De zomer komt stilaan in zicht. Vele mensen hopen op veel zon en hoge temperaturen. Maar extreem hoge temperaturen bemoeilijken het werk, en voor wie 'zwaar' werk uitvoert weegt dit uiteraard nog meer door. In boek V, titel 1 van de Codex voor welzijn op het werk is vastgelegd hoe u als werkgever met die factor moet omgaan.


Werken in hoge temperaturen

In onze commentaartekst 'Thermische omgevingsfactoren' kunt u alle bepalingen van de wetgeving nalezen.

De wet 'Welzijn' schrijft voor dat iedere werkgever de nodige maatregelen dient te treffen om het welzijn van zijn werknemers te verzekeren bij de uitvoering van hun werk.

De werkgever moet een risicoanalyse uitvoeren en op basis daarvan maatregelen nemen. Dat geldt ook voor de bescherming tegen zgn. 'omgevingsfactoren', zoals warmte.

De aanpak m.b.t. hoge temperaturen wordt best vooraf afgesproken, zodat u niet voor verrassingen komt te staan, wanneer warm weer wordt aangekondigd.

In het kort komt het hierop neer: De actiewaarden voor blootstelling aan warmte zijn vastgesteld uitgaande van de WBGT-index in functie van de fysieke werkbelasting. De WBGT-index mag volgende waarden niet overschrijden:

Fysieke werkbelasting

Maximale WBGT-index

Licht of zeer licht werk

  • secretariaatswerk;
  • occasioneel, traag stappen;
  • licht zittend handwerk (bedienen van een toetsenbord, tekenen, naaien,...);
  • zittend werk met kleine werktuigen, inspectie, lichte assemblage;
  • besturen van een wagen, bedienen van een pedaal, ...;
  • boren, lichtjes polijsten van kleine stukken;
  • gebruik van kleine handwerktuigen;

29

Halfzwaar werk

  • gestadig werken met armen en handen (timmeren, vijzen,...);
  • sneller stappen (3,5 tot 5,5 km/h);
  • Besturen van voertuigen, heftrucks, vrachtwagens, ...;
  • occasioneel behandelen van middelmatig zware voorwerpen;

26

Zwaar werk

  • intense arbeid met de armen en met de romp;
  • behandelen van zware voorwerpen van bouwmaterialen;
  • spitten, zagen met de hand, schaven;
  • snel stappen (5,5 tot 7 km/h);
  • wagentjes en kruiwagens duwen en trekken;

22

Zeer zwaar werk

  • zeer intense en snelle arbeid;
  • zwaar spitten, graven;
  • beklimmen van ladders of trappen;
  • zeer snel stappen, looppas (>7km/u)

18

Het resultaat van die meting is dus geen gewone temperatuur, maar een waarde die het totale werkklimaat beschrijft (temperatuur, luchtvochtigheid, stralingstemperatuur). Men spreekt van de zogenaamde WBGT-waarden (Wet Bulb Globe Temperature).

Het resultaat van deze meting valt ook meestal lager uit dan de temperatuur die met een gewone thermometer vastgesteld wordt. 

De fysieke werkbelasting wordt in samenspraak met de arbeidsgeneesheer vastgelegd. Als aanduiding zijn een aantal voorbeelden opgenomen in de bovenstaande tabel.

Als de maximale WBGT-index overschreden wordt, moet u als werkgever preventiemaatregelen nemen.

Preventiemaatregelen

De preventiemaatregelen worden genomen door in te spelen op de risicofactoren (zoals temperatuur, luchtstroomsnelheid, luchtvochtigheid, thermische straling, fysieke belasting, gebruikte methodes …). Ze kunnen dan ook bestaan uit:

  • Technische maatregelen die inspelen op de risicofactoren, door het plaatsen van:
    • Inrichtingen voor kunstmatige ventilatie;
    • Luchtverversingssystemen;
    • Reflecterende schermen, zonneschermen;
    • Gebruik van luchtbevochtigers of -ontvochtigers;
  • Alternatieve werkmethodes die de noodzaak van blootstelling aan overmatige warmte of koude verminderen;
  • Het verlagen van de fysieke werkbelasting door aangepaste arbeidsmiddelen of werkmethodes;
  • De beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling;
  • Het aanpassen van de werkroosters of de arbeidsorganisatie, en indien nodig de periodes van aanwezigheid op de werkpost af te wisselen met rusttijden in rustlokalen;
  • Het verschaffen van kledij die de werknemers beschermt tegen overmatige warmte (bijvoorbeeld hoofddeksel);
  • Het zonder kosten ter beschikking stellen van aangepaste verfrissende of warme dranken.

Rusttijden

De afwisseling van de beperkte aanwezigheidstijden kunnen op 3 manieren worden vastgelegd:

  • Ofwel volgt de werkgever een van volgende normen: NBN EN ISO 7243, NBN EN ISO 7933 of NBN ISO 9896;

  • Ofwel worden de aanwezigheidstijden vastgelegd door de werkgever na advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en na voorafgaand akkoord van de werknemers­vertegenwoordigers in het CPBW;

  • Voor het geval geen afspraken werden gemaakt, zijn in bijlage V.1-1 van de Codex de volgende rusttijden vastgelegd:

Afwisseling in het werk

WBGT-waarden

 

Licht werk

Halfzwaar werk

Zwaar werk

Zeer zwaar werk

45 min werk – 15 min rust

29,5

27

23

19

30 min werk – 30 min rust

30

28

24,5

21

Globaal preventieplan

Dit programma wordt eveneens voorgelegd ter advies aan:

  • De interne preventieadviseur
  • De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer
  • Het Comité Preventie en Bescherming op het Werk

Het programma wordt integraal toegevoegd aan het globaal preventieplan (GPP).