Agoria was betrokken bij een onderzoek van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) over de effecten van videoconsultaties bij patiënten met een chronische lichamelijke aandoening. Het KCE stelde vast dat er vandaag geen wetenschappelijk bewijs is voor een verschil tussen videoconsultaties en ‘normale’ consultaties inzake effect op de gezondheid van de patiënten.


Tijdens de studie brak de coronacrisis uit, en werden de onderzoekers ingehaald door de realiteit. Consultaties op afstand via telefoon en beeldscherm werden plots overal toegelaten én terugbetaald, niet alleen in België, maar wereldwijd. Van dit momentum moet worden gebruikgemaakt om deze vormen van digitale zorg verder uit te bouwen. Niet om deze te vervangen, maar als een aanvulling op de klassieke consultaties. 

De afgelopen decennia maakten vele digitale technologieën opgang, ook binnen de zorg. Ze kregen vele benamingen: telehealth, teleconsultatie, telemonitoring, tele-expertise, e-health, mobile health, enz., en ook heel veel verschillende definities. Dankzij deze digitale zorg moeten zorgverleners en patiënten zich niet meer fysiek in dezelfde ruimte bevinden. Minder mobiele patiënten moeten zich niet meer verplaatsen, en het gevaar van overvolle wachtkamers en lange wacht- en reistijden wordt vermeden. 

In deze studie richtte het KCE zich specifiek op videoconsultatie tussen zorgverleners en patiënten met een chronische lichamelijke aandoening (bv. opvolgen van de patiënt bij hartfalen, beroerte, nierfalen, diabetes, chronische bronchitis (COPD), astma, reuma). Het KCE onderzocht de wetenschappelijke, internationale literatuur en ging na hoe videoconsultaties in Nederland en Frankrijk worden georganiseerd en terugbetaald. Daarnaast bevroeg het Belgische en buitenlandse stakeholders. 

Op basis hiervan, en op basis van de buitenlandse voorbeelden, zijn er wel voldoende aanwijzingen dat videoconsultaties voor chronische patiënten verder aangemoedigd kunnen worden. Daarom beveelt het KCE, net zoals Agoria, aan om een beleid te ontwikkelen voor (de terugbetaling van) videoconsultaties, en voor digitale zorg in het algemeen, en om dit stapsgewijs en weloverwogen in te voeren. Dit is ook in lijn met recente aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het stimuleringsbeleid van Frankrijk en Nederland.

Wanneer videoconsultaties nuttig kunnen zijn en welke voorwaarden er moeten vervuld zijn, moet nog bepaald worden. Eén van die voorwaarden is alleszins dat videoconsultaties alleen maar gebruikt kunnen worden na de geïnformeerde toestemming van de patiënt. De techniek en de apparatuur moeten goed functioneren, gemakkelijk te bedienen zijn en inpasbaar zijn in de gebruikelijke zorg. Daarnaast moeten zorgverleners en patiënten voldoende vaardigheden hebben (of aangeleerd krijgen) om ermee om te gaan. Mogelijk zullen sommige patiënten daarbij ondersteuning nodig hebben. Ook de criteria van goede praktijk die vandaag van toepassing zijn op face-to-face consultaties moeten worden vervuld, net als specifieke, nog te bepalen criteria voor digitale zorg. 

Het volledige rapport vindt u hier