In juli vond de kick-off plaats van het vervolgtraject voor de studie ‘Building Automation and Control Systems (BACS). Deze studie is het tweede deel van het verkennend traject naar het opstellen van ecodesign- en energy labelling-regelgevingen voor gebouwautomatisering en controlesystemen (BACS). Een overzicht van de belangrijkste discussiepunten.


Download hier het rapport van de eerste voorbereidende studie en hier voor de bijbehorende annexes.

Hoe zat het ook alweer met de regelgeving?

Voor de productgroep voor gebouwautomatisering en controlesystemen (BACS) bestaat er momenteel nog geen afzonderlijke ecodesign- of energy labelling-regelgeving. Het is één van de productgroepen die in het Ecodesign-werkprogramma 2016-2019 werden geïdentificeerd als hoog in hun energiebesparingspotentieel. Daarop startte een eerste studie met als doel de scope van de regelgeving te bepalen. Deze studie wordt in figuur 1 hieronder weergegeven als het eerste deel van de ‘prepatory study’.

Na afronding van deze studie werd een vervolgstudie aangekondigd, als onderdeel van de ‘prepatory study’, met als doel een concreet voorstel voor energieprestatie-eisen te onderzoeken. Indien uit de volledige ‘prepatory study’ geconcludeerd wordt dat het zinvol is om ecodesign- en energy labelling-vereisten in te stellen voor BACS-producten, zal het volledige proces doorlopen worden om de regelgevingen op en vast te stellen (zie figuur 1).

Hierbij zullen de Europese federaties de lead nemen bij het geven van feedback op de met een asterisk aangeduide momenten. Agoria zal de mogelijkheid tot advisering over het standpunt van de Belgische industrie hebben op het moment dat de lidstaten moeten beslissen over de goedkeuring van de regelgeving (aangeduid met een blauwe asterisk).

Figuur 1: Overzicht van de stakeholderconsultaties (asterisk) in het ecodesign en energy labelling herzienings- of voorbereidingsproces (Bron: Europese Commissie, DG Energy)

Resultaten van de eerste studie

De eerste studie heeft gekeken naar de mogelijke redenen om regelgeving op te stellen en doet al een voorstel van welke de ecodesign- en energy labelling-vereisten zouden kunnen zijn. Een aantal genoemde redenen zijn het tegengaan van:

  • de beperkte zichtbaarheid van de energieprestatie van BACS,
  • de beperkte kennis over het besparingspotentieel en de implementatie van BACS
  • en de beperkte toepassing door de overheid.

De studie bestaat onder andere uit een inventarisatie van de beschikbare definities en productcategorieën in de normen en regelgevingen voor BACS, de Europese normen en een screening van de bestaande productgroepen. Er wordt echter ook verwezen naar een aantal bestaande beleidsmaatregelen in de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) en de Energie-efficiëntie Richtlijn (EED), en naar mogelijke (installatie)vereisten op systeemniveau, die als alternatief voor ecodesign- en energy labelling-regelgeving de zichtbaarheid en het bewustzijn rond BACS zouden kunnen verhogen. Specifiek voor ecodesign worden eisen rond functionaliteit, compatibiliteit, nauwkeurigheid en interoperabiliteit genoemd. 

Aanbevelingen voor de vervolgstudie
De studie komt tot de conclusie dat het grootste potentieel voor ecodesign- en energy labelling-producten zit in de functionaliteit, nauwkeurigheid en eigenconsumptie van de BACS.

Daarnaast wordt voorgesteld om het bonussysteem dat in een aantal bestaande loten (ENER lot 1, ENER lot 2) wordt toegepast, te herzien. De reden hiervoor is dat de bonussen niet in lijn zouden zijn met EN 15232. Er werd enkel in het rapport gerefereerd naar ENER lot 1 en 2 als de loten waarin dit systeem wordt toegepast, maar inmiddels maken ook een aantal lopende herzieningen gebruik van dit systeem.

Er wordt aangeraden om in de vervolgstudie te kijken naar de interoperabiliteit van BACS, het oplossen van issues uit ENER lot 33 (smart appliances) en vereisten voor repareerbaarheid.

Tot slot stelt de studie ook de mogelijke ontwikkeling van een ‘Smart BACS energy savings calculator’ voor, op basis waarvan de energieprestatie van BACS kan worden bepaald. Een concreet voorstel voor de scope van de productgroep wordt uit het rapport niet echt duidelijk. Ook lijkt een analyse van de verschillende pistes voor de definitie van de scope en het energiebesparingspotentieel hiervan nog te ontbreken. 

Discussiepunt 1: Scope van de regelgeving

Een belangrijk discussiepunt in dit dossier is de definitie van de scope van de nieuwe regelgeving. Automatisering en controlesystemen zijn namelijk momenteel al onderdeel van de scope van een aantal bestaande productgroepen zoals ENER lot 1 (ruimteverwarming) en ENER lot 10 (airconditioners). Ook in een aantal lopende herzieningen van ecodesign- en energy labelling-regelgevingen zijn controlesystemen reeds aan de scope toegevoegd, zoals lokale ruimteverwarming (ENER lot 20) en verlichting (ENER lot 8, 9 en 19). Wanneer besloten wordt dat de BACS-productgroep alle controlesystemen zal omvatten, zal er bekeken moeten worden hoe de regelgeving hiervoor uit de bestaande productgroepen gehaald kan worden en naar de nieuwe productgroep ‘verplaatst’ kan worden. Aangezien de regelgevingen een wettelijke status hebben, zal dit met een (nieuwe) herzieningsprocedure moeten gebeuren voor alle betrokken loten (zie figuur 1). In deze herzieningsprocedure zullen alle experts vanuit de verschillende bestaande productgroepen betrokken moeten worden om de benodigde expertise te kunnen leveren. 

Mogelijke gevolgen van alle controlesystemen in één groep
Het voorstel om alle controlesystemen in een aparte groep op te nemen roept de vraag op welke gevolgen dit heeft voor de waardering van controlesystemen in de energieprestatie van een product. Zo wordt in de herziening van ENER lot 20 momenteel bijvoorbeeld gesproken over het toekennen van bonuspunten bij de toepassing van bepaalde controlesystemen, waardoor een betere energieprestatie voor het product behaald kan worden. Hiervoor is een formule in de regelgeving opgenomen met de toekenning van punten voor het controlesysteem als integraal onderdeel. Het is niet duidelijk hoe bij een verplaatsing van de regelgeving voor controlesystemen deze formule gesplitst kan worden over regelgevingen voor twee verschillende productgroepen. Het opnemen van voorschriften in twee verschillende regelgevingen gericht op hetzelfde product kan tot onduidelijkheid leiden als gevolg van ‘dubbele regelgeving’ (cascading regulation). Het niet opnemen van controlesystemen is ook geen optie, omdat daarmee een deel van het energieprestatiepotentieel van het product vergeten zou worden. Ook is het de vraag of het praktisch gezien mogelijk is om de energieprestatie van controlesystemen los van het product te bepalen. Dit zal zeker niet voor alle productgroepen het geval zijn. 

Pistes voor een mogelijke oplossing
De discussie laat zien dat het ontbreken van een duidelijk definieerde scope essentieel is voor de verdere uitvoering van de voorbereidende studie. Uit de conclusie van het rapport van de eerste studie is het echter nog niet duidelijk of alle mogelijke pistes voor een oplossing zijn onderzocht.

Zo zou één piste kunnen zijn om voor de producten uit ENER lot 38 horizontale regelgeving te definiëren met algemene richtlijnen voor de beoordeling van de controlesystemen in de afzonderlijke productgroepen. Dit is bijvoorbeeld reeds voor materiaalefficiëntie het geval. Praktisch betekende dit de ontwikkeling van een aantal normen waarmee richting gegeven kan worden aan de ontwikkeling van materiaalefficiëntievoorschriften per productgroep (CEN-CLC/JTC 10).

Een andere piste is om een aparte productgroep te definiëren voor de gebouwautomatisering en controle systemen zonder een bestaande productgroep. Eventueel is ook een combinatie van de twee opties mogelijk.

De belangrijkste vraag bij het bepalen van de beste optie, gelet op de doelstelling van de scoping studie, is in hoeverre de gekozen piste zal bijdragen aan een hogere energie-efficiëntie van de producten. 

Bekijk het ingediende Agoria-standpunt voor ENER lot 38 op het Smart Building infoplatform (onder punt 3.4). 

Discussiepunt 2: Energy savings calculator

Een tweede discussiepunt in de eerste studie was de suggestie in de vervolgstudie, die nu dus van start is gegaan, om de mogelijkheden tot het introduceren van een online “smart BACS energy savings calculator” te onderzoeken. Een dergelijke calculator zou kunnen helpen bij het bepalen van de energie efficiëntie index. Met een online calculator zou ook de interactie van technologieën gemodelleerd kunnen worden en zouden eventuele dubbeltellingen kunnen worden voorkomen. Dit kan te complex zijn voor een conventionele berekeningsmethodiek doordat mogelijk ook de interacties tussen gebouwen en gebouwdelen in beschouwing genomen moeten worden om de energie-efficiëntie te kunnen bepalen. 

Bepaling van de energie-efficiëntie van BACS-producten
De complexiteit roept de vraag op hoe de energie-efficiëntie van gebouwautomatiseringsproducten bepaald moet worden. Het lastige voor het bepalen van de energie-efficiëntie van gebouwautomatiseringssystemen is dat het potentieel sterk afhankelijk is van de toepassing; de interactie tussen de BACS (het gebouwsysteem), de installatie en (indirect) de impact op de samenstelling van de energievraag. Deze aspecten zijn lastig terug te herleiden naar een stand-alone product. De wijze waarop hier nu mee wordt omgegaan in bestaande productgroepen is door te werken met een toekenning van bonuspunten bij het bepalen van de energieprestatie van een product, wanneer een controlesysteem beschikbaar is of wordt meegeleverd. Deze bonuspunten worden bepaald per productgroep. Een dergelijk systeem zou echter waarschijnlijk niet geschikt zijn om toe te passen op stand-alone gebouwautomatiseringssystemen, vermits er nog weinig onderscheid gemaakt wordt tussen de controlesystemen zelf. Dit pleit voor het apart behandelen van controlesystemen in de specifiek daarvoor gedefinieerde productgroep. Het rapport uit de eerste studie pleit voor een herziening van de vormgeving van de bonuspunten met het doel deze te standaardiseren. 

Interactie met lopende smart technologiedossiers
Er lijken sterke overeenkomsten te zijn tussen het voorstel voor de calculator, de ontwikkelingen rond de Smart readiness indicator (SRI) en de Energy labelling database (EPREL). De calculator wordt in het eerste rapport voorgesteld, met de mogelijke opties om een energielabel uit te kunnen genereren en als potentiële ondersteuning voor de markttoezichtactiviteiten van de autoriteiten. Dit heeft sterke overeenkomsten met de wijze waarop de Energy labelling database (EPREL) momenteel opereert. Een aansluiting bij de EPREL-database wordt ook voorgesteld in het hoofdstuk over de beleidsopties. Ook de piste die momenteel binnen de Europese Smart Readiness Indicator (SRI) studie onderzocht wordt om de SRI-data beschikbaar te maken in een database heeft raakvlakken met de eerder genoemde initiatieven. Uiteindelijk is het beter om te investeren in één goed werkende database dan meerdere losse databases op te zetten; zowel voor het beperken van de administratieve lasten als om de kwaliteit te kunnen garanderen. Gelet op de sterke overeenkomsten in de verschillende databases ligt er daarom een sterke opportuniteit voor het identificeren van mogelijke integratiemogelijkheden van de drie voorstellen. 

Bekijk het draft visiedocument van Agoria over smart technologie op het Smart Building infoplatform (onder punt 3.4).

Volgende stappen

Agoria heeft in september 2018 een standpunt ingediend om de bovenstaande punten aan te kaarten. Dit was naar aanleiding van de publicatie van het eerste ‘scoping’ rapport. Agoria heeft dit discussiepunt ook bij Europese federaties onder de aandacht gebracht. De eerste resultaten van de vervolgstudie zullen gepresenteerd worden tijdens het volgende stakeholderoverleg, dat voorzien is voor februari 2020. Het direct opvolgen van de studie is mogelijk via inschrijving op de studiewebsite voor ENER lot 38. Bij feedback of vragen op de in dit artikel besproken discussiepunten, is het zeker aanbevolen om direct contact op te nemen met Charlotte van de Water (zie contactgegevens onderaan).  

Relevante links