In december 2018 is de herziening van de Verordening op de governance van de energie-unie en de klimaatactie van kracht gegaan. Deze Verordening vraagt lidstaten een energie- en klimaatplan (NECP) op te stellen voor het behalen van hun nationale klimaatdoelstellingen. Eind dit jaar moet het finale plan bij de Europese Commissie worden ingediend. De belangrijkste maatregelen zetten wij hier op een rijtje. 


Download de Verordening

Wat is de Governance van de energie-unie? 

Deze Verordening is het overkoepelende instrument, op basis waarvan de EU haar energie- en klimaatstreefcijfers voor 2030 wil bereiken. Het ligt ten grondslag aan de nationale energie- en klimaatplannen, die eind 2018 voor de eerste keer door elke lidstaat moesten worden opgemaakt. Gezien het belang van een langetermijnvisie, is met de nieuwe verordening vastgelegd dat de plannen over 10 jaar moeten worden vastgelegd. De energie-unie moet bestaan uit vijf dimensies: de continuïteit van de energievoorziening, de interne energiemarkt, energie-efficiëntie; decarbonisatie, en onderzoek, innovatie en concurrentievermogen. Om het algehele streefcijfer van 32% hernieuwbare energie in 2030 te halen, moet de EU in 2022 18% van het streefcijfer hebben gehaald, in 2025 43% en in 2027 65%. Ook werd overeengekomen 3 referentiejaren voor energie-efficiëntie vast te leggen: 2022, 2025 en 2027. De verordening omvat wijzigingen op een aantal bestaande Richtlijnen en vervangt de Verordening op het mechanisme voor monitoring en rapportering van broeikasgasemissies en andere relevante klimaatinformatie uit 2013. Daarnaast voorziet de verordening in rapportage in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de Overeenkomst van Parijs.

Waarom deze verordening? 

Deze Verordening is in het leven geroepen om in de behoefte aan een betrouwbaar en transparant bestuur en een planning op lange termijn te voorzien. Er is daarom voor gekozen voor de introductie van plannen van 10 jaar. De Verordening moet bijdragen aan een verbetering van het realiseren van de energie-unie. Dit moet zorgen voor een meer stabiel investeringsklimaat en zo meer zekerheid voor investeerders. Ook moet zo de samenwerking tussen lidstaten gestimuleerd worden en is het de bedoeling om administratieve lasten te verminderen. Tot slot moet de Verordening zorgen voor een meer consistente rapportering aan de Europese Unie. 

Implementatie door de Europese Commissie 

De Europese Commissie moet vanuit de Verordening een aantal producten opleveren, die onder te verdelen zijn in het Energy Union Report, een langetermijnstrategie, de inventaris van broeikasgasemissies en een aantal ondersteundende analyses. Hieronder een overzicht per product:  

Energy Union Report

Voor de opvolging van de implementatie van de energie-unie wordt van de Europese Commissie gevraagd om jaarlijks een State of the Energy Union Report en tweejaarlijks een Energy Union Progress Report uit te brengen. Daarnaast moet er tweejaarlijks een Union Progress Report on Reductions of Greenhouse Gas Emissions worden opgemaakt. Tot slot wordt er steeds 6 maanden voor de globale inventarisatie van de voortgang van de implementatie van de Paris Agreement van het UNFCCC (art. 14) een progress report on 2030 climate and energy objectives van de Europese Commissie aan het Europese Parlement en de Europese Raad verwacht.

Langetermijnstrategie

In april 2019 moest de Europese Commissie een langetermijnstrategie voor het reduceren van broeikasgasemissies opleveren. Momenteel staat de goedkeuring hiervan gepland voor het vierde kwartaal van 2019. De strategie bekijkt verschillende scenario’s voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen voor het reduceren van broeikasgassen in lijn met de Paris Agreement van het UNFCCC. Hierin worden zowel de 2050 doelstelling van een reductie van 80-95% aan broeikasgasemissies als de UNFCCC-doelstelling tot het beperken van een stijging van de globale temperatuur tot 1,5°C en max. 2°C. In de strategie moet ook een langetermijnstrategie voor methaanuitstoot worden opgenomen. Tot slot moet de Europese Commissie een evaluatie van de nationale langetermijnstrategieën maken om te zien of deze voldoende zijn om de doelstellingen te halen. 

Klik hier voor meer informatie over de stand van zaken van de Europese lange termijn strategie. 

Broeikasgasemissie inventarissen voor de Unie

Vanuit de Kyoto Agreement en de Paris Agreement van de UNFCCC wordt een jaarlijkse rapportering van de broeikasgasemissies gevraagd. In de Verordening op de Governance van de energie-unie wordt van de Europese Commissie gevraagd om een nationaal inventarissysteem voor deze emissies op te zetten tegen 1 januari 2021. Dit moet leiden tot voorstellen om deze inventarissystemen te verbeteren. Daarnaast moet de Europese Commissie een evaluatie maken van de data uit de nationale inventarissen tegen 2027 en 2032. 

Ondersteunende analyses

De Verordening op de Governance van de energie-unie vraagt de Europese Commissie ook nog een aantal gerichte analyses uit te voeren. Zo wordt er tegen 1 januari 2020 een analyse van de non-CO2 effecten van de luchtvaart verwacht. Hierin moet ook een voorstel worden gedaan van de manier waarop de effecten het beste aangepakt kunnen worden. Daarnaast moet de Europese Commissie tegen 1 januari 2021 een Renewable energy financing system opzetten.

Voor een overzicht van de gevraagde rapportages per jaar, klik hier voor de Klimaatkalender van Agoria. 

Implementatie in België 

Per lidstaat specificeert de Verordening op de Governance van de Energieunie ook een aantal verplichtingen rond de opmaak van een nationaal energie- en klimaatplan (NECP), de behaalde resultaten voor 2020, een lange termijn strategie, de hoeveelheid nationale broeikasgasemissies en een aantal specifieke rapportages. De uitvoering is in België zowel een gewestelijke als een federale bevoegdheid afhankelijk van het onderwerp. Dit betekent in de praktijk voor bijvoorbeeld het energie- en klimaatplan (NECP) dat zowel ieder gewest als de federale regering een eigen plan opmaakt, dat vervolgens wordt geïntegreerd tot een nationaal energie- en klimaatplan (NECP) voor België. Hieronder een kort overzicht van de verschillende gevraagde producten: 

Nationaal Energie- en Klimaatplan (NECP)  
Elke lidstaat wordt gevraagd om een plan te maken voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen voor een periode van 10 jaar. Dit plan vervangt het National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP) uit de Energie Efficiëntie Richtlijn (EED) via artikel 54 en het National renewable energy action plans (NREAPs) via de herziene Richtlijn op hernieuwbare energie (RES) uit 2018. Daarnaast moet de langetermijnrenovatiestrategie als gespecificeerd in de Richtlijn op de energieprestatie van gebouwen (2018) met de ingang van deze Verordening ook worden toegevoegd aan het NECP (art. 53). De opmaak van dit plan is gebaseerd op vijf dimensies:de continuïteit van de energievoorziening, de interne energiemarkt, energie-efficiëntie; decarbonisatie (incl. hernieuwbare energie) en onderzoek, innovatie en concurrentievermogen. 
Voor elk NECP moet er eerst een draft worden opgemaakt. Deze wordt vervolgens binnen 6 maanden door de Europese Commissie voorzien van feedback, waarna de definitieve versie voor het einde van datzelfde jaar moet worden ingediend. Na 3,5 jaar moet een lidstaat een draft update van het NECP bij de Europese Commissie indienen, tenzij zij met goede argumenten kunnen argumenteren waarom dit niet noodzakelijk is. De finale versie van de deze update moet vervolgens een jaar later worden ingediend. Tot slot moeten de lidstaten tegen maart 2023 en elke twee jaar daarna een integrated climate and energy progress report opmaken waarin zij rapporteren over de voortgang op het gebied van de vijf dimensies uit het NECP. Het totale proces herhaalt zich elke 10 jaar met als uitzondering dat de (draft) update van het NECP steeds in januari moet worden aangeleverd in plaats van juni (zie figuur 1). Wat betreft het integrated climate and energy progress report blijkt er hier nog een inconsistentie in de Verordening te zitten.  Hierdoor is het niet duidelijk of er bijvoorbeeld nog een progress report moet worden opgemaakt op het NECP van 2021-2030, zodra het NECP voor de periode 2031-2040 is opgemaakt. Dit moet nog door de Europese Commissie worden herbekeken (dit is daarom in figuur 1 aangegeven als to be confirmed (TBC)).

Afbeelding 1: Voorbeeld van de rapporteringscyclus voor het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NECP) (bron: Agoria)


Rapportering rond 2020 doelstellingen

De lidstaten moeten tegen 30 april 2022 informatie aanleveren over de mate waarin zij de klimaatdoelstellingen van 2020 op het gebied van energie efficiëntie en hernieuwbare energie hebben behaald. De Europese Commissie zal hier vervolgens een analyse van maken tegen 2023. 

Lange termijn strategie
Van lidstaten wordt gevraagd om een lange termijn strategie op te maken met een perspectief van minstens 30 jaar. Hierin moet onder andere informatie worden opgenomen rond broeikasgasemissies, energie efficiëntie, hernieuwbare energie en sector specifieke informatie rond het energie systeem, industrie, transport, landbouw en landgebruik (LULUCF). De eerste versie hiervan moet 1 januari 2020 worden aangeleverd. Daarnaast moet er elke vijf jaar indien nodig een update van de lange termijn strategie worden gemaakt. Een tweede versie van de lange termijn strategie moet vervolgens in 2029 worden aangeleverd, waarna het proces zich elke 10 jaar herhaalt.

Rapportering over broeikasgasemissies
Jaarlijks moeten de lidstaten en de Europese Unie voor 15 april een inventaris van hun broeikasgasemissies aanleveren aan het UNFCCC. De vereisten uit de Verordening sluiten hierop aan; vanaf 2021 moeten jaarlijks een rapportage van de ingeschatte emissies en vanaf 2023 een rapportage van de voorlopige en finale emissies worden aangeleverd. Daarnaast moeten in 2027 en 2032 de voorlopige en finale inventarissen voor de Land Use, Land Use Change and Forestry (LULUCF) emissies worden gerapporteerd. Tot slot moet er vanaf 2021 elke twee jaar een integraal rapport over het beleid rond broeikasgasemissies en prognoses opgemaakt worden. Dit rapport bevat onder andere een beschrijving van de wijze waarop broeikasgasemissies binnen de lidstaten gerapporteerd moeten worden. 

Specifieke rapporten
Tot slot worden er van de lidstaten nog een aantal specifiek rapporten gevraagd. Zo moeten er vanaf 15 maart 2021 elke twee jaar gerapporteerd worden over de genomen acties rond klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie richt zich op maatregelen die de gevolgen van klimaatverandering opvangen. Uiterlijk 31 juli 2021 en elk jaar daarna moet er een rapport over de veiling van emissierechten worden aangeleverd. Uiterlijk 30 september 2021 en elk jaar daarna moet er een rapport worden opgemaakt rond de financiële en technologische ondersteuning die aan ontwikkelingslanden geleverd is. Tot slot moet er vanaf 15 maart 2021 jaarlijks een rapport opgemaakt worden rond de olievoorraad en de milieuimpact van olie en gas gerelateerde activiteiten. Deze laatste vereisten vinden hun oorsprong in de Richtlijnen 2009/119/EU en 2013/30/EU. 

Klik hier voor een overzicht van de rapporten die door België rond klimaat zijn ingediend. Voor een overzicht van de gevraagde rapportages per jaar, klik hier voor de Klimaatkalender van Agoria. 

Vaststelling klimaatdoelstellingen 
Er zijn een aantal doelstellingen vastgelegd op Europees niveau rond de reductie van broeikasgasemissies, hernieuwbare energie, energie efficiëntie en de interconnectie van electriciteit. Voor hernieuwbare energie is dit een bindende doelstelling met een verdeling over de lidstaten. Deze verdeling wordt bepaald via de formule in Annex II van de Verordening op de Governance van de Energie unie. Voor België komt dit neer op 25% in 2030. De doelstellingen voor de reducties van broeikasgasemissie zijn vastgelegd in een aparte verordening (EU) 2018/842, ook wel bekend als de Effort Sharing Regulation (ESR). Deze doelstelling komt voor België neer op een gerealiseerde reductie van 20% tegen 2020 en 35% tegen 2030. Deze doelstellingen zijn in België verder onderverdeeld per gewest. 

Voor een overzicht van de gestelde doelstellingen voor 2020, 2030 en 2050, klik hier voor de Klimaatkalender. 

Scenario’s indien rapporten niet in orde zijn 
De Europese Commissie wordt in de Verordening gevraagd om regelmatig evaluaties te maken van de vooruitgang van de Energy Union en specifiek de doelstellingen van de lidstaten. Indien de lidstaten niet voldoende vooruitgang boeken in hun nationaal energie- en klimaatplan (NECP) of het behalen van de klimaatdoelstellingen, stelt de Verordening dat Europese Commissie op het niveau van de Unie maatregelen kan nemen of haar bevoegdheden op Europees niveau kan uitoefenen om te garanderen dat deze doelstellingen en streefcijfers gezamenlijk worden bereikt (art. 33 en 34 van de Verordening op de Governance van de Energieunie). 

Nieuwe Comités & e-platform 
Vanuit de Verordening worden er vanuit artikel 44 en 28 twee nieuwe comités opgericht en een e-platform opgericht. Beide comités bestaan uit experts van lidstaten. Hieronder een kort overzicht van hun activiteiten. 

Climate Change Committee
Dit comité biedt ondersteuning in de ontwikkeling van ‘implementing acts’, die vanuit de activiteiten van de Verordening mogelijk nodig zullen zijn. De Verordening spreekt specifiek over ondersteuning in de rapportages rond klimaatadaptatie, financiele en technische support aan ontwikkelingslanden, de veiling van emissierechten. Daarnaast is ondersteuning mogelijk in vormgeving van de rapportering van broeikasgasemissies in lijn met de Paris Agreement, de evaluatie van de nationale inventarisatie systemen en de uitvoering van een evaluatie van de broeikasgasemissie inventarissen door de Europese Commissie. 

Energy Union Committee
Dit comité biedt ondersteuning in de ontwikkeling van ‘implementing acts’ rond de voorgangsrapporten rond het nationale energie- en klimaat plan (NECP) en het opzetten van een Europees financieringsmechanisme rond hernieuwbare energie.

E-platform
Om de administratieve lasten van lidstaten te verminderen en samenwerking te stimuleren, is het de bedoeling van de Europese Commissie een e-platform opzet. De bedoeling is dat dit platform wordt vormgegeven op basis van de platformen en tools die reeds bestaan bij het Europees Milieuagentschap (EEA), Eurostat, de Joint Research Centre en ervaring opgedaan in de Eco-Management and Audit Schemes. 

Volgende stappen 
Eind 2018 werd door België reeds een eerste draft versie van het nationale energie- en klimaatplan (NECP) ingediend. De Europese Commissie heeft hierop in juni 2019 haar feedback en aanbevelingen gepubliceerd. Nu werken de gewesten en de federale overheid aan de finale versie van het plan, waarna deze in het vierde kwartaal van dit jaar door de Nationale Klimaatcommissie zal worden samengevoegd tot een Belgisch energie- en klimaatplan. Daarna volgt een tweejaarlijkse update en evaluatie, waarvan de eerste in 2023 zal moeten worden aangeleverd.

Voor een compleet overzicht van alle verplichtingen per jaar, zie de klimaatkalender van Agoria

Relevante links