Het zal u niet ontgaan zijn dat de invoering van een koolstoftaks door de nieuwe federale regering heel wat voeten in de aarde heeft. Agoria ondersteunde een dergelijk idee echter wèl al langer en legt uit waarom. Al spreken wij liever van een groene taks shift, een verschuiving van de lasten om de klimaat- en energietransitie te ondersteunen.


Energiefactuur in het voordeel van fossiele brandstoffen

De energiefactuur bestaat voor de verschillende energiedragers (elektriciteit, aardgas en petroleumproducten) uit drie delen: een deel energiekost (of commodity prijs), een deel transport- en distributiekosten, en ten slotte een deel toeslagen en heffingen voor de financiering van een bepaald beleid (ecologisch, sociaal, begroting, etc).

Momenteel is het aandeel toeslagen en heffingen in het voordeel van fossiele brandstoffen, zeker voor verwarmingsdoeleinden. Bij elektriciteit beslaat ongeveer de helft van de factuur de doorrekening van toeslagen, o.a. de doorrekening van kosten verbonden aan klimaatbeleid zoals de financiering van groenestroomcertificaten. Bij aardgas zijn de meerkosten relatief beperkt tot +/- 2€/MWh en voor stookolieproducten wordt in België grotendeels het minimale EU-tarief voor accijnzen gevolgd (Richtlijn belasting energieproducten 2003/96/EG).

GEZIN

totaalprijs €/MWh (excl. BTW)

% heffingen en toeslagen

Elektriciteit

204,2

40%

Aardgas

32,7

9%

stookolie* (per 1000l)

38,6

9%

BEDRIJF

 

 

Elektriciteit

99,0

31%

Aardgas

19,7

8%

Stookolie* per 1000l

38,6

9%

*gasolie laag zwavelgehalte indien Brent 45$/vat

Tabel: Prijs per MWh voor energiedragers, en aandeel heffingen en toeslagen

Anno 2020 is er dus amper een CO2-prijssignaal om zuiniger te verwarmen. Dit betekent tegelijk ook dat duurzamere technologieën én productieprocessen momenteel afgestraft worden. Zo vindt de warmtepomp moeilijk ingang in gebouwen, en worden inefficiënte ketels slechts traag vervangen door hoogcondenserende exemplaren, of hybride systemen (lees ook: 'Elke Vlaamse woning kan tegen 2050 klimaatneutraal zijn').

Verhoogde klimaatambitie én duurzame post-COVID19-relance

Het minste wat we hierbij kunnen opmerken is dat deze prijzen in schril contrast staan met de hoge klimaatambities die Europa momenteel naar voren schuift. Het is nog even wachten (of eerder discussiëren tussen de federale en de deelstaatregeringen) wat de Belgische inspanning tegen 2030 zal zijn, maar het staat vast dat de huidige doelstelling van -35% tegen 2030 (t.o.v. 2005!) aangescherpt zal moeten worden en omgezet in daadkrachtig beleid. Daarnaast zijn er de verschillende relanceplannen waar Europa aanstuurt op duurzame plannen voor het aanmoedigen van renovaties, energie-efficiënte investeringen in bedrijven en koolstofneutrale vervoersmodi en infrastructuren, maar waarin de beschikbare budgetten om deze plannen te financieren nog altijd beperkt zijn ten opzichte van de gigantische klimaatuitdaging.

De opmaak van een breder Belgisch klimaatbeleidskader in het kader van deze Europese verplichtingen biedt volgens Agoria een momentum om het belasten van fossiele brandstoffen vs. elektriciteit te herbekijken.

Een groot deel van de gegenereerde inkomsten (geschat op 2,6 miljard euro/jaar tegen 2030) zou gebruikt kunnen worden om kost van de elektriciteit te verlagen. Een eenvoudige herverdeling binnen de federale bevoegdheid zou erin kunnen bestaan om de opbrengsten van de koolstoftaks te gebruiken voor de huidige en verdere ondersteuning van offshore wind op zee, zeker aangezien het verlagen van de elektriciteitsfactuur voor bedrijven én gezinnen één van de stokpaardjes van de nieuwe federale regering is. Deze groene taks shift, door een verlaging van de elektriciteitsfactuur, zou ook betekenen dat de technologie-industrie die een relatief tot zeer elektro-intensieve industrie is, niet langer afgestraft wordt voor haar reeds duurzame productieproces.

Daarnaast speelt in de gebouwensector mogelijk het regressief karakter van de maatregel: de armste actoren besteden een belangrijker deel van hun inkomsten aan energie-uitgaven. Het beleid zal m.a.w. voor compensaties van de meest kwetsbare actoren moeten zorgen (bv. via energiecheques en een gericht beleid). De inkomsten uit de transportsector zouden herverdeeld kunnen worden via een beleid dat de actieve vervoersvormen, het openbaar vervoer en de verplaatsingen op elektriciteit aanmoedigt, en via investeringen in infrastructuur en innovatie voor vrachtwagens (met bijzondere aandacht voor de KMO’s).

Europese aanpak ook noodzakelijk voor gelijk speelveld

De koolstoftaks zou wellicht onderdeel uitmaken van een hervorming van de accijnzen op energie, die op hun beurt vallen onder de Richtlijn belasting energieproducten van 2003.

De Richtlijn dateert van net na de start van de vrijmaking van de Europese energiemarkt en sindsdien zijn er heel wat zaken veranderd: meer gedecentraliseerde hernieuwbare energieproductie via o.a. wind en zon, de inwerkingtreding van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor elektriciteitscentrales en grote fabrieken, meer flexibiliteit door vraagsturing, energiegemeenschappen en de verdere uitrol van elektrische voertuigen. Op dit moment loopt daarom een herziening van deze richtlijn om de bepalingen meer in lijn te brengen met de klimaatambities van de Europese Green Deal en het toepassingsgebied op belastingtarieven hiertoe te actualiseren.

Ook op Europees niveau kan België daarom best een krachtig standpunt innemen voor een differentiatie op basis van koolstofinhoud in het belasten van brandstoffen in de sectoren niet onderhevig aan het Europese emissiehandelssysteem (non-ETS) met als doel een gelijk speelveld te creëren voor meer energie-efficiëntie en elektrificatie zowel in gebouwen, transport als industriële processen, maar dat ook ondersteunend kan werken voor andere low-carbon technologieën en energiedragers zoals waterstof en biogas.  Een Europese aanpak biedt de mogelijkheid om specifieke industriële processen te kunnen vrijstellen van deze accijnsverhoging in het kader van de Europese regels die hierover reeds bestaan bv. een minimumtarief voor bedrijven toegetreden tot energiebeleidsovereenkomsten.

De baten van een dergelijk beleid in de technologie-industrie zullen volgens Agoria gevonden worden in een toename van investeringen in gebouwen (meer klimaatneutrale renovaties en vervanging van inefficiënte ketels), transport (wagens sneller vervangen door zuinigere en meer elektrische wagens) en investeringen in industriële processen (door meer stimulans om verder te elektrificeren).