Op vraag van de sociale partners van de bouwsector en de elektriciens heeft de regering besloten om de mobiliteitsvergoeding aanzienlijk te verhogen.  De sociale partners van de metaal-, machine- en elektrische bouw (PC 111) sloten een collectieve arbeidsovereenkomst om de verhoging van deze mobiliteitsvergoeding te spreiden in de tijd.


Ondernemingen kunnen aan hun arbeiders, waarvan de werkplaats niet vast bepaald is,  een zogenaamde mobiliteitsvergoeding toekennen. Deze vergoeding wordt dan toegekend voor de verplaatsingen die deze werknemers maken van hun woonplaats naar de eerste werkplaats en van de laatste werkplaats terug naar hun woonplaats.

Indien aan bepaalde voorwaarden voldaan is, dan is deze vergoeding voor de helft belastbaar en zijn er geen sociale bijdragen op verschuldigd. Daarvoor dient een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst de regeling van de mobiliteitsvergoeding vast te stellen en mag deze vergoeding ook een vastgesteld bedrag per kilometer afstand tussen de woonplaats en de werkplaats niet overschrijden. 

De mobiliteitsvergoeding bestaat al vele tientallen jaren in de bouwsector en enkele andere sectoren. Ook Agoria sloot in 2012 een sectorale overeenkomst die deze mobiliteitsvergoeding voor de ondernemingen in de metaalsector mogelijk maakt. Deze sectorale overeenkomst voorziet in een mobiliteitsvergoeding die gelijk is aan het maximaal vrijgestelde grensbedrag. (actueel € 0,1316/km).

Voorbeeld


In april ( 20 werkdagen) werkt een metaalarbeider elke dag op een werf gelegen op 35 kilometer afstand van zijn woonplaats. De onderneming kent een mobiliteitsvergoeding toe. Deze arbeider ontvangt voor de maand april 2020 een bedrag van € 184,24 ( 20 arbeidsdagen X 35 km X 2 X  0,1316€ )Dit is de totale werkgeverskost, want er zijn geen sociale bijdragen verschuldigd. De helft van deze vergoeding (€ 92,12)  ontvangt de werknemer onbelast.

De invoering en toepassing van de mobiliteitsvergoeding is niet verplicht voor de ondernemingen. Indien er reeds vergoedingen bestaan op ondernemingsvlak, dan dient men hier ook rekening mee te houden. Door het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak kan men  zo ook de mobiliteitsvergoeding integreren in een bestaande ondernemingsregeling. 

De regering heeft in de ministerraad van 31 januari 2019 besloten om op vraag van de sociale partners van de bouwsector en de sector van de elektriciens, het grensbedrag voor de mobiliteitsvergoeding te indexeren van € 0,1316/km naar € 0,1579/km. Sinds 1 januari 2009 was dit bedrag ongewijzigd gebleven. De verhoging stemt overeen met de stijging van de prijsindexen sinds 2009. 

Deze verhoging heeft nu ook gevolgen voor de ondernemingen in de metaalsector. Gezien de verhoging van het grensbedrag  substantieel (+20%) is, is Agoria wel overeengekomen om de effecten van de aanpassing van het grensbedrag te spreiden in de tijd.  Agoria sloot hiervoor een nieuwe sectorale collectieve arbeidsovereenkomst.

Deze overeenkomst voorziet in een mildering van de verhoging tot een bedrag van € 0,1429/km in plaats van € 0,1579/km. De verhoging stemt dan overeen met de stijging van de prijsindexen sinds de invoering van de mobiliteitsvergoeding in de sector ( april 2012).  Deze vergoeding zal verder jaarlijks geïndexeerd worden op 1 juli zonder dat het maximale grensbedrag (€ 0,1579)  overschreden kan worden. 

Op 6 april verscheen het Koninklijk Besluit tot verhoging van de mobiliteitsvergoeding met een datum van inwerkingtreding op 1 mei 2020. De mobiliteitsvergoeding in de metaalsector zal vanaf die datum dan € 0,1429 bedragen en op 1 juli bijkomend geïndexeerd worden 

 Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de "first points of contact" in uw regio :
  • Antwerpen-Limburg
  • Brussel - Brabant
  • Oost- en West-Vlaanderen