Het is duidelijk dat de hele Europese economie ernstig wordt verstoord. Gelet op de omstandigheden heeft de Europese Commissie een tijdelijk kader gecreëerd dat de lidstaten maximale flexibiliteit moet bieden om hun economie te ondersteunen.


Lees hier de officiële communicatie van de Europese Commissie over het tijdelijk kader, dat op 19 maart werd goedgekeurd.

Tijdelijke kaderregeling betreffende staatssteun

De tijdelijke kaderregeling betreffende staatssteun om de economie te ondersteunen in de context van de COVID-19-epidemie erkent dat de hele Europese economie ernstig wordt verstoord.

Om daar wat aan te doen, voorziet de tijdelijke kaderregeling in vijf types steun (zie voorwaarden):

  1. Rechtstreekse subsidies, selectieve fiscale voordelen en voorafbetalingen: De lidstaten zullen regelingen kunnen opzetten waardoor ze tot 800.000 euro kunnen toekennen aan een onderneming zodat deze het hoofd kan bieden aan dringende liquiditeitsbehoeften.
  2. Staatswaarborgen voor leningen van ondernemingen bij banken: De lidstaten zullen staatswaarborgen kunnen toekennen om te garanderen dat de banken leningen blijven toekennen aan klanten die dat nodig hebben.
  3. Gesubsidieerde overheidsleningen voor ondernemingen: De lidstaten zullen ondernemingen leningen kunnen toekennen tegen een gunstige rentevoet. Die leningen kunnen de ondernemingen helpen om hun onmiddellijke behoeften inzake bedrijfskapitaal en investeringen te dekken.
  4. Waarborgen voor de banken die de staatssteun naar de reële economie leiden: Sommige lidstaten willen de bestaande kredietverleningscapaciteit van de banken vergroten en de banken inzetten als kanaal om de ondernemingen – en in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen - te ondersteunen. In de kaderregeling wordt duidelijk bepaald dat deze steun wordt beschouwd als rechtstreekse steun aan de klanten van de banken en niet aan de banken zelf en worden krijtlijnen uitgezet m.b.t. de manier om ervoor te zorgen dat de concurrentie tussen de banken minimaal wordt verstoord.
  5. Exportkredietverzekering op korte termijn: De kaderregeling voert aanvullende flexibiliteit in m.b.t. de manier om aan te tonen dat bepaalde landen geen verhandelbaar risico zijn, waardoor de Staat indien nodig een exportkredietverzekering op korte termijn kan verstrekken.
  6. Steun voor R&D i.v.m. COVID-19: de lidstaten kunnen steun toekennen in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugvorderbare voorschotten of fiscale voordelen ten gunste van R&D in verband met COVID-19
  7. Investeringssteun voor test- en ontwikkelingsinfrastructuur: de lidstaten kunnen steun toekennen in de vorm van rechtstreekse subsidies, fiscale voordelen, terugvorderbare voorschotten en verliesdekkingswaarborgen ter ondersteuning van investeringen voor de bouw of de aanpassing van infrastructuur die noodzakelijk is om producten i.v.m. COVID-19 te ontwikkelen en te testen, tot de industriële uitrol wordt gestart
  8. Investeringssteun voor de fabricage van producten i.v.m. COVID-19: de lidstaten kunnen steun toekennen in de vorm van rechtstreekse subsidies, fiscale voordelen, terugvorderbare voorschotten en verliesdekkingswaarborgen ter ondersteuning van investeringen met het oog op de fabricage van nuttige producten in de strijd tegen het coronavirus
  9. Steun in de vorm van uitstel van betaling van belastingen en heffingen en/of sz-bijdragen: om de liquiditeitskrapte waarmee ondernemingen als gevolg van de coronacrisis kampen te temperen en de werkgelegenheid te beschermen, kunnen de lidstaten gericht uitstel van betaling van belastingen en heffingen en van sz-bijdragen toekennen aan sectoren, regio's of types ondernemingen die bijzonder zwaar door de pandemie worden getroffen
  10. Steun in de vorm van loonsubsidies ten gunste van werknemers om ontslagen tijdens de COVID-19-besmettingsgolf te voorkomen: de lidstaten kunnen bijdragen in de loonkosten van ondernemingen in sectoren of regio's die het meest onder de COVID-19-besmettingsgolf hebben geleden en die personeel hadden moeten ontslaan indien steun zou zijn uitgebleven.

Het tijdelijke kader omvat een aantal waarborgen. Zo worden gesubsidieerde leningen of waarborgen aan ondernemingen gekoppeld aan de omvang van hun economische activiteit op basis van de loonsom, de omzet of de liquiditeitsbehoeften en aan het gebruik van overheidssteun voor bedrijfs- of investeringskapitaal.

Context

De Commissie herinnerde er in haar mededeling van 13 maart aan dat de EU-regels inzake staatssteun de lidstaten de mogelijkheid bieden om maatregelen te nemen ter ondersteuning van burgers en ondernemingen, en in het bijzonder kmo's, die kampen met economische moeilijkheden als gevolg van de COVID-19-epidemie. Die regels moeten er ook voor zorgen dat de staatssteun efficiënt wordt aangewend ten gunste van ondernemingen in nood en moeten tegelijk de cohesie van de EU vrijwaren (door een verstoring in het voordeel van lidstaten met de meeste financiële middelen te voorkomen).

Ter herinnering: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbiedt in principe dat overheden steun verlenen aan ondernemingen, behoudens uitzonderingen. Als staatssteun wordt toegestaan, moet deze vooraf worden aangemeld bij de Commissie, die vervolgens haar goedkeuring moet geven opdat de steun daadwerkelijk kan worden verleend. Op dit aanmeldingssysteem bestaan ook enkele uitzonderingen.

Maatregelen van toepassing op alle ondernemingen

De lidstaten kunnen beslissen om maatregelen te nemen die op alle ondernemingen van toepassing zijn, bijv. loonsubsidies en opschorting van betaling van de vennootschapsbelasting en de belasting over de toegevoegde waarde of sociale bijdragen. Met die maatregelen kan de financiële druk op de ondernemingen direct en doeltreffend worden verlicht. Deze maatregelen zijn niet onderworpen aan het toezicht op staatssteun en de lidstaten mogen ze onmiddellijk invoeren, zonder tussenkomst van de Commissie.

Bijstand aan consumenten

De lidstaten kunnen consumenten rechtstreeks financiële bijstand verlenen, bijv. voor geannuleerde diensten of tickets die niet door de betrokken organisaties worden terugbetaald. Ook deze maatregelen zijn niet onderworpen aan het toezicht op staatssteun en de lidstaten mogen ze onmiddellijk invoeren, zonder tussenkomst van de Commissie.

Liquiditeitsbehoeften en steun aan ondernemingen die worden bedreigd door een faillissement

De regels inzake staatssteun (op grond van artikel 107, paragraaf 3, punt c) van het VWEU) bieden de lidstaten de mogelijkheid, onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie, om tegemoet te komen aan acute liquiditeitsbehoeften en om ondernemingen die met een faillissement worden bedreigd als gevolg van de COVID-19-epidemie te ondersteunen.

Vergoeding van ondernemingen voor schade veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen

Artikel 107, paragraaf 2, punt b) van het VWEU biedt de lidstaten de mogelijkheid, onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie, om ondernemingen te vergoeden voor schade veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen, zoals de schade die wordt veroorzaakt door de COVID-19-epidemie. Dit omvat maatregelen om ondernemingen te compenseren in sectoren die bijzonder zwaar worden getroffen (bijv. vervoer, toerisme en hotels) en maatregelen om organisatoren van geannuleerde evenementen te vergoeden voor de geleden schade als gevolg van de epidemie.

… of om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen

De Europese Commissie was op 13 maart al van mening dat de toestand in Italië van dergelijke aard en omvang was dat een beroep mocht worden gedaan op artikel 107, paragraaf 3, punt b), waardoor de Commissie aanvullende nationale steunmaatregelen kon goedkeuren om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen. In die context is donderdag 19 maart de tijdelijke kaderregeling betreffende staatssteun goedgekeurd.

De-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013) en Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 651/2014)

Krachtens de de-minimisverordening is bepaalde overheidssteun die aan een onderneming wordt toegekend en die over een periode van drie jaar een plafond van 200.000 euro niet overschrijdt, geen staatssteun (tenzij deze wordt uitgesloten). In de Algemene Groepsvrijstellingsverordening van 2014 worden bepaalde categorieën van staatssteun vrijgesteld van de verplichting om vooraf te worden aangemeld bij de Commissie wanneer de betrokken steun niet van aard is dat de mededinging op de eengemaakte markt wordt vervalst. 


<