Groene waterstof wordt gezien als de ontbrekende schakel in de transitie naar een klimaatneutrale maatschappij. Waterstof vormt bijgevolg de hoeksteen van de Europese Green Deal, alsook van het Europese Relanceplan. Er wordt dus veel verwacht van waterstof, héél veel. Maar zal waterstof deze verwachtingen kunnen waarmaken? Agoria roept op om samen een Belgische waterstofstrategie uit te werken.


Waterstof zal een belangrijke rol spelen in het relanceplan dat België eind april moet indienen bij Europa om toegang te krijgen tot de €5,95 miljard Europese relancemiddelen. De Vlaamse en Waalse regering voorzien respectievelijk €125 en €160 miljoen om de ontwikkeling van de waterstofsector in hun regio te ondersteunen en de federale overheid €95 miljoen voor de ontwikkeling van waterstof- en CO2-infrastructuur. Dat Vlaanderen minder uitgeeft dan Wallonië is opmerkelijk, aangezien Vlaanderen in het regeerakkoord in 2019 reeds aankondigde Europees koploper te willen worden in waterstof en er tal van bedrijven met een unieke waterstofexpertise gevestigd zijn. Vlaanderen staat ook niet alleen met deze ambitie. Duitsland en Frankrijk lanceerden vorige zomer reeds waterstofprogramma’s van €9 en €7 miljard euro. Gezien de beperkte middelen is een sterke Belgische waterstofstrategie dus onontbeerlijk, maar daar ontbreekt het voorlopig aan.

In België zijn er ondertussen reeds verschillende pilootprojecten aangekondigd om waterstof te produceren door middel van elektrolyse. Deze projecten zijn belangrijk om ervaring op te bouwen met deze nieuwe technologie, maar het moet gezegd worden dat ze op korte termijn onze CO2-uitstoot niet zullen doen dalen aangezien er in België geen overschot is aan hernieuwbare energie. Daarnaast is het ondersteunen van pilootprojecten alleen niet voldoende om een koploperpositie in Europe in te nemen.

Is waterstof voor alles de oplossing?

Neen, als het mogelijk is om elektriciteit rechtstreeks te verbruiken, moet je het altijd doen. De omzetting van elektriciteit naar waterstof gaat, zoals elke energie-omzetting, immers gepaard met (aanzienlijke) energetische verliezen. Zo is het bijvoorbeeld niet aangewezen om vandaag de dag (in België) te pleiten voor een volledige transitie van ons wagenpark naar personenwagens op waterstof, of waterstof te gebruiken om gebouwen te verwarmen. Daarvoor bestaan elektrische alternatieven die veel efficiënter zijn (batterij-elektrische auto’s, warmtepompen…). Groene waterstof moet vooral toegepast worden in die processen waar directe elektrificatie moeilijk te realiseren is, of als feedstock in de industrie. Die toepassingen situeren zich voornamelijk in de chemie, petrochemie en staalsector, maar niet alleen. Ook de Belgische non-ferro industrie of bedrijven in de maakindustrie met industriële ovens kijken naar waterstof als een manier om te decarboniseren.

"Eerst elektrificatie, dan waterstof."

Eens de prioriteiten voor het gebruik van waterstof in België duidelijk zijn, moeten we stilstaan bij de hoeveel waterstof die we hiervoor nodig hebben. . En dat is niet min. In de haven van Antwerpen wordt er op jaarbasis ongeveer 260 kiloton ‘grijze’ waterstof verbruikt (i.e. waterstof geproduceerd op basis van aardgas), wat zorgt voor een CO2-uitstoot van ongeveer 2,4 miljoen ton per jaar. Om dit te vervangen door groene waterstofstof is er een opgesteld vermogen van wel 3 GW offshore windenergie nodig, wat meer is dan het totaal opgesteld vermogen op de Noordzee (vandaag 2,26 GW). En dan hebben we het nog niet gehad over de hoeveelheid waterstof die grote energie-intensieve bedrijven zoals ArcelorMittal zouden nodig hebben om staal te produceren zonder CO2-emissies, of de hoeveelheid waterstof die nodig is om de transitie te maken richting een CO2-vrije scheepvaart of luchtvaart.

Ook voor specifieke toepassingen in het wegtransport, met name voor lange afstanden en zwaar vervoer, en waar de huidige batterij technologie nog ontoereikend is, kan een voertuig op waterstof een oplossing bieden. Aangezien België een belangrijk knooppunt is in Europa voor goederenvervoer, is het belangrijk dat de nodige infrastructuur voor het tanken van waterstof langs de hoofdcorridors wordt opgebouwd.

België zal nooit in staat zijn om de benodigde hoeveelheden waterstof zelf te produceren op basis van hernieuwbare energie (ook niet in 2050). Er zal dus nood zijn aan grootschalige import van groene waterstof uit landen met een overschot aan hernieuwbare energie. Een haalbaarheidsstudie van de waterstof import coalitie – een samenwerking van DEME, ENGIE, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp, Port of Zeebrugge en WaterstofNet – toonde recent aan dat dit technisch en economisch haalbaar is. Het is daarom belangrijk om nu reeds strategische overeenkomsten te sluiten met landen waar deze projecten het meest rendabel kunnen worden ontwikkeld (Oman, Chili, Marokko, Spanje…).

Technologieparels

Naast de centrale ligging van België, het goed uitgebouwde aardgasnet en de sterke aanwezigheid van sectoren die waterstof zullen nodig hebben om te decarboniseren, is de gróótste troef van België vandaag allicht de aanwezigheid van talrijke technologiebedrijven met een unieke expertise op gebied van waterstof. Met John Cockerill en Hydrogenics(Cummins) telt België zelfs 2 belangrijke producenten van elektrolysers (toestellen die water omzetten in waterstof en zuurstof d.m.v. elektriciteit). Daarnaast zijn er tal van bedrijven die belangrijke materialen of onderdelen produceren voor elektrolysers en brandstofcellen, zoals bijvoorbeeld Agfa-Gevaert (membranen), Borit (bipolaire metalen platen) of Umicore (katalysatoren voor brandstofcellen). Plastic Omnium ontwikkelt dan weer composieten opslagtanks om waterstof onder hoge druk (tot 700bar) op te slaan. Hierdoor kan je met een beperkt volume waterstof grote afstanden afleggen, wat een voordeel kan zijn in vergelijking met batterij-elektrische voertuigen. Busbouwers Van Hool en VDL Jonckheere hebben dat begrepen en zetten, naast de ontwikkeling van hybride en volledig elektrische bussen, sterk in op de ontwikkeling van waterstofbussen. Ook in de scheepsvaart is waterstof cruciaal om emissies te reduceren. Het Gentse Anglo Belgian Corporation sloot daarom een joint-venture af met rederij CMB (BeHydro). Ze lanceerden in september 2020 de eerste dual-fuel motor op waterstof.[2] De aanwezigheid van deze en andere technologieparels is een unieke sterkte maar ook dit biedt geen garantie op het waterstof-koploperschap dat België ambieert.

Wie kent er HMZ nog?

We mogen in onze waterstofstrategie de fouten uit het verleden niet herhalen. Met HMZ had Vlaanderen in de jaren 80 een pionier inzake windenergie. Het bedrijf bouwde een fabriek in Zepperen en plaatste in 1982 een prototype van 150 kW in de Zeebrugse haven. In 1986 kwam er vervolgens een grootschalig demonstratieproject met 21 Windmasters van 200 kW waarmee België een pionier werd in Europa.

Waarom kent er vandaag dan niemand HMZ? Was windenergie een hype? We zijn nu meer dan 30 jaar later. HMZ ging in 1995 failliet door het ontbreken van een vervolgbeleid na de eerste demonstratieprojecten. De restanten werden geïntegreerd in Turbowinds, die windturbines gingen produceren in Overijse. Ook daar is de productie ondertussen al lang verdwenen bij gebrek aan een thuismarkt. Ondertussen is windenergie één van de belangrijkste energiebronnen geworden en het belang zal de komende jaren alleen maar toenemen. Uit het verhaal van HMZ kunnen we leren dat het investeren in pilootprojecten niet voldoende is om een koploperpositie in te nemen in Europa op lange termijn. Er is dus nood aan een duidelijke Belgische waterstof strategie en een bewust en doelgericht ondersteuningsbeleid.

Op gebied van waterstof zit België momenteel ook in die eerste demonstratiefase, maar waar zullen we staan over 30 jaar? In 2050 wil Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld worden. In deze klimaatneutrale maatschappij zál waterstof een belangrijke rol spelen. Tegen 2030 wil Europa reeds 40GW aan elektrolysecapaciteit opbouwen en de meeste van de ons omringende landen hebben hierrond reeds een doelstelling gesteld. België echter nog niet. Laten we de fouten uit het verleden dus niet herhalen en ervoor zorgen dat we in 2050 Belgische wereldspelers hebben die onze waterstoftechnologie exporteren naar alle hoeken van de wereld. Dat is niet alleen goed voor het klimaat, maar ook voor onze eigen economische groei en tewerkstelling.

  1. Agoria roept de verschillende regeringen op om samen een ambitieuze en doelgerichte waterstofstrategie te ontwikkelen en België te positioneren als een belangrijk hub voor waterstoftechnologie in Europa.

  2. Stel zoals onze buurlanden[3] een ontwikkelingsdoelstelling op voor waterstof elektrolyse in België, in overeenstemming met de Europese waterstofstrategie.

  3. Steun het idee van de H2-importcoalitie en grijp dit aan om de export van Belgische technologie voor de productie van groene waterstof te stimuleren. Sluit strategische overeenkomsten met landen waar deze projecten het meest rendabel kunnen worden ontwikkeld. 

  4. Durf ambitieuze keuzes te maken in het ondersteuningsbeleid. Het Europese IPCEI-kader stelt lidstaten in staat om een uitzondering te maken op de Europese staatssteunregels voor projecten die van strategisch belang zijn voor de Europese Unie (zoals de ontwikkeling van een Europese waterstofwaardeketen).


[1]
https://www.fluxys.com/nl/news/fluxys-group/2021/210127_news_belgian_hydrogen_economy_next_step

[2]https://www.agoria.be/nl/BeHydro-lanceert-eerste-dual-fuel-motor-op-waterstof-met-een-vermogen-van-1-megawatt-MW