De coronacrisis noopt tot strategische keuzes. Europa werkt aan een groene en digitale weg vooruit. Tegelijk denkt Europa na over zijn afhankelijkheid van het buitenland. Technologische soevereiniteit en het terughalen van productie uit het buitenland zijn onderwerp van discussie. Het doet vermoeden dat het nastreven van open markten en internationale handel tegengesteld is aan wat hierboven geschreven staat, maar niets is minder waar. Wil de relance echt slagen, hebben wij nood aan een gunstig investeringsklimaat in eigen land, een open en vlotte toegang tot andere markten en een stabiel internationaal handelsklimaat gebaseerd op internationaal afdwingbare rechtsregels.


Intelligente keuzes maken

Deze crisis stelt België en de EU voor verschillende keuzes. Die keuzes zullen de toekomst van de economische bedrijvigheid bepalen. Subsidies die wij vandaag toekennen en beleidskeuzes van ondernemers zullen economische effecten hebben op korte, middellange en lange termijn. Wat wij uitgeven en waaraan zijn geen onschuldige vragen. Wat willen wij morgen nog blijven produceren en waar willen wij verder op inzetten? Wat met onze voedselvoorziening?  Is de circulaire economie onze toekomst en wat hebben wij daarvoor nodig? Als we echt digitaal gaan, kunnen wij dan nog lang talmen met de uitbouw van een operationeel 5G-netwerk?

Als wij technologie innovatief inzetten, kunnen we zelfs de meest traditionele sectoren de 21ste eeuw binnenloodsen.

Zeker is dat als wij technologie innovatief inzetten, wij zelfs de meest traditionele sectoren de 21ste eeuw kunnen binnenloodsen. De landbouwsector is daar een schoolvoorbeeld van. Dankzij technologie is men in een aantal landen al jaren aan het experimenteren met “verticale landbouw”. Zonder de genetica van landbouwproducten te wijzigen, slaagt men erin, zonder overbemesting en zonder honderden hectaren landbouwgrond te gebruiken, groenten te telen op een manier waarbij 95% minder water wordt verbruikt. Het is een groen en digitaal verhaal en zonder twijfel de landbouwvorm van de 21ste eeuw. Welke subsidies willen wij dan aan onze landbouwers geven? Waarvoor en met welk doel voor ogen?

Een ander voorbeeld is dat van de zelfrijdende wagen. Het is denkbaar dat wij in de nabije toekomst een auto kunnen, maar niet meer hoeven te bezitten. Autodelen kan kostenefficiënter zijn en kan leiden tot minder druk op de weginfrastructuur. Bovendien kunnen ecologisch verantwoorde innovaties inzake aandrijflijnen sneller op de markt geïntroduceerd worden, aangezien wagens ook optimaler zullen worden gebruikt. Maar de kosten die gepaard gaat met de ontwikkeling van die toekomst nopen tot samenwerking over grenzen heen. Volkswagen werkt samen met Ford. Tesla werkt samen met Daimler. Volvo werd gekocht door Geely en JLR behoort tot Tata. Zelfs Uber, Google en Apple werken met partners samen aan autonoom rijdende wagens. Kortom, innovatiekosten en data moeten gedeeld worden en intellectuele eigendom moet meer dan ooit naar behoren beschermd worden over grenzen heen.

Innovatiekosten en data moeten gedeeld worden en intellectuele eigendom moet meer dan ooit naar behoren beschermd worden over grenzen heen.

EU-Mexico

Recent debatteerde het Waals Parlement over het gemoderniseerde associatieakkoord tussen de EU en Mexico. Het is een akkoord dat een belangrijk handelshoofdstuk bevat, maar ook de samenwerking tussen de EU en Mexico uitdiept inzake onderzoek en ontwikkeling, bescherming van intellectuele eigendom, mensenrechten, sociale en milieustandaarden, politiële en judiciële samenwerking. Nog voor de Europese Commissie de officiële teksten op haar website kon publiceren, was de Waalse assemblée er al van overtuigd dat dit akkoord de steun niet verdient. Daarmee dreigen wij een herhaling te krijgen van 2016, toen België als laatste instemde met de ondertekening van het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada. Dit is jammer, want net nu bedrijven hun waardeketens evalueren, toeleveranciers en afzetmarkten beoordelen en diversifiëren om risico’s te spreiden, dreigen wij een Belgische herhaling te krijgen van de CETA-saga.

Net nu bedrijven hun waardeketens evalueren, toeleveranciers en afzetmarkten beoordelen en diversifiëren om risico’s te spreiden, dreigen wij een Belgische herhaling te krijgen van de CETA-saga.

Mexico is nochtans een bijzonder partnerland. België is er de derde grootste Europese investeerder. Het is een open economie die leeft van haar meer dan 40 verschillende vrijhandelsakkoorden. Mexico is diep geïntegreerd in de Noord-Amerikaanse economie, maar Trump heeft met zijn nieuw (mercantilistisch) akkoord een gat gecreëerd dat door Europa kan worden opgevuld. Opportuniteiten voor de lucht- en ruimtevaart, de logistiek, de brede technologische industrie, de telecom, het toerisme en de digitale dienstverlening worden enkel versterkt indien dit akkoord wordt goedgekeurd. Het zal Europese producenten toelaten hun afzetmarkten te diversifiëren en nieuwe competitieve toeleveranciers te vinden buiten Zuidoost-Azië. Daarnaast is Mexico een netto-importeur van landbouwgoederen waardoor het land geen bedreiging vormt voor onze nog steeds op subsidies draaiende en weinig aangepaste landbouwsector. Mexico is ook een voorvechter van het klimaat als een van de meest bio-diverse landen ter wereld en het ondertekende alle basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Het is dus een partner die denkt en handelt zoals men dat in Europa doet.

Post-Covid-19 is er internationaal werk aan de winkel

Om de productie in Europa te bestendigen en de innovatie te ondersteunen, hebben wij partners nodig binnen, maar ook buiten de EU. Bovendien hebben wij uit de 20ste eeuw geleerd dat over grenzen heen samenwerken leidt tot een economische stabiliteit die de welvaart tot het hoogste niveau in de geschiedenis heeft getild. De toekomst kan nog welvarender zijn, maar de technologische innovaties nopen tot de uitwisseling van gegevens en de bescherming van intellectuele eigendom over grenzen heen. Digitale handel moet meer dan ooit omarmd worden en zelfs indien we inzetten op een circulaire economie is er aanvoer nodig vanuit alle hoeken van de wereld. Daarom is er nood aan een op moderne internationale rechtsregels gebaseerde vrijhandel. Daarom moet de Wereldhandelsorganisatie gemoderniseerd worden. Daarom is er nood aan een verlaging van de tarieven op milieuvriendelijke goederen. En daarom moeten bilaterale akkoorden, zoals met Mexico, gemoderniseerd worden om op die manier de handel van vandaag en morgen in goede banen te leiden om de welvaart die eruit voortvloeit te verzekeren.

België zal internationaal zijn of het zal niet zijn.

De oproep is duidelijk: er dient ook op lange termijn gedacht te worden. We mogen niet enkel achter ons kijken en moeten de huidige technologische ontwikkelingen voor ogen houden. Innovatie kost geld en een kleine economie als België, zonder kolonies van weleer, heeft geen kans op slagen in een verhaal van de-mondialisering. België zal internationaal zijn of het zal niet zijn. Daarom hebben wij, meer dan de VS of China, nood aan partners en partnerlanden. Dat doen we best via moderne internationale handelsregels met partners die gelijkaardig handelen.

Opinie van Kevin Verbelen, expert international trade, Agoria