In het kader van het Europees herstelplan is vastgelegd dat ten minste 37% van het budget van de 'Faciliteit voor herstel en veerkracht' wordt aangewend voor groene investeringen (= 1,89 miljard euro voor België). Ontdek hier de concrete voorstellen van Agoria die de energie- en klimaattransitie zullen ondersteunen.


Het Europees herstelplan, goed voor zo’n 750 miljard euro, staat in de startblokken. De belangrijkste les die de Europese Commissie uit de financiële crisis van 2008 heeft getrokken, is dat het herstelplan deze keer toekomstgericht moet zijn. De ingediende projecten zullen worden beoordeeld op hun effect als economische hefboom en op hun bijdrage aan de digitale en de klimaattransitie.

In het kader van dit herstelplan wordt een 'Faciliteit voor herstel en veerkracht' gefinancierd door een lening van de Europese Commissie ten belope van 672,5 miljard euro. Aan België zou zo'n 5,1 miljard euro worden toegekend op basis van een plan dat vóór eind april 2021 moet worden ingediend. De twee grote prioriteiten zijn de klimaattransitie en de digitale transitie. Agoria steunt die prioriteiten en doet op beide domeinen een aantal heel concrete voorstellen (zie ons artikel Europees herstelfonds: Agoria doet voorstellen om Belgisch plan voor herstel en veerkracht uit te werken van 23/11/2020).

Vanwege het grote belang van de klimaattransitie, voor burgers en bedrijven, legt Europa vast dat ten minste 37% van het budget van de 'Faciliteit voor herstel en veerkracht' hiervoor moet worden aangewend (= 1,89 miljard euro voor België). 

In dat verband beveelt Agoria de federale, gewest- en gemeenschapsregeringen een aantal prioritaire investeringsmaatregelen en -projecten met budget en KPI's aan, ingedeeld in 3 domeinen: energie, gebouwen en mobiliteit.

De voornaamste projecten en hervormingen die Agoria voorstelt op gebied van energie, zijn de volgende:

  • Groene taxshift: Fossiele brandstoffen worden vandaag veel minder belast dan elektriciteit. Dat remt energie-efficiëntie en ook elektrificatie af, terwijl heel wat processen juist geëlektrificeerd moeten worden met het oog op klimaatdoelstellingen. Agoria dringt daarom o.a. aan op een federale koolstoftarifering voor sectoren die niet onderhevig zijn aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Vanuit klimaatoogpunt zouden de inkomsten gebruikt kunnen worden in het kader van een “taxshift” om de meerkost van elektriciteit t.o.v. fossiele brandstoffen te verlagen.

  • Basisinfrastructuur voor decarbonisatie industrie: Voor het bereiken van klimaatneutraliteit is er een nood aan uitbreiding van een basisinfrastructuur voor de energiedragers van de toekomst: elektriciteit, waterstof, CO2 (voor opvang en hergebruik) en groene warmte. Deze infrastructuur is essentieel voor de aanvoer van klimaatneutrale energie en grondstoffen en het leveren van de producten aan de klanten. Agoria vraagt de overheid een meerjarig investeringsprogramma te ontwikkelen en relevante bedrijven de formele opdracht te geven om CO2, warmte en waterstof basisinfrastructuur uit te bouwen.

  • Ambitieuze deelname in IPCEI waterstof: België heeft bedrijven die actief zijn over de hele waardeketen van waterstof. Een sterk punt is de technologieontwikkeling van waterstofoplossingen (elektrolyzers, fuel cells, membranen, etc.). Investeringen in waterstoftechnologie moeten echter hand in hand gaan met investeringen in waterstofinfrastructuur. Het Europese relanceplan biedt de mogelijkheid om de vele ambitieuze waterstofprojecten in België een extra duw in de rug te geven en de opportuniteiten maximaal te valoriseren.

  • Groene energiedragers in industriële bedrijven verder stimuleren: Voor minder energie-intensieve industriële ondernemingen (niet-ETS) moet er naast energie-efficiëntie ook meer ingezet worden op vergroening van de energiedragers. Naast bijkomende steun voor warmtenetten, moet een deel van de relancebudgetten bestemd voor groene warmte ook voorzien in steun voor andere, -vaak individuele- technologieën, zoals warmtepompen, Organic Rankine Cycle and biogasinstallaties.

  • Naar een slimme energiemarkt: Voldoende middelen dienen te gaan naar de langetermijnontwikkeling van de publieke elektriciteitsnetten in de drie gewesten en er dient gekeken te worden hoe deze middelen zo min mogelijk wegen op de elektriciteitsfactuur maar via relanceprovisies kunnen worden aangewend. Zo moet een plan voor de uitrol van laadinfrastructuur en een versnelde uitrol van de digitale meter een prioriteit zijn in het relanceplan. Ook de ontwikkeling van een facilitair kader om de ontwikkeling van energiegemeenschappen te ondersteunen moet hierin centraal staan.

  • Verdere ontwikkeling offshore windenergie: Tegen eind 2020 zal offshore windenergie in de Noordzee 10% van de totale elektriciteitsvraag vertegenwoordigen. In tegenstelling tot de tot nu toe gebouwde windparken zal die investering hoofdzakelijk door de verkoop van elektriciteit gefinancierd worden. Er dient nagegaan te worden hoe Europese fondsen en financieringen kunnen ingezet worden om voldoende investeringszekerheid te bieden voor deze belangrijke bijkomende investeringen.

  • Verhogen van de investeringsaftrek voor energiebesparende maatregelen: De huidige fiscale aftrekbaarheid van energiebesparende maatregelen is zeer beperkt. Toch is de maatregel op zich interessant aangezien er geen complexe aanvragen vooraf ingevuld dienen te worden en het relatief technologieneutraal is naar verschillende energietoepassingen. Een systeem naar analogie met het Nederlandse model, Energie-investeringsaftrek (EIA) (45% investeringsaftrek van de fiscale winst, met gemiddeld een voordeel van 11%) moet ook bekeken worden binnen de Europese steunmogelijkheden.

Agoria werkt samen met de verschillende regeringen om die prioriteiten maximaal in het Belgisch plan te integreren.