Heel binnenkort zal de nieuwe wet op de private veiligheid in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd. Wat verandert er ten opzichte van de oude wet, de zogenaamde wet-Tobback van 10 april 1990?


De nieuwe wet op de private veiligheid moderniseert het wettelijk kader voor bewakingsdiensten die bedrijven op de markt aanbieden. Ook de voorwaarden voor de organisatie van een eigen interne bewakingsdienst door een onderneming worden door de wet bepaald.  

Naast de bewakingsactiviteiten regelt de wet ook de vergunningen en verplichtingen voor bedrijven die actief zijn bij de conceptie, installatie, onderhoud of herstelling van alarmsystemen (art.6) en bewakingscamera’s (art.7). Ook het verlenen van veiligheidsadvies is onderworpen, behalve het veiligheidsadvies inzake informaticasystemen en gegevensverwerking. 

Hoewel de nieuwe wet ook bedoeld is als vereenvoudiging telt hij 278 artikelen. Dit moet vervolledigd worden met een kleine 40 Koninklijke Besluiten. Er blijven momenteel dus nog heel wat onduidelijkheden bestaan. 

Bewakingsactiviteiten 

Bewakingsactiviteit die onder de wet vallen kunnen slechts worden uitgevoerd door vergunde ondernemingen of interne diensten. Aan het bekomen van een vergunning is een toetsing van de betrouwbaarheid, de attitude, opleiding en competentie van medewerkers en leidinggevenden gekoppeld. Bewakingsagenten moeten een identificatiekaart bekomen die afgeleverd wordt door de minister van Binnenlandse Zaken.  De wet bepaalt in detail wat de bevoegdheden zijn van de bewakingsagenten. 

De lijst van de activiteiten die onder bewakingsactiviteit valt werd aangepast. Ten opzichte van de oude wet, de zogenaamde wet-Tobback van 10 april 1990 zijn de voornaamste wijzigingen de volgende: 

  • Uitzonderlijk vervoer: het begeleiden van uitzonderlijk vervoer is niet langer opgenomen als een bewakingsactiviteit, omdat de bevoegdheid hierover overgedragen werd aan de Gewesten.  De vergunningplicht voor die activiteiten valt dus in principe weg. In afwachting van het uitwerken van een reglementering op gewestelijk niveau zou de huidige regeling nog blijven gelden.
  • De bediening van technische middelen met het oog op het verzekeren van veiligheid aan derden. Hieronder kunnen bijvoorbeeld bedrijven vallen die in opdracht van politie of derden bewaking met drones uitoefenen. De lijst van technische middelen die onderworpen worden zal bij Koninklijk Besluit worden vastgelegd.

Installateurs van alarmsystemen en bewakingscamera’s 

Ook bedrijven die actief zijn in de conceptie, installatie, onderhoud of herstelling van alarmsystemen en bewakingscamera’s zijn onderworpen aan de nieuwe wet en de vergunningplicht. Voor alarmsystemen gold dit ook reeds in de oude wet. Nieuw is dat het nu enkel gaat om alarmsystemen, de onderdelen ervan en de er op aangesloten componenten voor zover bestemd om misdrijven tegen personen of onroerende goederen te voorkomen of vast te stellen. In de oude wet was dit ook het geval voor alarmsystemen voor brand, gaslekken en ontploffingen. Installatie van dergelijke alarmsystemen is niet meer onderworpen.

De onderwerping van installatie van Camerasystemen is nieuw. Een onderneming voor camerasystemen is een onderneming die diensten aanbiedt of uitoefent of zich als dusdanig bekendmaakt, van conceptie, installatie, onderhoud of herstelling van bewakingscamera’s. Voor de definitie van een bewakingscamera wordt verwezen naar de wet van artikel 2, 4° van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s (de camerawet):

4° bewakingscamera : elk vast of mobiel observatiesysteem dat tot doel heeft misdrijven tegen personen of goederen of overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of de openbare orde te handhaven en dat hiervoor beelden verzamelt, verwerkt of bewaart; de bewakingscamera die verplaatst wordt tijdens de observatie teneinde vanaf verschillende plaatsen en posities te filmen, wordt als mobiel beschouwd; 

Installateurs van bewakingscamera’s in de zin van de wet zullen dus vanaf nu een vergunning moeten aanvragen. 

Overgangsmaatregelen 

De bestaande vergunningen die werden afgeleverd op basis van de oude wet blijven geldig tot hun vervaldag. Hetzelfde geldt voor alle Koninklijke Besluiten genomen in toepassing van de oude wet voor zover deze er niet strijdig mee zijn. Het is evenwel de bedoeling van Binnenlandse Zaken om alle KB’s te herschrijven. 

Ook voor activiteiten die nieuw aan de wet zijn onderworpen werd een overgangsbepaling ingelast. In afwachting van het bekomen van deze vergunning kunnen ondernemingen hun activiteiten verderzetten op voorwaarde dat ze binnen de termijn van twee maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze wet een vergunning hebben aangevraagd. De vergunning moet aangevraagd worden volgens de regels die zullen worden bepaald per Koninklijk Besluit. Dat KB is in volle voorbereiding en zou in de in de loop van de volgende dagen worden gepubliceerd.

Op 10 november organiseert het VBO een infosessie over de nieuwe wet. Daar zal ook een Gids voor de ondernemingen worden voorgesteld. Deze gids gaat vooral in op de aspecten bewaking van de wet en kan u worden toegestuurd.

Voor verder toelichting bij deze wet kan u terecht bij Erika Buyens en Herman Looghe. (Contactgegevens vindt u onderaan dit artikel)