Welke rol speelt de bouw in het klimaatdebat? En wat beweegt er op het vlak van energieregelgeving voor de bouw? In dit artikel vind je alvast enkele antwoorden op deze vragen.


In navolging van het eerdere artikel over Ecodesign, geeft dit artikel verdere toelichting over de energieregelgeving voor de bouw. Deze regelgeving wordt door het Expertisecentrum van Agoria opgevolgd in samenwerking met de industrie Building, Contracting & Technical Services Industries (BCTS). Het omvat onder andere de opvolging van de implementatie van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), Ecodesign, Energy labelling en normalisatie.

Wat is de rol van de bouw in het klimaatdebat?

De bouw is een sector die een belangrijke rol speelt in het behalen van de klimaatdoelstellingen via verhoging van de energie-efficiŽntie. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de energieconsumptie en 36% van de CO2-emissies in Europa. Dit geldt ook voor BelgiŽ: in Vlaanderen bijvoorbeeld vertegenwoordigt de gebouwensector 30% van de totale Vlaamse niet-ETS broeikasgasemissies (2016). ResidentiŽle gebouwen hebben daarin met 76% het grootste aandeel (Vlaams klimaatbeleidsplan 2021-2030).

Binnen de energieregelgeving voor de bouw is er daardoor in eerste instantie veel aandacht voor residentiŽle gebouwen, hoewel de tertiaire gebouwen zeker ook in de regelgeving worden meegenomen. De inspanningen in de bouwsector tot nu toe lijken resultaat te†hebben: in Europa†was er tussen 2005†en 2014 binnen de residentiŽle sector†een gemiddelde reductie van 1,8% in†finaal energieverbruik†merkbaar. In Vlaanderen is er†tussen 2007 en 2016 binnen de residentiŽle gebouwensector een stijging van bijna 10% in†energie-efficiŽntie†gerealiseerd (zie tabel 1).†Gezien de relatief lage renovatiegraad van 0,4-1,2% per jaar in Europa ligt†er†nog onbenut potentieel binnen de bestaande (woning)bouw.

Finaal verbruik (energetisch) (GWh)

2007

2013

2014

2015

2016

2030 BAU

Woningen

62.944

64.694

54.889

55.778

56.806

63.042

Tertiair (incl. niet-residentieel, niet-industrieel en afval, excl. landbouw)

28.000

29.806

27.028

28.778

28.778

31.215

Industrie (energetisch)

108.667

109.667

106.849

107.068

109.554

131.648

Transport

77.056

59.083

60.234

63.547

64.102

61.545

Landbouw

7.833

7.750

7.056

7.861

8.444

9.168

Tabel 1: Overzichtstabel Vlaams energieverbruik per sector (Bron: Vlaams†energieplan 2021-2030)

Wat is energieregelgeving voor de bouw binnen Agoria?

De opvolging van de energieregelgeving specifiek voor de bouw bestaat binnen Agoria grof genomen uit 3 domeinen:

  • de implementatie van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD),
  • ecodesign en energy labelling
  • en normalisatie (de EPBD-normen).

De domeinen vinden hun oorsprong in de Europese wetgeving, waar zij bijdragen aan prioriteit 3 van de tien prioriteiten die in 2014 door de Europese Commissie gedefinieerd werden voor de periode 2015-2019. Prioriteit 3 staat voor 'Energie-unie en klimaat - Een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening'.

De prioriteiten worden bij aantreding bepaald door de voorzitter van de Europese Commissie in samenwerking met de Europese Raad en het Europees Parlement. Zij vormen vervolgens de basis voor de samenstelling van het jaarlijkse werkprogramma en opvolging. Momenteel is Jean-Claude Juncker de voorzitter van de Europese Commissie voor de periode 2015-2019. Na de Europese verkiezingen op zondag 26 mei 2019 zullen de nieuwe gekozen parlementsleden een nieuwe voorzitter voor de Europese Commissie kiezen. Deze voorzitter zal met behulp van de Europese Raad een nieuwe Europese Commissie samenstellen en de nieuwe prioriteiten vaststellen.

Afbeelding 1: Vereenvoudigde weergave van de drie domeinen binnen het energielandschap voor de bouw (Bron: Agoria)

Hoe†relateren de drie 'energie-bouw' domeinen aan†de klimaatdoelstellingen?

Uiteindelijk hebben de beleidsinitiatieven in deze domeinen alle drie hetzelfde doel: het reduceren van de CO2-emissies in Europa door verhoging van de energie-efficiŽntie (verlaging energieconsumptie). Een andere manier waar Europa bijvoorbeeld voor energie op inzet om CO2-emissies te verlagen is het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie (gebruik alternatieve energiebronnen).

Voor de Europese energie-efficiŽntiedoelstelling van 2030 werd op 14 juni 2018 door de Europese Commissie, Raad en het Parlement afgesproken om deze met 32,5% te verhogen. Dit is een bindende doelstelling, waarvoor is afgesproken dat deze tot 2023 naar boven kan worden bijgesteld. Ter vergelijking; de Europese doelstelling voor energie-efficiŽntie voor 2020 lag op 20% ten opzichte van de situatie in 1990. Dit komt concreet neer op energieconsumptiedoelstelling van 1086 ton olie-equivalent. In 2015 lag de Europese energieconsumptie op 1084 ton olie-equivalent. In 2030 moeten de bijgestelde energie-efficiŽntiedoelstellingen uiteindelijk leiden tot een emissiereductie van minstens 40%.

Om die doelstelling†te halen werd in 2016 door de huidige Europese Commissie een pakket van bestaande energie-efficiŽntierichtlijnen en -regelgevingen voorgesteld om deze te herzien op hun effectiviteit en waar nodig aan te passen; deze actie werd uitgevoerd onder de noemer 'Clean Energy Package'. De EPBD was de eerste herziene Richtlijn uit dit pakket, dat†in 2018 werd goedgekeurd.

Meer informatie over de energie-efficiŽntiedoelstellingen en resultaten vindt u hier.

Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid binnen de 'energie-bouw' domeinen?

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid ligt afhankelijk van de richtlijn of regelgeving op Europees of nationaal niveau. In het geval van de EPBD stelt Europa via de Richtlijn dat lidstaten grof genomen een aantal minimale eisen moeten opleggen voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties, een beleid rond energieprestatiecertificering moeten voeren voor bestaande bouw en een lange termijn renovatiestrategie moeten opmaken.

De lidstaten zijn vervolgens verantwoordelijk om te zorgen dat hun beleid wordt aangepast om aan deze Europese eisen te voldoen. Zij moeten daarnaast aan Europa rapporteren over de wijze waarop de eisen zijn omgezet. Voor de Ecodesign en Energy labelling regelgevingen is de bevoegdheid anders georganiseerd: de Europese productregelgeving is direct van kracht op producten die op de Europese markt worden gezet.

De verantwoordelijkheid voor handhaving op het naleven van deze productregelgeving ligt bij de lidstaat. Normalisatie daarentegen heeft tot doel om 'best practices' vast te leggen. Deze 'best practices' worden ontwikkeld via samenwerking tussen verschillende stakeholders, zoals overheden en bedrijven. Normen hebben geen regelgevende functie en zijn daarom altijd vrijwillig toepasbaar. Wel is er vastgelegd dat normen in de Europese lidstaten niet mogen afwijken van de Europees vastgelegde normen. De coŲrdinatie van de normenontwikkeling op het gebied van de EPBD ligt op globaal niveau in handen van†the International Organization for Standardization†(ISO), op Europees niveau van de Europese standardisatiecommissie (CEN) en de†International Electrotechnical Committee†(IEC) en in BelgiŽ bij het Bureau voor Normalisatie (NBN) en†de Belgian Electrotechnical Committee†(BEC).

Wat zijn de verschillen tussen de 3 'energie-bouw' domeinen?

Hoewel de 3 domeinen bijdragen aan hetzelfde doel, is de manier waarop zij werken zeer verschillend (zie tabel†2 voor een beschrijving van de verschillen):

  • Toepassing: de domeinen zijn verschillend in hun toepassingsgebied, die onderling wel aan elkaar gelinkt zijn. Zo worden de producten toegepast in gebouwen en kan er in de normen verwezen worden naar de vereisten in de ecodesign en energy labelling regelgeving. De regelgevingen en normen mogen in principe niet in tegenstelling met elkaar zijn.

  • Wetgevende basis: dit verwijst naar de de wijze waarop de verplichtingen geÔmplementeerd worden. Voor een aantal richtlijnen ligt de bevoegdheid tot implementatie direct bij de Europese Commissie. Andere richtlijnen stellen verplichtingen op aan lidstaten om aanpassingen door te voeren in hun regelgeving.

  • Bevoegdheid: In BelgiŽ zijn de bevoegdheden voor de uitvoering van de regelgeving verspreid over†meerdere regeringen: de federale regering, de regeringen in de Vlaamse Gewest en Gemeenschap, het Waals Gewest en het Brussels Gewest, de Franstalige Gemeenschapsregering en de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Afhankelijk van het domein is ook het bevoegde overheidsniveau anders.

  • Herziening: Zowel de regelgeving als de normen worden regelmatig herbekeken om te zien of zij moeten worden aangepast in functie van innovaties en geboekte resultaten. De wijze waarop de actualisatie van de regelgeving is georganiseerd, is verschillend per domein. Voor richtlijnen en regelgevingen is het moment van herziening een politieke beslissing. Indien dit niet gespecificeerd staat in de regelgeving zelf, moet een van de politieke actoren hier het initiatief tot nemen. Binnen de normalisatie is de afspraak tot een vaste periodieke herziening gemaakt.

  • Implementatie: De verschillende niveaus waarop de domeinen functioneren hebben gevolgen voor de geldigheid van de regelgeving; is de regelgeving alleen geldig in ťťn van de gewesten, in heel BelgiŽ of in heel Europa? Hierbij wordt meestal rekening gehouden met de historisch gegroeide landsgrenzen in plaats van met de wetenschappelijk misschien meer logische klimaatzones.

Implementatie EPBD

Ecodesign & Energy labelling

EPBD normen

Toepassing

Gebouwen

Producten

Methodologie

Wetgevende basis

Lidstaten zijn verplicht Europese eisen te integreren in hun nationale wetgeving

Europese regelgeving is direct van toepassing op producten geplaatst op de Europese markt

Niet van toepassing

Bevoegdheid (BE)

Vlaams, Brussels & Waals gewest

Federale overheid (handhaving)

Bureau voor normalisatie (NBN) met behulp van sector operatoren (o.a. Agoria)

Herziening

Laatste herziening EPBD goedgekeurd in 2018. Deadline omzetting is 10.3.2020

Laatste versies 'general framework' Ecodesign (2009) en Energy labelling (2017).

Deadline herziening productregelgeving staat aangegeven in de regelgeving.

Herziening elke 5 jaar via de 'systematic review'

Implementatie

Berekeningsmethodiek is voor ongeveer 90% gelijk voor de 3 gewesten.

Eisen voor residentiele en niet-residentiele gebouwen zijn verschillend per gewest.

De energie efficiŽntie en energy labelling eisen zijn gelijk voor heel Europa

De inhoud van de Europese normen is in principe gelijk in heel Europa.

Lidstaten (CEN-CENELEC leden) kunnen een nationale Annex toevoegen aan de Europese normen om deze aan te passen aan de lokale context.

Tabel 2: Overzicht eigenschappen 3 energiedomeinen voor de bouw in BelgiŽ (Bron: Agoria)

Hoe vertaalt deze Europese regelgeving zich naar de Belgische context?

Ondanks de verschillende werkwijzen van de drie energiedomeinen, komen hun uitwerkingen terug in de energieprestatieregelgeving (EPB) en het energieprestatiecertificaat (EPC). De relatie tussen de verschillende domeinen weergegeven in afbeelding 2. Binnen de energieregelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de functie van het gebouw (residentieel vs. niet-residentieel) en de bestaande beleidsprocedures (nieuwbouw vs. bestaande bouw).

Afbeelding 2: Globaal principe transpositie energiebeleidsdomeinen in BelgiŽ (Bron: Agoria)

Energieprestatieregelgeving (EPB)

Voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties is het noodzakelijk om een vergunning aan te vragen voordat gestart kan worden met de bouw. Binnen dit vergunning proces kan onderscheid gemaakt worden tussen†twee fasen: de fase van vormgeving en oplevering. Op het moment van vormgeving heeft het EPB de functie om aan te geven hoe het ontwerp op het gebied van energie-efficiŽntie scoort en eventueel op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. In tegenstelling tot bestaande bouw kan hierbij worden uitgegaan van een 'clean slate'.

Tijdens de tweede fase wordt gekeken in welke mate het gerealiseerde gebouw ook daadwerkelijk aan de beoogde energieprestatie in de ontwerpfase voldoet. Het energieprestatie rapport dat moet worden opgeleverd bij de vergunning is ook wel bekend als de EPB-aangifte (EPB). Het EPB/PEB is de gewestelijke omzetting van de vereiste minimum eisen uit de EPBD. De drie gewesten werken samen aan de vormgeving van de methodiek, maar hebben ieder eigen minimum eisen gespecificeerd.

Energieprestatiecertificaat (EPC)

Voor bestaande bouw ligt de mogelijkheid tot beleidsinterventie in het moment van verkoop of verhuur wanneer er wettelijke documenten opgemaakt moeten worden. Bij verkoop of verhuur komt er niet noodzakelijk een ontwerp aan te pas, dus daarom wordt hier een beoordeling uitgevoerd van de energetische staat van de woning. Deze beoordeling is beter bekend als het energieprestatiecertificaat (EPC). Het EPC is de Vlaamse omzetting van de EPBD vereiste om een certificeringsprogramma te hebben. In WalloniŽ staat dit bekend als 'la certification PEB' en in Brussel als het 'EPB-certificaat'. Momenteel wordt de mogelijkheid bekeken om een renovatieadvies aan het EPC toe te voegen (EPC+) en dit deel uit te laten maken van de Woningpas. Deze ontwikkelingen zijn onderdeel van de lange termijn renovatiestrategie per lidstaat (in Vlaanderen ook wel bekend als het Renovatiepact en in WalloniŽ als de Stratťgie wallone de rťnovation).

Ecodesign en energy labelling

Om de energieprestatie van een gebouw te kunnen bepalen is het vaak noodzakelijk om productgegevens van de gebruikte technologieŽn voor bijvoorbeeld verwarming, koeling, verlichting, ramen, deuren en ventilatie te weten. Ecodesign en energy labelling vormen via de informatie-vereisten een mogelijke bron voor deze data. Hierdoor ontstaat er een regelmatige wisselwerking tussen de†twee domeinen; de EPB-rekenmethodiek wordt regelmatig bijgewerkt op basis van de ingangsdata van de gestelde eisen in de ecodesign regelgeving. Daarnaast wordt momenteel onderzocht op welke manier de energy labelling database (EPREL) als databron kan worden gebruikt voor het ingeven van de parameters voor bouwtechnologieŽn in het EPB.

EPBD normen

De EPBD normen zijn het resultaat van een Europees initiatief om met de betrokken stakeholders te komen tot een standaard methodologie voor de invulling van de EPB (en EPB) rekenmethodiek. Er zijn een aantal normen die het algemeen raamwerk vormgeven (CEN/TC371) en een aantal normen gericht op een specifiek onderdeel van een gebouw; de schil (CEN/TC89), ventilatie (CEN/TC156), verlichting (CEN/TC169), verwarming en koeling (CEN/TC228) en building automation and control systems (CEN/TC247). Aangezien de bevoegdheid voor de vormgeving van de EPB regelgeving bij de lidstaten ligt, is de invulling van het EPB (en het EPC) momenteel in elke lidstaat anders vormgegeven. Tussen de lidstaten zal er qua vormgeving van de methodologieŽn echter wel wat overlap zijn; de variatie in bouwtechnieken en klimaatuitdagingen zijn toch vaak sterk klimatologisch bepaald. Om de Europese kennis en ervaringen rond de vormgeving van de EPB methodiek te bundelen, is er daarom besloten tot de uitwerking van een aantal EPBD normen ter ondersteuning van de implementatie van de EPBD. De meeste normen zijn in 2017 gefinaliseerd, maar worden alleen nog ad-hoc toegepast.

Meer informatie over de dossiers die door Agoria worden opgevolgd binnen het energiebeleid voor de bouw inclusief†de links naar de Agoria†actielijst vindt u hier.