Krachtens de wet van 5 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen zullen werknemers die na een volledige loopbaan (45 jaar) aan de slag blijven, bijkomende pensioenrechten kunnen opbouwen.


Door de beperking van de eenheid van loopbaan inzake pensioenen te schrappen, wordt met deze wet een van de onderdelen van de pensioenhervorming uitgevoerd

Tot nu toe was de maximale loopbaanduur, samengesteld uit het geheel van voltijdse dagequivalenten die in aanmerking kunnen worden genomen voor de toekenning van het pensioen, beperkt tot de eenheid.

In de praktijk mocht de som van alle voltijdse dagequivalenten, zowel gepresteerd als gelijkgesteld, voor een rustpensioen niet meer bedragen dan het aantal voltijdse dagequivalenten dat een volledige loopbaan van 45 jaar vormt, d.w.z. 14.040 dagen (312 voltijdse dagequivalenten per jaar).

De 45 jaar loopbaan vormden dus de noemer van de breuk voor een volledige loopbaan, ongeacht het aantal kalenderjaren waarover deze activiteit zich uitstrekte. 

Het gevolg daarvan was dat voor de pensioenberekening geen rekening mocht worden gehouden met meer dan 14.040 dagen, ook al had de werknemer langer gewerkt. Voor de berekening van het pensioen werden de 14.040 voordeligste voltijdse dagequivalenten (gepresteerd en gelijkgesteld) in aanmerking genomen. 

De door de regering doorgevoerde hervorming houdt in dat het beginsel van de eenheid van loopbaan wordt geschrapt voor de daadwerkelijk gepresteerde periodes boven op 14.040 dagen (voltijdse equivalenten). 

Zo zullen in geval van overschrijding van deze bovengrens van 14.040 dagen in de globale beroepsloopbaan voor het rustpensioen de door de werknemer daadwerkelijk gepresteerde dagen waarmee deze grens wordt overschreden in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen van de werknemer. 

Voor de gelijkgestelde dagen na de 14.040ste dag wordt het huidige beginsel van eenheid van loopbaan toegepast door de 14.040 voordeligste voltijdse dagequivalenten in aanmerking te nemen. 

Met de gelijkgestelde dagen waarmee de 14.040ste dag wordt overschreden zullen echter geen bijkomende pensioenrechten worden opgebouwd. 

M.a.w. voor de berekening van de pensioenen die ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan, zal dus rekening worden gehouden met alle arbeidsdagen (daadwerkelijke prestaties na de 10.040ste dag), zelfs met de dagen die na een loopbaan van 14.040 dagen (45 jaar) worden gepresteerd. Zo zal wie een beroepsloopbaan van meer dan 45 jaar heeft worden beloond en in vergelijking met de vroegere reglementering een hoger pensioen ontvangen.

Voorbeeld:

Michel heeft een brutoloon van 3.000 euro per maand. Hij heeft er al een loopbaan van 45 jaar op zitten maar beslist om nog twee jaar langer te werken. Dankzij deze hervorming zullen die twee jaren hem een pensioenverhoging van 52,98 euro per maand opleveren. 

Opgelet: de eenheid van loopbaan of de beperking tot 14.040 voltijdse dagequivalenten blijft gelden wanneer de werknemer aanspraak kan maken op een rustpensioen voor werknemers en op een rustpensioen (of een als zodanig geldend voordeel) krachtens een of meerdere andere regelingen, uitgezonderd dat voor zelfstandigen. 

Deze bepalingen zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste keer ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan, met uitzondering van de overlevingspensioenen berekend op basis van rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste keer uiterlijk op 1 december 2018 ingaan. 

Bron: wet van 5 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen voor werknemers en de zelfstandigen, wat betreft het beginsel van de eenheid van loopbaan en het vervroegd rustpensioen (BS van 29 december 2017)

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de "first points of contact" in uw regio:

  • Antwerpen-Limburg
  • Brussel - Brabant
  • Oost- en West-Vlaanderen