Agoria begeleidt bedrijven bij hun transformatie tot Factory of the Future. In deze artikelreeks helpen we u om elk van de 7 transformatiedomeinen die daarbij een cruciale rol spelen, beter te begrijpen. Vandaag hebben we het over 'Eco-factory', een transformatie die steeds meer aan belang toeneemt.


In dit artikel gaan we dieper in op de thema’s 'duurzaamheidsvisie' en 'ecosysteem-aanpak'. Een ecosysteem-aanpak helpt namelijk om op lange termijn een Eco-factory uit te bouwen. Naast inzicht in hoe enkele bedrijven dat praktisch invullen, krijgt u ook getuigenissen van hoe bedrijven als BSH Home Appliances, ABEE en AMS daarmee omgaan.

Duurzaamheid is in enkele jaren tijd een vast thema geworden bij het uittekenen van bedrijfsvisies en -strategieën. Het kan daarbij gaan om de garantie van beschikbaarheid van grondstoffen, competitiviteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen, veerkracht in tijden van crisis, of ook het aantrekkelijk blijven als werkgever. Het is dan ook al van bij de start een van de transformaties binnen het ‘Factory of the Future’-traject, vaak een waarin bedrijven nog enigszins zoekend zijn. Veel heeft te maken met het systemische karakter van duurzaamheid en de beperkingen van de mate waarin je als bedrijf individueel het verschil kan maken. Daarom kijken steeds meer bedrijven naar hoe ze beter met partners in de huidige waardeketens kunnen samenwerken op het niveau van bijvoorbeeld één product of dienst, of bekijken ze breder nog het hele ecosysteem waaruit ze meerwaarde kunnen halen, bijvoorbeeld in samenwerking met kennispartners, start-ups, overheden, etc.

 

Heel wat bedrijven hebben de voorbije jaren dan ook stappen gezet om hun energie- en materialenbeheer op punt te stellen. Van energiebesparing en het voorzien in hernieuwbare energie, over het maximaal voorkomen van productieoverschotten, tot het aanpassen van design om tot minder materiaal- en uiteindelijk ook energieverbruik te komen. Die trend loopt door zowat alle industrieën heen en vertrekt doorgaans van efficiëntiewinsten. Recent zien we bedrijven die niet alleen dat ietsje beter willen doen op duurzaamheidsvlak, maar ook naar de én-én gaan kijken. Zo stelde Audi een tijdje geleden dat het wat gek was een topnotch elektrische wagen te gaan produceren in een vervuilende fabriek. Verantwoordelijkheid, leiderschap en visie kwamen samen om van de vestiging in Vorst een klimaatneutrale productie-eenheid te maken. Het gaat daar niet enkel om hernieuwbare energie of productieresten, maar ook over waterbuffering, aangepast design, KPI's gelinkt aan duurzaamheid, en AI om het proces op een aantal vlak verder te optimaliseren. Die én-én maakt dat bedrijven binnen hun organisatie meer over teams heen gaan samenwerken, maar ook met externe partners de cocreatie opdrijven.

Bruno Vermoesen van BSH is eenzelfde mening toegedaan. Hij is als Senior Expert EU Governmental Affairs for Circular Economy al enkele jaren de drijvende kracht achter pilootprojecten om na te gaan hoe de circulaire economie concreet gemaakt kan worden, maar ook het verschil kan maken binnen erg competitieve markten. “Geven en nemen is een verhaal dat altijd langer duurt, dan enkel maar nemen”, stelt Bruno Vermoesen van BSH. “Er wordt vaak een heel betoog over het belang van duurzaamheid gevoerd in visies en duurzaamheidsverslagen, maar echt grote investeringen of durfprojecten volgen vaak niet. Nochtans heeft duurzaamheid niet enkel te maken met ecologische waarde, maar ook met het op langere termijn relevant blijven als bedrijf. Daarnaast spelen ook toenemende druk vanuit wetgeving en maatschappij, en het belang om op termijn zo onafhankelijk mogelijk te worden van het gebruik van primaire grondstoffen. Om die attitude te verzoenen met dagdagelijkse activiteiten, moet je echt op waardeketenniveau beginnen organiseren en ingrijpen maar ook nagaan waar je qua expertise en kostenefficiëntie het verschil blijft maken. Net daar is samenwerking met complementaire partners cruciaal. We bekijken binnen BSH bijvoorbeeld hoe we de waarde van producten kunnen verhogen vanuit de stelling dat we meer waardevolle componenten kunnen introduceren als we ze op het eindeleven van een product ook terug krijgen. Je komt dan al snel bij partners, zoals herstelateliers en beheersorganismen zoals Recupel, die dat veld van inzameling en logistiek veel beter beheersen dan je dat ooit zelf kan. Meer dan louter samenwerking moedigt dat trouwens ook gedeelde innovatie aan, net op dat snijpunt van twee expertises. Een duurzaamheidsvisie is daarbij belangrijk, maar misschien nog belangrijker is het op beperkte schaal uitproberen van nieuwe ideeën en strategieën. Die leveren inzichten en credibiliteit op wanneer een nieuwe visie binnen de organisatie uitgedacht en geïmplementeerd wordt”.

Met prijswinnende projecten als Papillon ging BSH na hoe minder klassieke partners zoals Samenlevingsopbouw toch voor gedeelde meerwaarde konden zorgen door kwalitatieve huishoudtoestellen aan minder bedeelde gezinnen ter beschikking te stellen. Het laat hen toe de maandelijkse kost voor dergelijke producten betaalbaar te houden, maar vooral ook de energiekost te drukken en zo energiearmoede te voorkomen. BSH heeft met dergelijk verhuurmodel dan weer garantie dat de producten terugkomen, doet inzichten op over gebruik om zo het design verder te optimaliseren, herstel en hergebruik te faciliteren, maar ook om een maatschappelijke bijdrage te helpen leveren.

Het is die combinatie van strategieën alsook de switch van verdienmodel die  koploperbedrijven helpt om zich sneller aan te passen aan een snel veranderende maatschappij en markt of om soms ook hele nieuwe markten te creëren. Umicore vond zichzelf opnieuw uit als mijnbouwbedrijf, maar is sindsdien ook toonaangevend in hoogkwalitatieve recyclage en  materialentechnologie en helpt de elektrische mobiliteit wereldwijd mee uit te rollen. Signify en ETAP zetten met Light-as-a-Service op korte tijd een concept in de markt dat haast het nieuwe normaal is geworden. Atlas Copco en Barco gingen dan weer via remanufacturing aan de slag om nieuwe klanten binnen te halen en bijkomende markten te creëren. Via sensoren gaat Atlas Copco nog een stap verder, door de remanufacturing ook aan te grijpen als moment om producten in een netwerkomgeving te brengen die vervolgens ook onder meer predictive maintenance en opvolging van optimaal gebruik toelaten.

Meer dan enkel een visie, is een ecosysteemaanpak een verhaal van voortdurende interactie en cocreatie. Soms gebeurt de organisatie ervan erg top-down, maar veel vaker nog door pilootprojecten van onderuit. Of door samenwerking tussen kleinere spelers uit verschillende sectoren en industrieën die nieuwe waardeketens creëren. Een mooi voorbeeld is de toenemende elektrificatie van voertuigen. Ook steeds meer Belgische bedrijven zoeken daarin hun plek. Lidbedrijven ABEE Avesta en AMS vonden daarbij mekaar om voor zichzelf, maar ook samen nieuwe opportuniteiten te onderzoeken op het vlak van lightweight mobility. Concreet kijken ze met ook nog enkele andere bedrijven naar de haalbaarheid om een elektrisch voertuig te ontwikkelen, dat slechts uit een beperkt aantal onderdelen bestaat en bijvoorbeeld zou ingezet kunnen worden voor last mile transport, of binnenstedelijk verkeer. Noshin Omar, CEO van van ABEE Avesta, zegt daarbij resoluut: "In de toekomst zullen duurzaamheid en een ecosysteemaanpak een essentieel onderdeel vormen van elke business case. Een visie van ontwikkeling tot recyclage, en het verder uitbouwen van lokale partnerships zijn daarbij cruciaal. Het gaat niet enkel om de laagste kostprijs, maar ook om het creëren van een maatschappelijke meerwaarde die zich op langere termijn terugbetaalt in bijvoorbeeld lokale jobs, expertise, en veerkracht". Johan Potargent, CEO van AMS, sluit daarbij aan: “Dat verschillende vormen van technologie en zeker digitale technologieën hun plek zullen opeisen in ons dagelijks bestaan, stellen we vandaag al meer en meer vast – maar alles wat met duurzaamheid te maken heeft, zal daar in de toekomst onlosmakelijk mee verbonden zijn. Het is net ook die koppeling die de Europese economie slagkrachtig zal houden. Om die omslag te maken, is het nodig dat we de verschillende spelers in een waardeketen positief met elkaar verbinden. Net daar ligt de faciliterende rol van een bedrijfsfederatie, maar ook van bedrijven met een uitgesproken visie en netwerkaanpak die vooruit willen. Op die manier trekken zij ook andere bedrijven mee.”

Bij ecovisie en ecosysteemdenken gaat het erom, te kijken hoe markten en maatschappij snel kunnen veranderen, hoe de noden van klanten ook veranderen, en daar gericht op in te spelen. Bedrijven met een ecovisie stellen zich de vraag waar ze binnen pakweg 5 à 10 jaar het verschil kunnen maken en welke randvoorwaarden ze daarbij dienen in te vullen. Maar evenzeer gaat het om een interne oefening om vanuit verschillende functies en expertises binnen het bedrijf, maar ook met het managementniveau, na te gaan hoe die meerwaarde geconcretiseerd, gevaloriseerd en geïmplementeerd kan worden. Ten slotte gaat het ook om een open vorm van samenwerking en innovatie met externe partners, waarbij het debat meer gaat over snelheid en schaal te ontwikkelen, door van en met elkaar te leren en mogelijks gezamenlijk pilootprojecten te ontwikkelen, alsook over het vergroten van de afzetmarkt eerder dan om het mekaar beconcurreren binnen een voorlopig beperkte maar gestaag groeiende duurzame markt.

Lees ook: 

 Benieuwd waar uw onderneming staat in het transformatieproces met het oog op de fabriek van de toekomst?

Vul dan de FoF Scan-vragenlijst in van ADMA (European ADvanced MAnufacturing Support Centre, waarvan Agoria en Sirris partners zijn).