Bij de uitreiking van de Factory of the Future Awards eerder dit jaar viel Janssen Pharmaceutica als eerste chemie- en farmabedrijf in de prijzen met drie projecten die zijn innovatiedrang illustreren.


Volgens de VRT-verkiezingsuitslag van de Grootste Belg moest hij enkel Pater Damiaan voorlaten, maar Eddy Merckx liet hij toch maar mooi achter zich. Dat laatste is een mooie metafoor waarmee we meteen aansluiting vinden op dit artikel. Waar de wielerwinnaar van weleer zijn concurrenten voorbleef door fysieke snelheid, blijft het bedrijf van de inmiddels betreurde Paul Janssen koploper in zijn sector dankzij een hoog innovatietempo. Bij de uitreiking van de Factory of the Future Awards viel Janssen Pharmaceutica als eerste chemie- en farmabedrijf in de prijzen met drie projecten die deze innovatiedrang illustreren.

Plant on a Truck

Een eerste project focust op twee van de zeven transformaties binnen het programma Made Different: Networked Factory en Eco Production. Janssen Pharmaceutica Geel heeft verschillende productieprocessen met een moeilijk verwerkbare afvalwaterstroom. Neem bijvoorbeeld INVOKANA®, een medicijn voor de behandeling van type 2 diabetes. In het afvalwater van dat proces bevindt zich een zinklaag die de verwerking door de interne waterzuivering onmogelijk maakt. Voorheen liet Janssen dat afvalwater op verplaatsing behandelen bij Indaver.

Op zoek naar meer efficiëntie en circulaire stromen kwam via een samenwerking met KU Leuven en bijkomende overheidssteun de start-up InOpSys tot stand, die zich specialiseert in het onsiteafvalwaterzuivering. Vandaag plaatst InOpSys installaties in containers op de site van Janssen, waarin de zink van het water gescheiden wordt en vervolgens rechtstreeks voor recyclage richting het zinkverwerkende bedrijf Nyrstar kan vertrekken. De waterfractie kan naar de eigen zuiveringsinstallatie. Zo kan Janssen focussen op zijn corebusiness. Het moet bovendien enkel betalen voor de behandelde hoeveelheid afvalwater. Ondertussen bekijkt Janssen hoe het InOpSys ook kan inschakelen voor andere afvalstromen.

 

Focussed Factories

In de zoektocht naar innovatie vormen mensen voor Janssen de belangrijkste hulpbron. Verantwoordelijkheid en talentontwikkeling spelen daarin een centrale rol. Het bedrijf test al enige tijd een vernieuwende organisatievorm uit, waarbij zelfsturende projectteams een bredere verantwoordelijkheid krijgen. Het project werd Focussed Factories (FF) gedoopt en draagt de ‘Made Different’-tags Human Centered Production en End-to-End Engineering. Bij Janssen Geel maken ze een onderscheid tussen hun nieuwe productintroducties – die het voortbestaan van de vestiging bepalen – en de producten die zich al in een mature fase bevinden.

Yves Vancleemput, Operations Director: “Beide productgroepen hebben een eigen dynamiek. In plaats van beide top-down te beheren, stelde zich de vraag of het niet mogelijk was om te bekijken hoe een bottom-up growth engine mogelijk was, door middel van ‘dedicated’ teams. Binnen een Focussed Factory is het de bedoeling om volgens de nood aan middelen talenten binnen de vele afdelingen van de Janssen Pharmaceutica campus tijdelijk fysiek in een team samen te brengen om te werken rond één product, portfolio of technologie. De directe leidinggevende van een afdeling moet dergelijke personen dan dus loslaten en empoweren om de functionele lead te nemen binnen het team. Het team beslist om de zes maanden wie de volgende functionele leider is. Het team krijgt zelf de volledige eindverantwoordelijkheid voor het product, portfolio of de technologie binnen de FF, van het binnenkomen van de grondstoffen tot aan het arriveren van het geneesmiddel bij de patiënt. Voor elk product, portfolio en nieuwe technologie een Focussed Factory opstarten is niet de bedoeling.“

Binnen een Focussed Factory is het de bedoeling om volgens de nood aan middelen talenten binnen de vele afdelingen van de Janssen Pharmaceutica campus tijdelijk fysiek in een team samen te brengen om te werken rond één product, portfolio of technologie.

“Dan zou de titel de lading niet meer dekken“, verduidelijkt Yves Vancleemput. “Bovendien produceert Janssen Geel vijftig verschillende eindproducten. Sommige daarvan passeren de productielijn maar één keer per jaar of per drie jaar. Voor dergelijke producten is er dan ook geen dedicated team nodig. Mogelijke criteria om projectteams op te starten zijn bijvoorbeeld volume of problematische producten. Als er bij een bepaald product issues  bestaan en de remediërende acties jaren in beslag nemen, kunnen daarvoor zelfs meerdere teams opgestart worden.”

Op het moment van schrijven heeft Janssen Pharmaceutica tweeënhalf jaar ervaring met één FF en één jaar met een ander. Uiteindelijk zullen er gelijktijdig slechts drie FF’s zijn. Er zijn niet alleen richtlijnen opgesteld rond wanneer een FF wordt opgestart, maar ook rond hun uitfasering.

De uitfasering van een product zal normaal gezien gepaard gaan met het verleggen van de focus op een ander product. Bepalen wanneer een product precies moet worden afgebouwd – en dus het FF-team kan worden ontbonden – blijft een uitdaging. Bovendien is op dit moment voor een van de producten het FF-team grensoverschrijdend samengesteld. “Zolang je in dezelfde tijdzone zit, is er geen probleem, maar het wordt minder evident als je samenwerkt met vestigingen in andere tijdzones.”

Wanneer een FF ophoudt te bestaan, wordt het betreffende FF-team ontbonden en moeten de leden weer naar hun eigen afdeling, binnen de hiërarchische organisatie. “Een voordeel is wel dat die mensen de andere afdelingen intensiever hebben leren kennen”, weet Yves Vancleemput. “Bij een relatief eenvoudig probleem zullen ze al sneller naar de verantwoordelijke op de afdeling in kwestie bellen in plaats van dit via het traditionele, gecascadeerde systeem van leidinggevenden te communiceren. Er zijn binnen een organisatie immers altijd mensen die eerder strategisch naar een product kijken, maar ook mensen die dagelijks met het product bezig zijn, die dagelijks grondstoffen toevoegen of opgebeld worden als er een technisch issue is. Die laatsten weten in vele gevallen meteen een antwoord waar iemand die strategisch nadenkt, misschien veel langer naar moet zoeken.”

Sproeidrogen

Het derde project waarmee Janssen in de prijzen viel, draagt de titel PAT-based for spray drying, waarbij PAT staat voor Process Analytical Technology. Een van de grote uitdagingen met de jongste generatie van farmaceutische producten is dat ze enorm slecht wateroplosbaar zijn. Terwijl je bv. 5 g suiker met gemak opgelost krijgt in een kopje koffie, heb je voor het oplossen van 5 g van een nieuw geneesmiddel een volledig zwembad aan watervolume nodig. Wateroplosbaarheid is echter een absolute must voor elk geneesmiddel. Zodra je een capsule inneemt, komt die in het darmkanaal in een waterige omgeving terecht. Om in de bloedbaan te kunnen terechtkomen, moet ze wateroplosbaar zijn. Dus ging Janssen op zoek naar een manier om die zogeheten ‘biobeschikbaarheid’ te verhogen. Dat betekent in de praktijk voor de patiënt dat die minder tabletten moet innemen. “Bij een lage biobeschikbaarheid zou je bv. twintig tabletten per dag moeten innemen, iets waartoe je maar weinig patiënten bereid zult vinden. Betreft het een chronische ziekte, dan zou de patiënt dat bijvoorbeeld veertig jaar lang elke dag moeten doen. Patiënten haken dan af.”

Een typisch geneesmiddel is een wit kristallijn poeder. Janssen zette een FF op rond sproeidroogtechnologie op die dat witte poeder weer in oplossing brengt. Er worden een aantal vulstoffen aan toegevoegd die in de pil moeten terechtkomen, en dan wordt dat onder heel hoge druk en temperatuur via nozzles verneveld met warme stikstof. Terwijl het druppeltje naar beneden valt, verandert de structuur binnen enkele seconden van kristallijn naar amorf. Diezelfde technologie wordt ook toegepast om bijvoorbeeld eigeelpoeder of koffie te maken. “Sproeidrogen is een continue technologie, dus kwam van overheidswege de eis om continu de kwaliteit te meten. Bij dat meten moet gekozen worden voor meettechnologieën die het product niet beïnvloeden – dat moet ook op de machine aangegeven zijn. Dergelijke technologieën moeten dan ook eerst bij de overheid worden ingediend voor goedkeuring voor gebruik in kwaliteitscontrole. Voorheen deden we de kwaliteitscontrole zelf door op alle mogelijke plaatsen in het proces een staal te nemen, waarbij ze in het labo continu analyses deden.” Maar Janssen besloot op een gegeven moment om voor die analyse samen te werken met anderen. Zo doet Malvern inline particle size analysis via inlinelaserdiffractie. Met de sproeidroogtechnologie zijn er ondertussen drie producten commercieel op de markt gebracht. Dit jaar volgen er nog twee. Janssen diende de technologie in voor de essenscia Innovation Award 2019 en bereikte daarmee de finaleronde. 

Uniek eco-innovatiesysteem

Met Janssen behoort Vlaanderen tot de wereldtop qua productie in chemie en farma. In 1961 ging het bedrijf samenwerken met het Amerikaanse megaconcern Johnson & Johnson, marktleider qua gezondheidsproducten. Vandaag is Janssen Pharmaceutica België de grootste site van J&J buiten de VS. Het telt zes locaties en heeft een expertise op zes gebieden: Cardiovasculair & Metabolisme, Immunologie, Neuroscience, Infectieuze Ziekten & Vaccinaties, Oncologie en Pulmonaire Hypertensie. De productiesite in Geel is dé lanceerbasis voor de nieuwe gezondheidsproducten van J&J. Deze produceert meer dan 70% van de actieve farmaceutische bestanddelen die J&J wereldwijd produceert. Het innovatietempo ligt er opmerkelijk hoog: sinds 2011 werden er maar liefst zeventien nieuwe producten gelanceerd.

Janssen Pharmaceutica België beschikt over een uniek innovatie-ecosysteem dat de volledige levenscyclus van de ontwikkeling van geneesmiddelen bestrijkt, uniek in de farma. Het combineert sterke punten op het gebied van farmaceutica en diagnostiek, en betrekt daarbij ideeën, technologieën en talent van partners in open innovatie. Zo heeft het bedrijf meer dan 150 samenwerkingen met academische instellingen, publiek-private partnerschappen en Open Campus-initiatieven. Overigens blijft het bedrijf tot op heden doordrongen van de waarden van oprichter Paul Janssen (overleden in 2003): de patiënt op de eerste plaats, en ruimte voor innovatie. Huidige CEO Stef Heylen illustreert dat laatste met een anekdote: “Paul wandelde elke morgen door de verschillende afdelingen van het bedrijf en stelde daar telkens dezelfde vraag: ‘What’s new?’ Zo hield hij zijn mensen scherp. Ook behield hij zo het overzicht en legde hij vaak de link tussen verschillende onderzoeken. Samenwerking is hier een heel belangrijke waarde.”

De maakindustrie is in volle transformatie. Maakt u van deze uitdaging een opportuniteit? Lees dit artikel en vele andere content op ons platform ManufacturingCommunity.agoria.be en komt alles te weten over de diverse bouwstenen, andere bedrijven die u reeds voorgingen en het manufacturing-ecosysteem.