Chinakenner, technologisch ondernemer en auteur van het boek ‘China’s New Normal’. Als iemand de toekomst van China als innovatieland kan inschatten, dan is het Pascal Coppens. Tijdens de gecombineerde maak- en technologiebeurs Prototyping + MNE 2020 in Kortrijk Xpo was hij de keynote spreker. Onze CEO Marc Lambotte nodigde vervolgens 5 ‘captains of industry’ uit voor een Captain’s Debate. Het thema? De opkomst van China als innovatiegrootmacht. Een verslag van het evenement in 4 krachtlijnen.


Het cliché luidt dat China de fabriek van de wereld is. Binnenkort spreken we echter niet meer over ‘made in China’ maar over ‘created in China’. Tegen 2030 wil het land dé globale leider in innovatie zijn, en voor Pascal Coppens lijdt het weinig twijfel dat die ambitie haalbaar is. Dit is wat we van China kunnen leren.

Binnenkort kopiëren wij de Chinese markt

Dat China Westerse producten kopieert en goedkope, minderwaardige technologie ontwikkelt, is een voorbijgestreefd idee. De grote Chinese spelers worden nog steeds in dezelfde adem genoemd met hun Westerse concurrenten. Alibaba is het Amazon, Baidu het Google en Tencent het Facebook van China.

De realiteit is echter dat deze bedrijven jaren voorsprong hebben genomen op hun Westerse tegenhangers. Dat doen ze door een beleving voor de consument te creëren. Alibaba is niet zomaar een webshop, maar een ecosysteem waar consumenten bijna elke minuut van hun leven bij betrokken zijn. NIO, de concurrent van Tesla, wil geen auto’s produceren, maar een digitale ervaring waarbij zelfrijdende auto’s op aanvraag beschikbaar worden. Huawei is wellicht de meest innovatieve smartphoneproducent ter wereld, en is goedkoper dan Samsung en Apple.

Survival of the quickest

China produceert aan een duizelingwekkend tempo. In Shenzhen, het ‘Silicon Valley voor maakbedrijven’, werken tienduizenden fabrieken samen. Prototypes zijn aan een onwaarschijnlijke snelheid goedkoop maakbaar én schaalbaar. Die snelheid geeft hen een belangrijk voordeel in de innovatierace.

Ook Dirk Deroost, CEO van Cronos, erkent het belang van snelheid in de Captain’s Debate. “In softwareontwikkeling kan je het niet meer maken om 2 jaar aan een product te bouwen. Het moet in enkele maanden volledig klaar zijn, wil je competitief blijven.”

Data is het nieuwe goud, en China zit op een goudmijn

Daarbovenop is er een verschuiving aan de gang van connectiviteit tussen gebruikers naar automatisering via data en AI. Maandenlang onderzoek en investeringen van multinationals zijn vervangen door realtime processen gebaseerd op data, algoritmes en rekenkracht.

Net in het verzamelen van data heeft China een grote voorsprong op de Westerse industrie. Niet alleen omdat China de grootste markt is, maar ook en vooral omdat Chinese bedrijven op veel grotere schaal data verzamelen en gebruiken. Bedrijven als Alibaba of Baidu hebben honderden online én offline dataplatformen. Gezichtsherkenning is er bijvoorbeeld al de norm om te betalen, een school binnen te stappen of zelfs wc-papier te nemen in een openbaar toilet.

Marc Meurisse, CEO van Engicon: “Binnenkort zullen alle niet-digitale processen verdwenen zijn. Het tempo waaraan digitalisering zich doorzet is bijna schrikwekkend. De grootste bottleneck is de menselijke factor: hoe snel kunnen wij ons aanpassen aan die technologische evoluties? In China lijken consumenten zich in elk geval vlot aan te passen aan nieuwe producten en het delen van data.”

De kracht van samenwerking in ecosystemen

De grote databedrijven zoals Alibaba en Tencent bouwen enorme ecosystemen, waarin ze honderden kleinere, innovatieve bedrijven opnemen als partners. Dat maakt nieuwe technologieën goedkoper, toegankelijker en sterker afgestemd op de consument. De zoekmachine Baidu gaf bijvoorbeeld de broncode van hun AI-algoritmes vrij. Het doel? Een ecosysteem creëren voor kleinere partners en bedrijven om de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s te versnellen.

Paul Renson, CEO van Renson: “Door zoveel mogelijk informatie te verzamelen, kan je de juiste keuzes maken. Die informatie halen we bij klanten, onderwijsinstellingen, collega’s en ons netwerk. Ik geloof niet dat je kan innoveren door aan je bureau gekluisterd te zitten. Je moet bewust blijven van de trends. Dat hebben ze in China ook goed begrepen: door nauw samen te werken en informatie te delen, versnel je innovatie.”

Ook Germann Volker, CEO van Audi Brussels, benadrukt dat er bij ons nood is aan sterke ecosystemen. “China bijblijven, dat kan geen enkel land op zijn eentje. Binnen de EU moeten we veel nauwer samenwerken. We hebben ongelofelijk veel talent in Europa. Toen ik van Duitsland naar België kwam, stond ik versteld van het niveau van de maakbedrijven. Dat ik me daar als Duitser helemaal niet bewust van was, toont aan dat de Europese landen onderling veel te weinig gebruik maken van elkaars sterktes. We hebben leiders nodig die die uitwisseling stimuleren.”

Jan De Witte, CEO van Barco, beaamt dat samenwerking de belangrijkste stap wordt om in de industrie van de toekomst relevant te blijven. “Een goed voorbeeld zijn onze skin imaging-systemen. We hadden bij Barco al expertise over licht. Om de skin imaging-technologie te ontwikkelen, hebben we dat gecombineerd met AI en softwareontwikkeling, en we verkopen het als SaaS. Zo’n multidisciplinaire aanpak is een cruciale voorwaarde voor innovatie. Als we dus iets van China kunnen leren, dan is het dat je in ecosystemen moet werken om te innoveren.”

Pascal Coppens besluit: “Alles draait om snelheid en samenwerking. De reuzensprongen van China creëren een bewustzijn en een dringendheid bij onze bedrijfsleiders. Stel dat we binnen vijf jaar opnieuw samenkomen, dan zal de vraag zijn: welke Westerse spelers zijn erin geslaagd om de Chinese markt als hefboom te gebruiken? Zullen we de handen in elkaar slaan of proberen om te concurreren?”