In de meeste universitaire studierichtingen ligt het aandeel vrouwelijke studenten hoger dan 50%, soms zelfs beduidend hoger. Toch zijn vrouwen nog altijd minder sterk vertegenwoordigd in wetenschappen, en in het bijzonder ingenieurswetenschappen, waar minder dan een op vijf studenten een meisje is. Hoe komt dat?


Ter gelegenheid van de Internationale dag van vrouwen en meisjes in de wetenschap organiseerde Ares (Académie de recherche et d'enseignement supérieur) vorige maand in BluePoint Brussels een colloquium over carrières van vrouwen in STEM-studierichtingen (Sciences, Technology, Engineering & Math). Het event had twee doelstellingen: enerzijds achterhalen waarom meisjes – alle sensibiliseringsinspanningen ten spijt – nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in technische, technologische en wiskundige studierichtingen, en anderzijds ingaan op concrete initiatieven om daar verandering in te brengen.

Waarom mijden meisjes STEM-richtingen?

Dominique Lafontaine, hoogleraar Pedagogische wetenschappen aan de Universiteit van Luik, buigt zich al lang over die vraag en reikt ons enkele antwoorden aan.

Is het natuurlijk?

Zou er een biologische verklaring zijn? Veel mensen zijn er nog steeds van overtuigd dat meisjes niet voor wiskunde in de wieg zijn gelegd! Dat zo weinig meisjes een wiskunderichting kiezen, zou het gevolg zijn van hun cognitieve capaciteiten, die zouden verschillen van die van jongens. Hun schoolresultaten zouden dat overigens bewijzen ... ware het niet dat sinds de jaren 60 grote internationale onderzoeken (PISA, Pirls, Tims) worden uitgevoerd waardoor de prestaties van jongens en meisjes kunnen worden gevolgd op verschillende domeinen, zoals lezen, wiskunde en wetenschappen. En dat over het algemeen wordt vastgesteld dat jongens het op alle niveaus – van lagere school tot universiteit – minder goed doen, ook in STEM-studierichtingen.  Het historische verschil in prestaties op het vlak van wiskunde en wetenschappen tussen jongens en meisjes wordt ieder jaar een beetje kleiner. En die kleine verschillen worden dan nog hoofdzakelijk verklaard doordat er iets meer jongens zijn onder de leerlingen die uitstekend presteren.

Dus nee, de biologische verklaring houdt niet echt stand. In dat verband zijn de zwakkere prestaties van jongens voor lezen waarschijnlijk evenmin het gevolg van een biologisch verschil ...

Zijn het stereotypes?

De Fédération Wallonie-Bruxelles heeft een proef uitgevoerd waarbij aan leerkrachten wiskunde werd gevraagd om fictief schoolwerk te beoordelen (dat in het kader van de proef aan een jongen of een meisje werd toegewezen). De organisatoren van de proef stelden vast dat heel goed schoolwerk dat aan een jongen werd toegeschreven, systematisch beter werd beoordeeld dan identiek werk dat een meisje zou hebben ingediend. Slecht schoolwerk van jongens werd daarentegen negatiever beoordeeld terwijl hetzelfde slechte werk van meisjes net een betere score kreeg. Met andere woorden:

  • jongens die heel goed presteren, krijgen systematisch betere punten dan meisjes die hetzelfde resultaat afleveren
  • meisjes die zwak presteren, kunnen rekenen op veel meer toegeeflijkheid dan jongens die hetzelfde niveau halen.

Een kruiseffect dat in verband wordt gebracht met stereotypes en de 'verwachtingen' van leraren ...

Overtuiging en perceptie

De hardnekkigheid van gendergebonden keuzes zou zowel jongens als meisjes treffen. Hoewel jongens en meisjes geen verschillende cognitieve capaciteiten hebben, ligt het toch anders wanneer we naar de perceptie van hun eigen capaciteiten kijken.  Verschillende onderzoeken (Pisa 2012 en 2015) tonen aan dat bij gelijke competenties meisjes zichzelf een stuk minder hoog inschatten dan jongens, die van zichzelf vinden dat ze beter zijn in wiskunde en wetenschappen.

Aspiraties en waarden

Dat jongens en meisjes andere studiekeuzes maken – en dus later in hun carrière ook op andere domeinen aan de slag gaan – wordt al snel duidelijk. Zo volgen maar heel weinig meisjes een informaticarichting. Vooral in het technisch secundair onderwijs is het evenwicht helemaal zoek: alles wat te maken heeft met kleding en personenhulp is het domein van meisjes, terwijl in techniek, mechanica en industrie vrijwel alleen jongens te vinden zijn.

Wat bepaalt welk carrièrepad wordt gekozen?

Diepliggende aspiraties, natuurlijk: meisjes zeggen vaak dat ze "iets met mensen" willen doen, jongens voelen zich dan weer meer aangesproken door meer autonomie of individueel werk.  Toch speelt ook de perceptie van de eigen capaciteiten een belangrijke rol.  Maar zoals we al eerder hebben gezegd, hebben meisjes een negatieve perceptie van hun wetenschappelijke en wiskundige competenties en hebben ze ook de kwalijke neiging om zichzelf te onderschatten ... waardoor een ingenieursopleiding uit het beeld verdwijnt. 

Bron: https://www.ares-ac.be/images/Femmes_sciences/STIM/01.Lafontaine.pdf

'Stereotype' vs. 'stereotypedreiging'

Een andere spreker op het Ares-colloquium die de aanwezigen aan het denken zette, was Isabelle Regner, hoogleraar in het laboratorium voor cognitieve psychologie van de Universiteit van Aix-Marseille, met een presentatie over de negatieve effecten van genderstereotypes op de prestaties van meisjes in wetenschappen.

"Meisjes zijn slecht in wiskunde, kunnen geen wegenkaart lezen en presteren minder goed als het aankomt op logisch redeneren. Ze vertonen ook minder leiderschap, zijn minder ambitieus, ze zijn emotioneler ..." Onze maatschappij is nog steeds doordrongen van die opvattingen. Bovendien hebben meisjes ook nog de pech dat die opvattingen worden versterkt door de (zwakke) vertegenwoordiging van vrouwen op die domeinen en in verantwoordelijke functies. Uiteindelijk heeft elk stereotype een grond van waarheid. Geen rook zonder vuur, zegt men altijd ...

Een stereotype is een gedeelde overtuiging m.b.t. de kenmerken die aan bepaalde sociale groepen worden toegeschreven. Die overtuiging is wijdverspreid en blijft, of je er ook zo over denkt of niet, in ons hoofd steken.

Wat als het probleem niet het stereotype zelf is, maar de angst dat het toch zou kloppen, wat men 'stereotypedreiging' noemt?  Wanneer wiskunde- of logicatests worden afgenomen, blijken jongens altijd bij de besten te zijn. Hoe komt dat?  Het werk van Claude Steele, een Amerikaanse sociaal psycholoog, over stereotypedreiging en de rol daarvan in schoolprestaties, helpt ons daar inzicht in te krijgen.

Wie 'test' zegt, zegt 'inzet', en dus 'stress', 'angst' en 'psychologisch ongemak'. Om die stoorzenders opzij te schuiven, moet het individu een deel van zijn werkgeheugen aanspreken, waardoor minder capaciteit beschikbaar is voor de eigenlijke test.

Steele heeft tal van experimenten uitgevoerd om dat te bevestigen, waaronder deze:

Een groep van mannen en vrouwen kreeg een wiskundetest:

  • Wanneer alleen werd gevraagd om de test te maken, deden mannen het duidelijk beter.
  • Vervolgens kreeg een tweede (vergelijkbare) gemengde groep de test, maar luidde de opdracht lichtjes anders. Bij de start van de test werd gezegd: "Mannen en vrouwen presteren niet anders voor deze test". Na afloop bleek er vrijwel geen verschil meer tussen de prestaties van de jongens en de meisjes, hoewel het om exact dezelfde test ging. 

De gewijzigde context, waarin het stereotype werd gefalsifieerd, heeft de meisjes op een bepaalde manier bevrijd van de stereotypedreiging.

Hoe zit het met stereotypedreiging bij kinderen?

Isabelle Regner en Pascal Huguet, onderzoeksdirecteur aan het Lapsco (Laboratoire de psychologie sociale et cognitive – Frankrijk), hebben onderzoek gedaan bij meer dan zeshonderd leerlingen in de lagere cyclus van het middelbaar. Zo werd een identieke test afgenomen bij twee groepen jongens en meisjes. Wanneer de test als een meetkundetoets wordt voorgesteld, doen de jongens het duidelijk beter dan de meisjes. Maar wanneer dezelfde test wordt voorgesteld als een tekentoets, is het resultaat net andersom en scoren de meisjes een stuk beter.

Als de verschillen in scores tussen jongens en meisjes voor de verschillende vakken een biologische verklaring zouden hebben, hoe komt het dan dat een kleine verandering in de opdrachtstelling of de context zo'n grote impact heeft? Wanneer er bijvoorbeeld meer mannen zijn in de zaal waar de wiskundetest wordt afgenomen, doen meisjes het minder goed dan wanneer er evenveel mannen als vrouwen zijn.

Stereotypedreiging, de lagere inschatting van meisjes of het grotere vertrouwen van jongens wat hun eigen kunnen betreft, maar ook de volgorde waarin de tests worden afgenomen enz. zijn allemaal factoren die een impact kunnen hebben.

Hoe kan het effect van stereotypedreiging worden weggenomen?

  • Isabelle Regner moedigt aan om kinderen meer spelenderwijs te laten oefenen i.p.v. al snel met evaluaties te werken, die een bron van stress zijn en stereotypes versterken.
  • Sensibiliseren voor stereotypes wanneer personen daarmee te maken kunnen krijgen.
  • Zelfbevestiging en positief denken stimuleren.
  • Het individu in een comfortabeler situatie plaatsen zodat werkgeheugen wordt vrijgemaakt omdat het niet meer wordt opgeslorpt om de stereotypedreiging te bestrijden.
  • Meisjes wijzen op modellen die in STEM-studierichtingen zijn geslaagd waarmee ze zich kunnen identificeren (er zijn nauwelijks 20% vrouwelijke figuren om wiskundeboeken op school te illustreren).
  • De aandacht vestigen op het doel van vakbeheersing: begrijpen waarom je iets studeert.
  • Eerst opleiden, dan beoordelen.
  • ...

Wanneer mannen hun zelfvertrouwen verliezen

Isabelle Regner: "Iedereen kan worden geconfronteerd met stereotypedreiging als de context daar aanleiding toe geeft." Wanneer een standaardgroep blanke Harvard-studenten die uitblinken in wiskunde een wiskundetest moet afleggen, verwacht je natuurlijk uitstekende resultaten. Maar wanneer een tweede groep mannen met hetzelfde profiel dezelfde test aflegt nadat ze te horen kregen dat hun wiskundeskills achteraf zullen worden vergeleken met die van een groep Aziatische studenten in de zaal ernaast ... Wat denkt je dat er dan gebeurt?

Bronnen:

Lees ook: Een vrouwelijke ingenieur ? Yes she can !  

Gezien de veranderende arbeidsmarkt en het tekort aan bepaalde – o.a. digitale – profielen, bestaat een van de noodzakelijke acties erin om doelgroepen te activeren, zoals meisjes, om hen naar die profielen toe te leiden. Meer meisjes in technische en technologische richtingen laten instromen is niet alleen belangrijk met het oog op diversiteit in ondernemingen, het is ook een economische noodzaak! 

Agoria ontwikkelde vier strategieën voor een duurzame arbeidsmarkt en nodigt iedereen uit om deel te nemen aan het programma 'Be the change'. Download hier de studie 'Shaping the future of work' of surf naar info.agoria.be/nl/bethechange.