In volle COVID-19-crisis waren ongeveer 1,3 miljoen mensen in ons land tijdelijk werkloos. Vandaag zijn er dat nog steeds enkele honderdduizenden. Om de tewerkstellingsgraad te verhogen, heeft de regering beslist om voor de maanden juni, juli en augustus 2020 te voorzien in een systeem van gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.


Om de tewerkstelling in de zwaar getroffen sectoren extra te ondersteunen, wordt voorzien in vermindering van de loonkost voor de maanden juni, juli en augustus 2020.

30 kalenderdagen tijdelijke werkloosheid

Om van deze regeling te kunnen genieten is vereist dat men gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 heeft gebruikgemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Een tijdelijke sluiting van een bedrijf, bijvoorbeeld wegens een week verplichte vakantie en zonder dat er sprake is van tijdelijke werkloosheid, lijkt er dus niet onder te vallen.

Het milderen van de loonkost zal gebeuren via het systeem van vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

Een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen moet worden begrepen als een periode van 30 opéénvolgende dagen, zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen inbegrepen. Bedrijven die ervoor gekozen hebben de impact voor hun werknemers te verkleinen door een alternerend systeem van tijdelijke werkloosheid in te voeren, kunnen ook gebruikmaken van de regeling. (bijvoorbeeld: week 1 : Paul is werkloos; week 2 : Paul heeft het werk hervat maar nu is Klara een week werkloos; de derde week is het aan Jacques om een week werkloos te zijn; week 4 is het de beurt aan Isabelle; week 5 : Paul is opnieuw werkloos =>in dit geval telt de onderneming wel degelijk 30 opeenvolgende dagen). Anders gezegd: het aantal dagen wordt op het vlak van de onderneming berekend en niet per werknemer, waarbij zijn bediende- of arbeidersstatuut van geen belang is. Een tijdelijke sluiting van een bedrijf, bijvoorbeeld wegens een week verplichte vakantie en zonder dat er sprake is van tijdelijke werkloosheid, lijkt dan weer niet binnen het toepassingsgebied te vallen.

Maand mei is referentieperiode voor de kost van de bedrijfsvoorheffing

De niet door te storten bedrijfsvoorheffing voor de betrokken werkgevers wordt berekend op basis van de totale kost aan bedrijfsvoorheffing van een referentieperiode, met name deze van de maand mei 2020.

Onder totale kost aan bedrijfsvoorheffing moet worden verstaan: de daadwerkelijk verschuldigde bedrijfsvoorheffing uit hoofde van een in artikel 273, 1°, WIB 92 bedoelde betaling of toekenning van belastbare bezoldigingen aan de werknemers.

Onder die belastbare bezoldigingen moet zowel voor de referentiemaand als de maanden juni, juli en augustus worden verstaan: de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, vastgestelde belastbare bezoldigingen van de werknemers met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. Bijgevolg komen ook opzegvergoedingen niet in aanmerking voor de toepassing van het belastingvoordeel.

Wat het vakantiegeld betreft, wordt enkel het dubbel vakantiegeld bedoeld. Voor bedienden is het enkel vakantiegeld immers de doorbetaling van het loon tijdens vakantiedagen. Voor arbeiders betaalt hun werkgever een sociale bijdrage aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). Vervolgens verdeelt de RJV deze over de verschillende vakantiekassen in België. De arbeider krijgt zijn vakantiegeld via de RJV of via het bevoegde vakantiefonds en dus niet van de werkgever.

De vrijstelling is gelijk aan 50 % van het verschil tussen enerzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor elke van de maanden juni, juli en augustus 2020 en anderzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen van de maand mei (m.n. de referteperiode).

Enkele voorbeelden geven verduidelijking.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

BV kost mei 2020: 1 000 euro

BV kost juni 2020: 1 500 euro

De niet door te storten bedrijfsvoorheffing over de maand juni 2020 bedraagt:

1 500 – 1 000 = 500 x 50 pct. = 250 euro

Voorbeeld 2

BV kost mei 2020: 1 000 euro

BV kost juli 2020: 1 800 euro

De niet door te storten bedrijfsvoorheffing over de maand juli 2020 bedraagt:

1 800 – 1 000 = 800 x 50 pct. = 400 euro

Voorbeeld 3

BV kost mei 2020: 1 000 euro

BV kost augustus 2020: 2 000 euro

De niet door te storten bedrijfsvoorheffing over de maand augustus 2020 bedraagt:

2 000– 1 000 = 1000 x 50 pct. = 500 euro

De totale vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ingevolge deze maatregel over de drie beoogde maanden samen mag echter nooit meer bedragen dan 20 miljoen euro.

De vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing wordt berekend op de massa verschuldigde bedrijfsvoorheffing die overblijft na de toepassing van alle andere maatregelen inzake niet doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Het voorbeeld hieronder maakt dit alles duidelijk.

Een werkgever stelt 10 onderzoekers tewerk en voldoet aan al de voorwaarden om aanspraak te maken op de nieuwe steunmaatregel.

Referentieperiode mei 2020

5 onderzoekers waren tewerkgesteld in het stelsel van tijdelijke werkloosheid; de ander 5 onderzoekers verrichten O&O.

Eerste aangifte BV

Code: 10

Belastbare inkomsten: 20 000 EUR

Verschuldigde BV: 7 500 EUR

Tweede aangifte BV

Code 33

Belastbare inkomsten: 20 000 EUR

Verschuldigde BV (80 % x 7 500 EUR): -6 000 EUR

Juni 2020

De 10 onderzoekers werken opnieuw en verrichten O&O.

Eerste aangifte BV

Code: 10

Belastbare inkomsten: 40 000 EUR

Verschuldigde BV: 15 000 EUR

Tweede aangifte BV

Code 33

Belastbare inkomsten: 40 000 EUR

Verschuldigde BV (80 % x 15 000 EUR): -12 000 EUR

Het bedrag van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing voor de maand juni 2020 bedraagt:

((15 000 EUR -12 000 EUR) – (7 500 EUR – 6 000 EUR)) x 50 % = 750 EUR

Wanneer de bedrijfsvoorheffing die de werkgever nog verschuldigd is na toepassing van alle andere maatregelen inzake niet-doorstorten van bedrijfsvoorheffing, onvoldoende is om het bedrag in mindering te brengen, kan het saldo worden overgedragen naar elk van de volgende periodes waarvoor bedrijfsvoorheffing verschuldigd is en daar in mindering worden gebracht.

Die overdracht is wel enkel mogelijk binnen hetzelfde kalenderjaar.

Uitsluitingsgronden

De vennootschap wordt uitgesloten van de maatregel wanneer zij een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering verricht of dividenden betaalt of toekent in de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020.

Met dividenden worden onder meer bedoeld: de gewone dividenduitkeringen, de verdeling ten gevolge van overlijden, uittreding of uitsluiting van een vennoot, de liquidatiebonus bij vereffening en de uitkering van liquidatiereserves. Onder kapitaalverminderingen moeten zowel de terugbetalingen van het gestort kapitaal als de terugbetalingen van met kapitaal gelijkgestelde bedragen worden verstaan. De uitgiftepremies en andere bedragen waarop wordt ingeschreven door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, andere dan inbrengen in nijverheid, ter gelegenheid van de uitgifte van aandelen of winstbewijzen, worden gelijkgesteld met het gestort kapitaal onder de in artikel 184, WIB 92 bedoelde voorwaarden. Verder wordt benadrukt dat bij de inkoop van eigen aandelen het moment van verkrijging van de eigen aandelen bepalend is voor de toepassing van deze bepaling en niet het moment waarop het dividend wordt geacht te zijn toegekend, in voorkomend geval op een latere datum overeenkomstig artikel 186, WIB 92. Elke vermindering of verdeling van het eigen vermogen wordt dus beoogd.

Ten tweede worden de vennootschappen uitgesloten die een deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs of die betalingen aan deze vennootschappen verrichten, behalve in het geval deze betalingen worden gerechtvaardigd op grond van het in dit ontwerp opgenomen artikel 194septies/1, § 3, 4°, WIB 92.

Voormelde regeling is goedgekeurd door de voltallige Kamer van Volksvertegenwoordigers, en werd op 23 juli 2020 gepubliceerd het Belgisch Staatsblad. Vanaf deze datum is de wet in werking getreden.

De Koning moet de toepassingsmodaliteiten nog vastleggen. Het gaat onder meer over het vastleggen van de bewijsregeling en de modaliteiten inzake de aangifte.


Coronavirus: blijf op de hoogte!

De verspreiding van het coronavirus (COVID-19) heeft een grote impact op de activiteiten van de Belgische technologiebedrijven. Onze Agoria-experts volgen de situatie m.b.t. de coronapandemie en beantwoorden al uw vragen over de maatregelen van de overheid. Volg hier onze dagelijkse updates.

Lees meer