Eťn van de belangrijke sectoren waar BelgiŽ op inzet in de uitvoering van het klimaatbeleid is de bouwsector. De doelstelling hiervoor is het realiseren van een bijna energieneutraal gebouwenpark tegen 2050. Gezien het merendeel van dit gebouwpark uit reeds bestaande woningen bestaat, speelt renovatie hierin een essentiŽle rol. In dit artikel vindt u een overzicht van het beleidskader en het huidige maatschappelijk debat.


Rol van renovatie in het klimaatdebat

Renovatie levert een belangrijke bijdrage aan de klimaatdoelstelling om tegen 2050 een transformatie naar een bijna energieneutraal (BEN) gebouwenpark te realiseren op een kosten-efficiŽnte manier. Deze transformatie is door de Europese Unie geformuleerd in de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) om te zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie tegen 2050 met 80-95% is verminderd ten opzichte van 1990. Voor het behalen van deze doelstelling is er op Europees niveau een beleidskader ontwikkeld gericht op de sectoren die de meeste broeikasgassen uitstoten. Deze sectoren zijn in gesplitst in de energie-intensieve industrie, waarvoor er maatregelen direct op Europees niveau ontwikkeld en beheerd worden (ETS), en de overige sectoren, waarvoor Europese richtlijnen zijn ontwikkeld die door de lidstaten worden omgezet naar beleidsmaatregelen (non-ETS). De bouwsector is aangeduid als ťťn van de non-ETS sectoren, waarvoor in BelgiŽ op het gewestelijk niveau de maatregelen worden geÔmplementeerd (zie Figuur 1).

Figuur 1: Rol van renovatie in het klimaatbeleid

De Europese richtlijnen bestaan uit een aantal te ontwikkelen beleidsmaatregelen en een aantal te behalen Europese doelstellingen. Voor gebouwen is de belangrijkste richtlijn de Richtlijn op de†energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze Richtlijn stelt onder andere dat lidstaten een aantal minimum energieprestatie-eisen moeten opleggen voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties, een energieprestatiecertificatie regeling voor gebouwen†moeten voorzien†en een lange termijn renovatiestrategie moeten opstellen voor de transformatie van†de bestaande†gebouwen†naar een bijna-energieneutraal gebouwenpark tegen 2050. Qua doelstelling is het verbeteren van de energie efficiŽntie met 20% tegen 2020 en 32,5% tegen 2030 de belangrijkste voor de bouwsector. Deze energie efficiŽntie doelstelling is uitgesplitst naar een doelstelling per Europese lidstaat, die ieder een plan moeten ontwikkelen om deze doelstellingen te halen. In het Europese beleidskader is aangeduid welke beleidsmaatregelen hierin mogen worden meegeteld; renovatiemaatregelen vallen hier ook onder.

Voor meer informatie over de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen, klik hier.

Het renovatie beleidskader

Voor renovatie bestaat het beleidskader voor de te ontwikkelen beleidsmaatregelen en te behalen Europese doelstellingen uit meerdere Richtlijnen en Verordeningen. Zo stelt de EPBD dat iedere lidstaat een lange termijn renovatiestrategie moet ontwikkelen en een energieprestatiecertificering van bestaande gebouwen mogelijk moet maken. Vanuit de Verordening op de Governance van de Energie unie is iedere lidstaat verplicht om een nationaal energie- en klimaatplan (NECP) op de maken. Hierin moeten zij aangeven met welke maatregelen zij de doelstelling voor het reduceren van broeikasgassen zullen realiseren.†Renovatie maakt†hier een belangrijk onderdeel van uit; de†langetermijnrenovatiestrategie moet worden ingediend als bijlage bij de NECP.†Ook is renovatie steeds vaker het onderwerp van Europese subsidieprojecten, die financiering voorzien voor beleidsondersteunend onderzoek.†

Figuur 2: Vertaling van renovatie beleidskader naar Belgisch niveau

Langetermijnrenovatiestrategie

De langetermijnrenovatiestrategie is het plan waarmee de lidstaten de transitie naar een bijna-energieneutraal gebouwenpark in 2050 beogen te realiseren. De Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) stelt dat iedere lidstaat een dergelijk plan op moet maken. De Energie EfficiŽntie Richtlijn (EED)†specificeert min of meer in welke mate de maatregelen mogen worden meegeteld voor het behalen van de nationale energie efficiŽntie doelstelling. De strategie moet voldoen aan een aantal minimale eisen en vraagt een koppeling van financiŽle maatregelen aan de kwaliteit van renovatiewerkzaamheden. Daarnaast moet de mobilisering van financiŽle instellingen een centrale rol krijgen. In BelgiŽ is het opmaken van een langetermijnrenovatiestrategie een gewestelijke bevoegdheid. Maatregelen waar de Gewesten onder andere op inzetten zijn de ontwikkeling van een gebouwenpas of -paspoort, een renovatieadvies of -stappenplan, een uitbreiding van de verplichting van het energieprestatiecertificaat en de invoering van een renovatieverplichting. Lidstaten zijn verplicht een openbare raadpleging over de langetermijnrenovatiestrategie te organiseren. De lange termijn renovatie strategieŽn moeten†sinds de invoering van de Verordening op de Governance van de Energieunie worden ingediend als onderdeel van de nationale energie- en klimaatplannen (NECPs).

Voor meer informatie over de langetermijnrenovatiestrategieŽn in BelgiŽ, klik hier.

Energieprestatiecertificaat

Het energieprestatiecertificaat is een instrument waarmee inzicht gegeven wordt in de energieprestatie van een gebouw via een categorisering in labels. Het hebben van een dergelijk certificeringssysteem met berekeningsmethodiek is een verplichting aan lidstaten vanuit de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD). De indeling van de labels wordt bepaald door de lidstaten, of in het geval van BelgiŽ door de gewesten. Vanwege de gewestelijke bevoegdheid, variŽren de indeling van de categorieŽn, de berekeningsmethodieken en de benamingen van de methodiek in BelgiŽ per gewest; in het Vlaams Gewest staat de regeling bekend als het energieprestatiecertificaat (EPC), in het Waals Gewest als la certification PEB en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als het EPB-certificaat of le certificat PEB. De EPBD stelt dat een energieprestatiecertificaat verplicht moet zijn bij een notariŽle overdracht (oftewel verkoop of verhuur) van een residentieel gebouw. Deze verplichting blijkt echter niet voldoende om de 2050 doelstelling voor bijna-energieneutraal gebouwenpark te halen. Daarom wordt er momenteel in het kader van de ontwikkeling van het nationaal energie- en klimaatplan (NECP) gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden voor de regeling. Een voorbeeld hiervan is een uitbreiding van de verplichting van het energieprestatiecertificaat voor alle gebouwen ongeacht notariŽle overdracht. Dit zou als groot voordeel meer inzicht opleveren in de daadwerkelijke energieprestatie van het gebouwenpark en meer flexibiliteit kunnen inbrengen in de renovatieverplichting.

Voor meer informatie over het energieprestatiecertificaat in BelgiŽ, klik hier.†

Nationaal energie- en klimaatplan (NECP)

Om een zekerder investeringsklimaat voor energie efficiŽnte investeringen te realiseren, werd door de Europese Unie de Verordening op de Governance van de Energieunie ingevoerd. Deze Verordening verplicht lidstaten tot het opstellen van een Nationaal Klimaat- en Energieplan (NECP) voor een periode van 10 jaar. Dit plan omvat de beleidsmaatregelen waarmee een lidstaat de doelstelling voor de reductie van broeikasgassen beoogd te behalen. Het concept van de eerste draft versie van het NECP werd eind vorig jaar aan de Europese Commissie aangeleverd. In afwachting van hun feedback, zullen de lidstaten tegen 31 december 2019 de definitieve versie van hun NECP moeten aanleveren. Een NECP omvat een beschrijving van de doelstellingen en doelen op lidstaatniveau. De opbouw van een NECP bestaat uit vijf dimensies; hernieuwbare energie, energie efficiŽntie, energiezekerheid, de interne energiemarkt en onderzoek, innovatie en competitiviteit. In de Verordening staan tevens verplichtingen opgenomen rond het organiseren van publieke consultaties over het plan en het realiseren van regionale samenwerking. Ook omvat de Verordening meerdere voorschriften over de vereiste rapporteringen en de consequenties indien de doelstellingen niet worden behaald.†

In het kader van artikel 10 van de Verordening is BelgiŽ in juni een publieke consultatie op het energie- en klimaatplan gestart. Deelname kan via deze link tot 15 juli.†

Subsidieprojecten

Ter ondersteuning van beleidsontwikkeling wordt er door de Europese Commissie financiering ter beschikking gesteld voor de uitvoering van studieprojecten. Binnen deze projecten wordt ook aandacht besteed aan renovatie. Momenteel lopen er in BelgiŽ meerdere projecten die door Europese of gewestelijke fondsen zijn ondersteund:

  • Life project BE REEL! beoogt de realisatie van een verhoogde renovatiegraad in het Vlaams en Waals Gewest via instrumentontwikkeling (e.g. gebouwenpas) en demonstratieprojecten op lokaal niveau. Het project loopt van 2018 tot en met 2024.

  • Horizon 2020 project FALCO is gericht op het ontwikkelen van oplossingen voor de financiering van lokale klimaatbeleidsplannen waar renovaties een onderdeel van uitmaken. Het project loopt van 2017 tot en met 2021.

  • ACE retrofitting†is gericht op het versnellen van de renovatie van appartementscomplexen. Dit project is gestart in 2016 en loopt tot en met 2020.

  • VIS project Smart Energy City beoogt de realisatie van een optimale benutting van de expertise van bedrijven te realiseren in de uitvoering het lokaal beleid met collectieve renovatie als ťťn van de focuspunten. Agoria is partner in dit project. Het project loopt van 2018 tot en met 2022.

Recent werd ook een extra Europees financieringsfonds gelanceerd: European Local ENergy Assistance (ELENA). Dit fonds wordt beheerd door de Europese investeringbank (EIB).

Voor meer informatie over het project VIS Smart Energy City, klik hier.†

Bepaling van de 2050 doelstelling

In de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) wordt als doelstelling voor de langetermijnrenovatiestrategieŽn een transitie naar een bijna-energieneutraal (NZEB) gebouwenpark aangegeven. NZEB is het energieprestatieniveau dat het gebouwen moeten halen in 2050. Wat bijna-energieneutraal precies is, wordt door de lidstaten bepaald. In BelgiŽ is een gewestelijke bevoegdheid en zijn er daarom drie soorten bijna-energieneutrale niveaus gedefinieerd:

  • Vlaams Gewest: Bijna-energieneutraal (BEN) gedefinieerd als een E-peil van 60 of een EPC van 100 kWh/m2/jaar.

  • Waals Gewest: Quasi-zero energy (Q-Zen) gedefinieerd als een Niveau Ew van ≤ 45 en een niveau Espec van ≤ 85 kWh/m2.an

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Nearly-zero energy (NZEB) gedefinieerd als 100 kWh/m2/jaar. Dit geldt enkel voor residentiele gebouwen. Tertiaire gebouwen hebben energieneutraliteit tot doel.

De verplichting om een definitie te geven aan bijna-energieneutraal komt uit de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) van 2010 (art. 9, lid 3a). Hierin staat aangegeven dat alle publieke gebouwen per 2018 en alle nieuwbouw per 2020 bijna-energieneutraal moet zijn. In de herziening van de EPBD in 2018 zijn hier de bestaande gebouwen aan toegevoegd met een deadline in 2050.

Voor meer informatie over de verschillende NZEB-niveaus in Europa, klik hier.†

Huidig maatschappelijk debat

Gezien de lopende ontwikkeling van het nationale energie- en klimaatplan, wordt er volop discussie gevoerd over de wijze waarop de realisatie van de renovatiedoelstelling moet worden aangepakt. Een aantal thema's keren regelmatig terug; zo wordt er gezocht naar manieren om de renovatiegraad te verhogen en manieren om de renovaties betaalbaar te houden. Hieronder een overzicht van de belangrijkste discussiepunten op dit moment:

Verhoging van de renovatiegraad

De renovatiegraad is momenteel te laag om de doelstelling voor het realiseren van een bijna-energieneutraal gebouwenpark tegen 2050 te kunnen behalen. De huidige renovatiegraad is in BelgiŽ momenteel minder dan 1%, terwijl voor het realiseren van de 2050 deadline eerder een renovatiegraad van meer dan 3% nodig is. Een van de maatregelen waar momenteel over wordt gesproken om de renovatiegraad te verhogen†is de invoer van een renovatieverplichting. De centrale vraag is hoe deze het beste kan worden vormgegeven zonder een lock-in te veroorzaken op de vastgoedmarkt. Daarnaast wordt er gesproken over een uitbreiding van de verplichting van het energieprestatiecertificaat; dit zou de nodige data opleveren over de huidige staat van het gebouwenpark en meer flexibiliteit kunnen bieden aan de vormgeving van de renovatieverplichting. Tot slot blijkt ook het gebrek aan kennis over renoveren een belangrijke barriere voor het uitvoeren van energetische renovaties. Daarom worden ook mogelijkheden bekeken om een vroegtijdige doorverwijzing naar renovatieprofessionals en het verkrijgen inzicht in de te nemen renovatiestappen een zo eenvoudig mogelijk te maken.†

Opschaling van ad-hoc initiatieven

Het beleidskader waarmee de renovatiedoelstelling gerealiseerd moet worden is veelomvattend; zoals hierboven geÔllustreerd is het onderwerp van meerdere beleidslijnen, plannen en onderzoeksprojecten. Daarnaast wordt het renovatiebeleid uitgevoerd op meerdere beleidsniveaus. Dit heeft ertoe geleid dat het renovatiebeleid soms als versnipperd en complex wordt ervaren. Er zijn veel initiatieven die op zichzelf succesvol zijn, maar die tegelijkertijd†moeilijk opschaalbaar lijken. Die opschaling is wel noodzakelijk om de 2050 doelstelling te halen. Er is daarom een groeiende behoefte aan bijvoorbeeld een kader waar vanuit ad-hoc initiatieven aan elkaar gekoppeld kunnen worden. De vraag is op welke manier een dergelijk kader het beste kan worden vormgegeven†en welke activiteiten daadwerkelijk het beste gecentraliseerd kunnen worden aangepakt zonder een lock-in te veroorzaken.

Vergroten van financieringsmogelijkheden

Een van de grote discussiepunten in het renovatiedebat is manier waarop de renovatiedoelstelling van 2050 gerealiseerd kan worden op een betaalbare manier. Dit is ook terug te zien in de wijze waarop in de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) wordt verwezen naar het belang van betrokkenheid van de financiŽle instellingen in de langetermijnrenovatiestrategie. Analyses van de impact van het energieprestatiecertificaat tonen aan dat de energetische staat een impact begint te hebben op de waarde van een gebouw. Deze impact is echter nog niet voldoende om de renovatiedoelstelling van 2050 te realiseren. Er zijn momenteel nog veel vragen rond het bepalen van het benodigd investeringsbudget voor het realiseren van de totale doelstelling en kostenprofiel per renovatie. Ook is er nog veel discussie over de meest geschikte financiŽle en fiscale instrumenten om extra financiŽle middelen mee beschikbaar te maken.†

Bepalen van de vereiste capaciteit van de bouwsector

De te lage†huidige renovatiegraad zorgt ervoor dat de benodigde renovatiegraad om de renovatiedoelstelling van 2050 te halen alsmaar hoger wordt. Momenteel betekent dit voor BelgiŽ al bijna 20 renovaties per uur. De vraag is of capaciteit van de bouwsector voldoende is om de benodigde arbeid ook daadwerkelijk te leveren. Hierbij moet enerzijds gekeken worden naar de benodigde mandagen in het algemeen en anderzijds naar of er voldoende capaciteit is voor werkzaamheden die gespecialiseerde kennis vragen. Hierbij moet gedacht worden aan installateurs van verwarmingstoestellen, elektriciens, glaszetters, etc. Dit zijn geen functies die zomaar opgepakt kunnen worden;†een aantal†vragen†extra studie en certificering voordat is toegestaan de werkzaamheden uit te voeren. De grote behoefte ligt momenteel bij het in kaart brengen van de benodigde capaciteit. Zodra hier meer inzicht is kan bekeken worden of het enkel een probleem is van aantallen of dat misschien ook andere maatregelen het organiseren van een spreiding van de (gespecialiseerde) werkzaamheden of digitalisatie van het bouwproces (deels) een oplossing kunnen bieden.†

Bepaling van een sloop- en herbouwkader

Van een aantal gebouwen is de staat zo slecht, dat renoveren geen verstandige optie meer is. Sloop- en herbouw kan in zo'n geval een uitkomst bieden. Momenteel zijn er echter nog veel vragen rond het bepalen of een gebouw sloopwaardig is of niet. Een eerste aanzet tot de formulering van een sloopkader werd vormgegeven binnen het Renofase project. Er is echter nog meer inzicht nodig om tot een definitief kader en (eventueel) regelgeving te komen.†

Opvolging door Agoria

Agoria is als stakeholder betrokken in de ontwikkeling van de klimaat- en energieplannen (NECPs) van de gewesten en de federale overheid. Daarnaast probeert Agoria via projecten als Smart Energy Cities ook een ondersteunende bijdrage te leveren aan het uitvoeren van lokale klimaatplannen. Op het vlak van renovaties ligt de focus momenteel op de het in kaart brengen van de omvang van de opdracht, de vormgeving van de benodigde beleidsmaatregelen en het zoeken naar mogelijkheden om lopende initiatieven met elkaar te verbinden. Meer informatie over de actuele stand van zaken van de renovatiedossiers, die door Agoria worden opgevolgd, is te vinden in de actielijst 'energie voor de bouw'. Deze actielijst is te vinden onderaan†deze pagina (exclusief voor leden).