Binnen de actuele discussie over de hervorming van het EPB, vraagt Agoria om beschikbare Europese kennisbronnen als de EPBD-normen beter te benutten. Maar om welke kennis gaat het dan eigenlijk? In dit artikel vindt u een overzicht van mogelijk relevante kennispunten uit de norm voor het algemeen raamwerk (NBN EN ISO 52000-1).†


Wat is de norm NBN EN†ISO 52000-1 ?

De NBN EN ISO 52000-1 is de norm voor het globale raamwerk voor de energieprestatiebepaling van gebouwen. Het is onderdeel van een pakket van ongeveer 90 normen met als doel de bepalingsmethodiek voor de energieprestatie van gebouwen te standaardiseren.

Een norm bevat normaal gezien alleen normatieve bepalingen; om ook de relevante niet-normatieve kennis uit de ontwikkeling van de norm vast te leggen, werd een ondersteunend technisch rapport CEN ISO/TR 52000-2 opgemaakt. Hierin staat extra uitleg over de gedachtegang achter een aantal keuzes in de NBN EN ISO 52000-1, zoals de opzet van de modulaire structuur. De NBN EN ISO 52000-1 omvat de volgende onderdelen; het overkoepelende raamwerk, de voorbereidende stappen, de bepaling van energieprestatie op basis van metingen en berekeningen, de bepaling van de algehele energieprestatie en output, de principes achter de bepaling en de aanpak zonering.

De principes achter de bepaling bespreken bijvoorbeeld de omgang met teruggewonnen warmte en gebouwautomatisatie. Het raamwerk dat door de NBN EN ISO 52000-1 wordt aangeboden is bedoeld voor zowel nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties (EPB, PEB) als bestaande bouw (EPC, la certification PEB, het EPB-certificaat).†

Figuur 1: Schematische interpretatie van NBN EN ISO 52000-1

EPBD-normen en de energieprestatie van gebouwen in de praktijk

De EPBD normen zijn een set normen ontwikkeld vanuit M/343 rond 2008 en herzien vanuit het mandaat M/480 in opdracht van de Europese Commissie ter ondersteuning van de implementatie van de Richtlijn Energieprestatie voor Gebouwen (EPBD). De doelstelling van de normen is om de Europese 'best practices' rond de methodiek voor de bepaling van de energieprestatie voor gebouwen te bundelen en beschikbaar te maken voor de lidstaten.

In de herziening lag de nadruk op het inzichtelijk maken van de nationale en regionale keuzemogelijkheden. Zo werd er aan iedere EPBD-norm een Annex A en B toegevoegd; Annex A als een blanco template in te vullen door lidstaten en Annex B met default waardes voor de template van A. Voor elke EPB-norm met berekeningsmethodieken†werd tevens een spreadsheet ontwikkeld. De herziene normen werden grotendeels in 2017 gepubliceerd. De volgende stap is nu om te bekijken op welke wijze de informatie in de normen kan worden ingezet om de optimalisatie van het EPB vorm te geven.

De normen zijn niet bedoeld voor ťťn op ťťn implementatie; er is vanuit de technische commissie vraag naar praktijkervaringen met de implementatie van de normen om deze eventueel bij te kunnen sturen. Normen zijn regelmatig onderhevig aan bijsturing via het systeem van 'systematic review'.

Voor meer informatie over EPBD-Richtlijn, klik hier.†

NBN EN ISO 52000-1 en het EPB. Welke kennis kan mogelijk helpen?

De discussies binnen de norm NBN EN ISO†52000-1 en het EPB 2.0 vertonen op een aantal vlakken overlap. De opzet van de EPBD normen is hierbij vooral gericht op het herkennen van patronen en zo proberen te standaardiseren van variabelen in de rekenmethodiek. Hieronder een aantal mogelijk interessante kennispunten met het oog op de discussie rond de optimalisatie van het EPB in BelgiŽ:†

1. ReŽel gemeten vs. theoretisch berekend verbruik

Eťn van de belangrijke discussiepunten binnen de hervorming van het EPB (EPB 2.0) is het verschil in het theoretisch berekend verbruik bepaald via de EPB-methodiek en het reŽel gemeten verbruik in de praktijk.

In de hervorming van het EPB zou dit verschil verkleind moeten worden. In het verschil spelen een aantal aspecten mee; de condities (standaardcondities voor bijvoorbeeld klimaat), de input (zoals verificatie van de input data), de modellering (zoals de impact van ruimtegebruik op de herverdeling van de hitte), de menselijke factor (zoals afwijking van het†gebouwgebruik†vergeleken met†voorzien) en pieken (zelfs uurlijkse simulatie kan niet alle pieken detecteren).

De normen bevatten een aantal voorstellen om met deze aspecten om te gaan, zoals het toepassen van een methode op uurlijkse basis om bijvoorbeeld weersinvloeden of interacties tussen technologieŽn te kunnen modelleren. In gebouwen met een laag energieverbruik wordt dit nog belangrijker. In de maandelijkse methode moet er voor dit soort invloeden op statistische wijze worden gecorrigeerd.

De maandelijkse methode kan wel weer nuttig zijn om de resultaten van de uurlijkse methode te kunnen verifiŽren. De twee methodes zijn daarom gelinkt en kunnen door elkaar gebruikt worden in de rekenmethodiek. Agoria is in januari een verkennende studie gestart om te zien op welke manier de uurlijkse methode geÔntegreerd zou kunnen worden in het EPB-PEB in BelgiŽ.†

2. Referentiegebruik bij uitdrukking energieprestatie in kWh

In de gestelde eisen aan het EPB wordt soms gebruik gemaakt van een 'neutrale' referentiewaarde, zoals het E-peil in het Vlaams Gewest. De bedoeling van het gebruik van een indicator zonder meeteenheid is om eventuele verwarring tussen de energieprestatie van het gebouw en de daadwerkelijke energiefactuur. Die energiefactuur wordt mede bepaald door het gebruik van het gebouw, terwijl hiervoor tijdens de ontwerpfase gebruik wordt gemaakt van standaardprofielen (zie discussiepunt 1).

De Richtlijn voor energieprestatie van gebouwen (EPBD) van 2018 vraagt echter dat de numerieke indicator van het primaire energieverbruik van een gebouw in kWh/m2 per jaar wordt uitgedrukt. Zoals ook gesteld in de normen is een numerieke indicator niet voldoende om de energetische kwaliteit van een gebouw te kunnen bepalen.

In hoofdstuk 9 van de norm NBN†EN†ISO 52000-1 en CEN ISO/TR†52000-2 wordt bekeken hoe normalisatie kan helpen om zowel inzicht te geven in het aantal kWh/m2 per jaar als hoe dit contextueel geplaatst moet worden. De mogelijke aanpak hiervoor wordt verder beschreven in de norm NBN†EN†ISO 52003-1 en het technisch rapport CEN†ISO/TR†EN 52003-2. Hierin worden verschillende aanpakken besproken, zoals het delen van de waarde tegen een referentiewaarde en een voorstel voor de indeling van de energielabel klassen (A t/m G).†

3. Omgaan met meerzone aanpak

De inflexibiliteit van de zone-indeling is een van de uitdagingen in het huidige EPB; het plaatsen van bijvoorbeeld een klein lokaal verwarmingstoestel in een laat stadium van het ontwerp, vraagt grote aanpassingen in de modellering van de energieprestatieberekening.

In de norm wordt voorgesteld om de zonering als derde stap in het proces te integreren (zie Figuur 1). Deze stap is onderdeel van de voorbereiding op de berekening samen met het bepalen van de interne gebruikscondities per 'building category' of 'space category' (stap 1) en de externe klimaatcondities (stap 2).

De uitdaging het indelen van een gebouw in zones is het bepalen van het juiste aantal zones en de uitwisseling van data tussen verschillende zones. Deze uitwisseling wordt van groter belang bij gebouwen met een hoge energieprestatie. De juiste indeling in zones is onder andere afhankelijk van het doel van de berekening.

De norm stelt voor zones te bepalen op basis van 10 stappen (zie NBN EN ISO 52000-1, H11). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende type zones, zoals 'thermal zones' (bijvoorbeeld verblijfsruimtes) en 'service areas' (bijvoorbeeld technische ruimtes). De stappen uit de methode kunnen of worden toegepast op basis van de gegeven parameters of per stap worden aangepast door de lidstaat volgens het template in Annex A.†

4. Building automation and control systems

In de herziening van de EPBD (2018) is naar voren gekomen dat gebouwautomatisering een belangrijke rol speelt in de energieprestatie van gebouwen. Dit roept ook de vraag op wat de optimale manier is om dit te integreren in het EPB door de rol van de gebruiker en de indirecte impact op energie efficiŽntie.

Volgens de NBN EN ISO 52000-1 is de belangrijkste rol van gebouwautomatisering in het EPB het vinden van de juiste balans tussen energie efficiŽntie en comfort. De beoordeling van deze wordt uitgevoerd op basis van 3 criteria; control accuracy (CA), control function (CF) en control strategy.

Control accuracy staat hierin voor de overeenstemming tussen de uiteindelijke controle variabele en de ideale waarde in het feedback controle systeem. Control function is de mate waarin de controller de taken kan uitvoeren. Dit wordt beoordeeld op basis van een categorisering van de mate van automatisering; D voor niet-energie efficiŽnt, C voor standaard, B voor advanced, A voor high-energy performance. Deze klassering is per technologie uitgewerkt. De control strategy is de mate waarin het systeem direct zijn doel kan bereiken. Daarbij wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt in direct, op basis van tijdinstelling of op basis van temperatuur. Gebouwautomatisering en controle systemen worden in de berekening meegenomen in de vierde stap van de methodiek voor de bepaling van energieprestatie (zie Figuur 1).†

Voor meer informatie over de optimalisatie van het EPB (EPB 2.0), klik hier.

De volgende stap: feedback uit de praktijk

De EPBD-normen zijn in 2017 herzien om ze meer geschikt te maken voor lokale toepassing. De volgende stap is nu de daadwerkelijke implementatie van de normen. De ervaringen uit de praktijk kunnen vervolgens worden gebruikt om de normen verder te finetunen.

Het EPB-center is in 2017 opgericht vanuit ISSO en REHVA met als doel lidstaten en andere stakeholders ondersteuning te bieden in de verdere implementatie van de EPBD-normen. Uit deze ondersteuning zullen zij ook een beeld kunnen vormen van de punten die nog in de normen besproken moeten worden. Agoria heeft een verkennende†studie geÔnitieerd om te bekijken op welke manier de kennis over de methode op uurlijkse basis in het EPB-PEB in BelgiŽ geÔntegreerd zou kunnen worden. Deze studie wordt door het EPB-center uitgevoerd en zal rond eind juni 2019 afgerond worden.

Voor antwoorden op veelgestelde vragen over de EPBD-normen, klik hier.

NBN EN ISO 52000-1 en CEN ISO/TR 52000-2: Rol werkgroep binnen het normalisatielandschap

De normen NBN EN ISO 52000-1 en CEN ISO/TR 52000-2 zijn onderdeel van de normenportfolio die wordt beheerd door de Europese normalisatie commissie CEN/TC371. Deze commissie is gericht op het ontwikkelen en beheren van normen voor de algemene bepaling van de energieprestatie van gebouwen. Momenteel beheert de commissie 4 normen, waarvan er twee in 2017 werden goedgekeurd. Twee normen rond de primary energy factor (PEF) zijn momenteel in ontwikkeling. Het Belgisch Spiegelcomitť E371 is de Belgische vertegenwoordiging van de CEN commissie met Agoria als voorzitter. Het NBN is de sector operator. De activiteiten van het Spiegelcomitť bestaan uit het stemmen, becommentariŽren en herzien van voorstellen voor (Europese) normen. Daarnaast heeft het Spiegelcomitť ook de mogelijkheid om een Belgische Annex of norm te ontwikkelen om bijvoorbeeld lokale parameters te definiŽren.

Wenst u meer informatie over de normen of annexen? Leden van Agoria kunnen lid worden van het spiegelcomitť E371. Voor meer informatie neem contact op met Ludo Vanroy (ludo.vanroy@agoria.be).

Meer weten over dit thema?

Op†woensdag 15 mei†vindt in Charleroi de tweede editie van het†R&S Event 'Reveal what's hidden'†van Agoria's expertisecentrum Regelgeving & Normalisatie plaats. Een van de parallelsessies is gewijd aan een verdere toelichting op de EPBD-normen en hoe deze normen gerelateerd zijn aan de EPB regelgeving. De voertaal is Frans, maar inhoudelijk zal deze sessie ongetwijfeld ook veel Nederlandstaligen aanspreken.†Klik hier om in te schrijven.

Noteer ook alvast dat de volgende Brusselse editie van het R&S Event gepland is op 10 oktober 2019.