De textielsector krijgt weleens de stempel van een verouderde sector te zijn, waar innovatie wat onder een dikke laag stof verdween. Compleet ten onrechte als je het ons vraagt, want in ons land kunnen we bogen op een springlevende industrie die vooruit wil. Een van de voorbeeldbedrijven in deze sector is Veranneman Technical Textiles uit het West-Vlaamse Ardooie, een bedrijf binnen de groep Sioen.


Klanten uit diverse sectoren

Van jute naar dakbedekking

“Toen ik in ‘82 instapte in het familiebedrijf, was de firma Veranneman enkel actief als juteweverij, met toelevering naar de tapijtsector, de verpakkingssector en de boomkwekerijsector”, steekt bedrijfsleider Frank Veranneman van wal. “Jute raakte echter meer en meer in onbruik, om te worden vervangen door PE (polyethyleen) en PP (polypropyleen), waardoor we alternatieve markten moesten gaan opzoeken. Zo zijn we rond ‘86 als bij toeval in het wereldje van dakbedekking gerold, omdat producenten er op zoek waren naar PES-weefsel als versterking van de folie.”

Meesurfen op de groeigolf

“In de vlakdaksector zijn er met respectievelijk bitumen, pvc en EPDM drie soorten dak­bedekking populair”, vertelt Veranneman. “Waar in de jaren voor de bankencrisis vooral bitumen populair was, zou die populariteit onder impuls van de olieprijs in de periode 2004-2006 een fikse knauw krijgen, ten koste van pvc als meest gesmaakte én goedkoopste oplossing voor de nieuwbouwmarkt voor industriedaken. Door verder in te zetten op openstructuurweefsels, een activiteit die we al in de jaren '90 besloten aan te boren, konden wij mee genieten van de opmars van pvc. Zo konden we onze capaciteit rond 2007-2008 verdubbelen.”

Aanboren van nieuwe markten

Naast de op dakbedekking gerichte activiteiten besloot Veranneman al relatief snel om de actieradius te verbreden naar alternatieve markten, zoals bijvoorbeeld versterkingsweefsel voor zwembadfolies, windbreeknetten voor landbouwtoepassingen en versterking van luchtfilters voor de automobielindustrie.

“Doorgedreven innovatie en operationele flexibiliteit hebben ervoor gezorgd dat Veranneman Technical Textiles een prominente plaats in deze markten heeft verworven”, vertelt de zaakvoerder trots.

Terug in de tijd

Bij sommige bedrijven gaan de wortels terug tot ver in het verleden, heel ver. Huidig bedrijfsleider Frank Veranneman kwam in 1982 in het bedrijf als zesde (!) generatie aan boord. Frank Veranneman heeft het bedrijf getransformeerd van een klassieke juteweverij, zoals er wel meerdere waren in de streek rond Roeselare en Zele, tot een hypermodern ‘technisch textielbedrijf’. De slogan van Frank Veranneman draait nog steeds rond de 5 D’s: Dromen, Denken, Durven, Doen, en vooral Doorzetten.

 

“Ook nu ligt onze focus op het ontwikkelen van nieuwe technische textielproducten waarbij de aandacht voor het functionele en ecologische aspect steeds een prominentere rol speelt. “

Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • De ontwikkeling van esthetische façadedoeken, die eveneens een zonwerende functie hebben.
  • De ontwikkeling van automotive-producten in textiel die eveneens een veiligheidsfunctie hebben.

Deel van de SIOEN-groep

20 jaar na de integratie van de activiteiten binnen de SIOEN-groep is Frank Veranneman overtuigd dat dit de ideale zet was om de technologie van het bedrijf verdere slagkracht te geven in een internationale omgeving. In zijn eigen woorden heeft hij het over "een perfect huwelijk tussen de knowhow van VTT en de slagkracht van een internationale groep". De samenwerking heeft er eveneens voor gezorgd dat VTT kon putten uit een breed kennisspectrum van de R&D-diensten binnen de groep, alsook uit de ervaringen van zusterbedrijven.

Advanced Manufacturing Technologies

Machines naar de geest van Industrie 4.0


“In ons machinepark komen meerdere technieken aan bod: weven en ‘raschelen’ (een industriële breitechniek) doen we al sinds de jaren 80, maar recent voegden we daar ook het ‘legselprocedé’ aan toe, een techniek die we deels zelf ontwikkelden. In een legselmachine worden de ketting en inslag niet gekruist zoals in een weefproces, maar op het juiste moment samengebracht en verkleefd. Voor de machines voor dit proces – die we zelf hebben ontwikkeld – doen we enerzijds een beroep op lokale bedrijven voor het bouwen van specifieke componenten, en anderzijds op constructeurs van klassieke textiel­machines, om het geheel nadien samen te bouwen tot een performante productielijn. We zitten inmiddels aan de derde generatie, waarbij diverse productieprincipes eigen aan Industrie 4.0 en bv. beeldgebaseerde kwaliteitscontrole (imaged-based inspection) reeds deel uitmaken van het machineconcept. Het toont aan hoe we altijd op zoek gaan naar nieuwe manieren om onze werking te optimaliseren”, zegt Jean-Luc Dejaeghere, Quality & Improvement Manager: “Ik durf gerust stellen dat de machine volledig werkt volgens de principes van Industrie 4.0. We kunnen alles capteren, opvolgen en bijsturen op afstand. Alles is zo opgesteld dat we data efficiënt kunnen wegschrijven met de bedoeling om er later modellen uit te halen. Het is voor ons een enorm voordeel dat we al vanaf stap 1 met die betrachting in het achterhoofd de productielijnen konden ontwikkelen.”

Networked Factory

De machine bestaat uit 4 deelmachines van verschillende leveranciers, die onderling kunnen communiceren via het universele communicatieprotocal OPC UA. “Op zijn beurt kan dit client/servergebaseerde protocol ook makkelijk communiceren met ons bovenliggend softwaresysteem”, vertelt Dejaeghere.

Human Centered Organisation

Komaf maken met spraakverwarring

De allereerste kiemen voor het binnenhalen van de Factory of the Future-award dicht Veranneman toe aan de realisatie van de COQLBOX. “Dit bedrijf kan rekenen op een heel divers personeelsbestand op vlak van nationaliteiten: Polen, Fransen, Roemenen, Belgen … Iedere nationaliteit leefde vroeger op een eigen eilandje, en niet zelden waren er communicatieproblemen. Met de invoering van de COQLBOX wisten we hier komaf mee te maken. Die box is een communicatieruimte met drie schermen: een eerste met een algemeen up-to-date overzicht van de huidige productietoestand, op het tweede scherm kan iedereen zijn eigen planning bekijken en bijsturen waar nodig en een derde is een flexibel scherm, bedoeld om extra communicatie mee te delen. Iedereen kan alle informatie in zijn eigen taal lezen.”

“De impact is énorm, op meerdere vlakken”, meent Dejaeghere. “Iedereen kan z’n eigen werk beter sturen, wat dan weer resulteert in een beter welbevinden in de job. Zonder tussenkomst van de productiechef dreigde een ploegwissel wel eens in het honderd te lopen; vandaag weet iedereen meteen wat er verwacht wordt. Ook het energieverbruik wordt beter onder controle gehouden. Het afvalpercentage is gereduceerd en de efficiëntie is erop vooruitgegaan.”

Award 2017

“Op een gegeven moment stelde iemand voor om mee te dingen naar een Factory of the Future Award”, blikt Veranneman terug. “Dankzij de COQLBOX hadden we dan wel al een solide basis om goed te scoren op meerdere van de 7 transformaties, zoals digital factory, networked factory, eco-factory en human centered production, maar denk niet dat we de award zelf op een schoteltje aangeboden kregen. Het programma is immers heel ingrijpend en divers. Toch wisten we met succes de audits te doorlopen, waardoor we in februari 2017 met trots onze award in ontvangst konden nemen. Bovendien heeft dit auditverloop ons ook doen inzien waar we onze processen nog verder kunnen optimaliseren. Het was die samenwerking met de auditors en de kennisuitwisseling met andere Factory of the Future Award-winnaars die ons op weg richting een mogelijke Factory of the Future Award 2020 zou zetten.”

Vernieuwing in 2020

“De hernieuwing van onze award eerder dit jaar was opnieuw een mooie bekroning”, bevestigt Dejaeghere. “De speerpunten waren dit keer de verdere uitwerking van ons softwaresysteem en de omschakeling richting ‘paperless’ werken. Het doel was economischer, ergonomischer en ecologischer te werken. Vandaag zijn laptops en tablets niet enkel meer terug te vinden in de burelen maar ook op de werkvloer binnen VTT. De omschakeling zelf verliep zeer vlot, net omdat we steeds de gebruikers betrekken bij onze projecten. Als ze iets invoeren op hun tablet, zien ze dat die informatie onmiddellijk verwerkt wordt. En de impact is enorm: de papierberg is op vandaag drastisch gereduceerd."

Maak kennis met Veranneman, Factory of the Future 2020:

"Daarom luidt ons devies: zorg dat de werknemers zelf de voordelen ervaren van een nieuwe werkwijze.”

Vertrouwen in de toekomst

“Men stelt ons wel eens de vraag of we de nieuwe investeringen ook zouden hebben gedaan zonder de Factory of the Future Award uit 2017. Ik denk dat het behalen van die award ons inderdaad heel wat vertrouwen heeft gegeven, maar we zijn overtuigd dat het mee evolueren met de tijdsgeest minstens even belangrijk is”, meent Dejaeghere.

“On nous demande parfois si nous aurions faitces nouveaux investissements sans le prix de-tion de  ce prix  nous  a effectivement donnébeaucoup de confiance, mais nous sommesconvaincus qu’il est au moins aussi importantd’évoluer dans l’air du temps“, déclare Dejae-ghere. “Nous sommes maintenant heureux devoir que des concepts tels que la COQLBOX,sont   maintenant   appliqués   à   d’autres   entre-prises, tant au sein de notre groupe que dansDaens est révolue depuis longtemps dans lesecteur du textile“, conclut Veranneman avecsatisfaction

Benieuwd waar uw onderneming staat in het transformatieproces met het oog op de fabriek van de toekomst?

Vul dan de FoF Scan-vragenlijst in van ADMA (European ADvanced MAnufacturing Support Centre, waarvan Agoria en Sirris partners zijn), of stel u meteen kandidaat voor de Factory of the Future Awards 2021.