Vanaf 1 januari 2020 moeten nieuwe landbouw- en bosbouwvoertuigen van categorie R en S beantwoorden aan de eisen van Europese verordening (EU) 167/2013. Wat zijn de gevolgen voor de fabrikanten en de gebruikers?


Wat houdt Europese verordening (EU) 167/2013 in?

De verordening van het Europees Parlement en de Raad stelt het regelgevingskader vast voor de goedkeuring (ook 'homologatie' genoemd) van land- en bosbouwvoertuigen. De technische en administratieve eisen worden beschreven in vijf gedelegeerde handelingen:

  • EU 2015/208 – functionele veiligheidsvoorschriften
  • EU 2015/68 – remvoorschriften
  • EU 1322/2014 – voorschriften m.b.t. de voertuigconstructie
  • EU 2015/96 – voorschriften inzake milieuprestaties
  • EU 2015/504 – administratieve voorschriften

Het toepassingsgebied van deze verordeningen bestrijkt trekkers (categorieën T en C), aanhangwagens (categorie R) en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken, gewoonlijk 'getrokken werktuigen' genoemd (categorie S). De verordening kan worden toegepast sinds januari 2016, toen ze in het Publicatieblad van de Europese Unie werd gepubliceerd.

Het doel is om de goedkeuringsregels te harmoniseren en een hoger veiligheidsniveau te verzekeren.

Categorie R omvat de aanhangwagens die worden ingedeeld op basis van hun technisch toelaatbare massa: R1 indien deze massa ten hoogste gelijk is aan 1.500 kg, R2 indien de massa ligt tussen 1.500 kg en 3.500 kg, R3 tussen 3.500 kg en 21.000 kg en R4 indien de massa groter is dan 21.000 kg. Elk van die categorieën wordt aangevuld met de letter 'a' indien de aanhangwagen is ontworpen voor een snelheid van ten hoogste 40 km/u, en met de letter 'b' indien deze snelheid hoger is dan 40 km/u.

Categorie S omvat de verwisselbare getrokken uitrustingsstukken: S1 indien de technisch toelaatbare massa ten hoogste gelijk is aan 3.500 kg en S2 indien deze massa groter is dan 3.500 kg. Ook hier is de toegevoegde letter 'a' of 'b' van toepassing om aan te geven voor welke snelheid de uitrustingsstukken zijn ontworpen.

Laten we nu ingaan op de implicaties voor de voertuigen van categorie R en S.

Is deze verordening van toepassing op voertuigen die op de openbare weg in België rijden?

Momenteel beschikken landbouwaanhangwagens en getrokken werktuigen over een nationale homologatie bekend als PVG (proces-verbaal van goedkeuring) of PVB (proces-verbaal van benaming).

Vanaf 1 januari 2020 zullen nieuwe voertuigen alleen in het verkeer mogen worden gebracht als een Europees COC (Certificate Of Conformity of certificaat van overeenstemming), een nationale goedkeuring in kleine serie (NKS) of individuele goedkeuring kan worden voorgelegd.

Bijgevolg loopt de geldigheid van de huidige PVG's en PVB's af op 31 december 2019.

Wat zijn de implicaties voor de fabrikanten?

Fabrikanten hebben de mogelijkheid om hetzij een nieuwe nationale goedkeuring te regelen, hetzij om een Europese goedkeuring te verkrijgen. De technische eisen zijn vergelijkbaar. België heeft zijn nationale eisen namelijk afgestemd op die van de Europese verordening.

Het proces om een nationale goedkeuring te verkrijgen verloopt echter soepeler, aangezien een technische dienst alleen moet worden ingeschakeld voor de goedkeuring van het remsysteem en van de beschermingsinrichting aan de achterzijde. De overeenstemming met de andere eisen mag worden aangetoond door de fabrikant. Bij een Europese goedkeuring moeten alle eisen worden gevalideerd door een technische dienst. De kosten voor de goedkeuring zijn dus niet vergelijkbaar.

Vanuit technisch oogpunt zijn er heel wat nieuwe eisen en wordt bijvoorbeeld een dubbel remcircuit of een antidiefstalsysteem verplicht.

Wat zijn de voordelen van een Europese goedkeuring?

Een nationale goedkeuring is per definitie uitsluitend geldig in het land dat de goedkeuring heeft verleend.

De kosten van een Europese goedkeuring liggen natuurlijk hoger dan bij een nationale goedkeuring. Maar een dergelijke goedkeuring opent voor de fabrikanten wel een grote markt, aangezien hun voertuigen dan zonder enige beperking in de 28 lidstaten van de Europese Unie kunnen worden verkocht. Ze hoeven dus geen stappen meer te ondernemen in ieder land zoals tot nu toe het geval was. Fabrikanten winnen daardoor tijd en geld.

Het voordeel voor de eigenaar is dat hij zijn voertuig nu in elk Europees land kan doorverkopen met de zekerheid dat de nieuwe eigenaar in zijn land met het voertuig zal mogen rondrijden. Bij voertuigen met een nationale goedkeuring is dat niet zo.

Is er in 2020 een overgangsperiode in België?

Nee, alle nieuwe voertuigen met een PVG- of PVB-goedkeuring moeten absoluut uiterlijk op 31 december 2019 in het verkeer worden gebracht of worden ingeschreven.

In welke mate hebben die veranderingen gevolgen voor de gebruikers?

Iedereen die een nieuw voertuig koopt dat in 2020 in het verkeer zal worden gebracht, zal bij de fabrikant moeten nagaan of de goedkeuring in orde is, m.a.w. of een geldig Europees of nationaal certificaat van overeenstemming beschikbaar is.

Welke veranderingen zijn er inzake technische keuring?

Er zijn twee types keuringen, de eerste keuring die wordt uitgevoerd vóór een nieuw voertuig in het verkeer wordt gebracht en de periodieke jaarlijkse keuring.

Tot nu toe golden die verplichtingen niet voor voertuigen met een PVB. Voertuigen met een PVG-goedkeuring hoefden dan weer alleen een eerste keer te worden gekeurd.

Met het verdwijnen van het PVG en het PVB hebben we het alleen nog over de categorieën 'R' en 'S', wat gevolgen heeft voor de toepassing van het Koninklijk Besluit. Volgens het besluit in zijn huidige vorm zijn die voertuigen onderworpen aan de technische keuring afhankelijk van hun categorie (R of S) en hun door de constructie bepaalde maximumsnelheid (a of b).

Concreet betekent dit dat voertuigen van categorieën met de letter 'b' (Rb en Sb) een eerste keuring moeten ondergaan en vervolgens een keer per jaar moeten worden gekeurd.

Trage voertuigen met de letter 'a' worden vrijgesteld van de periodieke jaarlijkse keuring. De eerste keuring is van toepassing op voertuigen van categorie Ra, terwijl Sa-voertuigen daar alleen in Wallonië aan onderworpen zijn. Ter herinnering: sinds de zesde staatshervorming is de technische keuring een gewestelijke bevoegdheid, waardoor er verschillen zijn tussen de gewesten.