De federale en regionale Belgische autoriteiten hebben een oproep tot indiening van blijken van belangstelling (OIB) gelanceerd. Deze oproep richt zich naar in België gevestigde economische spelers die via diverse partnerschappen in de Europese economische waardeketen willen deelnemen aan innovatieve projecten op Europese schaal.


Ten gevolge van de huidige coronacrisis heeft de FOD Economie, in overleg met alle gewesten, beslist om de termijn voor de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling (OIB) voor IPCEI Waterstof te verlengen. De nieuwe termijnen zijn nu 5 mei 2020 voor de eerste fase en 5 juni 2020 voor de sluitingsdatum van de OIB.

De energietransitie en de overgang naar een koolstofarme economie vereisen een gedifferentieerde en complementaire energiemix met innovatieve oplossingen.

Door het strategische karakter van het potentieel van waterstof hangt de toekomstige ontwikkeling van die economische sector af van het ontstaan van een Belgisch en Europees industrieel aanbod. 

Aangezien het industrieel beleid en de aanpak van de energieproblematiek moeten aansluiten bij de geïntegreerde strategie van de Green Deal, is waterstof van cruciaal belang.

De officiële oproep tot indiening van blijken van belangstelling (OIB) van de Belgische autoriteit kan teruggevonden worden via de website van de FOD Economie

Deze bron vormt de enige officiële en wettelijke basis voor de communicatie omtrent dit dossier en daarom beveelt Agoria u ten zeerste aan om deze bron dusdanig te consulteren.

Hieronder worden louter informatief de belangrijkste elementen van deze oproep herhaald:

Oproep tot indiening van blijken van belangstelling (OIB) van de Belgische autoriteiten

Deze oproep tot indiening van voorstellen richt zich naar in België gevestigde economische spelers die via diverse partnerschappen in de Europese economische waardeketen willen deelnemen aan innovatieve projecten op Europese schaal.

Het doel van de OIB is om de actoren te identificeren die op het Belgische grondgebied zouden kunnen deelnemen aan die projecten op Europese schaal, gebaseerd op de conceptie en de productie in de Europese Unie (EU) van energieoplossingen op basis van waterstof.

Disclaimer

Momenteel bestaat er nog geen IPCEI Waterstof. Deze oproep tot indiening van blijken van belangstelling impliceert op geen enkele wijze een betrokkenheid van België bij een eventueel toekomstig IPCEI Waterstof.

 

Met deze oproep stellen de federale en regionale Belgische autoriteiten zich proactief op en wensen zij in de eerste plaats op basis van de ontvangen informatie een onderbouwde beslissing te kunnen nemen over deelname aan het IPCEI Waterstof. Aan de oproep is dus geen enkele financiering verbonden.

Indien er op basis van de ontvangen informatie zou beslist worden om deel te nemen aan een IPCEI Waterstof blijft naleving van de procedures en indiening van de vereiste documenten noodzakelijk om een kandidatuur in aanmerking te nemen.

 

Basisvoorwaarden om als IPCEI te worden gedefinieerd

  • De onderneming moet aansluiten bij de waterstofwaardeketen, gericht op het innovatieve industriële gebruik van die energiedrager;
  • Het technische en industriële project van de onderneming kan gezamenlijk betrekking hebben op O&O&I, de eerste industriële toepassing en de klimaatacties in de zin van de Green Deal, in overeenstemming met de richtlijnen voor aanvaardbare kosten (met eerste industriële toepassing wordt het opschalen van pilotfaciliteiten bedoeld of de allereerste uitrusting en installaties die de fasen na de pilotlijn - met inbegrip van de testfase - omvatten, maar niet de massaproductie of de commerciële activiteiten);
  • Het door de onderneming voorgestelde technische en industriële project moet zeer innovatief zijn en verder gaan dan de huidige spitstechnologieën en kennis op dat gebied (state of the art);
  • Het project kan alleen worden ondersteund als er sprake is van marktfalen, waardoor het niet kan worden uitgevoerd zonder dergelijke steun;
  • Er moet een belangrijke samenwerkingsdynamiek zijn binnen de Europese Unie;
  • De onderneming moet zich ertoe verbinden de in het kader van de gefinancierde werkzaamheden nieuw verworven kennis te verspreiden (Spillover), niet alleen onder haar klanten, leveranciers en projectpartners, maar in de hele EU; het IPCEI moet het mogelijk maken de verworven kennis op zeer grote schaal te verspreiden, ongeacht of die al dan niet beschermd is door een titel of een intellectueel eigendomsrecht. De mechanismen voor de kennisverspreiding moeten zeer duidelijk in de projectportfolio’s van de bedrijven worden uitgewerkt. De beschermde resultaten zullen onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende marktvoorwaarden worden verspreid;
  • Startende ondernemingen komen potentieel in aanmerking; in dat geval moet het dossier door de toekomstige aandeelhouders worden ingediend;
  • De onderneming mag niet onderhevig zijn aan een terugvordering van steun die in een beschikking van de Europese Commissie als onrechtmatig en onverenigbaar wordt geacht;
  • De onderneming mag niet in moeilijkheden verkeren in de zin van de Richtsnoeren van de Europese Commissie voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (punt 2.2.) op het moment dat het besluit over eventuele steun wordt genomen;
  • Het technische project van de onderneming moet door de begunstigde onderneming worden medegefinancierd en kan eventueel ook met andere Europese fondsen worden gefinancierd.

Europees en Belgisch algemeen kader

Een project ingediend door een Belgische speler kan worden herkend als onderdeel van een IPCEI  mits het opgesteld is in overeenstemming met de regelgeving van Mededeling van de Commissie, gepubliceerd in het PB van 20 juni 2014 (C188/14) en voldoet aan volgende vereisten:

Indiening bij de federale overheid (FOD Economie - IPCEI-Hydrogen@economie.fgov.be), voor rekening van de eventueel financierende overheden, van een volledig IPCEI-dossier, met aanduiding van datum en in de vereiste vorm.

Dat dossier bevat de volgende verplichte documenten:

      • Het volledige fiscale dossier van de onderneming met bijlagen of, in het geval van een onderneming in oprichting, het volledige fiscale dossier en de beschrijving van haar aandeelhouders;
      • Een "Project Portfolio" van het bedrijf met een omschrijving van de manier waarop het innovatieve project verder gaat dan de huidige “state of the art”, de beoogde samenwerkingen in de EU en de maatschappelijke voordelen zoals vermeld in de inleiding.
        Download het officiële Europese 'projectportfolio'-document (EN)
        Dit document moet worden ingevuld (ten minste de paragrafen 1, 2, 3, 4, 5, 6.1 en 6.2), met minstens vermelding van volgende punten: de locatie van de geplande investering, de in aanmerking komende kosten, de begin- en einddatum van het project.

Procedure voor de selectie van projecten door de financieringsautoriteiten

Alleen het Belgische selectiecomité waarin de FOD Economie en de drie gewesten vertegenwoordigd zijn, zal de ontvangen dossiers behandelen waarbij elke partner handelt vanuit zijn bevoegdheden, met name de coördinerende rol door FOD Economie en het potentieel voor financiering door de bevoegde gewestelijke overheden.

Tijdschema voor de verzending van de documenten in twee fasen

Twee maanden na de lancering van de OIB: deadline op 5 mei 2020 om 18.00 uur Brusselse tijd

            • De samenvatting met de beschrijving van het innovatieve project.
              Download de samenvattende fiche
            • Het fiscale dossier (jaarrekening van de laatste drie jaar) en de beschrijving van het aandeelhouderschap. 

Sluitingsdatum van de OIB: drie maanden na de lancering ervan: deadline op 5 juni 2020 om 18.00 uur Brusselse tijd

De officiële Europese documenten "Project Portfolio", "Funding Gap" en "Prodcom Analysis", waarmee de relevante markt en de concurrentieaspecten kunnen worden beoordeeld.

De indiening van die documenten is in dit stadium geen definitieve indiening van een projectvoorstel, maar een blijk van belangstelling, waarbij de betrokken autoriteiten gedurende het hele proces om bijkomende informatie kunnen vragen. De indiening moet bijgevolg niet tot hetzelfde niveau van detail uitgewerkt zijn als een definitief projectvoorstel, maar moet wel voldoende informatief zijn om de impact in te schatten. Hierbij moet minstens de realistisch mogelijke staatsteun duidelijk onderbouwd zijn.

Dit impliceert dat een funding gap analyse moet uitgewerkt worden, wat de basis vormt voor de berekening van de maximaal toegelaten staatssteun bij IPCEI-projecten. Dit komt neer op een NPV-analyse (net present value). Details van werkpakketten zijn op dit stadium minder essentieel.

De funding gap moet zo realistisch mogelijk opgesteld worden. Bij steuntoekenning wordt door de Commissie immers een claw back opgelegd waarbij op het einde van de financieringsperiode de funding gap getoetst wordt aan de realiteit met een mogelijke terugvordering van subsidie indien de reële funding gap veel lager zou blijken. 

Inhoudelijk is het vooral belangrijk dat bij O&O&I-projecten de innovativiteit onderbouwd wordt en dat projecten van eerste industriële ontwikkeling aansluiten bij O&O&I-activiteiten en een duidelijke O&O&I-component bevatten. Bij milieu- of energieprojecten moet een duidelijke case opgebouwd worden die een groot belang voor de strategie van de Unie of een aanzienlijke bijdrage tot de interne markt aantoont.   

Andere downloadbare begeleidingsdocumenten – Non papers van de Commissie

Voor meer informatie van de eventueel financierende overheden