Niet alleen de opdrachtnemer van een overheidsopdracht heeft het recht om een herziening van de opdrachtprijs te verkrijgen. Hoewel ze het heel vaak vergeten, kunnen ook onderaannemers een herziening verkrijgen van de prijs van het gedeelte van de opdracht dat ze uitvoeren.


Volgens artikel 10 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten worden overheidsopdrachten dan wel op forfaitaire basis geplaatst, maar die forfaitaire grondslag vormt echter geen belemmering om de prijzen in het licht van bepaalde economische en sociale factoren te herzien, op voorwaarde dat in de opdrachtdocumenten een prijsherzieningsclausule is opgenomen.

De herziening van de prijzen moet tegemoetkomen aan de prijsontwikkeling van de hoofdcomponenten van de kostprijs.

Indien de opdrachtnemer een beroep doet op onderaannemers, bepaalt artikel 10 van de wet op de overheidsopdrachten dat deze, in voorkomend geval, ook in de weerslag van de herziening van hun prijzen moeten delen volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties.

In dit verband bepaalt artikel 14 van het koninklijk besluit 'Uitvoering van overheidsopdrachten' (KBU) dat wanneer de opdrachtnemer een beroep doet op onderaannemers, deze, in voorkomend geval, de weerslag van de herziening moeten doorberekenen in hun eigen prijzen in de mate waarin die herziening overeenstemt met de aard van hun prestaties.

Bovendien is het zo dat als de opdracht een prijsherzieningsclausule bevat, ook het onderaannemingscontract een herzieningsformule moet bevatten of dat het onderaannemingscontract daartoe moet worden aangepast indien:

  • het bedrag van het onderaannemingscontract groter is dan 30.000 euro, of;
  • de tijdspanne tussen de datum waarop het onderaannemingscontract wordt gesloten en de aanvangsdatum van de uitvoering van het in onderaanneming gegeven gedeelte van de opdracht, meer dan negentig dagen bedraagt.

Opgelet: de prijsherzieningsregel is niet van toepassing voor opdrachten waarvan het geraamde bedrag kleiner is dan 120.000 euro noch voor opdrachten, ongeacht het bedrag, waarvan de initiŰle uitvoeringstermijn minder dan 120 werkdagen of 180 kalenderdagen beslaat.

Bent u onderaannemer in het kader van een overheidsopdracht? Denkt u dat er een prijsherziening ten gunste van de opdrachtnemer heeft plaatsgevonden zonder dat deze herziening aan u is doorberekend?áDan kunt u proberen om daarnaar te informeren bij de aanbestedende overheid.

Hoewel de teksten niet formeel voorzien in de verplichting voor de aanbestedende overheid om onderaannemers op de hoogte te brengen van een prijsherziening, kan een redenering naar analogie met het principe van de rechtstreekse vordering in opdrachten voor werken worden gevolgd ter ondersteuning van een informatieverzoek.

Artikel 12 ž 4 van het KBU verplicht aanbestedende overheden voortaan nl. om in geval van een opdracht voor werken in de opdrachtdocumenten te verwijzen naar de rechtstreekse vordering van de onderaannemer conform artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek.

Wanneer een onderaannemer met het oog op een rechtstreekse vordering bij een aanbestedende overheid informeert naar de stand van de betalingen aan de opdrachtnemer, is het legitiem dat de aanbestedende overheid daarover inlichtingen verstrekt. De door de hoofdopdrachtnemer gevraagde en verworven herziening wordt echter ook een vaste en opeisbare schuldvordering in hoofde van de onderaannemer krachtens artikel 14 van het KBU. Het lijkt dus normaal om hem te informeren.

Bovendien wordt in het verslag aan de Koning over het KBU m.b.t. artikel 14 het volgende verduidelijkt: "In het dispositief is de bepaling weggelaten die vervat is in artikel 6, ž 2 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 volgens dewelke elke door de aanbestedende overheid vastgestelde overtreding van de bepalingen inzake de herziening ten voordele van de onderaannemers aanleiding geeft tot de toepassing van de straffen in geval van niet-naleving door de opdrachtnemer van de bepalingen van de opdracht en dit zolang de overtreding duurt. Het betreft hier immers een gewone verwijzing naar de bijzondere bepalingen die elders in dit besluit zijn vermeld."

Het lijkt logisch dat als de aanbestedende overheid straffen kan opleggen wegens het niet toepassen van een herziening op de onderaannemers, daaruit voortvloeit dat ze de onderaannemers daarvan bij wijze van preventie correct op de hoogte brengt wanneer daar bij haar naar wordt ge´nformeerd.