Eind vorig jaar werd door de Von der Leyen Commissie een EU Green Deal aangekondigd. Door het COVID-19-virus verschoof de focus begin dit jaar naar een Europees Recovery Plan. Wat betreft gebouwen speelt de Renovation Wave in beide plannen een belangrijke rol. Tegelijkertijd lopen er op Europees niveau ook budgetonderhandelingen voor de periode 2021-2027. Dit artikel beschrijft de ontwikkelingen en de impact hiervan op het realiseren van een klimaatneutraal gebouwenpark.


Hoe ziet het beleidskader eruit?

Er zijn grof genomen twee manieren waarop de Europese Unie kan zorgen dat er een klimaatneutraal gebouwenpark wordt gerealiseerd; via het vormgeven van nieuwe of het herzien van bestaande regelgeving en door het financieel ondersteunen van relevante projecten via het Europees budget. 

Europese regelgeving

Die regelgeving wordt voor een belangrijk deel gevormd door Richtlijnen en Verordeningen, maar ook door andere documenten zoals uitvoeringsbesluiten, gedelegeerde handelingen en akkoorden. Het wijzigen of opmaken van nieuwe regelgeving gebeurt meestal op basis van een voorstel van de Europese Commissie (EC) oftewel de ‘Europese administratie’, met goedkeuring van het Europees Parlement (EP) oftewel de Europese volksvertegenwoordiging en de Europese Raad (EUCO) oftewel de vertegenwoordiging van de lidstaten. Welke partijen betrokken moeten worden, hangt af van het type regelgeving. De regelgeving kan opdrachten aan de Europese Commissie, vereisten voor omzetting door de lidstaten of vereisten met een directe geldigheid voor de hele Europese markt omvatten. 

Europees budget

De financieringsmogelijkheden van de Europese Unie worden bepaald via een akkoord genaamd het Multiannual Financial Framework (MFF) voor steeds een periode van 6-7 jaar. Een eerste voorstel voor het budget wordt opgemaakt door de Europese Commissie, waarna de Europese Raad en het Europees Parlement goedkeuring moeten geven. Het MFF is de afgelopen jaren steeds opgebouwd vanuit zes vaste onderdelen gericht op de economie, samenhang (samen ongeveer 50%), duurzame ontwikkeling (ongeveer 30-40%), de financiering van de ‘Europese administratie’ (6-7%), ‘staatsveiligheid’ en de rol van Europa in de wereld (het resterend budget). De afgelopen jaren was het budget steeds ongeveer 1% van het totale Europese bruto nationale inkomen (BNI). 

De activiteiten worden bepaald op basis van het meerjarenprogramma dat elke vijf jaar wordt opgemaakt door een nieuw leidinggevend team en dat centraal een aantal ambities van de Europese Commissie bevat. Dit team wordt samengesteld door de voorzitter van de Europese Commissie; een benoeming op voordracht van de Europese Raad en goedkeuring van het Europees Parlement op basis van de Europese verkiezingen. 

Hoe komt het beleidskader tot stand?

De uitwerking van die ambities verloopt grof genomen in drie fasen:

  • het opmaken van een plan van aanpak,
  • het herzien of opmaken van de relevante regelgeving
  • en de implementatie van die herziene of nieuwe regelgeving.

Parallel daaraan lopen er subsidieprogramma’s met thema’s bepaald op basis van de ambities van de Europese Commissie. Bekende voorbeelden hiervan zijn het Horizon Europe programma (voorheen: Horizon 2020) en LIFE. Door overlap in timing van de verschillende fasen binnen de uitvoering van het meerjarenprogramma en het Europese budget lopen er meerdere initiatieven parallel. Zo wordt er momenteel zowel gewerkt aan de implementatie van de herziene en nieuwe regelgeving van de Juncker Commissie (2014-2019), als aan de ontwikkeling van plannen van aanpak binnen het meerjarenprogramma door de Von der Leyen Commissie (2019-2024) en aan de opmaak van een nieuw Europees budget (het MFF 2021-2027). 

Hieronder een samenvatting van de drie parallel lopende initiatieven (bron: Agoria): 

Tien prioriteiten voor Europa

Door de Jucker Commissie (2014-2019) werden er tien prioriteiten geformuleerd als leidraad voor haar regeerperiode, waaronder het opzetten van een Energieunie om een gegarandeerde, onafhankelijke energievoorziening te kunnen realiseren. Ook wilde de Commissie werken aan het zoveel mogelijk verminderen van onnodige administratieve lasten. Wat de energievoorziening betreft, werd er ingezet op drie doelstellingen:

  • het verminderen van broeikasgasuitstoot,
  • het verhogen van de energie-efficiëntie
  • en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie.

Om dit te realiseren werd besloten tot het herzien van een aantal Richtlijnen en Verordeningen:

Clean Energy Package

In het kader van de administratieve vereenvoudiging werd een nieuwe Verordening geïntroduceerd, de Governance Verordening, waarin de verschillende rapportageverplichtingen uit de afzonderlijke Richtlijnen zijn samengevoegd tot één tienjaarlijks plan; het Nationaal Energie en Klimaat Plan (NEKP). Ook werden binnen het Ecodesign en energy labelling programma een aantal productregelgevingen herzien. Dit pakket met Richtlijnen en Verordeningen staat bekend als het Clean Energy Package. De herziene Richtlijnen werden in 2018 en 2019 gepubliceerd met een aantal opgenomen deadlines voor de omzetting naar nationale regelgeving in 2020 (EPBD, EED) en 2021 (RES). Dit vergt van lidstaten dat zij bepalen op welke manier en in welke regelgeving de vereisten het beste kunnen worden opgenomen. Zij kunnen hiervoor advies vragen bij stakeholders zoals Agoria. 

Het totale proces nam ongeveer 7 jaar in beslag en omvatte drie fasen:

  • ontwikkeling van het plan van aanpak van 2014-2016,
  • de herziening van 2016-2019
  • de nationale implementatie van 2018-2021 (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: Schematische weergave van de fasering  (bron: Agoria)

Europese Green Deal

De Von der Leyen Commissie (2019-2024) heeft aangegeven tijdens haar regeerperiode zes ambities na te streven, waaronder van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld maken en zorgen dat het klaar is voor het digitale tijdperk. Om dit te realiseren werd de Europese Green Deal geïntroduceerd als één van de ambities in de vorm van een routekaart voor de verdere economische ontwikkeling. Op basis van de Europese Green Deal-ambitie heeft de Europese Commissie een aantal beleidsdoelstellingen gedefinieerd, waaronder ‘Decarbonizing energy’. Deze doelstelling zal worden gerealiseerd via een aantal initiatieven, waaronder de Renovation Wave oftewel het verhogen van het aantal renovaties van het bestaande gebouwenpark. De introductie van de klimaatwet is een ander gekend voorbeeld. In 2020 werd gestart met de uitwerking van het plan van aanpak voor de initiatieven. 

Renovation Wave

Specifiek voor de Renovation Wave zal er de Europese Commissie in het derde kwartaal van dit jaar een plan van aanpak presenteren. In voorbereiding hierop werden er twee publieke consultaties gelanceerd; één gericht op feedback op het voorstel voor een Roadmap van de Europese Commissie en een survey met vragen rond barrières, opportuniteiten en aandachtpunten rond het verhogen van de renovatiegraad. Daarnaast loopt er een beleidsvoorbereidende studie om aanpakken rond renovatie en de modernisering van de bebouwde omgeving te onderzoeken. Naast mogelijkheden om de renovatiegraad te verhogen wordt hierin ook gekeken naar zeven thema’s, waaronder het uitfaseren van slechte gebouwen, digitalisatie, comfort en de financiering van de renovaties. Ook worden opties voor een uitbreiding van de verplichting tot minimumvereisten voor gebouwen bekeken. 

De Europese Green Deal was net opgestart, toen het COVID-19-virus ervoor zorgde dat de focus moest komen te liggen op de opmaak van een economisch herstelplan (oftewel Recovery Plan).

Europees Recovery Plan

Door de economische impact van het COVID-19-virus moest de Europese Unie haar oorspronkelijke initiatieven herzien in functie van hun bijdrage aan het economisch herstel. De Europese Commissie heeft, op vraag van de Europese Raad, een herstelplan opgemaakt om de economische heropbouw zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Vanuit de gedachte “never waste a good crisis” is ook aandacht besteed aan het zorgen dat het herstelplan bijdraagt aan het bepalen van de doelstellingen van de Europese Green Deal; groene transitie en digitale transformatie. Het belangrijkste nieuwe instrument in het Recovery Plan is het Recovery and Resilience Facility. Daarnaast wordt er een instrument geïntroduceerd om eventuele ongelijkheid tussen lidstaten als gevolg van COVID-19 weg te nemen (REACT-EU) en een noodfonds (rescEU) op te richten. Het totale herstelplan is een tijdelijk initiatief met een looptijd van 3 jaar. 

Recovery and Resilience Facility

Het Recovery and Resilience Facility (RRF) stelt lidstaten in staat om leningen en subsidies uit het fonds aan te vragen voor hun economisch herstel. In totaal is hiervoor vanuit het huidige voorstel van de Europese Raad 676 miljard beschikbaar. Om aanspraak te kunnen maken op het fonds zal elke lidstaat een Recovery and Resilience Plan moeten opmaken als onderdeel van het Europees Semester. Dit plan zal vervolgens geëvalueerd worden door de Europese Commissie op basis van een aantal criteria, waaronder het groeipotentieel, de creatie van nieuwe jobs en de bijdragen aan groene transitie en digitale transformatie. Vervolgens zal het na een uitzonderlijke goedkeuring van de Europese Raad als Uitvoeringsbesluit (Implementing Act) worden voorgelegd aan het Economic and Financial Committee, een adviesorgaan van de Commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale administraties. 

Om het herstelplan mogelijk te maken, is bij de vormgeving van het Europese budget (MFF 2021-2027) bekeken op welke wijze er op Europees niveau extra middelen vrijgemaakt zouden kunnen worden. 

Europees budget (MFF 2021-2027)

Gezien de afloop van het budget voor 2014-2020 wordt er momenteel ook door de Europese Commissie, de Raad en het Parlement onderhandeld over een nieuw Europees budget voor de periode 2021-2027. Naast de vaste items op de begroting zijn er in deze editie vanuit de Europese Green Deal ook klimaatdoelstellingen vastgelegd. Zo werd begin dit jaar aangegeven dat minstens 25% van het budget besteed zou worden aan klimaat. In het Recovery Plan is dit verhoogd naar minstens 30% van het budget (MFF 2021-2027) plus een nieuwe Europese lening (Next Generation EU). Concreet betekent dit dat de calls van een aantal van de subsidieprogramma’s, zoals Horizon Europe (voorheen: Horizon 2020), LIFE en het Cohesion Fund, waarschijnlijk in het teken zullen staan van klimaat (zie afbeelding 2). Ook het Connecting Europe Facility (CEF) is voor gebouwen een interessant fonds om in de gaten te houden. 

Afbeelding 2: Schematische interpretatie van het MFF 2021-2027 voorstel vanuit EUCO (bron: Agoria)

Next Generation EU

Voor de extra benodigde financiële middelen voor het Recovery Plan wordt er gekeken naar de inzet van Next Generation EU. Dit is een nieuw financieringsinstrument op basis waarvan de Europese Unie gezamenlijk een lening is aangegaan, omdat dit meer leenflexibiliteit biedt. De lening zal hoofdzakelijk worden ingezet voor de financiering van het Recovery and Resilience Facility (RRF). Voor de terugbetaling van de lening zullen er Europese belastingen worden geïntroduceerd, zoals een belasting op niet-gerecycleerd plastic afval (2021), een CO2-taks (2023) en mogelijk een ‘Financial Transaction Taks (2026-2027). Daarnaast wordt bekeken of het Emissions Trading System (ETS) kan worden uitgebreid naar lucht- en scheepvaart. Daarnaast zijn bijvoorbeeld de beheerkosten meegenomen in het MFF 2021-2027. De gezamenlijke lening moet uiterlijk 31 december 2058 zijn afbetaald. 

Rol van nationale lidstaten zoals België

De lidstaten hebben op meerdere manieren de mogelijkheid om hun stem te laten horen in de totstandkoming van de Europese werkprogramma’s en budgetten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vertegenwoordigers van de regeringen (regeringsleiders en ministers) en de administraties (ambtenaren). De vertegenwoordiging van de regeringen is hoofdzakelijk georganiseerd via de Europese Raad. Naargelang van het type regelgeving kan zij bijvoorbeeld nieuwe voorstellen goedkeuren, wijzigen of verwerpen. De Europese Raad is ook verantwoordelijk voor de voordracht van een kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Ook de voorstellen voor Europese budgetten worden door de Europese Raad eventueel aangepast en vastgesteld. Namens België is de eerste Minister of Premier, dus de leider van de Belgische federale regering, afgevaardigde in de Europese Raad. 

De vertegenwoordigers van de nationale administraties hebben een rol binnen de totstandkoming van beleidsvoorstellen in de Europese Commissie. Zij hebben de mogelijkheid om te zetelen in adviescommissies, die bijvoorbeeld gevraagd worden om Uitvoeringsbesluiten (Implementing Acts) goed te keuren. Vaak gaat het hier om een meer inhoudelijke en technische invulling van de regelgeving. Door de verdeling van de bevoegdheden over de nationale en regionale overheden in België, zijn ook de Belgische vertegenwoordigers anders per adviesraad. Zo zijn bij het Energy Performance of Buildings Committee vertegenwoordigers van de drie gewesten betrokken. In het Ecodesign Regulatory Committee, dat voorstellen voor nieuwe en herziene ecodesign-regelgeving goedkeurt, zetelen vertegenwoordigers van de federale administratie. 

Volgende stappen

De eerstvolgende stappen binnen de huidige ontwikkelingen in het Europese Klimaatbeleidskader zijn de goedkeuring van het Europese budget (MFF 2021-2027) door het Europees Parlement. Vanuit de Europese Raad wordt nog een goedkeuring verwacht van het voorstel van de Europese Commissie om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te verhogen tot 50% of 55% (tegenover de huidige 40%). Indien dit wordt goedgekeurd, zal de Europese Commissie de Nationale Energie en Klimaat Plannen (NEKP) moeten herbekijken om te zien of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de nieuwe doelstelling te halen. Tegelijkertijd wordt er door de Europese Commissie gewerkt aan een plan van aanpak voor de realisatie van de Renovation Wave, dat in de 2e helft van dit jaar gepresenteerd zal worden. De opvolging van deze dossiers verloopt binnen Agoria via het Building Technology Committee 2.0 en de bijbehorende werkgroepen. Voor meer informatie over deelname, klik hier.