Pozyx levert oplossingen op basis van ultrabreedbandtechnologie aan o.a. de auto-industrie, enerzijds om de logistieke processen in de assemblagehallen te optimaliseren, anderzijds om nieuwe functies in de voertuigen zelf te integreren. Nieuwsgierig zette Agoria's Transport & Mobility Technology Club een videocall op met Michael Van de Velde, VP Sales and Strategic Business Development van het bedrijf. Bekijk hier het resultaat.


Dag Michael, kan je kort even je bedrijf voorstellen en vertellen wat je doet?

Natuurlijk. Pozyx is gevestigd in Gent. Wij leveren zowel hardware als software op het domein van ultrabreedbandtechnologie (UWB – Ultra-Wide Band). Deze radiotechnologie kan worden gebruikt voor indoor-positionering, maar er zijn nog andere toepassingen, die ons – om het zo te zeggen – in de richting van de automobielsector hebben gepusht.

Dat had ik nu graag van jou gehoord: welke toepassingen in de automobiel zie je voor die technologie?

Aan de ene kant hebben we klanten in de assemblage, voor logistieke processen in fabrieken waar we track and trace- en tool tracking-systemen implementeren. Door een tracker te koppelen aan de tools die we op de assemblagelijn gebruiken, kunnen we die tools tracken en onder controle houden. In de grond onderzoeken alle auto-assemblagefabrieken deze technologie. De gebruikscase is heel duidelijk, net zoals hoeveel geld ze kunnen besparen. Onze grootste klant is VDL Nedcar. We hebben nog andere projecten, maar die vallen onder non-disclosure agreements. 

Aan de andere kant vind je ons ook in en rond de auto. Dé bekende gebruikscase is zonder sleutel in de auto stappen. UWB is heel veilig. Er bestaat een Connected Car Consortium, met grotere OEM's, Tier 1-bedrijven en Apple, die allemaal UWB willen embedden. Je zult de deur van je auto ook kunnen openen met je smartphone. Dat is bijzonder praktisch wanneer auto's worden gedeeld. 

Je zit dus in de auto én in de fabriek. Dat lijken me toch twee totaal verschillende werelden?

Absoluut. We hebben het over twee blokken binnen het bedrijf die volledig losstaan van elkaar, met een totaal verschillende leiding en aanpak. In de auto draait alles rond R&D en hardcore-engineering. Je kunt een project opzetten om te leren, en daarbij mag je fouten maken. In de assemblagelijn ben je kritiek, daar is geen ruimte voor fouten. Het is allemaal Six Sigma. Helemaal anders, dus.

Heeft COVID-19 dan ook een andere impact in die twee werelden?

Zeker. COVID-19 heeft geen gevolgen gehad voor R&D. Er zijn nog features die moeten worden ontwikkeld. De assemblagelijnen draaien niet op volle capaciteit en de kosten worden onder de loep genomen. Daar is dus niet veel ruimte. Waarom zou je investeren in nieuwe technologie voor een fabriek die niet eens op volle capaciteit draait? Maar we zien dat die fabrieken nu weer op snelheid komen.

Krijg je vragen vanuit de automobielindustrie over het gebruik van de technologie voor social distancing?

Ja, de Belgische auto-OEM's hebben ons benaderd. Momenteel werken fabrieken niet op volle capaciteit en is er dus meer ruimte op de assemblagelijn. Maar zodra de productie weer wordt opgevoerd, zullen ze technologie nodig hebben om de social distancing te verzekeren.

Je bent op heel wat verschillende markten actief. Wat maakt de automobiel zo anders?

Om de vergelijking met voetbal te maken: de automobiel is zoals de Premier League of de Champions' League. Als je klanten hebt in de automobielindustrie, moeten de aard en de kwaliteit van het werk dat je levert van topniveau zijn. De lat ligt heel hoog. Zodra je in de automobiel een voet tussen de deur hebt, wordt je naam doorgegeven en kun je bouwen aan een echt duurzame business. Je moet je projecten wel verstandig uitkiezen om een goede balans te vinden tussen R&D en assemblagewerk. Als je die mix niet voor mekaar krijgt of je er niet in slaagt om je horizon te verbreden, kun je flink in de problemen komen omdat je business dan volledig afhankelijk is van de economische cycli.

Wat is je advies voor andere ondernemingen die actief willen worden in de automobielindustrie?

Het klinkt misschien een beetje gek, maar ik zeg: vertaal je materiaal in het Japans. Waarom? Iedereen denkt dat de automobiel wordt beheerst door de Duitsers en de Amerikanen. Maar dat klopt niet: de Japanners zijn de grootste en agressiefste groeiers in de sector. Ook al werk je met Toyota in Europa, vertaal alles wat je doet in het Japans. Wij hebben dat gedaan en merkten dat onze video's dan effectief werden bekeken in het hoofdkantoor van onze Japanse klanten, die op hun beurt daardoor contact opnamen met ons. Plotseling komt er dan een telefoontje van iemand die belt namens zijn Japanse overste.

Van onverwacht advies gesproken!

Nog een laatste vraag, Michael: wat zijn vandaag je grootste uitdagingen?

Mensen vinden die onze groei kunnen ondersteunen. We werken aan firmware en specifieke PCB's voor de automobiel en we hebben mensen nodig op die domeinen. Klanten in de automobiel vergen wekelijkse vergaderingen en updates. Ze willen mensen zien zweten op die projecten, en dus hebben we meer mensen nodig. We hebben nieuwe vacatures voor firmware-ingenieurs, mensen die kunnen programmeren in C en die custom hardware willen ontwikkelen die uiteindelijk in auto's terechtkomt.

Bedankt voor dit boeiende gesprek, Michael. Ik hoop je binnenkort weer persoonlijk te ontmoeten!

Lees ook onze andere artikels in deze reeks: