Technologische innovatie en digitalisering zijn de groeihefbomen bij uitstek. Economische groei is de motor voor welvaart en dus maatschappelijk welzijn. Niet toevallig is technologie volgens economen ‘the only free lunch’. Maar is het dat wel, nu we sinds de uitbraak van COVID-19 de subsidies aan de lopende band zien passeren?


Ondernemingen zijn de beste vehikels voor het realiseren van innovatie in een vrije markt. Dat staat buiten kijf. Maar bij sommige heerst de mythe dat de overheid eerder een belemmering is voor onder­nemerschap en innovatie, terwijl net het omgekeerde waar is. Het is juist de overheid die de risico’s eigen aan (grootschalige) innovatie en wetenschappelijk onderzoek absorbeert. Zonder overheid geen GPS, touchscreen, internet, ruimtevaart of spraakherkenning. Het niet erkennen van de sleutelrol van een overheid bij innovatie komt neer op het ontkennen van een economische realiteit.

Daarom zijn de recente beslissingen van de Vlaamse, Waalse en Brusselse regeringen om innovatie en ondernemerschap een sterke duw te geven - via respectievelijk VLAIO, AdN en Innoviris - moedig en broodnodig in economisch onzekere tijden. Idem voor Europa, dat strategische keuzes maakt die enorme gevolgen hebben voor onze toekomst. Denk aan de bijsturing van de Green Deal in de richting van een relanceplan.

Het financieel stimuleren van onder­nemingen heeft alleen zin als dat selectief gebeurt en door projecten te steunen die het verschil kunnen maken, door vooral het deel met het hoogste risico af te dekken. Juist in crisistijden kan dat voor bedrijven het zetje zijn om alsnog te durven springen. Zeker wat betreft de digitalisering, in essentie een nieuwe industriële revolutie, is er weinig ruimte voor onze bedrijven om die te negeren. Innovatie­subsidies en de ondersteuning van bedrijven kunnen het verschil maken.

Vooral in België, waar kmo’s de ruggengraat vormen van de economie, is die stap van levensbelang. Met nieuwe producten en diensten, andere bedrijfsmodellen, de aanpassing en de digitalisering van de organisatie en de toeleveringsketen kan een bedrijf aan zijn duurzame groei werken en tegelijk veerkrachtiger worden. Dat de ondersteuning zowel rechtstreeks door de overheid als via partnerorganisaties gebeurt, is een troef. Het succes van een bedrijf speelt zich niet af in een vacuüm maar in een ecosysteem van infrastructuur, middelen, ervaring en kennis die het verschil maken, dag na dag, jaar na jaar. Welk bedrijf kan nog in zijn eentje de weg vinden tussen alle mogelijke technologieën zoals AI, VR/AR, robotics, drones, 3D-printing, RPA, APIs, blockchain, IoT?

Men mag niet vergeten dat in de financiering van het opschalen van gevalideerde innovatie, dus in venture capital en zelfs in private equity, de overheid een vooraanstaande rol speelt. Niet toevallig zijn de in­ves­te­rings­maat­schap­pij­en PMV en het Limburgse LRM de grootste risicokapitaalverschaffers in ons land. Idem in Frankrijk met Bpifrance en in Duitsland met High-Tech Gründerfonds. En de visie die de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) onlangs demonstreerde met een cluster rond lucht- en ruimtevaart is indrukwekkend. Zal dat allemaal lukken? Dat weten we niet, maar we moeten het in elk geval een kans geven.

Organisaties zoals Sirris en Agoria zijn goed geplaatst om niet alleen de techno­logieparels te bereiken, maar ook de vele kleintjes, de 'k' in kmo. Veel van die be­drijven hebben simpelweg niet de absorptiecapaciteit om succesvolle innovatie te realiseren, terwijl ze wel het (groei)­potentieel in zich hebben.

Subsidies zijn wel niet vrijblijvend. De maatschappij mag en moet iets terug­vragen. In de vorm van jobs, belastingen, leveranciers, klantenmeerwaarde en maatschappelijk engagement. Kortom, een performante innovatieketen die voor alle stakeholders, ook u en ik, een meerwaarde vormt en het risico zowel bij de onder­neming als - voor een stukje - bij de maatschappij legt. Alleen samen kunnen we die welvaart en dat welzijn creëren. Ook hier moeten we als klein land niet groot zijn om groots te zijn.

Herman Derache
Manager Sustainability, Product Compliance & Innovation

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Tijd.