Het RIZIV start een pilootproject waarbij zorgverleners COVID-19-patiënten thuis kunnen opvolgen via telemonitoring. Dit pilootproject kan waardevolle inzichten bieden over het gebruik van telemonitoring in een Belgische context en de mogelijkheden en beperkingen voor toekomstig gebruik, ook voor andere doelgroepen.


Wat is telemonitoring?

Telemonitoring is het op afstand opvolgen van patiënten d.m.v. metingen en bevragingen die worden verzameld bij de patiënt en doorgestuurd naar zorgverlenerszorgverleners zor .

Wat houdt dit pilootproject telemonitoring voor COVID-19-patiënten in?

Dit project omvat het opvolgen van COVID-19-patiënten voor én na hospitalisatie in het kader van een geïntegreerde medische aanpak ondersteund door digitale toepassingen.

Telemonitoring van patiënten in een  thuissituatie kan in sommige gevallen:

  • een hospitalisatie vermijden bij patiënten met milde COVID-19-symptomen;
  • ervoor zorgen dat deels herstelde patiënten ook sneller naar huis kunnen waarbij hun medische toestand toch van kortbij opgevolgd wordt.

De patiënten worden tot 3 weken voor een ziekenhuisopname en tot 6 weken na een ziekenhuisopname gevolgd.

Hiervoor worden overeenkomsten gesloten met groeperingen van zorgverlenersof ziekenhuizen die door technologische hulpmiddelen in staat worden gesteld om een patiënt op afstand op te volgen. Om de continuïteit van bewaking en kwalitatieve organisatie van zorg te waarborgen, is een minimale schaalgrootte nodig en wordt verwacht dat het medische team dat de patiënten opvolgt minstens 200 patiënten gelijktijdig kan opvolgen.

Telemonitoring van thuisblijvende COVID-19-patiënten en van patiënten na hun ontslag uit het ziekenhuis zou het mogelijk moeten maken om meer ziekenhuisbedden vrij te maken, maar vooral ook om de werkdruk in het ziekenhuis, voor het verplegend personeel en de huisartsen te verminderen.

Praktisch

Om de opvolging via telemonitoring door een professioneel medisch team mogelijk te maken, is het nodig om te beschikken over meetapparatuur en een beveiligd elektronisch platform waarin de teams alle gegevens van de patiënt verzamelen. 

Sommige gegevens kunnen automatisch worden verzameld en naar dit platform worden gestuurd, andere worden door de patiënt via digitale toepassingen ingevoerd. Als de patiënt of de mantelzorgers niet in staat zijn om deze informatie zelf in te voeren, kunnen thuisverpleegkundigen hen daarbij ondersteunen.

Wanneer de patiënt achteruit gaat, of wanneer er afwijkende waarden worden genoteerd, dan neemt het telemonitoringteam contact op met de patiënt om de situatie te monitoren en hem/haar te informeren en indien mogelijk gerust te stellen. Bij belangrijke nieuwe symptomen, verslechtering van de situatie of wanneer een nieuwe medische evaluatie nodig is, worden de patiënt of mantelzorger en de behandelende arts door het telemonitoringteam gecontacteerd om het medisch beleid indien nodig aan te passen.

Dit medisch team staat dus zowel in contact met de patiënt, de behandelende huisartsen, thuisverpleegkundigen als arts-specialisten met expertise op het vlak van de behandeling van COVID-19.

Hoe lang loopt het pilootproject?

De telemonitoring kan beginnen nadat er een overeenkomst is gesloten tussen het RIZIV en de ziekenhuizen of groepen van bijvoorbeeld huisverpleegkundigen en, huisartsenorganisaties. De overeenkomst loopt af op 31 december 2021. De overeenkomst kan maximaal 2 keer verlengd worden voor een periode van 6 maanden, na akkoord van beide partijen.

Welke zorgverleners kunnen deelnemen?

Het RIZIV sluit overeenkomsten met ziekenhuizen of groepen van bijvoorbeeld huisverpleegkundigen, huisartsenorganisaties of een combinatie daarvan. Zij zijn verantwoordelijk voor de organisatie en de controle door een telemonitoringteam.

Deze groepering zal onder meer:

  • zorgen voor de samenstelling van een medisch team met expertise in COVID-19, dat 24/7 de patiënten vanop afstand kan bewaken;
  • een gepaste opleiding voorzien van het medisch team omtrent de telemonitoring;
  • medische protocollen bij de telemonitoring hanteren;
  • erover waken dat er voor elke patiënt die via telemonitoring gevolgd wordt, voldoende ondersteuning is en er een behandelende (huis)arts beschikbaar is die zo nodig kan instaan voor een medisch onderzoek en medische evaluatie;
  • zorgen voor de nodige apparatuur en technische platformen.