Hoe kan bouwtechnologie bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen? En welke activiteiten onderneemt Agoria om ervoor te zorgen dat dit potentieel zo goed mogelijk wordt benut?


Lees vooraf ook ons artikel van 9 oktober 2019, waarin we een algemeen overzicht gaven van de rol van de industrie bij het behalen van de klimaatdoelstellingen. 

Bouwtechnologie en klimaatdoelstellingen

Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de energieconsumptie en 36% van de CO2-emissies in Europa. De oorzaak hiervan is met name de energie die wordt verbruikt voor verwarming en koeling. Om de uitstoot te verminderen, zijn er twee opties:

1. overstappen op een niet-fossiele energiebron (waardoor er geen CO2-emissies vrijkomen bij de verwarming of koeling);
2. de benodigde hoeveelheid energie verminderen (waardoor er minder energie hoeft te worden geproduceerd, met als gevolg minder emissies).

Het verminderen van die hoeveelheid energie kan enerzijds worden gerealiseerd via het verminderen van de warmte- of koelingsvraag. Dit kan worden bereikt door ervoor te zorgen dat het gebouw minder warmte verliest, bijvoorbeeld dankzij betere isolatie of dankzij het toepassen van bouwtechnologieën zoals specifieke types van ramen, zonwering en ventilatie. In een bestaand gebouw waarin bij renovatie de isolatie is aangepast, kunnen bijvoorbeeld vochtproblemen optreden indien onvoldoende rekening wordt gehouden met ventilatiemogelijkheden. De energievraag kan ook worden verminderd door het toepassen van een verwarmings- of koelingstoestel dat energie-efficiënter is en dus minder energie nodig heeft om eenzelfde hoeveelheid warmte of koeling te leveren. Naargelang van het type gebouw moet de afweging gemaakt worden welke technologie het beste toegepast kan worden om de verwarmings- en koelingsvraag te verminderen tegen een redelijke kostprijs. Het klimaatbeleidskader voorziet in meerdere instrumenten, zoals het EPB-PEB en de Ecodesign-regelgeving, om het aanbod energie-efficiënte bouwtechnologie te vergroten en u te helpen om binnen dat aanbod de juiste keuzes te maken.

Impact van het beleid op de ontwikkeling van bouwtechnologie 

Het vergroten van het aanbod bouwtechnologie om bijna-klimaatneutrale gebouwen te realiseren impliceert dat het beleid een impact moet hebben op het ontwerp van het bouwtechnologisch product. De onderwerpvereisten voor een ontwerp worden onder andere bepaald vanuit andere fases uit de levensloop van een product (zie figuur 1). Er zijn meerdere beleidsinstrumenten van kracht die (bijvoorbeeld via de distributie en het toekomstig gebruik) een positieve invloed proberen uit te oefenen op het energie-efficiënte ontwerp van een product.

Wat betreft de distributie is bouwtechnologie sterk afhankelijk van de vormgeving van (energie-efficiënte) gebouwen. Anders dan bij huishoudelijke producten spelen daarbij niet enkel de eindgebruikers, maar vooral ook adviserende partijen zoals architecten en installateurs een belangrijke rol. Er wordt daarom naast maatregelen m.b.t. Ecodesign en energy labelling (gericht op het stand-alone product) ook gebruikgemaakt van een aantal andere op het gebouw gerichte instrumenten om de ontwikkeling van energie-efficiëntere bouwtechnologie te stimuleren, zoals EPB, EPC (of la certification PEB/ het EPC-certificaat) en het renovatiebeleidskader. Deze instrumenten bieden naast een beoordeling of vereisten ook een afwegingskader voor de verschillende beschikbare technologieën via het toekennen van een productgebonden energieprestatiewaarde.

In het gebruik van bouwtechnologie spelen vooral de impact van de technologie op de energieprestatie van een gebouw en het gebruikersgedrag een grote rol. De impact is sterk afhankelijk van de wijze waarop de technologie afgesteld is. Hierop zijn beleidsinstrumenten gericht op installatie- en inspectievereisten van invloed. Daarnaast wordt er bekeken in welke mate de toepassing van smart technologie een positieve bijdrage kan leveren, bv. door een betere samenwerking van technologieën en het visueel zichtbaar maken van gebruikersgedrag. Ook kan smart technologie worden ingezet om het aandeel van hernieuwbare energie in het energieverbruik van een gebouw te vergroten. Op basis van vereisten uit de nieuwe Richtlijn voor de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD) worden er momenteel een aantal beleidsinstrumenten ontwikkeld om de toepassing van smart technologie te stimuleren.

Tot slot speelt ook het beperken van de uitstoot van broeikasgassen via het productieproces van bijvoorbeeld bouwtechnologie een belangrijke rol bij het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Binnen het beleidskader vallen deze instrumenten eerder onder doelstellingen voor de sector ‘Industrie’ dan onder ‘Gebouwen’, maar de twee hebben uiteraard een sterke relatie. Een belangrijk beleidsinstrument voor het realiseren van klimaatneutralere productieprocessen zijn het Emissions Trading System (ETS) voor energie-intensieve bedrijven en de energiebeleidsovereenkomsten voor de ‘non-ETS’ industrie. Daarnaast worden er ook meerdere programma’s aangeboden om innovatie in het productieproces te stimuleren. Die worden ondersteund met subsidies, zoals Industry 4.0 in Vlaanderen, Wallonie en Brussel. 
 

Figuur 1: Fases die een bouwtechnologisch product doorloopt incl. de relevante beleidsinstrumenten

Kennisontwikkeling over bouwtechnologie

Zoals aangegeven zijn er meerdere beleidsinstrumenten met een impact op het ontwerp van energie-efficiënte bouwtechnologie. Het kan soms lastig zijn om daarin door de bomen het bos te zien. Als bouwtechnologie-expert voorziet Agoria daarom basisinformatie over de verschillende beleidsdossiers en de impact daarvan op het stimuleren van energie-efficiënte producten (en zo indirect op het behalen van de klimaatdoelstellingen). Een beter begrip van de werking van de instrumenten kan een bijdrage leveren aan een bredere discussie over hoe het klimaatbeleidskader voor gebouwen verder kan worden aangescherpt om zo de impact ervan te vergroten.

Algemeen beleidskader
Voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen werd de voorbije jaren een veelomvattend beleidskader ontwikkeld op Europees en wereldniveau. Lidstaten zoals Belgie hebben hierin een actieve rol gespeeld en zijn verschillende verbintenissen aangegaan.

In de volgende artikels vindt u een toelichting over hoe het klimaatbeleidskader in elkaar zit en wat er precies is afgesproken:

Specifieke Richtlijnen en Verordeningen
Het Europees klimaatkader is opgebouwd vanuit Richtlijnen (Directives) en Verordeningen (Regulations). De herziening van dit kader in functie van het behalen van de 2030 klimaatdoelstellingen werd in 2019 afgerond. Ook werd een nieuwe Verordening geïntroduceerd om een stabieler beleidskader en daarmee ook een positief investeringsklimaat te realiseren. Zo werden verschillende rapportagevereisten voor lidstaten uit de afzonderlijke Richtlijnen geïntegreerd tot één plan voor een periode van 10 jaar (het Nationaal Energie- en Klimaatplan/ NECP). 

In de volgende artikels vindt u basisinformatie over de specifieke Richtlijnen en Verordeningen en de belangrijkste uitkomsten vanuit de herzieningen:

Ecodesign & Energy labelling
Om de ontwikkeling van energie-efficiënte producten te stimuleren, werden de Ecodesign- en energy labelling-regelgevingen in het leven geroepen. Ecodesign voorziet in de minimale energieprestatievereisten van een product, terwijl Energy labelling de consument (en installateur in het geval van bouwtechnologie) inzicht biedt in het verschil in energieprestatie. Om innovatie te blijven stimuleren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de producten betaalbaar blijven, worden de regelgevingen regelmatig geëvalueerd op basis van de technologie die op de markt beschikbaar is.

In de volgende artikels vindt u basisinformatie over de werking van het mechanisme achter Ecodesign en energy labelling en de belangrijkste ontwikkelingen:

Productspecifieke loten
Naast het algemene regelgevende kader voor Ecodesign en energy labelling omvat het beleidskader meer dan 50 productspecifieke loten waarin de daadwerkelijke energieprestatievereisten per productgroep zijn opgenomen. De relevante groepen voor bouwtechnologie zijn bijvoorbeeld (lokale) ruimteverwarming, ventilatie, airconditioning, verlichting, gebouwautomatiseringssystemen en smart appliances. De productspecifieke regelgevingen worden regelmatig herzien.

In de volgende artikels vindt u een overzicht van de belangrijkste discussiepunten in de herzieningen die momenteel lopende zijn:

Energy labelling database (EPREL)
In januari 2019 ging een nieuwe registratieverplichting van start voor alle producten die onder energy labelling-regelgeving vallen. Dit betekent voor fabrikanten en importeurs (leveranciers) dat zij elk model van een product moeten registreren in de Energy labelling database (EPREL) voordat zij het product op de Europese markt mogen plaatsen.

In de volgende artikels vindt u meer informatie over achtergrond van de verplichting en hoe de producten moeten worden geregistreerd:

Renovatie
Een van de Europese klimaatdoelstellingen is het realiseren van een bijna-energieneutraal gebouwenpark (NZEB of BEN) tegen 2050 op een kosteneffectieve manier. Voor het realiseren van renovaties is er een veelomvattend beleidskader beschikbaar, maar dat heeft tot nu toe niet geresulteerd in een voldoende hoge renovatiegraad om de 2050-doelstelling te halen. Momenteel wordt daarom bekeken op welke manier de beleidsinstrumenten moeten worden bijgestuurd om een hogere renovatiegraad te realiseren.

In het volgende artikel vindt u een overzicht van actuele discussies rond het verhogen van de renovatiegraad:

Energieprestatiemethodieken
De energieprestatiemethodieken zijn de instrumenten waarmee de energieprestatie van een gebouw bepaald wordt. Voor bestaande bouw is dit de basis voor het energieprestatiecertificaat (EPC/la certification PEB / het EPB-certificaat); dit is vooral bedoeld voor benchmarking en als meetinstrument om de prestatie van het gebouwenpark te kunnen bepalen. Voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties is de methodiek ook bedoeld om energie-efficiëntere ontwerpen te realiseren (EPB-PEB). Hoe energie-efficiënter de gebouwen worden, hoe meer het juist valoriseren van bouwtechnologieën een rol gaat spelen in de vormgeving van de methodiek. 

In het volgende artikel vindt u een overzicht van de discussies rond de vormgeving van de energieprestatiemethodieken:

  • Vereenvoudiging in het EPB – binnenkort online

Implementatie EPBD-normen
De ‘EPBD-normen’ zijn een set normen, waarin de beschikbare kennis in Europa rond de vormgeving van de energieprestatiemethodiek voor gebouwen is gebundeld. Momenteel is deze methodiek in elke lidstaat anders. Voor bedrijven die bouwtechnologische producten in meerdere landen verkopen is dit onhandig, vermits zij in elk land aparte procedures moeten volgen om innovaties in de methodiek gevalideerd te krijgen. Dit zorgt voor een (onnodige) extra kost op het product. De bedoeling van de EPBD-normen is om meer uniformiteit in de toegepaste methodieken te krijgen.

In de volgende artikels vindt u meer informatie over de werking en opbouw van de normen: