Na een wetgevingsprocedure van ongeveer anderhalf jaar is de herziening van de Europese Richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD) in juli 2018 officieel van kracht gegaan. De belangrijkste maatregelen zetten wij op een rijtje.


Download de herziene EPBD Richtlijn

De EPBD ligt ten grondslag aan de energieprestatiemethodiek voor de bouwregelgeving en omvat nu ook de voorschriften voor de renovatiestrategieën en energieprestatiecertificaten voor gebouwen. De herziene EPBD-Richtlijn is het eerste officieel goedgekeurde wetgevingsvoorstel uit een pakket van maatregelen, dat eind 2016 onder de naam 'Clean Energy Package' werd gepresenteerd door de Europese Commissie. Het pakket dient om een stabiel wetgevend kader te creëren voor de realisatie van een schone energietransitie. Andere richtlijnen die in dit pakket zijn meegenomen, zijn de herzieningen van de richtlijnen rond hernieuwbare energie (RES) en energie-efficiëntie (EED).

Waarom een evaluatie?

De herziene EPBD is het resultaat van een evaluatie in het kader van de opgedane ervaringen en de geboekte vooruitgang met de EPBD-Richtlijn uit 2010 en de EED uit 2012. Binnen de evaluaties is gekeken in hoeverre de richtlijnen hebben voldaan aan het realiseren van de doelstelling om een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem in de Europese Unie tegen 2050. Dit is door Europa gekwantificeerd als een reductie van ten minste 40% vermindering van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Gebouwen zijn met een aandeel van ongeveer 36% in de totale CO2-uitstoot een belangrijke factor. Lidstaten wordt gevraagd om duidelijke visie op te stellen waarmee een kostenefficiënte afweging gemaakt kan worden tussen het koolstofvrij maken van de energievoorziening en het van het finale energieverbruik.

Gevolgen implementatie EPBD-herziening voor België

In België is omzetting van de EPBD-Richtlijn hoofdzakelijk een gewestelijke bevoegdheid. Concreet heeft de herziening daardoor een impact op de vormgeving van de energieprestatieregelgeving voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties en de keuringen van bouwtechnische systemen. De energieprestatieregelgeving wordt momenteel beheerd vanuit het EPB-platform, een samenwerkingsverband van de 3 gewesten; ongeveer 90% van de berekeningsmethodiek is hiervoor voor de 3 gewesten gelijk. De gestelde eisen aan bijvoorbeeld de energieprestatie zijn wel gedefinieerd per gewest. Daarnaast worden lidstaten in de herziene EPBD nu ook gevraagd een heldere renovatiestrategie en een methodiek voor energieprestatiecertificering voor bestaande bouw op te stellen. De energieprestatiecertificering is momenteel in België omgezet als het EPC in Vlaanderen, la certification PEB in Wallonië en het EPB-certificaat in Brussel. Voorheen waren een aantal van deze eisen onderdeel van de EED.

De lidstaten hebben tot 10 maart 2020 de tijd om de benodigde wijzigingen vanuit de EPBD herziening door te voeren. Hieronder een overzicht van een aantal aandachtspunten:

1. Ontwikkeling duidelijke visie naar lage en nulemissie gebouwen

De richtlijn vraagt lidstaten tegen 2050 een duidelijk pad naar een lage en nulemissie van gebouwen in de EU op te stellenmet energie-efficiëntie mijlpalen en acties op korte (2030), middellange (2040) en lange termijn (2050). Onderdeel hiervan is een visie op het mobiliseren van financiële instellingen en de particuliere sector om op energie-efficiëntie gerichte investeringen te nemen.

2. Introductie e-mobility

De richtlijn stelt dat gebouwen een grote potentie hebben als hefboom voor het mobiliseren van de ontwikkeling infrastructuur, die nodig is voor het slim opladen van elektrische voertuigen voor zowel nieuwbouw als renovaties. Hierbij moet gedacht worden aan maatregelen als het uitrusten van parkeerplaatsen met goten voor elektrische kabels en een minimum aantal aan te leggen oplaadpunten voor bepaalde type gebouwen.

3. Aanpassing keuringen technische bouwsystemen

Keuringen moeten volgens de richtlijn aangepast worden om te zorgen dat de energieprestatie van technische systemen beter wordt afgestemd op het reëel energieverbruik. Zo wordt voor bijvoorbeeld verwarmingssystemen en airconditioningsystemen van bepaalde omvang controles gevraagd op de mate waarin het rendement en de dimensionering kloppen met het vermogen.

4. Introductie slimme technologie

Slimme technologie wordt in de richtlijn gezien als een belangrijk middel om nieuwe mogelijkheden voor energiebesparing te benutten. Voorbeelden zijn de installatie zelfregulerende apparatuur in bestaande en nieuwe gebouwen om de temperatuur per kamer apart te regelen en de vervanging van keuringen door gebouwautomatisering en elektronisch toezicht op technische bouwsystemen voor bepaalde gebouwen.

5. Introductie smart readiness indicator (SRI)

De richtlijn introduceert een Smart Readiness Indicator (SRI), die eigenaren en bewoners van gebouwen bewuster moet maken van de waarde van gebouwautomatisering en meer zekerheid geven over hun werkelijke besparingen. Het doel van de SRI is om de algehele energieprestatie te verbeteren en inzicht te geven in de mate waarin informatie- en communicatietechnologie in de gebouwen kan worden toegepast. De Europese Commissie is gevraagd een Europese definitie en methodologie voor de SRI voorstellen voor 31 december 2019.

6. Introductie comfort en gezond binnenklimaat

De richtlijn benadrukt het belang van het realiseren van een comfortabel en gezond binnenklimaat in gebouwen. Met name de belangrijke rol van de bouwtechnieken hierin wordt meerdere malen onderstreept; bij de berekening van de energiebehoeften van de bouwtechnieken dient bijvoorbeeld rekening gehouden te worden met de normen voor de optimalisatie van gezondheid, binnenluchtkwaliteit en comfort.

7. Verplaatsing verplichting renovatiestrategie

In deze herziening is de verplichting voor lidstaten om een langetermijnrenovatiestrategie op te stellen verplaatst van de Energy Efficiëntie Richtlijn (EED) naar de EPBD. De strategie moet nu voldoen aan een aantal minimale eisen en de mobilisering van financiële instellingen moet een centrale rol krijgen. De richtlijn vraagt daarnaast om een koppeling van financiële maatregelen aan de kwaliteit van renovatiewerkzaamheden op basis van een aantal criteria. Lidstaten zijn verplicht een openbare raadpleging over de langetermijnrenovatiestrategie te organiseren.

8. Verbetering EPC en introductie gebouwenpaspoort

De richtlijn erkent de nood aan verbetering van de kwaliteit van het energieprestatiecertificaat (EPC/ la certification PEB/ EPB-certificaat) en wil dit bereiken door meer transparantie, een versterking van de onafhankelijke controlesystemen en een optionele databank. Het belang van documentatie van de prestatie van geïnstalleerde, vervangen of verbeterde technische bouwsystemen wordt in de richtlijn benadrukt. Daarnaast wordt het opstellen van gebouwenpaspoorten gestimuleerd.

9. Aandachtspunten EPB-rekenmethodiek

De richtlijn probeert de link tussen de bouwnormen en de EPB-rekenmethodiek te versterken door het belang van toepassing te benadrukken. Daarnaast moeten lidstaten verplicht hun berekeningsmethodiek gaan omschrijven volgens Annex A van de normen ISO 52000-1, 52003-1, 52010-1, 52016-1 en 52018-1. De richtlijn vraagt daarnaast dat de numerieke indicator van het primaire energieverbruik van een gebouw in kWh/m2 per jaar voor zowel de energieprestatie bepaling van bestaande bouw als nieuwbouw.

Volgende stappen

De Europese Commissie heeft aangegeven de lidstaten de komende maanden te zullen ondersteunen bij de omzetting van de herziene richtlijn naar relevante wetgeving voor 10 maart 2020. Daarnaast heeft de Commissie vanuit de richtlijn nog een aantal verplichtingen:

  • Uiterlijk 31 december 2019 moet zij een gemeenschappelijke Unieregeling hebben vastgesteld voor een waardering van de mate waarin gebouwen gereed zijn voor slimme toepassingen.
  • Voor 2020 moet de Europese Commissie een haalbaarheidsstudie hebben uitgevoerd naar de mogelijkheden voor het invoeren van een keuring van autonome ventilatiesystemen en een vrijwillig gebouwrenovatiepaspoort.
  • Uiterlijk 1 januari 2023 moet zij aan het Europees Parlement en de Raad laten weten op welke manier een gebouwenbeleid kan bijdragen aan het bevorderen van e-mobility.
  • Tot slot zal de Europese Commissie een evaluatie van de herziene richtlijn moeten uitvoeren voor 1 januari 2026.

    Download de herziene EPBD Richtlijn