Op 3 december organiseerde het NBN samen met Agoria een workshop rond het verkennen van mogelijkheden voor de implementatie van de EPBD-normen. De EPBD-normen beschrijven een methodiek waarmee de energieprestatie van een gebouw bepaald kan worden. Voor nieuwbouw is dat het EPB-PEB. Voor bestaande bouw is dit het EPC, la certification PEB en het EPB-certificaat. 


Wat zijn de EPBD-normen?

De EPBD-normen zijn een set normen ontwikkeld vanuit M/343 in 2007/2008 en herzien vanuit het mandaat M/480 in opdracht van de Europese Commissie ter ondersteuning van de implementatie van de Richtlijn Energieprestatie voor Gebouwen (EPBD). De doelstelling van de normen is om de Europese 'best practices' rond o.a. het EPB en het energieprestatiecertificaat (EPC, la certification PEB, het EPB certificaat) te bundelen en beschikbaar te maken voor de lidstaten. Een herziening van de normen rond 2017 voorzag in het inzichtelijk maken van de nationale en regionale keuzemogelijkheden en de ontwikkeling van een spreadsheet per norm. De volgende stap is om te bekijken op welke wijze de normen binnen het EPB-beleidskader, dat per lidstaat vormgegeven is, kunnen worden geïmplementeerd. 

Voor meer informatie over de Richtlijn Energieprestatie voor Gebouwen (EPBD), klik hier.

Waarom deze workshop?

Er wordt momenteel vanuit twee verschillende domeinen naar hetzelfde doel toegewerkt; de vormgeving van de energieprestatiemethodieken (e.g. EPB, EPC) vanuit de regelgeving en de vormgeving van de EPBD-normen vanuit de normalisatie. Regelgeving en normalisatie zijn verschillende beleidsdomeinen met ieder hun eigen processen en stakeholders. De workshop diende om de stand van zaken en de mogelijkheden voor de implementatie in kaart te brengen. De deelnemers zijn vertegenwoordigers van de in België actief zijnde partijen op het gebied van het EPB beleidskader en de EPBD-normen deel, zoals de Vlaamse, Waalse en Brusselse administraties, het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) en de Universiteit Gent (UGent). 

EPBD-normen in de Belgische methodiek (UGent, WTCB)

De workshop ging van start met een uiteenzetting van de wijze waarop de normen momenteel in de Belgische methodiek zijn toegepast. In het Vlaamse subsidieproject 'Next generation building energy assessment methods towards a carbon neutral building stock' werd bekeken op welke wijze de Belgische methodiek binnen de Europese EPBD-normen past. Na een beschrijving van de wijze waarop de EPBD-normen op dit moment door het EPB-consortium in de Belgische methodiek zijn geïntegreerd, werd er ook dieper ingegaan op de wijze waarop een aantal normen is toegepast. 

In de huidige methodiek zijn de EPBD-normen systematisch als kennisbron gebruikt voor de optimalisatie van de methodiek op ad-hoc basis. In de afgelopen 4 jaar kreeg het EPB-consortium opdrachten voor het uitvoeren van studies, het beantwoorden van vragen, ondersteuning bieden bij de softwareontwikkeling en het leveren van algemene support. Bij iedere opdracht om een wijziging van de methodiek te onderzoeken wordt standaard bekeken of de EPBD-normen als kennisbron gebruikt kunnen worden. Dit is om praktische redenen historisch zo gegroeid doordat ontwikkeling van de EPBD-normen en de EPB methodiek niet gelijk liepen. 

Implementatie EPBD-normen als project (TNO)

In Nederland is de integratie van de EPBD-normen aangepakt als grootschalig ‘top-down’ project voor de ontwikkeling van een volledig nieuwe (Nederlandse) norm. Tijdens de workshop werd een presentatie gegeven van de wijze hoe dit project is aangepakt. Dit ging van start met een opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken met daarin een aantal uitgangspunten waar niet van afgeweken mocht worden; zo werd bijvoorbeeld vooraf bepaald dat de methodiek op maandelijkse basis moet worden vormgegeven. 

Voor de strategische aansturing van het project werd een Programmaraad opgezet. De inhoud werd qua hoofdlijnen vormgegeven door een Projectgroep. Daarnaast zorgen inhoudelijke (vrijwillige) experten voor advies via meerdere taakgroepen. Deze taakgroepen werden voorgezeten door rapporteurs, die tevens instonden voor het schrijven van de normtekst. Het NEN heeft de rol van het projectmanagement op zich genomen. Voor het ontwikkelen van een aantal externe tools, opname protocollen en software implementatie werd gebruik gemaakt van externe specialisten. Op basis van een strakke organisatie was het mogelijk om de nieuwe norm binnen drie tot vier jaar af te leveren. 

Keuze tussen uurlijkse en maandelijkse methode (EPB Center)

Uit de presentatie over de Nederlandse methodiek kwam ook naar voren dat de keuze voor een uurlijkse of maandelijkse methode een belangrijk discussiepunt is in de implementatie. De nood aan een meer gedetailleerde berekeningsmethode is groter naarmate een gebouw een betere energieprestatie heeft door een gewijzigde thermische balans. Dick van Dijk van het EPB-Center presenteerde daarom hoe de methodiek in de norm is opgebouwd en hoe dit aansluit op de ontwikkelingen tot energie performantere gebouwen. 

Door de vermindering van warmteverlies krijgen zonne- en interne warmtewinsten een groter aandeel in de thermische balans. In een maandelijkse berekening worden deze meegenomen als correctiefactoren. Hoe groter het aandeel van sterk fluctuerende warmtewinsten, hoe moeilijker het wordt om die correctiefactoren nauwkeurig te bepalen. De norm biedt een methodiek waarmee de methodes op uurlijkse en maandelijkse basis tegelijkertijd toegepast kunnen worden. Momenteel worden in minstens drie Europese landen de mogelijkheden voor de implementatie van de uurlijkse methode bekeken. 

Implementatie in Europa (EPB Center)

Het EPB Center heeft van de Europese Commissie de opdracht gekregen om de lidstaten te ondersteunen bij de implementatie van de EPBD-normen. Vanuit de Richtlijn op de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD) zijn alle lidstaten verplicht om hun berekeningsmethodiek te omschrijven volgens Annex A van de normen ISO 52000-1, 52003-1, 52010-1, 52016-1 en 52018-1. De deadline voor deze omzetting is 10 maart 2020. In België wordt deze opdracht uitgevoerd als een studie (niet als normalisatieproces) door twee kennisorganisaties, die hiertoe opdracht hebben gekregen van de Vlaamse Administratie in samenwerking met het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

Daarnaast wordt er door een aantal landen gewerkt aan de verdere implementatie. Zo werken een aantal landen, zoals Italië en Kroatië, aan voorstellen om de EPBD-normen te verbeteren. Een aantal landen, zoals Nederland, werkt aan een omzetting van de EPBD-normen naar de nationale methodiek. Een aantal andere landen heeft gekozen voor implementatie van delen van de methodiek. Tot slot is een aantal landen de mogelijkheid voor de implementatie van de uurlijkse methode aan het bekijken. 

Activiteiten rond kennisvergroting normen (Rehva)

De workshop werd afgesloten met een kort overzicht van een aantal lopende Europese projecten rond het vergroten van de kennis en toepassing van de EPBD normen door de Federation of European Heating, Ventilation and Air Conditioning Associations (Rehva). De projecten hebben ieder een eigen focus: 

Dit project onderzoekt het potentieel van certificering, zoals het EPC, la certification PEB en het EPB certificaat, voor het stimuleren van energetische renovaties van niet-residentiële gebouwen. Het project neemt ook niet-energetische aspecten mee, zoals gezondheid, comfort en financiële voordelen op basis van de norm voor evaluatiecriteria voor gebouwen (EN 16798–1: 2019). 

Dit project voorziet een Europees opleidingsprogramma op basis van de EPBD-normen. De bedoeling is om meer experten bekend te maken met welke inhoud er in de EPBD-normen voorhanden is. De focus binnen het project ligt op de CEN/TC228 (verwarming en koeling) en CEN/TC371 (overkoepelende projectgroep). 

Dit project richt zich op het verbeteren van het inzicht in de energieprestatie van een gebouw op basis van gemeten data zoals voorgesteld in de EPBD-normen. De Smart Readiness Indicator (SRI) ondersteunt in de dataverzameling. De bedoeling is om uiteindelijk te komen tot een online database, die input geeft aan de nationale EPC databases. 

Conclusie

De workshop toont twee verschillende manieren waarop de implementatie van de EPBD-normen aangepakt kan worden; via een grootschalig top-down project of ad-hoc geleidelijke aanpassing. De vraag is welke aanpak het meest optimaal is voor de Belgische situatie; dit is onder andere afhankelijk van de vraag waar (politiek) draagvlak voor te vinden is. Ook moet rekening gehouden worden met de tijd die een dergelijk project kost; het Nederlandse project werd uitgevoerd op basis van een strikt afgebakende opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het NEN nam hierin de projectmanagementrol op zich. In België zou een dergelijke opdracht eerst nog geformuleerd moeten worden en bepaald moeten worden wie de lead neemt. 

Uit de discussie bleek dat een duidelijke toegevoegde waarde op het oplossen van vragen rond de huidige methodiek een belangrijke voorwaarde is voor een succesvolle implementatie van de normen; vanuit de overheid is de grootste vraag momenteel vereenvoudiging en het realiseren van een versnelde integratie van innovatie. Hiervoor moet verder onderzocht worden welke rol de uurlijkse methode in combinatie met de maandelijkse methode hierin kan spelen. Een andere zeer belangrijke stap om te zorgen dat (geïnteresseerde) stakeholders mee kunnen denken over oplossingen is het realiseren van meer transparantie in de methodiek. Dit zou bijvoorbeeld één beschrijving kunnen zijn van de wijze waarop de methodiek wordt ontwikkeld en hoe de normen hierin zijn toegepast zoals de NTA 8800. 

Volgende stappen

Meerdere deelnemers gaven aan dat zij de leerpunten verder willen bespreken en bekijken hoe dit verder opgepakt kan worden. Zo werd tijdens het overleg van het Building Technology Committee 2.0 op 11 december het standpunt van Agoria besproken. Ook werd tijdens de E371 meeting op 18 december feedback op de workshop besproken. Er zijn nog geen concrete acties ter opvolging bepaald. 

Relevante links