Na een wetgevingsprocedure van ongeveer twee jaar is de herziening van de Europese Richtlijn voor energie-efficiëntie (EED) in december 2018 officieel van kracht gegaan. De belangrijkste maatregelen zetten wij op een rijtje.


Download de herziene energie efficiëntie richtlijn (EED)

De EED ligt ten grondslag aan de nationale energie-efficiëntie actieplannen (NEEAP) en deels de energie- en klimaatplannen (NECP). Met de herziening van de Richtlijn is de verplichting tot het ontwikkelen van een langetermijnrenovatiestrategie door lidstaten verplaatst naar de EPBD. Ook zijn de mogelijkheden tot het inbrengen van energiebesparingsmaatregelen om de nationale doelstellingen te halen uitgebreid. De herziene EED is het derde goedgekeurde wetgevingsvoorstel uit een pakket van maatregelen, dat eind 2016 onder de naam 'Clean Energy Package' werd gepresenteerd door de Europese Commissie. Het pakket dient om een stabiel wetgevend kader te creëren voor de realisatie van een schone energietransitie. Andere richtlijnen die in dit pakket zijn meegenomen, zijn de herzieningen van de richtlijnen rond hernieuwbare energie (RES) en energieprestatie voor gebouwen (EPBD).

Meer informatie over de herziening van de EPBD vindt u hier.

Wat is de Energie Efficiëntie Richtlijn?

De Richtlijn heeft als doel het bevorderen van energie-efficiëntie maatregelen binnen de Europese Unie, waarmee het nationale deel van de energie-efficiëntie doelstellingen van 20% in 2020 en 32,5% in 2030 behaald kan worden. Lidstaten moeten vanuit de EED hun nationale bijdrage aan de Europese doelstellingen bepalen en aangeven welke maatregelen zij van plan zijn te nemen. Dit moet worden beschreven in het National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP), dat elke 3 jaar moet worden ingediend bij de Europese Commissie. Het eerste NEEAP moest worden ingediend op 30 april 2014. Vanuit de Verordening over de 'governance van de energie-unie' (2018/1999/EU), die 24 december 2018 van kracht ging, moeten lidstaten ook een National Energy and Climate Plan (NECP) en een langetermijnstrategie opstellen. In de EED staan een aantal vereisten voor het NECP opgenomen. Daarnaast kunnen met de herziene EED nu ook de maatregelen uit het NECP worden ingebracht als maatregelen om de nationale energie-efficiëntie doelstelling te halen. De eerste draft van het NECP moest voor 31 december 2018 door de lidstaten worden ingediend. Na feedback van de Europese Commissie, zullen de lidstaten uiterlijk eind dit jaar hun finale NECP moeten aanleveren.

De introductie van de EED in 2012 betekende onder andere de samenvoeging en vervanging van twee Richtlijnen, die tot dan toe grotendeels de energie-efficiëntie vereisten hadden omschreven; de Richtlijn op het bevorderen van warmtekrachtkoppeling (2004/8/EG) en de Richtlijn op energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten (2006/32/EG). De herziening in 2018 richtte zich meer op het bijwerken van de energie-efficiëntie doelstellingen en het aanscherpen of verduidelijken van een aantal vereisten om de doelstellingen te kunnen halen. De herziening van 2018 is een aanvulling op de EED van 2012; beide documenten zijn dus momenteel nog van kracht.

De link naar het Belgische NECP vindt u hier

Het meest recente NEEAP van België (2017) en jaarlijks rapport (2018) vindt u hier.

 

Figuur 1: Schematische interpretatie van de EED (2012) met een selectie van 2018 wijzigingen in rood gemarkeerd (bron: Agoria)

Waarom een evaluatie?

De evaluatie van de EED is bedoeld om te zien in hoeverre de Richtlijn in staat is om de energie-efficiëntie doelstellingen van 2020 en 2030 te halen en indien nodig bij te sturen. Net als bij de herziening van de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) is binnen de evaluatie gekeken in hoeverre de Richtlijn heeft voldaan aan het realiseren van de doelstelling om een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem te creëren in de Europese Unie tegen 2050. In de EED van 2012 waren een aantal voorzieningen opgenomen tot evaluatie van effectiviteit van specifieke artikels. In de herziene Richtlijn is de evaluatie van de volledige Richtlijn als terugkerend element opgenomen (zie art. 24, lid 15); tegen 28 februari 2024 zal de Europese Commissie een rapport met een eerste evaluatie moeten leveren aan de Europese Raad en het Europese Parlement. Dit zal daarna iedere 5 jaar worden herhaald. Van lidstaten wordt gevraagd om een plan voor het nemen en monitoren van energie-efficiëntie maatregelen op te stellen op basis van kosten-efficiëntie. De Commissie heeft vanuit de Richtlijn een aantal evaluatietaken om te zorgen dat de maatregelen er daadwerkelijk voor zullen zorgen dat de doelstelling behaald wordt.

Implementatie EED-herziening in België

In België is de omzetting van de EED-Richtlijn zowel een federale als een gewestelijke bevoegdheid, naargelang van het onderwerp. Het National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP), National Energy and Climate Plans (NECP) en de langetermijn renovatiestrategie zijn daarom mede gebaseerd op de gewestelijke plannen; het 'Vlaams Energie en Klimaatplan 2021-2030' in Vlaanderen, het 'Plan air climat énergie (PACE) 2030' in Wallonië en het 'Plan énergie climat 2030'/ Energie-Klimaatplan 2030 in Brussel.

Daarnaast vallen een aantal bevoegdheden, zoals het belastingbeleid, het productbeleid en de energiebevoorradingszekerheid, onder de federale bevoegdheid. Er zijn een aantal coördinatiefora opgericht om de samenwerking tussen de drie Gewesten en de federale Regering te faciliteren: het coördinatieplatform voor energiebeleid ENOVER/CONCERE, het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid en de Nationale Klimaatcommissie (NKC). De samenwerking heeft geresulteerd in de eerste draft van het Belgisch NECP, dat op 31 december 2018 door België bij de Europese Commissie werd ingediend.

De Europese Commissie heeft nu tot eind juni de tijd om haar feedback op deze draft te geven. Vervolgens zal België voor eind 2019 zijn finale NECP voor 2021-2030 moeten indienen. CONCERE/ENOVER is tevens het platform dat de coördinatie van het NEEAP op zich neemt. De langetermijn renovatiestrategieën werden in 2017 per gewest ingediend als annex op het NEEAP.

Voor meer informatie over de belangrijkste discussiepunten en de rol van Agoria, klik hier

De lidstaten hebben tot 25 juni 2020 de tijd om de benodigde wijzigingen vanuit de EED-herziening door te voeren. Hieronder een beschrijving van de wijzigingen voor een selectie van de artikels (zie Figuur 1): 

  1. Update van de energie-efficiëntie doelstelling (art. 3)

    Dit artikel omvat de energie-efficiëntie doelstelling voor 2030 van 32,5% en de verplichting van de lidstaten om hun bijdrage aan de collectieve doelstelling te specificeren. Over de Europese doelstelling voor 2030 werd in juni 2018 overeenstemming bereikt tussen het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad. De doelstelling zal waarschijnlijk wel nog aangepast moeten worden na uittreding van het Verenigd Koninkrijk. Naast de verplichting tot het opstellen van nationale doelstellingen, stelt de Richtlijn dat de Europese Commissie moet evalueren in hoeverre de 2020 doelstellingen zijn gehaald (in 2022) en in hoeverre de 2030 doelstelling eventueel moeten worden bijgesteld (in 2023). 

  2. Verplaatsing 'langetermijnstrategie voor renovatie' naar de EPBD

    De verplichting voor de lidstaten om langetermijnstrategieën voor de renovatie van hun gebouwenbestand op te stellen wordt geschrapt uit de Energie-efficiëntie Richtlijn (2012/27/EU) en wordt toegevoegd aan Richtlijn op energieprestatie voor gebouwen (2010/31/EU). De reden is dat deze verplichting beter aansluit bij de plannen voor bijna-energie neutrale gebouwen (BEN-gebouwen) en het koolstofvrij maken van gebouwen. De genomen maatregelen kunnen nog steeds wel geclaimd worden als besparingsmaatregelen onder artikel 7, lid 1 de EED in tegenstelling tot de overige maatregelen die onder verplichte 'Europese Uniemaatregelen' vallen. Dit betekent bijvoorbeeld voor de maatregelen uit de EPBD dat de energiebesparing gerealiseerd vanuit het EPB voor nieuwbouw en ingrijpende renovaties in principe niet meetellen, maar de gerealiseerde besparing uit de renovatiestrategie wel (zie Annex V). 

  3. Introductie 'verplichting inzake energiebesparing' (art. 7)

    Oorspronkelijk had artikel 7 alleen betrekking op 'energy efficiency obligation schemes' met maatregelen onder andere gericht op energiedistributiebedrijven. Met de herziene Richtlijn bestaat dit artikel nu uit drie delen; een nieuw deel over algemene verplichtingen voor energiebesparing (artikel 7), het oorspronkelijke artikel over 'energy efficiency obligation schemes' (nu artikel 7a in plaats van artikel 7) en een nieuw sub artikel over de mogelijkheid om alternatieve beleidsmaatregelen in te brengen (artikel 7b). Het deel met de algemene verplichtingen geeft aan op welke soort energie bespaard moet worden (energieverkoop aan eindgebruikers of het jaarlijks eindenergieverbruik) en welke maatregelen meegeteld mogen worden. Daarnaast wordt aangegeven op welke manier de besparingen mogen worden bepaald; dit is of direct in de tekst gespecificeerd of in de bijlagen. Het nieuwe sub artikel 7b vraagt onder andere onafhankelijke controle en verificatie voor alle maatregelen die de lidstaten voorstellen onder artikel 7, lid 1 om te zorgen dat de maatregelen statistisch significant en in proportie zijn. 

  4. Meting van gas en elektriciteit (art. 9)

    Het oorspronkelijke artikel stelt dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat eindklanten van elektriciteit, gas, stadsverwarming en -koeling en sanitair warm water worden voorzien van scherp geprijsde meters. Deze meters moeten een accurate reflectie van de daadwerkelijke energieconsumptie van de eindgebruiker geven. Daarnaast staan in het artikel een aantal eisen voor het uitrollen van smart meters en het voorzien van individuele meters in appartementsgebouwen en multifunctionele gebouwen. In het herziene artikel wordt aangegeven dat voor de eis voor individuele meters ook de technische en financiële haalbaarheid en de te realiseren energiebesparing in overweging genomen moeten worden. Daarnaast zijn er drie sub artikels toegevoegd; de eerste twee sub artikels hebben betrekking op de meters voor de eindklanten en meters in appartementsgebouwen en multifunctionele gebouwen. Het derde artikel specificeert vereisten op de leesbaarheid op afstand. 

  5. Factureringsinformatie (art. 10)

    Dit artikel voorziet in de toegang van informatie over het energieverbruik van een eindklant via de factuur. Het oorspronkelijke artikel stelt onder andere dat de factureringsinformatie nauwkeurig moet zijn en het daadwerkelijk verbruik moet weergeven. Daarnaast moet de eindgebruiker eenvoudig toegang krijgen tot het verbruiksverleden; bijvoorbeeld de verbruiksgegevens van de afgelopen drie jaren. Ook moet het mogelijk zijn voor de eindgebruiker om deze informatie elektronisch te ontvangen in een eenvoudig begrijpbare en vergelijkbare manier. Met de herziening van 2018 is aan dit artikel een nieuw sub artikel toegevoegd met bepalingen over de facturering- en verbruiksinformatie betreffende verwarming, koeling en warm water voor huishoudelijk gebruik. 

  6. Toegang tot kosteninformatie (art. 11)

    Dit artikel stelt dat er in principe geen kosten gerekend mogen worden aan eindklanten voor het ontvangen van informatie over hun energieverbruik en dat deze informatie toegankelijk moet zijn. De informatie over de distributie van bijvoorbeeld verwarming of koeling in appartementsgebouwen moet op non-profit basis gegeven worden. In de herziening van 2018 is er een opsplitsing gemaakt in de vereisten voor elektriciteit en gas en verwarming, koeling en sanitair warm water. 

  7. Omzetting, transport en distributie van energie (art. 15)

    Dit artikel heeft betrekking op de energie-efficiëntie maatregelen, die genomen kunnen worden binnen het beheer van het energienet. De lidstaten hebben de verantwoordelijkheid om bij de nationale reguleringsinstanties voor energie er op toe te zien dat maatregelen geïdentificeerd en genomen worden. In de herziening van 2018 wordt hieraan toegevoegd dat de Europese Commissie een methodologie zal ontwikkelen om netwerkbeheerders te stimuleren hun verliezen te minimaliseren. Deze methodologie moet uiterlijk 31 december 2020 klaar zijn. 

  8. Nationaal fonds voor energie-efficiëntie, financiering en technische ondersteuning (art. 20)

    Dit artikel heeft betrekking op de financiering van de energie efficiëntie maatregelen via nationale fondsen; onder andere wat wel en niet mag. De Europese Commissie moet hiervoor ondersteuning bieden aan de lidstaten op financieel en technisch gebied en de uitwisseling van 'best practices'. In de herziening van 2018 worden een aantal sub leden aan het artikel toegevoegd met betrekking op de mobilisatie van financiering voor de lange-termijn renovatiestrategieën van de lidstaten. 

  9. Toetsing van en toezicht op de uitvoering (art. 24)

    In dit artikel staan de vereisten rond het monitoren en rapporteren van de vooruitgang op de gestelde energie efficiëntie doelstellingen beschreven. Zo moeten de lidstaten sinds 2013 jaarlijks de geboekte vooruitgang op de nationale energie efficiëntie doelstellingen en meerdere statistieken over elektriciteits- en warmteproductie rapporteren. Sinds 2014 moet er ook driejaarlijks een National Energy Efficiency Action Plan (NEEAP) worden ingediend, die door de Europese Commissie wordt geëvalueerd. Daarnaast moet de Europese Commissie de voortgang op de implementatie van een aantal artikels evalueren. Met de herziening van 2018 worden een aantal leden aan het artikel toegevoegd met betrekking op het uitvoeren van een aantal extra evaluaties, bijvoorbeeld voor energieopslag. Ook staat hierin dat de Europese Commissie uiterlijk 28 februari 2024 en elke vijf jaar daarna een evaluatie moet uitvoeren op de effectiviteit van de Richtlijn. 

Volgende stappen

De lidstaten zullen de komende maanden werken aan de omzetting van de herziene richtlijn naar relevante wetgeving; de deadline hiervoor is 25 juni 2020. Daarnaast heeft de Europese Commissie vanuit de Richtlijn ook een aantal verplichtingen, zoals:

  • Bepalen of de 2020 energie efficiëntie doelstelling behaald zijn tegen 31 oktober 2022

  • Een evaluatie van de effectiviteit van de EED opmaken tegen 28 februari 2024 en elke 5 jaar daaropvolgend

  • Aanbevelingen doen aan de lidstaten op hun draft NECP indien nodig tegen juni 2019. Vervolgens zullen de lidstaten tegen 31 december 2019 hun finale NECP moeten indienen.

  • Een methodologie ontwikkelen die netwerkoperatoren van energienetten stimuleert verliezen te minimaliseren tegen 31 december 2020. 

Relevante links: