Heeft uw bedrijf digitale activiteiten? Bent u met 3D-printing bezig? Stuurt u productie aan vanuit het buitenland? Stuurt u gegevens over landsgrenzen heen? Koopt u al eens online? Dan leest u best even aandachtig volgend artikel door.


Digitaal bestaan de landsgrenzen niet, of toch?

De voordelen van digitalisering zijn u wel bekend. Wie digitaal actief is, denkt niet na over landsgrenzen. Dat is logisch. Landsgrenzen zijn niet echt zichtbaar in de digitale omgeving. Toch zijn ze er. U vindt ze in de landencode achter uw websitenaam. Ze bestaan in de internationale toepassing van GDPR. Ze bestaan echter ook in de vorm van tarieven of taksen. Taksen op elektronische transmissies werden nooit geheven… tot nu.

Moratorium op taksen op elektronische overdrachten

Hoewel ze destijds nog niet wisten welke evolutie de digitale technologie zou doormaken, beslisten de leden van de Wereldhandelsorganisatie al in 1998 om een moratorium in te roepen tegen belastingen op elektronische transmissies. Dit wordt het "e-commerce moratorium" genoemd omwille van de duidelijke overdracht. Echter, gelet op de ontwikkelingen in de digitale handel wordt nu ook in het bijzonder gekeken naar 3D-printing. Bijgevolg zou de introductie van een elektronische overdrachtstaks zijn impact kunnen hebben op de verdere uitbouw van activiteiten in 3D-printing.

Einde van het moratorium in zicht

Het hierboven vermelde moratorium is niet permanent en moet om de 2 jaar vernieuwd worden. Tijdens de laatste Ministeriële Conferentie van de WTO in Buenos Aires in 2017 werd te elfder ure een akkoord gevonden met India, dat het moratorium wilde beëindigen als zijn eisen inzake landbouw niet werden ingewilligd. Het akkoord stelt dat het moratorium bij de volgende Ministeriële Conferentie eind 2019 moet vernieuwd worden. Echter, door omstandigheden is de volgende Ministeriële Conferentie uitgesteld tot juni 2020. Een moeizaam diplomatiek proces is momenteel aan de gang, waarbij India, Indonesië en Zuid-Afrika geen heil zien in een verlenging van het moratorium en waarbij anderen stellen dat de volgende Ministeriële Conferentie dan maar een beslissing moet nemen. Echter, daar stemmen India, maar vooral Indonesië (momenteel), niet mee in.

Een taks betekent economische schade

Verschillende studies wijzen uit dat de beperkte inkomsten uit een taks op digitale transacties niet opwegen tegen de economische verliezen. Echter, zowel India als Indonesië leggen die studies naast zich neer. Indonesië is er in het bijzonder van overtuigd dat een dergelijke taks net zal leiden tot meer lokale consumptie en dat in het bijzonder ontwikkelingslanden hierdoor kunnen vermijden grote belastinginkomsten te verliezen door de opkomst van 3D-printing. Andere ontwikkelingslanden denken na over een belasting op “3D-printing-inkt”. Het argument dat hier steeds doorweegt is dat 3D-printing jobs zal weghalen bij de ontwikkelingslanden ten voordele van de geïndustrialiseerde landen.

Digitale goederen of diensten?

In de EU wordt het zetten van software op een goed beschouwd als een dienst. Daarmee heeft de EU ook steeds binnen de WTO geprobeerd andere leden te overtuigen van het weinige nut dat een grensbelasting op een elektronische overdracht heeft. Men kan het immers niet als een goed definiëren. Echter, de VS houdt er een andere lezing op na, net zoals vele andere leden van de WTO. Zij spreken over “digitale goederen”. De EU heeft zichzelf nu in de voet geschoten door btw te heffen op bijvoorbeeld Netflix-abonnementen. Dat betekent dat de EU een Netflix-abonnement heeft geïdentificeerd als een goed waarop ze een belasting kan heffen nu ze de eindgebruiker heeft kunnen identificeren.

Doos van Pandora

Mocht het moratorium niet in stand gehouden worden, is het weinig denkbaar dat geen enkel land niet zou overgaan tot het instellen van taksen op elektronische transacties. Daarop zal vervolgens weer door andere landen gereageerd worden. De kans dat producten via elektronische weg duurder worden, is hierdoor niet uitgesloten.

Koffiedik kijken

De onderhandelingen lopen momenteel volop, maar noch de Belgische overheid, noch de Europese Commissie durven een uitspraak te doen over de uitkomst van die onderhandelingen. In het beste geval wordt tijd gewonnen tot de Ministeriële Conferentie van juni 2020, maar in het slechtste geval kunnen er al voor 1 januari 2020 tarieven op elektronische overdrachten worden ingevoerd door een aantal (ontwikkelings)landen.