Bij omzendbrief van 12 juni 2020, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 juni 2020, werd het bedrag van de kilometervergoeding voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt vastgesteld op 0,3542 euro per kilometer voor de periode van 1 juli 2020 tot 30 juni 2021. Werkgevers die hun werknemers op forfaitaire wijze wensen te vergoeden wanneer zij met een eigen wagen beroepsverplaatsingen maken, kunnen hetzelfde bedrag hanteren.


De fiscus neemt aan dat de vergoedingen voor autokosten gemaakt tijdens dienstreizen (beroepsverplaatsingen andere dan woon-werkverkeer) werkelijke lasten dekken wanneer het bedrag ervan wordt vastgesteld op basis van werkelijk afgelegde kilometers en wanneer dit bedrag niet meer bedraagt dan de vergoedingen die de staat aan zijn personeel toekent. Deze referentie wordt dus door de fiscus geacht vastgesteld te zijn "overeenkomstig ernstige normen".

Hoewel deze referentie in de praktijk door de fiscus zal worden gehanteerd, mag niet worden voorbijgegaan aan het basisprincipe dat de kilometervergoeding moet zijn vastgesteld op basis van "ernstige normen", zodat een andere realistische berekening van de kosten van het gebruik van het voertuig ook denkbaar moet zijn.

In dit verband is het nuttig te verwijzen naar het antwoord van de minister van Financiën op een parlementaire vraag dd. 24 april 2001. Daarin werd gesteld dat hogere kilometervergoedingen ook belastingvrij kunnen blijven voor zover het bewijs wordt geleverd dat ze worden toegekend op basis van de gemiddelde kostprijs per kilometer.

Bron: Omzendbrief nr. 683 van 12 juni 2020 - Aanpassing van het bedrag van de kilometervergoeding 2020, B.S. 24 juni 2020.