Eind dit jaar vindt de COP 25 plaats, de 25ste jaarvergadering van het Raamverdrag Klimaatverandering (UNFCCC). De UNFCCC is een wereldwijde samenwerkingsovereenkomst tussen landen, opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties (VN). Wij zetten alvast even de belangrijkste weetjes op een rij.


Wat is de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)?

De UNFCCC is een wereldwijde samenwerkingsovereenkomst tussen 197 parties (vrijwel alle landen in de wereld), die in 1992 werd opgestart tijdens de United Nations Conference on Environment and Development (UNCED). Deze conferentie staat ook wel bekend als de Earth Summit of de Rio Conference. Een ander bekend initiatief dat uit deze conferentie voortkwam, zijn de Sustainable Development Goals (SDGs). De doelstelling van de UNFCCC is het voorkomen van klimaatemissies en het reduceren van de gevolgen van klimaatverandering. De UNFCCC ging officieel van kracht in 1994 onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. De Verenigde Naties is een samenwerkingsverband tussen vrijwel alle landen in de wereld; 193 officieel erkende en een aantal observerende landen (Palestina, Niue, Cook Islands) en de Europese Unie.

Klik hier voor het Charter van de Verenigde Naties.

Hoe werkt het?

De UNFCCC kan gezien worden als een grote samenwerkingsovereenkomst waarin vrijwel alle landen in de wereld plus de Europese Unie hebben aangegeven via afspraken een gezamenlijke aanpak voor een probleem met elkaar te willen opzetten. In het geval van de UNFCCC zijn die afspraken specifiek gericht op het aanpakken van de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. In de jaarlijkse vergaderingen wordt besproken wat er zou moeten gebeuren, hoe dit moet gebeuren en wat de landen kunnen bijdragen. Deze afspraken worden vastgelegd in overeenkomsten, zoals het Kyoto Protocol en de Paris Agreement. De afspraken worden op basis van toezeggingen gemaakt; de parties hebben dus ruimte om zelf te bepalen wat zij kunnen en willen bijdragen. Het basisprincipe is dat elke party een plan maakt om de broeikasgasemissies te reduceren en te inventariseren om te zien of er daadwerkelijk reducties worden gerealiseerd. Het plan wordt vastgelegd in een Nationally Determined Contribution (NDC). De inventaris wordt jaarlijks ingediend via een National Inventory Submission (NIS), die bestaat uit de ruwe data van de broeikasgasemissiemetingen en een beschrijving van de wijze waarop de data werd verzameld. Voor de Europese lidstaten is de opmaak van deze documenten georganiseerd via de Verordening voor de governance van de energie-unie (EU) 2018/1999. Het is de bedoeling van deze Verordening om de opmaak van de documenten transparant, betrouwbaar en kosten-effectief te maken met tegelijkertijd minder administratieve belasting voor de lidstaat. Figuur 1 geeft een overzicht van hoe de vereisten vanuit de UNFCCC en de Governance Verordening zich tot elkaar verhouden.

Figuur 1: Schematische weergave van het VN-beleidskader voor de realisatie van de klimaatdoelstellingen (bron: Agoria)

Voor het UNFCCC verdrag, klik hier.

Wat zijn de Conferences of the Parties (COPs)?

De UNFCCC komt jaarlijks bijeen om te vergaderen op de United Nations Climate Change Conferences, oftewel COPs. De landen die lid zijn van de UNFCCC worden aangeduid als 'Parties'; niet ieder lid heeft de status van een land (zoals bijvoorbeeld de Europese Unie). Tijdens de vergaderingen worden de krijtlijnen uitgezet voor het beleid dat nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen. Uit deze vergaderingen zijn drie overeenkomsten voortgekomen met een belangrijke impact op de vormgeving van het klimaatbeleid: het Kyoto Protocol, het Doha Amendement op het Kyoto Protocol en het Paris Agreement. Deze overeenkomsten vormen samen de roadmap voor het klimaatbeleid op basis van drie commitment periodes: 2008-2012, 2013-2020 en 2021-2030. Daarnaast is er een langetermijndoelstelling geformuleerd voor 2050. 

Voor een overzicht van de COPs, klik hier

Wat is het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)?

Het IPPC is het ondersteunend wetenschappelijk centrum van de Verenigde Naties gericht op klimaatverandering. Dit centrum werd opgericht in 1988 door de World Meteorological Organization (WMO) en het United Nations Environment Programme (UNEP). Er zijn momenteel 195 landen lid van het IPCC. De doelstelling van het centrum is om overheden van alle niveaus van wetenschappelijke informatie te voorzien ter ondersteuning van de ontwikkelingen van klimaatbeleidsmaatregelen. Het IPCC publiceert regelmatig evaluatierapporten met daarin een overzicht van de kennis over klimaatverandering. Het vijfde en meest recente rapport dateert van 2014. Het volgende rapport staat gepland voor 2022. Deelname als expert of wetenschapper kan als auteur, als reviewer of door het leveren van een artikel en is altijd op vrijwillige basis.

Voor meer informatie over participatiemogelijkheden, klik hier

Wat is de rol van bedrijven?

Bedrijven zijn niet direct als ondertekenaars of lid van de UNFCCC in de overeenkomsten betrokken; dit is een aangelegenheid van overheden. Tijdens de jaarlijkse vergaderingen (COPs) is er wel de mogelijkheid voor stakeholderorganisaties om hun visies te delen. Dit zijn naast federaties ook organisaties als NGO's en kennisnetwerken. Er worden ook regelmatig regionale voorbereidende vergaderingen georganiseerd op initiatief van de overheid of stakeholders (bijvoorbeeld de pre-COP overleggen of business & industry-consultations). Naast deelname aan vergaderingen is er voor stakeholders de mogelijkheid om deel te nemen aan de Climate Neutral Now Pledge.  Via ondertekening stemt een bedrijf ermee in om zijn broeikasgasemissies te monitoren en verminderen. 

Voor meer informatie over de Climate Neutral Now Pledge, klik hier

Wat wordt er precies bedoeld met landen onder Annex I?

De UNFCCC maakt binnen de parties onderscheid tussen 3 verschillende groepen: Annex I, Annex II en Non-Annex I. Afhankelijk van de groep kunnen de doelstellingen en verbintenissen verschillen:

  • Annex I Parties: de landen die in 1992 lid waren van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) en de landen met een economie in transitie (EIT). België valt onder de eerste groep. De laatste groep omvat onder andere Rusland, de Baltische Staten en een aantal Centraal- en Oost-Europese landen.

  • Annex II Parties: enkel de groep landen die in 1992 lid waren van het OECD. Zij hebben een aantal extra verplichtingen, zoals het ter beschikking stellen van financiële middelen voor ontwikkelingslanden en het stimuleren van milieuvriendelijke technologie aan EIT Parties en ontwikkelingslanden.

  • Non-Annex I Parties: vooral ontwikkelingslanden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de landen die kwetsbaar zijn voor de fysieke en/of economische gevolgen van klimaatverandering.

 Voor meer informatie, klik hier

Wat omvatten de belangrijkste UNFCCC-overeenkomsten?

De afspraken uit de jaarlijkse vergaderingen worden vastgelegd in notulen en overeenkomsten. Deze verbintenissen en bijbehorende periodes uit deze overeenkomsten vormden onder andere de basis voor het Europese en Belgische klimaatbeleid. Hieronder een overzicht van de belangrijkste overeenkomsten:

Kyoto Protocol (1995)

Het Kyoto Protocol was de eerste overeenkomst waarin 37 landen en de Europese Unie (toen nog bestaande uit 15 lidstaten) een verbintenis tot het reduceren van broeikasgasemissies (of een uitstootplafond) aangingen voor de periode 2008 tot en met 2012. De reductieverplichtingen staan bekend als de Quantified Emission Limitation and Reduction Commitment (QERLC). Daarnaast verplichtten de parties zich tot het delen van hun jaarlijkse broeikasgasinventarissen om de voortgang van de doelstellingen te kunnen opvolgen. Het Kyoto Agreement werd in 1997 opgesteld en ging in 2005 van kracht. 

De overeenkomst omvat:

  • Verplichte reductiedoelstellingen (Annex B) geformuleerd als Quantified Emission Limitation and Reduction Commitments (QELRCs) voor de periode 2008-2012 via Assigned Amount Units (AAUs).

  • Verplichte indiening van een jaarlijks overzicht van de broeikasgasemissie (artikel 7).

  • De basis voor het 'Emissiehandelsysteem (ETS)' op basis waarvan landen emissie-units die ze niet gebruiken kunnen verkopen aan landen die over hun reductiedoelstellingen zijn gegaan (artikel 17). Deze emissie-units staan ook wel bekend als Kyoto-units.

  • De basis voor het 'Clean Development Mechanism (CDM)', dat landen met een emissiereductiedoelstelling of emissieplafond toestaat om een emissiereductieproject in een ontwikkelingsland te realiseren (artikel 12).

  • De basis voor het 'Adaptation Fund' voor het ondersteunen van klimaatprojecten in ontwikkelingslanden. Dit fonds wordt gefinancierd deels vanuit Clean Development Mechanism (CDM) projectactiviteiten en vrijwillige bijdragen van overheden.

Klik hier om naar het Kyoto Protocol te gaan.

Doha Amendment (2012)

Het Kyoto Agreement werd in 2012 bijgesteld door het Doha Amendment met reductiedoelstellingen voor een tweede periode lopende van 2013 tot en met 2020 (een 2e QERLC). Dit amendement is momenteel nog niet van kracht; er is een ratificatie van 144 parties nodig om dit te realiseren en momenteel is de overeenkomst door 130 parties geratificeerd.

Het amendement omvat:

  • Verplichte reductiedoelstellingen geformuleerd als Quantified Emission Limitation and Reduction Commitments (QELRCs) voor de periode 2013-2020 (Artikel 1).

Klik hier om naar het Doha Agreement te gaan. 

Paris Agreement (2015)

In 2015 werd een nieuwe overeenkomst opgesteld om klimaatdoelstellingen voor de periode 2021-2030 en 2050 bepalen, het Paris Agreement. Het Paris Agreement werd getekend door 197 parties en ging van kracht in 2016. De doelstelling die werd overeengekomen, is om ervoor te zorgen dat de globale temperatuur max. 1,5° en zeker niet meer dan 2°C stijgt. In de overeenkomst wordt aan de parties gevraagd om een Nationally Determined Contribution (NDC) op te stellen; de hoogst mogelijke doelstelling volgens die party voor het reduceren van broeikasgassen en een bijbehorend plan om dit te realiseren. Dit Paris Agreement werd door 185 Parties geratificeerd via het indienen van de NDC in het (interim) NDC register (art. 4; punt 12).

De overeenkomst omvat:

  • Een vervanging van de QELRC door Nationally Determined Contributions (NDCs), waarin parties zelf de volgens hun realistische doelstelling en de bijbehorende geplande beleidsmaatregelen omschrijven (artikel 4).

  • De basis voor de introductie van een public (interim) NDC Registry (artikel 4), waarin de NDCs zullen worden gepubliceerd. Het register is momenteel nog interim, omdat de exacte opzet nog overeengekomen moet worden tijdens de volgende COP.

  • Een voortzetting van de verplichting om (artikel 13; lid 7) om jaarlijks een overzicht van de broeikasgasemissie uitstoot in te dienen (artikel 7).

Klik hier om naar het Paris Agreement te gaan.

Wat moeten de landen indienen?

Alle Annex I Parties moeten jaarlijks voor 15 april een broeikasgasemissie-inventaris (National Inventory Submission) indienen vanaf het basisjaar tot 2 jaar voor het jaar van indiening (dus in 2019 is dat van 1990 tot en met 2017). Deze inventaris bestaat uit twee delen: een Common Reporting Format (CRF)-tabel en een National Inventory Report (NIR). Daarnaast werd in het Paris Agreement afgesproken dat alle partijen een National Determined Contribution (NDC) opmaken met daarin de hoogst mogelijke ambitie m.b.t. de reductie van broeikasgassen en de bijbehorende, geplande beleidsmaatregelen.

National Inventory Submission

Zowel vanuit het Kyoto Protocol, art. 7, als het Paris Agreement, art. 7., wordt van de parties gevraagd om een inventaris van hun broeikasgasemissies aan te leveren. In het Kyoto Protocol was dit nog enkel een vereiste voor Annex I Parties, maar in het Paris Agreement is dit uitgebreid naar alle parties. Het National Inventory Report (NIR) bevat meer descriptieve informatie, terwijl in het Common Reporting Format (CRF) de broeikasgasdata staat opgenomen. 

National Determined Contributions

Vanuit het Paris Agreement wordt aan parties gevraagd om een Nationally Determined Contribution (NDC) op te stellen met een beschrijving van de reductiedoelstelling voor broeikasgasemissies en de bijbehorende maatregelen. De doelstelling, de maatregelen en het format van de Nationally Determined Contributions (NDCs) worden momenteel door ieder land zelf bepaald. Enkel in de Europese landen is er gekozen voor een gezamenlijk format. 

Voor een overzicht van alle Belgische ingediende rapporten, klik hier

Welke VN-klimaatverbintenissen zijn de landen momenteel aangegaan?

In de VN-klimaatverbintenissen worden drie zogenaamde 'Commitment Periods' onderscheiden:

  • Commitment period 1: Hierin werd de klimaatverbintenis als een QERLC vastgelegd in het Kyoto Protocol. Deze periode liep van 2008-2012.

  • Commitment period 2: Hierin werd de QERLC uit het Kyoto Protocol verlengd voor de 2013-2020 via het Doha Amendment.

  • Commitment period 3: Hierin werd de klimaatverbintenis vastgelegd als NDC voor de periode 2021-2030 via het Paris Agreement.

In de eerste periode werden ontwikkelingslanden vrijgesteld van het bepalen van een reductiedoelstelling. Onder het Paris Agreement zijn alle parties een verplichting aangegaan. De EU-lidstaten hebben inmiddels een onderlinge verdeling gemaakt van de reductieverplichtingen voor broeikasgasemissies. In de NDC's staat daarom dat elke Europese lidstaat 40% reductie in broeikasgasemissies zal realiseren, terwijl in de tabel de daadwerkelijke toekenning per Europese lidstaat is opgenomen (zie tabel 1).

Tabel 1: Overzicht van klimaatverbintenissen van een selectie UNFCCC Parties

Een compleet overzicht van hun verbintenissen is te vinden in de (interim) NDC registry. Dit register is interim, omdat er tijdens de volgende jaarlijkse vergadering nog afspraken moeten worden gemaakt over de vormgeving. 

Rusland heeft nog geen NDC ingediend en de Verenigde Staten hebben aangegeven zich te willen terugtrekken uit het akkoord. Terugtrekking uit het Paris Agreement kan volgens artikel 28 vanaf 3 jaar nadat het akkoord van kracht is gegaan; dit is op 4 november 2019. Het duurt daarna nog een jaar voordat de terugtrekking uit de overeenkomst daadwerkelijk effectief is. Het verlaten van de UNFCCC betekent ook automatisch terugtrekking uit het Paris Agreement. 

Wat hebben de landen al gerealiseerd?

De VN heeft broeikasgasprofielen ontwikkeld per party op basis van de jaarlijks aangeleverde data. In de profielen wordt op basis van de meest recent ingediende data in vergelijking met het basisjaar 1990 gekeken hoeveel broeikasgasreductie er gerealiseerd is. Daarnaast wordt gekeken naar het verschil van de meest ingediende data met de situatie in 2000. Deze percentages zijn helaas niet direct toepasbaar om na te gaan of de Belgische reductiedoelstelling voor 2020 behaald is, omdat deze doelstelling gebaseerd is op een basisjaar van 2005. De Europese Commissie moet vanuit de Europese regelgeving in april 2023 een rapport opleveren over de mate waarin de doelstelling is behaald. Een overzicht van de gerealiseerde reducties voor een selectie van parties vindt u in tabel 2. 

Tabel 2: Overzicht van de gerealiseerde broeikasgasemissie reducties voor een selectie UNFCCC Parties

Voor een VN broeikasgasprofiel per party, klik hier

Wat zijn de volgende stappen binnen het VN-klimaatbeleid?

De volgende jaarlijkse vergadering zal plaatsvinden van 2 tot en met 13 december 2019 in Santiago, Chili (COP 25). De focus van dit overleg zal liggen op de uitwerking van de verdere implementatie van het Paris Agreement. Daarnaast wordt naar verwachting ook de verdere vormgeving van het (interim) NDC registry besproken. De start hiervoor werd al gemaakt tijdens de COP 24 in Katowice eind vorig jaar. 

Voor meer informatie over de COP 25, klik hier

Interessante links