In onze "Close Encounter"-interviews laten we u kennismaken met het menselijk kapitaal van de Agoria-community, en in het bijzonder met de mens achter de functie. Vandaag praten we met Kurt Ceuppens, oprichter en CEO van NVISO én kersvers voorzitter van Agoria Brussel. Welke waarden liggen hem nauw aan het hart? Welke ambities en zorgen heeft hij?


Een van de grote kwaliteiten van Kurt is waarschijnlijk zijn pragmatische ingesteldheid. Dat komt in elk geval naar voren in zijn antwoorden op onze tien vragen die toch een beetje 'anders' zijn. Een gesprek waarin we kennismaken met een gedreven werker met een positieve en open geest.

1. Hoe ziet u uw rol als voorzitter van de Directieraad van Agoria Brussel?

"In de eerste plaats wil ik Agoria Brussel en de andere leden van de Raad van Bestuur een frisse blik bieden om de belangrijke thema's voor de technologiebedrijven in Brussel en in België te helpen bepalen en richting te geven. Ik denk daarbij aan mobiliteit, innovatie, werkgelegenheid en de heroriëntatie van werknemers. Dat zijn ook heel belangrijke elementen voor NVISO. Concreet denk ik dat we de actiedomeinen op een rijtje moeten zetten en vervolgens prioriteiten bepalen, waarbij we vooral naar de industrie zelf moeten luisteren."

2. Waar ligt u momenteel wakker van?

"De machtsverschuiving van de Verenigde Staten naar China, met de geopolitieke spanningen die daaruit voortvloeien, en in dat kader ook de huidige machteloosheid van de EU als gevolg van de eeuwige discussies tussen lidstaten.

3. Hebt u bijzondere bewondering voor iemand?

"Peter Oyserman. In 2003 richtte hij samen met Jan Delaere en Luc Van Aelbroeck Delaware Consulting op. Ik bewonder Peter ten eerste omdat hij een internationaal bedrijf heeft opgebouwd dat vandaag niet minder dan 2.400 werknemers telt en bovendien stevig verankerd is in België! Ten tweede omdat Delaware Consulting in de grond is opgezet om te blijven bestaan, zelfs nadat de oprichters het bedrijf hebben verlaten. Het was niet de bedoeling om snel geld te scheppen door een Belgische parel te verkopen.

4. Wat zou u de komende drie jaar graag realiseren?

Het is nog heel vroeg om die vraag te beantwoorden, want ik heb deze rol nog maar pas op mij genomen en ik moet me ontwikkelen in deze functie. Toch wil ik vooral een positieve impact hebben op de belangrijke thema's die ik eerder heb vermeld. Voornamelijk door de experts en de specialisten bij Agoria uit te dagen en hen de juiste vragen te stellen over wat er in het veld gebeurt in onze technologiebedrijven, en in het bijzonder in snel groeiende ondernemingen. Zo moet personeel zich snel en voortdurend aanpassen. Dat is noodzakelijk en cruciaal, met name voor NVISO.  Daarom hebben wij bijvoorbeeld de Cyber Security Challenge gelanceerd (zie verder).  Maar dat vergt heel wat tijd en energie.

Ik wil ook het licht laten schijnen op de industrie. Tenslotte zijn ondernemingen de basis van ons economisch weefsel. We hebben dan ook de plicht om de oriëntatie van het economisch en sociaal beleid in Brussel en België mee te bepalen.

5. Wat is volgens u de interessantste technologie op dit moment?

Het Internet of Things, en vooral het potentieel van de technologie om de efficiëntie en de kwaliteit te verhogen van de industriële productie, de logistiek enz. En dus om concurrerend te blijven in België en in West-Europa.

6. Wat vindt u van de technologische ontwikkeling in België?

Ik vind dat in België fantastisch werk is geleverd op een aantal hightechdomeinen met hoge toegevoegde waarde. Wat mijn vakgebied betreft bijvoorbeeld, denk ik aan de werkzaamheden rond cryptografie van de KU Leuven en de werkgroep van Bart Preneel – de grondleggers van een van onze huidige industriële normen inzake encryptie en nu ook de initiatiefnemers van een beveiligde contract tracing-app om de strijd met COVID-19 in Europa en daarbuiten aan te gaan. 

Ik denk ook aan enkele andere spelers zoals Barco, Collibra en EVS , die dankzij hun technologische innovaties ook in het buitenland naam hebben gemaakt. Natuurlijk ga ik niet voorbij aan de verwerkende nijverheid, die heel belangrijk is, met bedrijven zoals Bekaert, dat omschakelt naar de geconnecteerde fabriek. Een bijzonder boeiend thema, overigens. Ik ben minder vertrouwd met de traditionele maakindustrie, maar in dat verband hoop ik veel uit mijn werk bij Agoria te halen.

Minder leuk is dan weer dat we technologische parels aan buitenlandse bedrijven hebben verkocht en dat we daardoor invloed verliezen omdat beslissingscentra worden verplaatst. En dat is nu net van cruciaal belang voor onze toekomst.

7. Wat is de belangrijkste les die u tijdens uw carrière hebt geleerd?

Dat een goede strategie belangrijk is, maar dat die vaak wordt overschat. Volgens mij zijn ondernemingen die sterk zijn in de uitvoering van hun strategie vaak net de ondernemingen die het verschil maken. Het vergt voortdurende inzet en focus. Het is mooi om een strategie en een visie te hebben, maar wendbaarheid is heel belangrijk. Ons doel bij NVISO bijvoorbeeld is om een grote speler inzake cyberveiligheid te worden voor ondernemingen. Die algemene strategie is mettertijd nauwelijks veranderd, maar ieder jaar stellen we wel onze prioriteiten bij en concentreren we ons op de praktische uitvoering ervan.

8. Wat zijn de grootste uitdagingen op uw domein?

Het nodige personeel vinden en in huis houden.  In 2015 hebben we de Cyber Security Challenge gelanceerd. Sinds vorig jaar organiseren we die challenge ook in Duitsland, waar we snel mensen hebben kunnen aantrekken – sneller dan in België – maar ik moet erbij zeggen dat we hebben geprofiteerd van onze Belgische ervaring. Zie ook:

www.cybersecuritychallenge.be

www.cybersecurityrumble.de

9. Voor welk gespreksonderwerp hebt u altijd belangstelling tijdens een evenement?

In de categorie 'ernstige' onderwerpen: een economische strategie voor België en "hoe blijven we relevant in de toekomst?"

En als het wat minder ernstig mag, heb ik het altijd graag over muziek en film!

10. Wanneer hebt u voor het laatst uw mening moeten herzien?

Dat was in verband met telewerk. Zes maanden geleden had ik niet gedacht dat een groot deel van onze activiteit overeind zou blijven als massaal zou worden getelewerkt (zoals we nu wel moeten als gevolg van het coronavirus): ik kan onze telecomoperatoren alleen maar bedanken! De grenzen van telewerk zijn nu wel heel duidelijk geworden: zo is telewerk prima om geconcentreerd te werken. Maar voor moeilijke en efficiënte besprekingen met verschillende personen is het al veel minder geschikt.