAQ FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Herziening opdracht

De wetgeving overheidsopdrachten bevat een mogelijkheid voor opdrachtnemers om zich te kunnen beroepen op onvoorziene omstandigheden. Op basis van artikel 38/9 van het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en specifieke bepalingen daaromtrent in de opdrachtdocumenten, kan de opdrachtnemer om een herziening van de opdracht vragen.

Volgens dit artikel is een onvoorziene omstandigheid een omstandigheid die redelijkerwijze niet voorzienbaar was bij de indiening van de offerte, die niet kon worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen hoewel de opdrachtnemer al het nodige daartoe heeft gedaan. Zonder twijfel zal de COVID-19 pandemie in veel gevallen kunnen worden aangevoerd als onvoorzienbare omstandigheid in het kader van dit artikel.

De opdrachtnemer kan in dergelijk geval altijd aanspraak maken op een termijnverlenging. Voor andere (financiële) vormen van herziening of verbreking dient de opdrachtnemer ook nog aan te tonen dat hij een zeer belangrijk nadeel heeft geleden. Dit nadeel moet:

1. bij opdrachten voor werken en bepaalde manuele diensten, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste 50 % uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk nadeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:

  • a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;
  • b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;
  • c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;

2. bij opdrachten voor leveringen en overige diensten, ten minste vijftien procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag.

Melding

Belangrijk is dat de opdrachtnemer de ingeroepen omstandigheden schriftelijk aan de aanbestedende overheid kenbaar maakt binnen een termijn van 30 dagen nadat ze zich hebben voorgedaan of na de datum waarop de opdrachtnemer of aanbestedende overheid ze normaal had moeten kennen. Bovendien moet de opdrachtnemer hierbij kort aangeven welke invloed deze omstandigheden hebben of kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht.

Indiening verzoek

De eigenlijke vraag tot termijnverlenging, schadevergoeding, herziening of verbreking van de opdracht moet worden ingediend volgens de volgende regels. Zij moet behoorlijk gerechtvaardigd en becijferd zijn, en schriftelijk ingediend worden binnen de volgende termijnen:

  1. vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;
  2. uiterlijk 90 dagen volgend op de datum van de kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht om een andere herziening (dan een termijnverlenging of verbreking) of een schadevergoeding te verkrijgen;
  3. gaat het om feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode, dan gaat de termijn van 90 dagen om een andere herziening (dan een verbreking of termijnverlenging) te verkrijgen in na het verstrijken van de waarborgperiode.

De RSZ heeft recent de mogelijkheid om een aanvulling te betalen bij de RVA-uitkering voor tijdelijke werkloosheid zonder dat daarop bijdragen verschuldigd zijn bevestigd, en heeft tegelijk herinnerd aan een regel die al lang geldt, nl. dat die aanvulling er niet toe mag leiden dat de werknemer netto meer ontvangt dan wanneer daadwerkelijk wordt gewerkt.

Dit betekent dat:

  • naast de uitkering van de RVA en eventuele supplementen zoals de 5,63 euro per dag in geval van 'tijdelijke werkloosheid wegens overmacht' ook rekening moet worden gehouden met aanvullingen die kunnen worden toegekend door een fonds voor bestaanszekerheid;
  • de werkgever alle werknemers van dezelfde categorie gelijk moet behandelen: hetzij door tot een bepaald percentage van het nettoloon te compenseren, hetzij door ieder een forfaitair bedrag te betalen, rekening houdend met het feit dat werknemers met een laag loon evenmin meer mogen ontvangen dan wanneer ze daadwerkelijk hadden gewerkt;
  • rekening moet worden gehouden met het gemiddelde loon van de voorgaande maanden indien het gaat om werknemers met een variabel loon;
  • alleen rekening moet worden gehouden met het loon waarop sz-bijdragen verschuldigd zijn. De aanvullingen mogen dus geen rekening houden met voordelen zoals maaltijdcheques enz.;
  • netto niet betekent dat wordt uitgegaan van het nettomaandloon en het nettobedrag van de aanvullingen en de uitkering van de RVA maar dat rekening wordt gehouden met het feit dat verschillende bedrijfsvoorheffingen van toepassing zijn op het loon, de uitkeringen van de RVA en de aanvullingen. Het is dus beter om uit te gaan van de respectievelijke bruto belastbare bedragen.

De RSZ heeft aangegeven dat zij zich begripvol zou opstellen voor het feit dat beslissingen snel moesten worden genomen en dat zij, als de toegekende aanvullingen voor maart te hoog zouden zijn, de werkgever toestaat om dit te compenseren door de aanvullingen voor de daaropvolgende maanden te verlagen, ook al omdat de definitieve bedragen van de werkloosheidsuitkeringen niet meteen bekend zullen zijn.

Wat indien de werkgever niet voldoende inspanningen doet om de social distancing maatregelen toe te (laten) passen in de onderneming waardoor medewerkers of derden schade lijden. Zo zou het kunnen dat medewerkers of derden worden besmet omdat de werkgever in gebreke is gebleven.

Algemeen is de werkgever geacht er als een goede huisvader voor te zorgen dat de arbeid wordt verricht in optimale omstandigheden met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van de werknemer. Daartoe moet de werkgever een aantal preventiebeginselen toepassen. De risicoanalyse is hierbij een cruciale en essentiële factor. Daarnaast is het van belang te benadrukken dat de hiërarchische lijn wettelijke taken heeft opgelegd gekregen (als verlengstuk van de werkgever) en dat elementen zoals onthaal, begeleiding, informatie en vorming van werknemers concrete en belangrijke verplichtingen zijn.

Zo de werkgever een fout maakt die schade toebrengt aan zijn werknemer of derden is hij, zoals elkeen, daarvoor aansprakelijk. Uiteraard gelden de gewone criteria: er is foutief gedrag (door de werkgever), schade (aan de werknemers) en een oorzakelijk verband tussen fout en schade.

Vertaald naar de Coronacrisis: wanneer de werknemer ziek wordt of besmet is betekent dat niet dat die ziekte of die besmetting is opgedaan door de aanwezigheid van de werknemer op de werkplek. En zelfs als de werknemer besmet of ziek zou zijn door de aanwezigheid op de werkplek, dan nog is het uiteraard niet zo dat de oplettende werkgever (dwz de werkgever die zich aan de social distancing normen houdt) een fout zou hebben gemaakt. Goed huisvaderschap betekent uiteraard geen absolute garantie dat werknemers niet ziek of besmet zou raken, wèl dat de werkgever de nodige inspanningen (preventiemaatregelen) heeft gedaan om dit te vermijden.

De werkgever is eveneens burgerlijk aansprakelijk voor elke schade die aan een derde wordt berokkend door om het even welke fout van de werknemer.  Wie zijn die 'derden'? Dit kunnen andere werknemers van de onderneming (collega's) zijn, of personen vreemd aan de onderneming. De burgerlijke aansprakelijkheid van de werknemer daarentegen is beperkt tot het geval van opzettelijke fout, zware fout en lichte gewoonlijke fout.

Terzijde: ziekte als gevolg van besmetting met het virus is geen ongeval, dus ook geen arbeidsongeval. Er kan bijgevolg geen beroep gedaan worden op de arbeidsongevallenverzekering.

Met betrekking tot het strafrechtelijk luik: zoals reeds hierboven reeds aangehaald is de werkgever verantwoordelijk voor het welzijn van zijn werknemers en is hij dus in dit opzicht verplicht om te zorgen voor veilige en gezonde werkomstandigheden. Dit is gebaseerd op de Welzijnswet van 4 augustus 1996, die de werkgever zware verplichtingen oplegt op het gebied van preventie en risicoanalyse. Deze wet is uiteraard onverminderd van toepassing in deze periode van pandemie, en moet ook zeker goed in acht genomen worden na deze periode bij de heropstart van de activiteiten.

Het niet, of niet zorgvuldig, naleven van deze verplichtingen kan aanleiding geven tot strafrechtelijke aansprakelijkheid, zoals voorzien in het Sociaal Strafwetboek. De strafrechtelijke geldboetes voor de werkgever kunnen snel oplopen: tot 8.000 EUR (niveau 3) of tot 48.000 EUR (niveau 4), eventueel vermenigvuldigd met het aantal werknemers dat betrokken is bij de inbreuk. Het niveau 4 is van toepassing wanneer de gezondheid van werknemers in het gedrang komt, hetgeen uiteraard mogelijk is in deze problematiek van de pandemie. Bij de sancties van niveau 4 kan er zelfs ook een gevangenisstraf opgelegd worden van 6 maanden tot 3 jaar, alsook de sluiting van de onderneming.

Overwerk, studenten- en uitzendarbeid zijn niet uitgesloten, maar er moeten natuurlijk goede gronden zijn voor het samengaan met tijdelijke werkloosheid.

Vooreerst is het natuurlijk niet verdedigbaar dat er overwerk wordt georganiseerd voor sommige werknemers terwijl een collega die hetzelfde of gelijkaardig werk doet, tijdelijk werkloos is gesteld.

Een belangrijke uitzondering wordt gemaakt ingeval die collega tijdelijk werkloos werd gesteld om redenen die met de persoon van de werknemer te maken hebben., Voorbeelden van dergelijke redenen zijn de verschillende gevallen van tijdelijke quarantaine van de werknemer wegens vermoeden of vaststelling van besmetting (van de werknemer zelf, of van iemand met wie de werknemer samenwoont) of omdat de werknemer risicopatiënt is., Voor uitzend- en studentarbeid geldt eenzelfde logica: het inzetten van een student of een uitzendkracht kan, ook tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid, maar niet wanneer een vaste werknemer die gelijk (of gelijkaardig) werk doet tijdelijk werkloos wordt gesteld om redenen die niet met de persoon van die vaste werknemer te maken hebben

Werkgevers vragen zich af hoe ze de opname en spreiding van verlofdagen (in de ruime betekenis van het woord) optimaal kunnen aansturen nu de opname van vakantie in veel ondernemingen ontregeld is door een verhoogde afwezigheid wegens ziekte en/of de invoering van tijdelijke werkloosheid.

De nog niet opgenomen verlofrechten kunnen een heropstart of de continuïteit van de activiteiten bemoeilijken in de tweede helft van dit kalenderjaar.

De noden van de ondernemingen verschillen sterk. Sommige zijn gebaat met een collectieve opname van verlof, andere hebben nood aan een mooi gespreide opname. Overleg en duidelijke afspraken op ondernemingsvlak zijn dus cruciaal.

Wat uw regelmogelijkheden zijn, is bovendien sterk afhankelijk van het type verlofrecht. Zo zijn er belangrijke verschillen tussen de wettelijke vakantiedagen, extralegale vakantiedagen, arbeidsduurverminderingsdagen (ADV-dagen) en inhaalrust voor overuren.

Algemeen geldt dat er een akkoord moet zijn over het tijdstip van opname en er ook een akkoord moet zijn om reeds eerder gemaakte afspraken te wijzigen.

We overlopen hieronder de meest voorkomende verlofrechten.

Wettelijke vakantiedagen

Voor wettelijke vakantiedagen bepaalt de wet uitdrukkelijk dat een akkoord nodig is over het moment waarop deze kunnen opgenomen worden. Dit akkoord kan

  • collectief (= voor collectieve vakantie die niet vastgelegd wordt op het niveau van het paritair comité) bekomen worden in de ondernemingsraad (bij afwezigheid hiervan in akkoord met de vakbondsafvaardiging, bij afwezigheid van een vakbondsafvaardiging in akkoord met alle werknemers). De wetgeving voorziet geen uiterste datum waarop de collectieve jaarlijkse vakantie moet worden vastgelegd. Zodra de data van de jaarlijkse collectieve vakantie zijn vastgelegd, moeten ze wel vermeld worden in een bericht dat bij het arbeidsreglement wordt gevoegd en moeten de werknemers en de sociale inspectie een kopie van dit bericht ontvangen, en/of
  • individueel gebeuren in onderling akkoord met de werknemer voor zijn individuele verlofdagen.

Het is verplicht om het wettelijk verlof voor het eind van het jaar op te nemen, wat een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer is.

Concreet betekent dit:

Voor collectieve vakantie:

  • Reeds vastgelegde collectieve vakantie blijft in principe op de voorziene data vastgelegd, tenzij er op het niveau waarop deze is vastgelegd (ondernemingsraad/vakbondsafvaardiging/werknemers) nieuwe afspraken over worden gemaakt. De nieuwe data moeten dan in bijlage van het arbeidsreglement worden gevoegd en een kopie ervan moet aan de werknemers en de inspectie worden bezorgd.
  • Indien er nog geen collectieve vakantie voor dit jaar voorzien was, kan deze nu nog worden ingevoerd mits het respecteren van de wettelijke procedure.

Voor individuele vakantiedagen:

  • De individueel vastgelegde vakantiedagen die reeds zijn aangevraagd door de werknemer en al formeel zijn goedgekeurd door de werkgever, zijn in onderling akkoord vastgelegd. De werknemer kan hier niet eenzijdig op terugkomen. Werknemer en werkgever kunnen wel in onderling akkoord overeenkomen om een reeds goedgekeurde vakantie te annuleren en op een later ogenblik op te nemen.
  • De werkgever kan de opname van nog niet goedgekeurd wettelijk verlof niet eenzijdig afdwingen. Met het akkoord van de werknemer kan er natuurlijk wel individueel verlof worden ingepland.

Er kunnen op ondernemingsniveau ook planningsregels (bv. minimumbezetting per afdeling, prioriteitsregels, ..) overeengekomen worden om een evenwicht te vinden tussen het recht op verlof en de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten. Deze planningsregels worden idealiter in de ondernemingsraad (bij gebrek hieraan met de vakbondsafvaardiging) overeengekomen in het voorjaar.

Extralegale vakantiedagen

Voor extralegale vakantiedagen, zoals bijvoorbeeld anciënniteitsdagen, zijn er geen wettelijke regels.

Dit betekent dat er geen beletsel is om deze over te dragen naar volgend jaar/ naar volgende jaren of om het openstaand saldo op het einde van het jaar uit te betalen, voor zover dit niet in strijd is met eerder op ondernemingsvlak gemaakte afspraken.

ADV-dagen

Voor ADV-dagen voorziet de wetgeving niet uitdrukkelijk dat er een akkoord moet zijn tussen de werkgever en de werknemer over de opname ervan, wat echter niet wil zeggen dat dit eenzijdig door de werkgever opgelegd kan worden. De ADV- dagen moeten in alle geval wel voor het eind van de betrokken referteperiode (= meestal het kalenderjaar) worden opgenomen omdat de gemiddelde arbeidsduur moet gerespecteerd worden binnen de referteperiode.

Indien er op ondernemingsvlak afspraken zijn omtrent het opnemen van de ADV-dagen (bv. in het arbeidsreglement), dan moeten deze worden nageleefd. Eventueel kunnen ze heronderhandeld worden om voor dit jaar te komen tot een (andere) spreiding van de opname van de ADV-dagen.

Inhaalrust voor overuren

De arbeidsduurwetgeving voorziet enkele concrete regels inzake het opnemen van inhaalrust voor overuren (referteperiode, interne grens, …). Deze moeten natuurlijk worden gerespecteerd.

De wetgeving voorziet echter niet uitdrukkelijk dat er een akkoord moet zijn tussen de werkgever en de werknemer over het concreet ogenblik van het opnemen van de inhaalrust binnen deze wettelijke grenzen, maar ook hier ligt het in de praktijk moeilijk om dit als werkgever eenzijdig op te leggen. Indien er op ondernemingsniveau reeds afspraken zijn gemaakt, kunnen deze nu eventueel worden heronderhandeld. Zijn er nog geen afspraken rond gemaakt, dan kan u proberen om afspraken te maken over de (al dan niet gedeeltelijke) opname tijdens de crisismaanden van inhaalrust voor eerder gepresteerde overuren, zodat zij niet allemaal ingehaald moeten worden in het najaar.

In tegenstelling tot tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken, moet de werknemer die tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht-Corona, niet eerst zijn verworven inhaalrust opnemen vooraleer hij tijdelijk werkloos gesteld kan worden.

Enkele praktische tips

  • Inventariseer de verschillende verlofrechten in uw onderneming en de bestaande wettelijke regels en eventuele ondernemingsafspraken over de opname ervan.
  • Bepaal als werkgever de volgorde van de opname van de verlofrechten. Reken eerst de dagen wettelijke jaarlijkse vakantie aan (mits respecteren van de wettelijke regels inzake inhaalrust voor overuren en van de referteperiode voor de ADV-dagen).Bekijk wat u vanuit uw onderneming zou willen voorstellen en met wie u dit dient te bespreken.
  • Pas hetzelfde mechanisme toe op al uw werknemers, of zij thuiswerken, nog in de onderneming aanwezig zijn, of (al) tijdelijk werkloos zijn.
  • Communiceer duidelijk naar de werknemers.

De RSZ specifieert in haar tussentijdse instructies hoe periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in de kwartaalaangiftes moeten worden aangegeven. De federale regering heeft op 6 november 2020 beslist om de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 opnieuw in te voeren voor alle werkgevers en werknemers.

Vanaf 1 september 2020 was de prestatiecode 77 enkel nog maar geldig voor werknemers tewerkgesteld in een onderneming die 'uitzonderlijk hard getroffen was' of actief in een sector die 'uitzonderlijk hard getroffen was'. Door de nieuwe uitbreiding van de vereenvoudigde procedure tijdelijke werkloosheid overmacht corona, zal vanaf 1 oktober 2020 opnieuw geen onderscheid meer gemaakt worden tussen het al dan niet zwaar getroffen zijn van de werkgever en is de prestatiecode 77 opnieuw algemeen toepasbaar.

Bron: tussentijdse instructies RVA

Binnen Agoria zijn veel experts beschikbaar om uw vragen te beantwoorden en samen met u adequate antwoorden/acties te vinden/ontwikkelen.

Hier is een onvolledige lijst van de personen die beschikbaar zijn om u te begeleiden:

  • Voor alle vragen met betrekking tot export, douanerechten of internationale handel in de breedste zin van het woord kunt u contact opnemen met: Kevin Verbelen, 02 706 83 91, kevin.verbelen@agoria.be
  • Voor alle vragen met betrekking tot internationaal werk kunt u contact opnemen met: Hilde Thys, 02 706 78 94, hilde.thys@agoria.be
  • Voor alle andere vragen met betrekking tot Europese aangelegenheden kunt u contact opnemen met: Laurent Hellebaut, 02 706 80 01, laurent.hellebaut@agoria.be

Voor gewestelijke export-ondersteunende maatregelen vindt u meer info op de website va:n

Hub.brussels voor Brussel: https://hub.brussels/fr/motivation/exporter/

Awex voor Wallonië: http://www.awex-export.be/fr/les-entreprises-wallonnes-et-le-covid19

FIT voor Vlaanderen; https://www.flandersinvestmentandtrade.com/export/internationaal/dossiers/coronavirus

In bijgaand document (in het Engels) vindt u een overzicht van de belangrijkste fiscale en begrotingsmaatregelen die op 14 april 2020 waren genomen.

Indien in uw statuten de mogelijkheid werd voorzien om 'virtuele' algemene vergaderingen te houden, dan kan men deze bepalingen naleven voor de praktische organisatie van de algemene vergadering.

Indien deze mogelijkheid (nog) niet was voorzien in de statuten, bestaat er nu een versoepeling waardoor de algemene vergadering via tele- of video-conference kan gebeuren. Het is eveneens toegelaten aan de deelnemers aan elke algemene vergadering een elektronisch communicatiemiddel ter beschikking te stellen zelfs zonder statutaire machtiging.

Deze regels zijn van toepassing tussen 1 maart en 30 juni 2020 na verlenging bij Koninklijk Besluit. Initieel was dit 3 mei. De einddatum van 30 juni kan worden aangepast in functie van de verlenging van de maatregelen tegen het Corona-virus.

De COVID-19-pandemie heeft tot gevolg dat alle rechtspersonen voor wie de voorbereidingen voor de gewone algemene vergaderingen veelal net waren gestart, zich geconfronteerd zien met onoverkomelijke praktische moeilijkheden om die vergaderingen ook effectief volgens de gebruikelijke regels te houden, zonder de dwingende regels opgelegd ter bestrijding van het virus te overtreden.

Enkele versoepelingen drongen zich op en bijgevolg heeft de regelgever enkele opties vooropgesteld die de nodige flexibiliteit bieden. Het betreft een facultatieve regeling voor alle vennootschappen en verenigingen.

Optie 1 : Fysieke vergadering laten doorgaan

De organisatie kan de vergadering laten doorgaan, maar in omstandigheden die enerzijds verzoenbaar zijn met de maatregelen genomen naar aanleiding van de COVID-19-crisis, en anderzijds toch aan de aandeelhouders en de leden toelaten hun stemrecht uit te oefenen en hen de kans geven vragen te stellen.

In concreto krijgt het bestuursorgaan de bevoegdheid om te beslissen dat de aandeelhouders of de leden uitsluitend op afstand mogen deelnemen, al dan niet in combinatie met stemmen per volmacht, waarbij uitsluitend een door het bestuursorgaan aangestelde persoon als volmachthouder kan optreden (voor alle aandeelhouders) (zie optie 2).

Optie 2 : Algemene vergadering op afstand : stemmen + volmacht

Het bestuursorgaan kan (ook zonder statutaire machtiging) aan de deelnemers aan de algemene vergadering opleggen om hun rechten uitsluitend uit te oefenen :

Door vóór de algemene vergadering op afstand te stemmen (voor de NV: art. 7:146 WVV), en

Door een volmacht te verlenen vóór de algemene vergadering in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Wanneer een entiteit gebruik maakt van deze mogelijkheid, kan zij elke fysieke aanwezigheid van aandeelhouders verbieden wanneer zij niet kan garanderen dat de social distancing en overige maatregelen ter bestrijding van COVID-19 kunnen worden nageleefd.

In dit geval kan worden opgelegd dat enkel schriftelijke vragen worden gesteld in overeenstemming met de WVV en mits naleving van enkele termijnen. Het bestuursorgaan zal de vragen schriftelijk beantwoorden vóór de stemming, of mondeling indien zij hiervoor kiest.

Ook al voorzien de statuten er niet in, er bestaat nu een versoepeling waardoor de algemene vergadering via tele- of video-conference kan gebeuren. Het is toegelaten aan de deelnemers aan elke algemene vergadering een elektronisch communicatiemiddel ter beschikking te stellen zelfs zonder statutaire machtiging.

Optie 3: algemene vergadering uitstellen

Het bestuursorgaan kan de algemene vergadering en de goedkeuring van de jaarrekening uitstellen.

Dit is ook toegelaten indien de vergadering reeds is bijeengeroepen, op voorwaarde dat de aandeelhouders en leden daarover correct worden geïnformeerd (via de website, per e-mail, per post).

De algemene vergadering kan worden uitgesteld tot 10 weken na de statutair bepaalde datum.

Deze regels zijn van toepassing tussen 1 maart en 30 juni 2020 na verlenging bij Koninklijk Besluit. Initieel was dit 3 mei. De einddatum van 30 juni kan worden aangepast in functie van de verlenging van de maatregelen tegen het Corona-virus.

Het bestuursorgaan kan onder alle omstandigheden unaniem schriftelijk besluiten. Het bestuursorgaan kan ook (in voorkomend geval bij meerderheid) beraadslagen en besluiten via een elektronische communicatie (telefonische- of videoconferentie) die discussie toelaat.

Gaat het om beslissingen die voor een notaris moeten worden genomen, zoals bv. het toegestane kapitaal, dan volstaat opnieuw dat één lid van het bestuursorgaan of een door het bestuursorgaan aangesteld persoon samen met de notaris fysiek vergadert; de andere leden kunnen deelnemen via de elektronische communicatie.

Deze regels zijn van toepassing tussen 1 maart en 30 juni 2020 na verlenging bij Koninklijk Besluit. Initieel was dit 3 mei. De einddatum van 30 juni kan worden aangepast in functie van de verlenging van de maatregelen tegen het Corona-virus.

De fysieke verschijning voor de notaris met het oog op de ondertekening van de akte kan gebeuren :

Door één enkel lid van het bestuursorgaan, daartoe gemachtigd, of elke andere persoon aan wie hij daartoe volmacht geeft, en/of door een volmachthouder

Deze regels zijn van toepassing tussen 1 maart en 30 juni 2020 na verlenging bij Koninklijk Besluit. Initieel was dit 3 mei. De einddatum van 30 juni kan worden aangepast in functie van de verlenging van de maatregelen tegen het Corona-virus.

De algemene vergaderingen van mede-eigenaars kunnen niet doorgaan zolang de sanitaire maatregelen (zoals social distancing) gelden. Schriftelijke vergaderingen zijn niet werkbaar aangezien er heel wat kwetsbare ouderen mede-eigenaar zijn en aangezien veel syndici er (technisch) niet op zijn voorbereid.

De algemene vergadering zal moeten plaatsvinden binnen de 5 maanden na afloop van de crisisperiode.

De mandaten van de syndicus en de leden van de raad van mede-eigenaars worden verlengd tot de eerstvolgende algemene vergadering. Het contract met de syndicus wordt van rechtswege verlengd.

Deze regels zijn van toepassing tussen 10 maart en 3 mei 2020. De einddatum van 3 mei kan wel worden aangepast in functie van de verlenging van de maatregelen tegen het Corona-virus.

Hoe kunnen we onze economie weer vlot, veilig, maar zeker laten heropleven? Een generieke gids met goede praktijken biedt de bedrijven houvast om zich optimaal voor te bereiden.

De praktische gids, uitgewerkt door de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, moet de heropleving van de economie vergemakkelijken en is in de eerste plaats bedoeld voor die ondernemingen die zich willen voorbereiden op heropstart. Bedrijven die al aan de slag zijn, kunnen verder werken mits ze oog blijven hebben voor de veiligheids-, gezondheids- en hygiënevoorschriften. 

De gids bundelt concrete en haalbare preventiemaatregelen die de werkgevers ondersteunen en de werknemers bescherming bieden. Bescherming op het werk, tijdens verplaatsingen naar en van de werkplek (bv. bij gemeenschappelijk vervoer) of tijdens werkgerelateerde activiteiten. Denk aan het gebruik van refters, kleedkamers en andere sociale voorzieningen. Of aan contacten met klanten, leveranciers en onderaannemers.

De eerste editie van de Generieke gids 'Veilig aan het werk' verscheen op 24 april. Op 6 mei werd een tweede, geactualiseerde editie uitgebracht. U kunt deze hier downloaden. De gids is ook verkrijgbaar in het Frans, Duits en Engels

Veel Agoria-lidbedrijven zijn internationaal actief. Hoewel de banken ondersteund worden door de Belgische en Europese overheden, hadden sommige leden al opgemerkt dat wat de kredietfinanciering betreft, de situatie aan het verslechteren was. Agoria heeft de voorbije weken actief gezocht naar bijkomende oplossingen. Die zijn nu gevonden, o.a. in de vorm van de Credendo Bridge Guarantee.

Overbruggingskrediet

Credendo is de Belgische publieke kredietverstrekker. Naast de gebruikelijke instrumenten die Credendo aanbiedt, is het nu ook gestart met het voorzien in een "Credendo Bridge Guarantee". Een overbruggingskrediet van Credendo heeft de volgende kenmerken:

  • de garantie wordt uitgegeven ten gunste van een bank;
  • de garantie, met een looptijd van maximaal één jaar, werd ontwikkeld voor de dekking van overbruggingskredieten die verstrekt worden aan Belgische bedrijven die internationaal actief zijn;
  • de garantie dekt 80% van het risico van de bank met een bovengrens van 10 miljoen euro per bedrijf;
  • bedrijven die reeds in moeilijkheden verkeerden vóór de crisis of die toegang hebben tot andere steunmaatregelen kunnen niet gebruikmaken van de versterkte financiële garantie.

De banken zijn vertrouwd met het financiële-garantieproduct van Credendo. Dankzij deze garantie kunnen bedrijven gemakkelijker een krediet verkrijgen, de kredietlimieten kunnen hoger liggen en de bank die het krediet verstrekt heeft, krijgt het voordeel van extra capaciteit en comfort. De 'Credendo  Bridge Guarantee' kan dus kort na de goedkeuring door de Europese Commissie in werking treden. De praktische toepassingsmodaliteiten zullen in de eerste plaats worden aangewend voor de kmo's.

Dit instrument is gemaakt op maat van de kmo. Indien de omzet van het bedrijf voor 30% gehaald wordt uit export (buiten België), kan men al in aanmerking komen voor dit overbruggingskrediet.

Drie weken geleden kondigde de Vlaamse overheid op aansturen van Agoria een steunpakket van 250 miljoen euro aan voor startups en kmo's in de vorm van achtergestelde leningen. Vandaag werd er een tipje van de sluier gelicht over de incentives, die via de Vlaamse Investeringsmaatschappij PMV zullen lopen.

Levensvatbare ondernemingen kunnen aanspraak maken op achtergestelde leningen van minimaal 25.000 euro tot maximaal 2 miljoen euro, over een looptijd van drie jaar. De bedragen kunnen nog verhoogd worden als er bijkomende garanties zijn van andere financiers.

Startups en scale-ups kunnen de lening volledig terugbetalen op de vervaldag. Als ze dat niet zien zitten, kunnen ze ook kiezen voor een converteerbare lening waarbij PMV in het kapitaal treedt, met een korting van 25 procent op de aandelenprijs van de kapitaalronde/exit. Kmo's met weerkerende kasstromen krijgen een vrijstelling van de aflossingen tijdens de eerste 24 maanden.

De achtergestelde leningen worden geïntroduceerd aan een intrestvoet van 5 procent voor startups en scale-ups, en van 4,5 procent voor kmo's en zelfstandigen. PMV wil die tarieven nog naar omlaag krijgen via een aanmelding bij een Europees garantiefonds, maar heeft daar nog geen uitsluitsel over.

De leningen richten zich specifiek tot startups en scale-ups die in de laatste 3 jaren nog geen recurrente positieve kasstroom hadden maar die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen, en tot kmo's en zelfstandigen die vóór de Coronacrisis wél recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.

De financiële injecties moeten voor 15 november 2020 aangevraagd worden, al kan het op dit moment nog niet, omdat PMV nog de goedkeuring moet krijgen van Europa. Voor die goedkeuring wordt gemikt op begin mei.

Het streefdoel is om de doorlooptijd tussen de aanvraag (mits een onderbouwd informatiepakket) en de terbeschikkingstelling van de Corona-lening te beperken tot maximaal 1 maand.

Meer details kunt u terugvinden op de website van PMV.

Geïnteresseerde bedrijven kunnen pre-registreren, en worden nadien op de hoogte gebracht zodra de lening kan worden aangevraagd.

De RSZ beschikt over de mogelijkheid om voor de bijdragen m.b.t. het derde en vierde kwartaal van 2020, hetzelfde type minnelijk afbetalingsplan zonder sancties toe te kennen als voor de bijdragen m.b.t. het eerste en tweede kwartaal van het jaar.

Om dat minnelijk afbetalingsplan te genieten, moeten ondernemingen enerzijds aantonen dat ze kampen met ernstige economische problemen als gevolg van de coronacrisis en moeten ze anderzijds dat plan aanvragen vóór iedere gerechtelijke vervolging. De maandelijkse termijnen (maximaal 24) kunnen variabel zijn voor ondernemingen die daarom vragen. Indien de overeengekomen maandelijkse termijnen niet worden nageleefd, worden de sancties alsnog toegepast.

Bovendien volgen er geen sancties als de maandelijkse voorschotten voor Q3 en Q4 niet worden betaald.

Omwille van de gevolgen van de COVID-19-pandemie, is het risico op niet-betaling van de klanten zo zorgwekkend geworden dat de kredietverzekeraars hun kredietlimieten op de klanten (debiteuren) van hun verzekerden zouden dienen te verlagen volgens de voorziene procedures in normale tijden. Bijgevolg dreigt er op de private markt een gebrek aan kredietverzekering voor handelsvorderingen. Het herverzekeringsprogramma van de Staat wil dit risico opvangen voor verzekerde bedrijven gevestigd in België en hun handelstransacties met kopers (debiteuren) die zowel in België als in het buitenland gevestigd zijn.

De kredietverzekeraars verbinden zich er in het kader van dit akkoord toe om de kredietlimieten die in de loop van de 12 maanden vóór 1 maart 2020 effectief gebruikt werden, zoveel mogelijk intact te laten tot eind 2020. Op die manier kunnen de handelsrelaties en de handelsstromen in stand gehouden worden.

In ruil voor die verbintenis zal Credendo – Export Credit Agency, handelend voor rekening van de Staat, zich verbinden tot het herverzekeren van de risico's die de voorgenoemde, in België gevestigde kredietverzekeraars hebben onderschreven. Het herverzekeringsprogramma voorziet dat een aanzienlijk deel van de schadevergoedingen nog steeds gedragen zal worden door de verzekeraars. De verdeling zal evolueren naargelang van het aantal claims. Daarnaast voorziet het programma in een progressieve verdeling van de premies tussen de verzekeraar en Credendo. Ook deze verdeling is afhankelijk van het aantal claims.

Het ontwerpakkoord werd gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de Europese Commissie het goedkeurt, maar omdat er gelijkaardige initiatieven zijn opgestart in andere EU lidstaten, verwachten wij geen bezwaren.

De contractuele sancties ten aanzien van een wanbetaler kan u nog steeds toepassen :

  • Retentierecht
  • Het recht om uw verplichtingen niet na te leven indien u contractspartij haar verplichtingen niet naleeft (vergeet niet eerst uw contractspartij in gebreke te stellen en aan te geven dat de overeenkomst niet meer zal worden uitgevoerd wegens wanbetaling)
  • Schuldvergelijking (compensatie van schulden)

Overeenkomsten gesloten vóór 18 maart 2020 kunnen niet eenzijdig, noch gerechtelijk worden ontbonden wegens wanbetaling van een opeisbare geldschuld.

Indien een firma dus een overeenkomsten heeft afgesloten na 18 maart 2020 – dus tijdens de crisisperiode – zal deze geen beroep kunnen doen op deze opschortende maatregel.

Deze maatregel is niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten.

Deze maatregelen ter bescherming van ondernemingen die ten gevolge van de COVID-19-crisis in moeilijkheden verkeren, zijn van toepassing tot 17 juni 2020. Deze periode kan worden verlengd.

De wanbetaler kan niet op dagvaarding van een andere onderneming failliet worden verklaard.

Het openbaar ministerie (= het parket) of de door de ondernemingsrechtbank aangestelde bewindvoerder kan dit wel nog steeds. De schuldenaar heeft tijdens de crisisperiode niet meer de verplichting om aangifte van faillissement te doen. De schuldenaar heeft wel nog steeds de mogelijkheid om aangifte van faillissement te doen.

Deze maatregelen ter bescherming van ondernemingen die ten gevolge van de COVID-19-crisis in moeilijkheden verkeren, zijn van toepassing tot 17 juni 2020. Deze periode kan worden verlengd.

Het KB nr. 15 betreffende de tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis somt enkele opschortende maatregelen op om te vermijden dat ondernemingen die ten gevolge van de COVID-19-crisis in moeilijkheden zitten, nog verder in de problemen te laten verzeilen.

Deze opschortende maatregelen (geen mogelijkheid tot beslag of dagvaarding in faillissement) doen echter geen afbreuk aan de verplichting om opeisbare schulden te betalen.

Deze maatregelen ter bescherming van ondernemingen die ten gevolge van de COVID-19-crisis in moeilijkheden verkeren, zijn van toepassing tot 17 juni 2020. Deze periode kan worden verlengd.

Geen bewarend beslag (vb. de firma kan de goederen waar een bewarend beslag op werd gelegd, niet meer verkopen), noch uitvoerend beslag (vb. de gerechtsdeurwaarder neemt het kantoormateriaal in beslag met het oog op verkoop) kan worden gelegd. Evenmin kunnen andere uitvoeringsmaatregelen worden aangewend of voortgezet op de goederen van de onderneming. Dit geldt voor alle schulden van de onderneming met inbegrip van de schulden opgenomen in een reorganisatieplan. Dit geldt niet voor beslag op onroerende goederen.

Deze maatregelen ter bescherming van ondernemingen die ten gevolge van de COVID-19-crisis in moeilijkheden verkeren, zijn van toepassing tot 17 juni 2020. Deze periode kan worden verlengd.

De FOD WASO heeft een checklist opgemaakt die ze gebruikt bij controles in het kader van Covid-19: https://werk.belgie.be/nl/nieuws/generieke-gids-nieuwe-versie-checklist-en-affiche

Agoria wil de ondernemingen helpen bij het invullen van de checklist en heeft daarom een specifieke toelichting geschreven bij de verschillende maatregelen uit deze checklist. U kan deze toelichting hier raadplegen.

Het is niet de bedoeling dat de door de onderneming ingevulde checklist wordt overmaakt aan Toezicht Welzijn op het Werk. Het is aan de inspectie zelf om de checklist in te vullen, ofwel ter plaatse ofwel bij een telefonisch contact.

Indien tijdens een inspectiebezoek inbreuken of opmerkingen worden vastgesteld, vraag dan steeds naar de argumentatie van de inspecteur.

Gelieve ons nadien te informeren over mogelijke inbreuken of opmerkingen, samen met de argumentatie. Op die manier krijgen wij een zicht op de aanpak van TWW.

Om een goed overzicht te hebben van de export-ondersteunende maatregelen van de Europese Unie alsook van de Gewesten kan u op de website van FIT terecht voor meer informatie. Via het netwerk van het Gewestelijke exportagentschap kan u ook informatie inwinnen over lokale crisismaatregelen die mogelijk een effect hebben op uw handel. Agoria werkt samen met FIT en coördineert op regelmatige basis om op die manier een optimale dienstverlening aan te bieden.

Om een goed overzicht te hebben van de export-ondersteunende maatregelen van de Europese Unie alsook van de Gewesten kan u op de website van AWEX terecht voor meer informatie. Via het netwerk van het Gewestelijke exportagentschap kan u ook informatie inwinnen over lokale crisismaatregelen die mogelijk een effect hebben op uw handel. Agoria werkt samen met AWEX en coördineert op regelmatige basis om op die manier een optimale dienstverlening aan te bieden.

Omwille van de Corona-crisis zijn er een dertigtal landen in de wereld die in aan financieel moeilijker situatie zijn terecht gekomen. Hierdoor zijn de risico's verhoogd. Via de website van de Belgische publieke kredietverzekeraar Credendo kan u de landenfiches controleren. Verhoogde risico's in landen hebben gevolgen voor de interesten en de tussenkomsten van de kredietverzekeraars.

www.credendo.com

In principe kan u enkel betaling bekomen van de partij met wie u een contractuele relatie heeft en kan u de contractuele sancties (retentierecht, niet uitvoering wegens niet-betaling en schuldvergelijking/compensatie) enkel ten aanzien van de contractspartij inroepen. In de regel is het dus niet mogelijk om betaling te vragen aan de klanten van die contractspartij.

In bepaalde gevallen (zie hierna) voorziet de wet een zogeheten "rechtstreekse vordering". Daarbij is het mogelijk dat u (partij A), als schuldeiser die geen betaling bekomt van uw schuldenaar (partij B), rechtstreeks bij de schuldenaar van B (dus bij partij C) kan aankloppen om betaald te worden.

Met andere woorden, u (partij A) kan in eigen naam het vorderingsrecht van uw schuldenaar (partij B) uitoefenen op zijn (onder)schuldenaar (Partij C) zodat de onderschuldenaar u rechtstreeks betaalt.

De rechtstreekse vordering kan enkel worden toegepast in de hierna opgesomde toepassingsgevallen.

Wettelijk voorziene gevallen

Rechtstreekse vordering in het geval van het oprichten van gebouwen of andere werken bij (onder)aanneming (art. 1798 B.W.).

Hierbij een voorbeeld om dit te verduidelijken:

  1. Een hoofdaannemer (partij C) doet beroep op een aannemer (partij B) voor het plaatsen van een keuken. Hiervoor sluiten partijen B en C een aannemingsovereenkomst.
  2. De aannemer (partij B) sluit een tweede overeenkomst met de onderaannemer (partij A) om de keukenvloer te plaatsen.
  3. De aannemer (partij B) kan de onderaannemer/vloerder (partij A) niet betalen.
  4. De onderaannemer/vloerder (partij A) kan rechtstreeks een vordering instellen bij de hoofdaannemer/partij C om betaling van zijn factuur te bekomen, ook al hebben deze partijen onderling geen contract afgesloten. De onderaannemer/vloerder (partij A) dient duidelijk en ondubbelzinnig doen blijken van haar aanspraak op rechtstreekse betaling van de hoofdaannemer op basis van art. 1798 B.W.
  5. De hoofdaannemer (partij C) hoeft de aannemer (partij B) niet meer te betalen.

Gelijkaardige rechtstreekse vorderingen zijn mogelijk :

  • in het kader van de lastgeving (vb. vervoersovereenkomsten) op basis van artikel 1994 B.W.
  • in het verzekeringsrecht.

Voorwaarden

  • de vordering/factuur stemt overeen met de overeenkomst en is zeker en opeisbaar
  • Er bestaat een overeenkomst tussen de hoofdaannemer en de aannemer
  • het bedrag van de vordering/factuur kan niet hoger zijn dan de overeengekomen prijs tussen de hoofdaannemer en de aannemer

Voordeel

De rechtstreekse vordering heeft als voordeel dat de gelden niet eerst in het vermogen van de wanbetaler komt. Dan zouden andere partijen immers beslag kunnen leggen op deze gelden. U ontsnapt aan het insolvabiliteitsrisico van uw klant.

De subsidiedatabank (www.subsidiedatabank.be) deelt een aantal wijzigingen mee in het kader van Corona. Adviezen over risicoanalyse en preventie op het werk zijn nu steunbaar via de kmo-portefeuille. Diverse achtergestelde leningen worden binnenkort mogelijk.

De verschillende wijzigingen betreffen:

  • Compensatiepremie voor daling omzet van minstens 60%, kan aangevraagd worden vanaf begin mei
  • Uitbreiding van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen (uitbreiding naar zelfstandigen in bijberoep en verlenging voor mei 2020)
  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht (verlenging van de maatregel)
  • Betalingsuitstel en garantieregeling ondernemingskredieten (coronacrisis)
  • Bevriezen van de faillissementsprocedure
  • Microkredieten van microStart
  • Corona steunmaatregelen van steden en gemeenten
  • Corona-lening (achtergestelde lening op 3 jaar) – wordt verwacht begin mei
  • Fiscale maatregelen: uitstel voorafbetalingen en aangiften
  • Vergoeding voor thuiswerk (corona): indexaanpassing
  • KMO-portefeuille: adviezen over risicoanalyse en preventie op het werk
  • Waarborgregeling boven 1,5 miljoen
  • Europese financieringsmogelijkheden (uitbreiding)
  • PMV lange termijnleningen (uitbreiding)
  • Vrijstelling van vennootschapsbijdrage
  • Structurele vermindering werkgeversbijdrage
  • EIC accelerator pilot (KMO-instrument)

De Brusselse regering heeft richtlijnen uitgevaardigd die problemen bij overheidsopdrachten in tijden van corona moeten helpen ondervangen. Veel van deze informatie wordt regelmatig bijgewerkt dus het is aangeraden deze van nabij te volgen. Ze zijn te vinden onder deze link.

Tevens zijn volgende aanbevelingen gestuurd naar haar aanbestedende diensten.

De "ricochetlening" is een lening van maximaal € 45.000 tegen een zeer gunstig tarief. Deze lening zal beschikbaar zijn voor bedrijven die contant geld nodig hebben om deze mijlpaal te halen. Voor deze lening geldt een kapitaalfranchise van maximaal 6 maanden. Deze lening kan niet worden gecumuleerd met de twee compensatiemechanismen.

Het is in feite een "gemengd" product dat een klein bedrijf dat een bank benadert in staat stelt om een krediet te combineren:

  • Een garantie van SOWALFIN van maximaal 75% op de beoogde banklening van maximaal 30.000 euro.
  • Een SOWALFIN achtergestelde lening van maximaal € 15.000 tegen 0% rente.

Laten we een concreet voorbeeld nemen: een zelfstandige die een lening van 15.000 euro wil krijgen, krijgt dus 10.000 euro van de bank en 5.000 euro van SOWALFIN tegen 0% rente (voor dit deel van de lening). Daarnaast zal SOWALFIN zich garant stellen voor 75% van de € 10.000 die de bank heeft geleend.

Al de projectoproepen van Innoviris lopen verder en de diensten blijven bereikbaar. Hieronder een overzicht van de aanpassing in de procedures en jaarkalender:

  • De deadlines van verschillende calls werden naar een latere datum verschoven. Je vindt de calls en hun nieuwe indiendata hier.
  • Bij de rapportering van de projecten zal het mogelijk zijn om aan te geven of er vertragingen zijn opgelopen of andere problemen zijn geweest bij de uitvoering van het project ten gevolge van het Coronavirus. Hier zal rekening mee gehouden worden bij de evaluatie van de projecten.
  • Opvolgingscomités van lopende dossiers zullen digitaal gehouden worden indien ze reeds gepland zijn. Bij de evaluatie van nieuwe dossiers wordt in eerste instantie de voorkeur gegeven aan een schriftelijke evaluatie op basis van dossier, met eventueel een digitale meeting.
  • Er wordt een moratorium toegepast op de termijnen voor de terugbetaling van terugvorderbare voorschotten.
  • Al de communicatie, en dus ook de rapportering, verloopt zo maximaal mogelijk digitaal. Daarvoor zijn er verschillende mailboxen ter beschikking die je hier terug vindt.

"Social distancing" betreft een reeks infectiebeperkende of controlerende acties of maatregelen bedoeld om de verspreiding van een besmettelijke ziekte te stoppen of te vertragen. De bedoeling is om de kans op contact tussen personen die geïnfecteerd zijn en anderen te verminderen en zo het verspreiden van de ziekte te minimaliseren. 

Deze aanpak is effectief wanneer het gaat om infecties die zich verspreiden via druppels (hoesten niezen, lekken), direct fysiek contact, indirect contact via besmette voorwerpen of oppervlakken en via de lucht. Vermits dit het geval is voor het coronavirus, is social distancing de aangewezen benadering. 

Sinds het MB van 28 juli is de situatie als volgt.

Telewerk is sterk aanbevolen bij alle ondernemingen welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent.

1.Niet essentiële ondernemingen
Indien telewerk niet wordt toegepast, nemen de niet-essentiële ondernemingen de maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

2.Essentiële ondernemingen
Indien telewerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten bedoeld in de bijlage van dit besluit, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en

onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten, de maatregelen om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen.”

De maatregelen waarvan spraken onder 1. en 2. zijn de volgende:

  • in acht nemen van de generieke gids;
  • in acht nemen van de regels van sociaal overleg;
  • werknemers en derden worden geïnformeerd over de preventiemaatregelen.

3. De social distance regel is eveneens van toepassing op het vervoer georganiseerd door de werkgever.

4. De ondernemingen nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.

5. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in deze ondernemingen en verenigingen overeenkomstig de verplichtingen voor essentiële en niet essentiële ondernemingen.

Conclusie: AFSTAND HOUDEN is het codewoord. 

Let op: door het toepassen van‘social distancing’ kan het zijn dat bepaalde werknemers alleen moeten werken. De regelgeving m.b.t. afgezonderde tewerkstelling blijft van kracht. U kan onze commentaartekst raadplegen. 

De maatregel inzake het optrekken van het quotum van vrijwillige overuren met een gunstig regime die van toepassing was tijdens het tweede trimester van 2020, wordt opnieuw ingevoerd voor het vierde trimester van 2020 en het eerste trimester van 2021.

Voor de werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren wordt voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 enerzijds, en voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 anderzijds, het maximum aantal vrijwillige overuren per kalenderjaar opgetrokken tot 220 uur. 120 van deze vrijwillige overuren krijgen een gunstig regime en mogen enkel in het 4de kwartaal van 2020, respectievelijk het 1ste kwartaal van 2021 gebruikt worden.

Deze 120 vrijwillige overuren die worden gepresteerd tijdens het 4de kwartaal van 2020 / het 1ste kwartaal van 2021 moeten niet worden ingehaald en tellen niet mee voor de naleving van de interne overurengrens. Bovendien is er voor deze bijkomende overuren geen overloon verschuldigd. Daarnaast worden ze vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en van inkomstenbelasting.

Wanneer tijdens het 2de trimester van 2020 reeds gebruik werd gemaakt van het bijkomend quotum van vrijwillige overuren, moeten deze in mindering worden gebracht van de bijkomende overuren die kunnen worden gepresteerd tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020.

Werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren zijn de ondernemingen die personeel tewerkstellen en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking als bedoeld in het raam van de door de minister van Binnenlandse Zaken genomen dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, (bijlage bij MB van 28/10) alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen.

De Brusselse Regering heeft via een volmachtbesluit beslist om tijdelijk alle verval- en beroepstermijnen op te schorten die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering en de openbare onderzoeken. Verval- en beroepstermijnen zijn termijnen die normaal gezien niet kunnen worden verlengd. Concreet betreft het onder meer termijnen in het kader van de bodemwetgeving, stedenbouwkundige vergunningen, periodieke controles en monitoring, energieverplichtingen en milieuvergunningen.

De opschorting is geldig vanaf 16 maart 2020  voor alle lopende procedures en nieuwe ingediende dossiers. De opschorting geldt voor minimaal 30 dagen (2 maal hernieuwbaar) en zal lopen tot het opheffen van de quarantainemaatregelen. De duur van de opschorting kan worden herzien of verlengd indien de situatie dit vereist.

Welke termijnen worden concreet opgeschort?

  • Bodem: documenten of aanvragen voor een premieaanvraag, bodemattest, vrijstelling, verkennend bodemonderzoek, gedetailleerde studie, behandeling weesverontreiniging, risicostudie, risicobeheerproject, of saneringsproject. De termijnen voor identificatie en behandeling van verontreinigde terreinen worden opgeschort.
  • Periodieke controles en monitorings: de termijnen voor het uitvoeren van de periodieke controles en monitorings die in een milieuvergunning (bijzondere voorwaarden) of in een besluit (algemene of sectorale voorwaarden) zijn vastgelegd, worden opgeschort. Zo wordt bv. de termijn voor het opsturen van documenten na asbestwerkzaameheden opgeschort. Hetzelfde geldt voor periodieke controles voor onderhoud van verwarming en airco's.
  • Grensoverschrijdend transport van afval: de geldigheidsduur van toestemmingen voor grensoverschrijdende transfers van afvalstoffen waarvoor na voorafgaande kennisgeving een vergunning is verleend, blijft geldig en wordt niet opgeschort. Ook de vastgestelde termijnen voor de verwerking van een kennisgeving wordt niet opgeschort.
  • Energiepremies: De indieningstermijn voor zowel nieuwe premiedossiers als aanvullende documenten wordt met twee maanden verlengd.  De aanvraag moet uitsluitend via e-mail gebeuren(primes-premies@environnement.brussels) of via het beveiligde onlineplatform IRISbox. Documenten die per post worden verstuurd, worden op dit moment niet verwerkt.
  • Milieuvergunningen
    • Bepaalde fases in het onderzoek van een milieuvergunning vereisen ontmoetingen tussen stakeholders (de aanvrager van de vergunning, de omwonenden of andere instanties). Concreet gaat het onder meer over vergaderingen in het kader van openbaren onderzoeken, bijeenkomsten van begeleidingsomités en overlegcomités of aanvragen die een bezoek van een overheid of andere instantie vereisen. In het kader van het principe van de "social distancing" worden deze termijnen opgeschort voor de duur van de quarantainemaatregelen.
    • Verlengingen van milieuvergunningen die vervallen vanaf 16 maart 2021 moesten uiterlijk 1 jaar voor de vervaldag van de basismilieuvergunning (dus na het begin van de quarantainemaatregelen) worden aangevraagd. Deze verlengingsaanvragen mogen nu worden ingediend éénmaal de opschortingsmaatregelen zijn ingetrokken. De geldigheid van de basismilieuvergunning zal worden verlengd tot de definitieve beslissing over de verlenging is genomen.
  • Stedenbouwkundige vergunningen: de termijnen voor de uitreiking van een stedenbouwkundige vergunning worden opgeschort. Dit gaat zowel om de behandeling van de aanvraag,  termijnen waarover de vergunningsaanvrager beschikt om zijn dossier te vervolledigen als om een opschorting van alle onderzoeksmaatregelen (openbaar onderzoek, overlegcommissie, adviezen van instanties). Noteer dat het nog mogelijk is om een vergunningsaanvraag in te dienen bij de gemeentelijke of de gewestelijke overheid. Deze kunnen aangetekend per post en elektronisch ingediend worden.

Meer informatie vindt u terug op websites van Brussel Leefmilieu en Urban.brussels.

Artsen zullen vanaf de week van 4 mei tijdens de periode van de COVID-19-crisis twee nieuwe modellen van medische getuigschriften gebruiken: één model voor arbeidsongeschiktheid en één model voor patiënten in quarantaine. De modellen zijn dezelfde voor alle patiënten en voor alle raadplegingen (met fysiek of met telefonisch contact).

Afhankelijk van de situatie zal de arts het volgende getuigschrift afleveren:

  • een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid als de werknemer niet kan werken wegens arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte of ongeval;
  • een getuigschrift van quarantaine als de werknemer kan werken maar zich niet mag verplaatsen en dus niet naar zijn werkplek mag komen:
    • omwille van een contact met een geïnfecteerd persoon;
    • omwille van een medische risicotoestand (bijvoorbeeld immunosupressie);
    • of omdat hij zelf besmet zou zijn, hoewel hij geen symptomen heeft.

Afhankelijk van de aard van de raadpleging (fysiek of telefonisch contact), moeten de getuigschriften ofwel eigenhandig door de arts aan de patiënt worden overhandigd, ofwel hen per post of elektronisch worden toegestuurd. In het laatste geval moeten de getuigschriften niet door de arts worden ondertekend, maar moeten zij wel een identificatie van de arts bevatten (naam, voornaam, RIZIV-nummer).

Werknemers die arbeidsongeschikt zijn (getuigschrift van arbeidsongeschiktheid), krijgen de gewone ziekte-uitkeringen, na de periode van gewaarborgd loon.

Werknemers die gevraagd worden zich in quarantaine te plaatsen (getuigschrift van quarantaine), krijgen hun loon doorbetaald, voor zover telewerk mogelijk is. Wanneer dat niet mogelijk is, zullen deze werknemers een uitkering van tijdelijke werkloosheid krijgen.

Opmerking:

Wordt er door het Corona Contactcenter een besmettingsrisico vastgesteld, dan ontvangt de werknemer een sms met de melding dat een quarantaine aangewezen is. Vanaf november zal met die sms een quarantaineattest kunnen worden gegenereerd, zonder tussenkomst van een arts.

Werknemers die in quarantaine gaan na een buitenlandse reis, hebben niet altijd recht op tijdelijke werkloosheidsuitkeringen. Zie de vraag “(Vakantie)reizen buiten België: wat is de situatie ?

De Europese Commissie heeft het Vlaamse steunpakket van 250 miljoen euro voor startups, scale-ups en kmo's goedgekeurd. De maatregel, die er komt op aansturen van Agoria, voorziet in achtergestelde leningen voor deze bedrijven via PMV.

Levensvatbare ondernemingen die getroffen worden door de uitbraak van het Coronavirus kunnen aanspraak maken op achtergestelde leningen van maximaal 800.000 euro, over een looptijd van drie jaar. Er wordt nog onderhandeld met de Commissie om het maximumbedrag naar omhoog te krijgen. De kredieten moeten de financieringsbehoeftes voor minstens 12 maanden volledig dekken, eventueel in combinatie met door andere partijen gegarandeerde investeringen.

"Door te voorzien in de onmiddellijke liquiditeitsbehoeften van startups, scale-ups en KMO's kunnen deze bedrijven hun activiteiten in moeilijke omstandigheden verderzetten", aldus Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager, die aangeeft dat het steunpakket in overeenstemming is met de voorwaarden in het tijdelijke Europese framework voor staatshulp.

De achtergestelde leningen richten zich specifiek tot startups en scale-ups die in de laatste 3 jaren nog geen recurrente positieve kasstroom hadden maar die vernieuwende producten en/of diensten ontwikkelen of reeds op de markt brengen, en tot kmo's en zelfstandigen die vóór de Coronacrisis recurrente positieve kasstromen hadden en hierdoor in aanmerking kwamen voor klassieke bankfinanciering.

De financiële injecties moeten voor 15 november 2020 worden aangevraagd, en het streefdoel is om de doorlooptijd tussen de aanvraag (mits een onderbouwd informatiepakket) en de terbeschikkingstelling van de Corona-lening te beperken tot maximaal 1 maand.

Meer details over het aanvragen van een achtergestelde lening kunnen jullie terugvinden op de website van PMV.

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_805

Een zeer belangrijk element bij de aanpak tegen Covid-19 is de maximale toepassing van de regels van social distancing. 

Wat indien er toch niet kan voldaan worden aan de afstandsregel van 1,5m? Dragen van een mondneusmasker als bijkomende maatregel kan dan nodig zijn.

De generieke gids formuleert dit als volgt:

In de situaties waar de 1,5 meter niet kan worden gerespecteerd en na uitputting van de organisatorische maatregelen en de collectieve beschermingsmiddelen, kan het dragen van mondneusmaskers als bijkomende maatregel nodig zijn, in samenhang met andere preventiemaatregelen en met respect voor de preventiehiërarchie. Om effect te hebben, moeten deze maskers bovendien correct gedragen en afgezet worden. 

Indien de risicoanalyse uitwijst dat uw medewerkers mondneusmaskers moeten dragen, dan zal deze FAQ u helpen om dit in op een correcte en praktische manier in te voeren. 

Volgende vragen worden beantwoord:

  • Hoe vind ik een betrouwbare leverancier?
  • Waar moet ik op letten bij de aankoop van een mondneusmasker?
  • Hoe kan ik de kwaliteit van een mondneusmasker of PBM controleren?
  • Wat met ingevoerde mondneusmaskers? 
  • Wat met herbruikbare maskers?
  • Welke informatie en opleiding moet ik aan mijn werknemers geven?

De antwoorden op deze vragen vindt u hier terug.

Raadpleeg ook onze brochure rond het correct dragen van een mondneusmasker.

Ook in de generieke gids kan u bijkomende info over mondneusmaskers raadplegen.

De mogelijkheid om als vriend of familielid te investeren in een kmo via de win-winlening wordt uitgebreid. Vrienden en familie zullen voortaan tot 75.000 euro kunnen lenen aan kmo's en kunnen de looptijd van de lening zelf bepalen tussen 5 en 10 jaar. Kmo's van hun kant kunnen tot 300.000 euro aan win-winleningen hebben. Op die manier zorg de Vlaamse regering ervoor dat bedrijven over extra kapitaal kunnen beschikken in deze moeilijke tijden.

Sinds 2006 kunnen vrienden en familie kleine en middelgrote ondernemingen een win-winlening verstrekken. Een particulier krijgt daarvoor in ruil een jaarlijks voordeel via de belastingbrief van 2,5% op het openstaande kapitaal. De ondernemer kan op die manier via een achtergestelde lening extra kapitaal verwerven. In 2019 werd een recordbedrag aan win-winleningen aangegaan. Er werden 2.630 leningen gegeven voor 62,5 miljoen euro. Sinds de start in 2006 werd al bijna een half miljard aan kapitaal gemobiliseerd via de win-winlening.

Een aantal huidige voorwaarden voor de win-winlening zijn, zeker in crisistijden, minder aantrekkelijk. Het totaal aan te trekken bedrag is soms te laag en de looptijd is vaak te lang of net te kort.

Daarom wordt de win-winlening nu aangepast:

  1. Meer flexibiliteit in de looptijd: in plaats van een looptijd van 8 jaar, wordt het mogelijk te variëren van looptijd tussen 5 en 10 jaar.
  2. De maximumbedragen worden aangepast: het maximum van 50.000 euro per kredietgever wordt opgetrokken tot 75.000 euro, het maximum van 200.000 euro per onderneming wordt opgetrokken tot 300.000 euro.
  3. Leningen die aflopen in 2020 kunnen vrijwillig met 2 jaar verlengd worden. Zo kunnen ondernemingen de terugbetaling meer spreiden of uitstellen. Het fiscale voordeel van 2,5% wordt uitgebreid tot de totale looptijd van maximum 10 jaar.
  4. Ook voor kleine aandeelhouders (met maximum 5% van de aandelen) wordt het toegelaten om een win-winlening te verstrekken.

De rentevoet bedraagt nog steeds maximum de wettelijke rentevoet en minimum de helft van die rentevoet (1,75% voor 2020).

Vlaamse waarborg

Als de kredietnemer niet kan terugbetalen in geval van faillissement bijvoorbeeld, is er in de plaats van 30% nu tijdelijk 40% overheidswaarborg. Dit geldt voor alle overeenkomsten die worden afgesloten tot en met 31 december 2021 voor de ganse looptijd. Daarna is er een overheidswaarborg van 30%.

Meer info via PMV/z of Vlaio.

De bankenfederatie Febelfin en de federale regering hebben een akkoord gesloten dat voorziet in enerzijds een uitstel van betaling en anderzijds een garantieregeling voor gezinnen, zelfstandigen en bedrijven.

De regeling inzake het betalingsuitstel impliceert dat de banken zich engageren om levensvatbare niet-financiële bedrijven en zelfstandigen, evenals hypothecaire kredietnemers met betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis, uitstel van betaling te geven tot en met 31 december 2020 zonder aanrekening van kosten.

De garantieregeling impliceert dat de federale overheid een garantieregeling activeert voor alle nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 tot 36 maanden, die banken verstrekken aan levensvatbare niet-financiële bedrijven en zelfstandigen. Het is de bedoeling om geld te blijven pompen in de economie.

Hier vindt u toelichting bij de deze twee regelingen.

Er zijn drie mogelijkheden en binnen deze drie mogelijkheden is het van belang om te weten of er al dan niet een verplichting was om aanwezig te zijn en of er verplichte deelname is aan een eindbeoordeling:

  • de opleiding wordt door de opleidingsverstrekker opgeschort
    • als de lessen na de opschorting opnieuw opgestart worden, is er geen probleem voor VOV en dient de opleidingsverstrekker de einddatum – indien nodig – aan te passen. De werkgever dient bijgevolg geen nieuwe aanvraag in te dienen, noch dient de terugbetalingsaanvraag te worden aangepast. Het aantal uren VOV waarop een werknemer recht heeft bij opschorting is afhankelijk van het soort opleiding:
      • met verplichte aanwezigheid : de werknemer heeft normaal recht op 1 uur VOV per aanwezig lesuur. Als de lessen worden opgeschort, neemt de werknemer niet meer deel aan de les en heeft hij dus geen recht meer op VOV voor die uren. Als de werknemer niet meer uren opneemt dan hij effectief aanwezig was in de les, is er geen probleem. als er een eindbeoordeling voorzien is, dan heeft de werknemer recht op VOV bij deelname aan de eindbeoordeling, tenzij de opleiding werd stopgezet (zie laatste bullet)
      • zonder verplichte aanwezigheid : de werknemer heeft normaal recht op VOV, als hij deelneemt aan de eindbeoordeling en dit voor het aantal uren van de opleiding. Hier stelt zich geen probleem, indien de lessen worden opgeschort, maar niet deelnemen aan de eindbeoordeling geeft geen recht op VOV, tenzij de opleiding werd stopgezet (zie laatste bullet)
  • de opleiding wordt door de opleidingsverstrekker verdergezet met gebruik van digitale leervormen o.a. e-learning , webinar, …
    • in dit geval mag de opleidingsverstrekker voor die uren voor de cursisten die VOV opnemen, de aanwezigheden registreren, ervan uitgaande dat er minimale opvolging, begeleiding of contact is.  voor die uren aanwezigheid kan de werknemer VOV opnemen, uiteraard een dag voor de start tot 2 dagen na de laatste opleidingsdag.
    • in alle gevallen blijft het belangrijk om te weten of er een verplichte eindbeoordeling is of niet, want indien de werknemer niet van plan is om deel te nemen aan de eindbeoordeling heeft de werknemer geen recht op VOV. Dit wil betekenen dat alle toegekende uren VOV door de werkgever moeten worden omgezet / teruggevorderd.
  • de opleiding wordt door de opleidingsverstrekker stopgezet
    • opleiding met verplichte aanwezigheid zonder eindbeoordeling : de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en attesteert de aanwezige uren tot aan de stopzetting. Aan de werkgever zullen de aanwezige uren worden terugbetaald.
    • opleiding met verplichte aanwezigheid én eindbeoordeling : de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en noteert bij de eindbeoordeling 'niet van toepassing'. Aan de werkgever kunnen de door de opleidingsverstrekker aangegeven aanwezige uren tot aan de stopzetting worden terugbetaald, rekening houdende met het feit dat er niet meer uren werden opgenomen dan waarop de werknemer recht had.
    • opleiding zonder verplichte aanwezigheid, maar met eindbeoordeling : de opleidingsverstrekker noteert in het WSE-loket de stopzetting en noteert bij de eindbeoordeling 'niet deelgenomen'. Aangezien de werknemer aan het departement zal moeten kunnen aantonen waarom hij niet heeft deelgenomen aan de eindbeoordeling, dient een werknemer de bevestigingsmail van stopzetting aangeleverd door de opleidingsverstrekker bij te houden als bewijs.  De opgenomen uren VOV tot en met de stopzetting kunnen worden terugbetaald aan de werkgever mits niet meer uren werden opgenomen dan waarop de werknemer recht had.

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gegeven aan de achtergestelde Corona-leningen voor start-ups, scale-ups, kmo's en zelfstandigen tot 2 miljoen euro onder bepaalde voorwaarden. Vlaams minister van Economie Hilde Crevits heeft samen met de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) aangedrongen om het maximumbedrag op te trekken. Als er ook een private investeerder optreedt, zijn leningen tot 3,5 miljoen euro toegelaten.

Voor heel wat bedrijven zal de impact van de coronacrisis ook de komende maanden nog voelbaar zijn. Om die bedrijven ook op langere termijn de nodige financiële buffers te verschaffen is er de achtergestelde lening.

Vanaf 5 mei 2020 konden start-ups, scale-ups, kmo's en zelfstandigen hun aanvraag indienen voor een lening tot 800.000 euro. Omdat voor sommige bedrijven die bovengrens te laag is, werd verder onderhandeld met de Europese Commissie om hogere leningen toe te laten. Daar zijn wel een aantal voorwaarden aan gekoppeld.

1) Rentevoet:

Start-ups en scale-ups: gecombineerde rentevoet

Voor de leningen boven de 800.000 euro wordt een gecombineerde rentevoet gehanteerd. Het optrekken van het leningbedrag gaat gepaard met een opsplitsing in schijven, met elk een aparte rentevoet:

  • Tot 800.000 euro: converteerbare achtergestelde lening op 3 jaar aan 5%
  • Boven 800.000 euro: achtergestelde lening op 3 jaar met een minimumrente van 6%

Kmo's en zelfstandigen: vaste rentevoet

4,5% voor het volledige bedrag tot 2 miljoen euro

2) Maximumbedrag

Maximaal het grootste van de volgende bedragen:

  • 100% van de loonkost
  • 12,5% van de omzet

Met een maximum van 2 miljoen euro indien PMV als enige financier optreedt.

Het bedrag kan worden opgetrokken tot 3,5 miljoen euro als er een bijkomende investeerder of financier optreedt. Voor het overige blijven de modaliteiten van de lening tot 800.000 euro van kracht. Bedrijven die al een lening van 800.000 euro aangevraagd hebben, kunnen het bedrag van de aanvraag verhogen.

"In crisissituaties is het niet enkel zaak om snel te handelen, maar vooral ook om te zorgen dat alle segmenten van onze bedrijven worden bediend", aldus algemeen manager van PMV Michel Casselman. "Daarom zijn we verheugd dat bijvoorbeeld ook scale-ups en meer mature kmo's grotere bedragen zullen kunnen lenen. Het is net die groep bedrijven die veel mensen te werkt stelt en zal zorgen voor de innovatieve versnelling die op lange termijn nodig zal zijn om Vlaanderen internationaal op de kaart te houden."

Meer informatie over de achtergestelde leningen vindt u hier.

Indien de vervangingstermijn bij SWT minstens gedeeltelijk gelegen is in de periode vanaf 01/03/2020 tot en met 31/12/2020 wordt de periode vanaf 01/03/2020 tot en met 31/12/2020 geneutraliseerd. Concreet:

  • Indien de vervangingstermijn is aangevangen voor 1 maart 2020, houdt de vervangingstermijn op te lopen vanaf 01.03.2020 en begint pas verder te lopen vanaf 1/1/2021.
  • Indien de vervangingstermijn normaal begon te lopen na 1 maart 2020 : dan begint de vervangingsperiode pas te lopen vanaf 1/1/2021.

Door de strijd tegen het COVID-19-virus hebben bedrijven niet kunnen deelnemen aan een aantal activiteiten en evenementen in het buitenland waarvoor ze in het kader van hun internationaliseringsproject reserveringen hadden geboekt. Als deze kosten niet aan de onderneming worden terugbetaald, kan ze onder bepaalde voorwaarden een subsidie bij het Gewest aanvragen. Deze premie bedraagt ten hoogste € 2.500.

Hierbij de link naar een website met informatie: https://blog.forumforthefuture.be/nl/article/premie-covid-19-ter-ondersteuning-van-internationalisering/8033?lng=nl

Je kan voor opleiding, advies en begeleiding rond de werkbaarheid (in het kader van werkbaar werk) een beroep doen op de werkbaarheidscheques van de Vlaamse Overheid

Wegens de impact van de coronacrisis op bedrijven heeft de Vlaamse overheid beslist om de werking van de werkbaarheidscheques uit te breiden.

Subsidie voor welke acties?

  • Scan van de werkbaarheid (kwalitatief of kwantitatief)
  • Inkopen van begeleiding bij het uitvoeren van een meting/scan
    • Rapportage van resultaten werkbaarheid
    • Opstellen van een werkbaarheidsplan met prioriteiten en mogelijke maatregelen of acties
    • Monitoring en opvolging van de impact van veranderingen
  • Het uitvoeren of implementeren van acties en maatregelen om de werkbaarheid te verhogen, zijn niet subsidieerbaar met de werkbaarheidscheque, tenzij ze specifiek kaderen in de Coronacontext:Verbeteracties (advies, begeleiding en opleiding) voor
    • Werkpostaanpassingen wegens corona (vb. 1,5m; beschermingsmateriaal, etc.)
    • Competentieversterking; nodig om te kunnen werken in de door corona gewijzigde arbeidscontext
    • Werken aan psychisch welbevinden van werknemers; zoals beïnvloed door corona
    • Hoe beschermingsmateriaal gebruiken
    • Zich veilig voelen op het werk, omgaan met angst

Waarvoor kunnen werkbaarheidscheques niet gebruikt worden?

  • Aankoop of installatie van beschermingsmateriaal (mondmaskers, alcoholgel, enz...)
  • Installatie van afschermingswanden, plexiglas, enz...

Praktisch

Werkbaarheidscheques worden toegekend per ondernemingsnummer. Voor grote bedrijven en kmo's in profit en social profit

Maximale subsidie bedraagt 60% van de totale factuur.Let op: deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimis-steun aan bedrijven over drie jaar gespreid niet meer dan 200 000 euro bedragen.

Tot wanneer kan ik subsidies aanvragen?

Je kan subsidies aanvragen voor projecten van maximaal 6 maanden met startdatum voor 31/12/2020.

Tijdens de lockdown door COVID-19 werden verschillende gebouwen gesloten en hebben heel wat ondernemingen hun activiteiten moet stopzetten. Ondernemingen die hun activiteiten toch hebben kunnen voortzetten hebben in verschillende gevallen hun douches tijdelijk niet toegankelijk gemaakt, o.a. omdat de social distancing niet kon verzekerd worden. Dit betekent dat heel wat water is stil blijven staan in de leidingen. Ideale omstandigheden voor de legionellabacterie om zich te ontwikkelen. Daarom is het belangrijk om bij heropstart van de installaties (o.a. douches, koeltorens,…) zeer alert te zijn voor legionella.

Wat betreft de heropstart van sanitaire installaties heeft het Agentschap Zorg en Gezondheid een procedure opgesteld: https://www.zorg-en-gezondheid.be/legionella

De belangrijkste maatregelen bij heropstart zijn grondige spoelingen van de leidingen, doucheknoppen, sproeiers,… zeker wanneer deze gedurende lange periode niet zijn gebruikt. Bij het spoelen is het belangrijk om dit te doen op een temperatuur van meer dan 60°C (= thermisch desinfecteren).

Daarnaast zijn er ook richtlijnen opgesteld voor koeltorens na een periode van inactiviteit: https://www.zorg-en-gezondheid.be/legionella

Omwille van de corona-crisis wordt de federale enquête over de woon-werkverplaatsingen uitgesteld tot 2021 (van 30 juni 2021 tot 31 januari 2022).

De federale enquête gaat gepaard met de verplichting om een bedrijfsvervoerplan (BVP) op te stellen voor bedrijven die meer dan 100 werknemers tewerkstellen op eenzelfde site in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die verplichting is ook één jaar uitgesteld, en zal zoals gewoonlijk op hetzelfde moment als de federale enquête plaatsvinden.

Meer informatie:

Ondanks het feit dat er op basis van de huidige inzichten geen indicaties zijn dat HVAC een rol speelt in de verspreiding van COVID-19, geeft de sector een aantal tips en tricks. Onze bedrijvengroep HVAC verenigt de fabrikanten en leveranciers van systemen voor verwarmings- (heating), ventilatie- (ventilation) and koelingsystemen (airco). Hun praktische adviezen zullen u als gebruiker van dergelijke installaties helpen om het risico op COVID-19-besmettingen maximaal te beperken.

Niettegenstaande de bijgaande praktische maatregelen, blijft de welzijnswetgeving inzake de basiseisen m.b.t. de luchtkwaliteit op de werkvloer van toepassing.  

Aanvullend aan het regelmatig onderhoud van de installatie volgens de specificaties van de constructeur/installateur, kunnen als voorzorg een aantal maatregelen genomen worden waarbij het algemene principe erin bestaat om zoveel mogelijk buitenlucht te gebruiken, alsook de doorvoer en recyclage van binnenlucht te beperken. Dit alles uiteraard waar dit praktisch uitvoerbaar is en waarbij de verschillende gezondheidsfactoren worden afgewogen.  

Het bijgaand document zal geregeld geactualiseerd worden in functie van de evolutie en kennis over COVID-19.

De COVID-19-crisis heeft nogmaals bevestigd wat algemeen geweten is: voor ondernemers en voornamelijk lokale handelaars, ambachtslui en zko’s is de weg naar financiering en liquiditeiten bijzonder lastig. Vooral beginnende ondernemers vallen dikwijls uit de boot wanneer ze op zoek gaan naar financiering.

Dankzij de Proxi-lening van de Brusselse Regering kunnen gezinnen, vrienden en buurtbewoners die in een ondernemer geloven, dit gebrek aan financiering verhelpen. Deze maatregel zorgt er met andere woorden voor dat het kapitaal van de bedrijven op korte termijn versterkt wordt en dat er gemeenschappen ontstaan rond de projecten van burgers ten gunste van hun stad of wijk.

Via de Proxi-lening kan de kredietnemer (de zelfstandige of zaakvoerder van een kmo met een economische activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) een goedkope lening van maximum 250.000 euro voor een vaste termijn van 5 of 8 jaar aangaan bij een particulier (een naaste, familielid of wie belangstelling heeft voor de activiteit…).

De rente zal later bij besluit vastgelegd worden maar zal gelijkaardig zijn aan die in Vlaanderen (Winwin-lening) en Wallonië (Prêt coup de pouce).

De kredietverstrekker mag per onderneming maximum 50.000 euro per boekjaar met een maximumgrens van 200.000 euro investeren en krijgt hiervoor een jaarlijks belastingkrediet van maximum 4% van het geleend bedrag tijdens de 3 eerste jaren en van 2,5% gedurende de resterende termijn van de Proxi-lening. Indien de kredietnemer zijn lening niet kan terugbetalen, heeft de kredietgever dankzij een eenmalig belastingkrediet recht op 30 % van het verschuldigd bedrag.

Bovendien wordt als tijdelijke maatregel voor 2020 en 2021 om de ondernemingen te helpen het hoofd te bieden aan de gevolgen van deze crisis het jaarlijks maximumbedrag per geldschieter verhoogd tot 75.000 euro terwijl het grensbedrag per kredietnemer opgetrokken wordt tot 300.000 euro.

Het Brussels Waarborgfonds staat in voor het beheer van de Proxi-lening.

Wanneer u als werkgever gemeenschappelijk vervoer organiseert voor u medewerkers, dient u de nodige preventiemaatregelen te nemen. In eerste instantie moet de social distancing (min. 1,5m afstand) gerespecteerd te worden. Als dit niet mogelijk is, zijn bijkomende maatregelen nodig zoals afscheidingen in voertuigen. Aan welke voorwaarden moeten deze afscheidingen voldoen? Hier vindt u alle nuttige info.

Tijdelijke inperking van bepaalde beslagen

In de periode tussen 24 december 2020 en 31 januari 2021 zal er geen bewarend of uitvoerend beslag kunnen worden gelegd, noch een overdracht kunnen worden doorgevoerd op het loon van een werknemer.

Tijdens voormelde periode worden deze mogelijkheden tijdelijk opgeschort, behalve in geval van:

  • beslagen wegens onderhoudsgelden;
  • akkoord van de schuldenaar met het beslag;
  • een invordering van een veroordeling in strafzaken;
  • een invordering van sommen verschuldigd uit hoofde van belastingen, taksen, administratieve en fiscale geldboeten, enz.;
  • kennisgevingen van wettelijke hypotheken.

Deze maatregel kan eventueel verlengd worden ná 31 januari 2021.

Tijdelijke verhoging van de loongrenzen bij beslag en overdracht

Het deel van het inkomen van een werknemer dat vatbaar is voor beslag of overdracht wordt berekend op basis van loongrenzen. Deze grenzen zijn verschillend naar gelang het een beroeps- of vervangingsinkomen betreft.

In de periode tussen 24 december 2020 en 31 maart 2021 worden de loongrenzen tijdelijk verhoogd waardoor de betrokken werknemers een hoger nettoloon overhouden.

Beroepsinkomen

Verhoogde grenzen Beslagbare inkomsten
Loon tot € 1.366,00 Geen beslag
Loon tussen € 1.366,01 en 1.467,00 20%
Loon tussen € 1.467,01 en 1.619,00 30%
Loon tussen 1.619,01 en 1.770,00 40%
Loon boven € 1.770,00 100%

Vervangingsinkomen

Verhoogde grenzen Beslagbare inkomsten
Inkomsten tot € 1.366,00 Geen beslag
Inkomsten tussen € 1.366,01 en 1.467,00 20%
Inkomsten tussen € 1.467,01 en 1.770,00 40%
Inkomsten boven € 1.770,00 100%

Het vrijgesteld bedrag voor kinderen ten laste wordt verhoogd tot € 84 per kind. Deze maatregel kan eventueel verlengd worden ná 31 maart 2021.

Ja, dit wordt voorzien door een wet van 12 juni 2020, die retro-actief in werking treedt vanaf 1 maart 2020.

Om een antwoord te bieden op het te geringe eigen vermogen in de KMO's en om de herschikking van Wallonië te ondersteunen, heeft de regering besloten een nieuwe "Coup de Pouce"-lening op te zetten. Concreet stelt de lening "Coup de Pouce" particulieren in staat om geld te lenen aan Waalse bedrijven en zelfstandigen om hun activiteiten te financieren. In ruil daarvoor krijgen zij een belastingvoordeel in de vorm van een jaarlijks belastingkrediet van 4% gedurende de eerste vier jaar, en vervolgens 2,5% gedurende de volgende jaren.

Deze maatregel wordt genomen om het economisch herstel te bevorderen en ondernemingen in staat te stellen hun solvabiliteit te versterken door middel van private spaartegoeden.

Verhoging van de plafonds

De toegestane plafonds zijn als volgt: - van € 100.000 tot € 250.000 per lener; - van € 50.000 tot € 100.000 per lener.

Verlengde duur

De looptijd van de "Coup de Pouce" lening kan 4, 6, 8 of 10 jaar zijn.

Termijn- of gespreide betalingen

Er zijn twee mogelijkheden voor beide partijen: ofwel het volledige kapitaal in één keer terugbetalen aan het einde van de looptijd van de lening, ofwel kiezen voor een afschrijfbare lening met (optionele) driemaandelijkse, halfjaarlijkse of jaarlijkse terugbetalingen van het kapitaal over de geplande looptijd.

Mogelijkheid tot vervroegde aflossing

De huidige "Coup de Pouce"-lening laat geen vervroegde terugbetaling van de geleende middelen toe. De regering voert dit principe nu in.

Overheidsgarantie op particuliere lening

De regeling voorziet in een terugbetalingsgarantie van 30% van het Gewest in bepaalde gevallen zoals faillissement, gerechtelijke reorganisatie, ontbinding of vrijwillige of gedwongen liquidatie van de kredietnemer.

Mogelijkheid tot het verkrijgen van een achtergestelde lening van SOWALFIN in combinatie met de "Coup de Pouce" lening.

Om het systeem te versterken, heeft de regering besloten om de toekenning door SOWALFIN van een achtergestelde lening naast een "Coup de Pouce"-lening van hetzelfde bedrag en dezelfde duur, met een minimum van 50.000 euro1 en een maximum van 250.000 euro, toe te staan, onder de volgende voorwaarden:

  • De achtergestelde lening kan worden aangevraagd op het moment dat een KMO een "Coup de Pouce"-lening(en) verkrijgt voor een totaalbedrag tussen 50.000 en 250.000 euro.
  • Het maximumbedrag van de achtergestelde lening wordt geplafonneerd op het bedrag van de "Coup de Pouce"-lening(en) die de KMO heeft verkregen.
  • De looptijd van de achtergestelde lening zal identiek zijn aan de looptijd van deze laatste, waarbij een overschrijding van ten minste 6 maanden wordt opgenomen in de totale looptijd van de achtergestelde lening.
  • De rentevoet is vastgesteld op 2,5%, ongeacht de looptijd van de achtergestelde lening.
  • De terugbetalingen gebeuren elk kwartaal aan het einde van de aflossingsvrije periode.

Verlenging van de maatregel tot eind 2022

De nieuwe leenregeling "Coup de Pouce" loopt tot eind 2022.

Voor sociaal-juridische vragen:

GVSC

Geert Verschraegen

Senior Expert People & Organisation

geert.verschraegen@agoria.be

+32 9 244 98 05

BSNS

Bart Snels

Expert People & Organisation

bart.snels@agoria.be

+32 3 280 45 03

Voor vragen over internationale tewerkstelling:

HTHS

Hilde Thys

Senior Expert International Employment

Hilde.Thys@agoria.be

+32 2 706 78 94

Voor gezondheidsvragen:

GDPR

Geert De Prez

Senior Expert Wellbeing & Prevention

Geert.Deprez@agoria.be

+32 2 706 78 98

WVDS

Wouter Vandessel

Expert Wellbeing & Prevention

wouter.vandessel@agoria.be

+32 2 706 79 98

Voor juridische vragen:

GVSC

Bert Spreuwers

Company Lawyer

bert.spreuwers@agoria.be

+32 2 706 79 45

KVBL

Kevin Verbelen

Company Lawyer

kevin.verbelen@agoria.be

+32 2 706 83 91

Voor vragen over de economische impact:

GVSC

Frank Vandermarliere

Manager Studies Center

frank.vandermarliere@agoria.be

+32 2 706 79 16

Voor vragen over de fiscale en financiële impact:

TDEI

Tom De Wit

Lead Expert Tax Affairs

tom.dewit@agoria.be

+32 2 706 84 02

PVHA

Patrick Vanhoye

Senior Accountant

patrick.vanhoye@agoria.be

+32 2 706 78 08

Voor vragen over International Business:

KVBL

Kevin Verbelen

Company Lawyer – Expert International Trade Legal & Tax

kevin.verbelen@agoria.be

+32 2 706 83 91

Voor vragen over start-ups en scale-ups:

Frederik Tibau

Project Lead Scale-Up Programs

frederik.tibau@agoria.be

+32 2 706 78 62

Voor vragen over vorming & opleiding:

GHUF

Goedele Hufkens

Expert Training and Competence Policy

goedele.hufkens@agoria.be

+32 3 280 45 04

Voor vragen:

PDMN

Peter Demuynck

Algemeen Directeur Agoria Vlaanderen

peter.demuynck@agoria.be

+32 2 706 79 38

Voor vragen:

DDMT

Dominique Demonte

Algemeen directeur Agoria Wallonië

dominique.demonte@agoria.be

+32 2 706 84 15

Voor vragen:

RKNN

Rene Konings

Chief Brussels Region

rene.konings@agoria.be

+32 2 706 80 55

Heeft uw bedrijf al een plan van aanpak omtrent het coronavirus COVID-19? Download onze checklist hier.