België mag zich gerust een internationale koploper noemen in de ranking van landen die door middel van nucleaire technologie belangrijke maatschappelijke behoeften willen invullen zoals energievoorziening, kankerbestrijding, veredeling van landbouwgewassen, bestrijding van insectenplagen of voedselveiligheid. Dat bleek eens te meer tijdens de General Conference van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), van 16 tot 20 september in Wenen.


De Belgische vertegenwoordiging (Agoria voor de nucleaire technologiebedrijven, het SCK-CEN voor het nucleaire onderzoek) was op de GC 2019 aanwezig met een stand ter promotie van de Belgische nucleaire competenties in domeinen als:

  • (Research) Reactor Services en Reactor Technology (met inbegrip van operationele support, upgrades, life time extension, training, etc.),
  • Decommissioning and Radwaste Management (waaronder technologie voor nucleair afvalbeheer, met inbegrip van transport, safety en site security),
  • Radiation Applications in Healthcare (technologie voor nucleaire diagnostiek en therapie).

Hoofdthema van de GC 2019 was de ontwikkeling van nucleaire geneeskunde. Deze tak van de geneeskunde zit wereldwijd enorm in de lift, dankzij zijn sterke resultaten en mooi toekomstpotentieel.

Rad4Med, een Belgisch netwerk van (vooral Waalse) bedrijven en instituten in de radiogeneeskundige branche, organiseerde ter gelegenheid van het jaarthema “radiogeneeskunde” de druk bijgewoonde side session“Nuclear Medicine from the Lab to the Patient: Innovative and Proven Highlights of Belgian Contributions to Nuclear Medicine”. Daar werden typische voorbeelden van innovatieve Belgische  technologiebedrijven en instellingen in de schijnwerpers geplaatst. Zo stonden op het programma o.a. presentaties door IRE/IRE-ELiT, IBA, ANMI, Dosevue, Molecubes, Bordet, SCK-CEN.

Een druk bijgewoond seminar met voorbeelden van nucleaire technologie van Belgische bedrijven en instituten. Jean-Michel Geets van lidbedrijf IBA (rechts) geeft toelichting bij de nieuwste generatie cyclotrons voor geneeskundige toepassingen.

Belgische Ambassade in Wenen als lokale IAEA-steun en hub voor onze nucleaire industrie    

Ghislain D’Hoop, de Belgische Ambassadeur in Wenen, speelde eens te meer een sleutelrol bij het vlotte verloop van de verschillende activiteiten tijdens de GC 2019.

Hij en zijn ambassadeteam waren actief betrokken bij de voorbereiding van de plenaire zitting, officiële speech en de vele andere (vaak politiek getinte) nucleaire thema’s en overlegmomenten die ons land aanbelangen. Ook steunde hij van meet af aan het idee om samen met België (Agoria en SCK-CEN), Italië en Finland een eerste gezamenlijke Europese nucleaire stand in te richten en bilaterale gesprekken te organiseren tussen Belgische en buitenlandse delegaties.

Bij de opening van deze Europese nucleaire stand verdedigde D’Hoop vurig en met een stevige vleug humor de Belgische nucleaire competenties. Na afloop werd de volledige Belgische delegatie bij de Ambassadeur en zijn vrouw op de Residentie uitgenodigd voor een buffet en networking moment onder de Belgische delegatieleden.        

Officiële opening en promotie van de Belgische stand door Ambassadeur Ghislain D’Hoop,
dagelijkse info aan bezoekers en netwerking op de Belgische Ambassade in Wenen.

Het mag gezegd worden dat de Belgische Ambassade in Wenen al sinds jaren een actieve en betrouwbare partner is voor Agoria en het SCK-CEN, hetzij als officiële antenne naar de UN-instellingen en het IAEA toe, maar anderzijds als pied-à-terre voor Belgische bedrijven en instellingen die zich op de brede internationale nucleaire markten willen begeven.

Nieuwe ontwikkelingen inzake nucleaire energie

Verschillende landen in volle ontwikkeling hebben intussen de zeer positieve balans gezien tussen voor- en nadelen van nucleaire energiebevoorrading. Die laatste behoort nog steeds tot de veiligste energieproductiemethodes ter wereld. Net zoals bijvoorbeeld de luchtvaart, is de nucleaire industrie immers een van de meest gecontroleerde sectoren ter wereld.

Milieurampen met kernenergie zijn zeldzaam. Chernobyl was een gevolg van menselijke fouten binnen een systeem waar politiek primeerde op veiligheid en expertise. In het geval van Fukujima was de oorzaak een technische onvolkomenheid in omstandigheden van zeer uitzonderlijk natuurgeweld. In ieder geval is het zo dat elk ongeluk in de nucleaire sector, hoe uitzonderlijk ook, wordt aangegrepen om diepgaand onderzoek te verrichten. Dat leidt dan steevast tot operationele of ontwerptechnische verbeteringsmaatregelen die deze industrie steeds verder laten evolueren in de richting van absolute veiligheid.    

De meeste nucleaire nieuwbouwprojecten voor energieproductie zijn momenteel gesitueerd in Azië en het Midden-Oosten, waar landen zoals China of Bangladesh in nucleaire energiecentrales investeren om de economische groei en energiebehoeften van hun land te ondersteunen. Spectaculair in dit verband zijn ook de jaarlijkse vorderingen in de bouw van het gloednieuwe kernpark van de Verenigde Arabische Emiraten. Daar staan maar liefst vier nieuwe kerncentrales in de steigers, “on time” en “on schedule”. Het gaat om Koreaanse technologie, maar alle handleidingen en opleidingen zijn in het Engels.

De Europese nucleaire industrie, die door gebrek aan nieuwe investeringen in eigen regio het leiderschap dreigt te verliezen in deze sector, kijkt een beetje afgunstig naar de “boom” van ultramoderne kerncentrales in het Midden- en Verre Oosten. Niet onterecht, want die landen pikken razendsnel de moeizaam opgebouwde Europese, Russische en Amerikaanse nucleaire technologie en kennis op, om deze vervolgens om te zetten tot energiehefbomen waarmee ze het Westen economisch beconcurreren.

Kernenergie stelt deze landen immers in staat om grote capaciteiten van betrouwbare stroom (24/7) in te zetten voor hun snelgroeiende economie, en tegelijk hun importafhankelijkheid van fossiele brandstoffen te beperken en de uitputting van goedkoop ontginbare fossiele voorraden tijdig op te vangen. 

Kleinere en flexibele kerncentrales: een nieuwe adem?

Verschillende landen denken vandaag ook grondig na over de integratie van nucleaire centrales in markten die kleinere capaciteiten en méér flexibiliteit vergen vanwege de toename van variabele non-dispatchable productiecapaciteiten op het net.

Bedenk bijvoorbeeld dat elektriciteitsproductie ook moet kunnen gegarandeerd worden als de grote windparken bij slechte weersomstandigheden ongepland weinig stroom produceren. Maar denk ook aan de vele processen die thermische processen en warmte vergen en waarvoor elektrificatie van het proces te veel energieverlies zou betekenen.

In die niche kunnen bijvoorbeeld ‘high temperature’-reactoren een rol spelen, nl. om door middel van thermochemie koolstofvrij waterstof aan te maken, en dit met een veel hoger rendement dan via de gekende elektrolyse met stroom uit bijvoorbeeld hernieuwbare energiebronnen het geval is.        

Zo neemt in verschillende landen de belangstelling voor de ontwikkeling van Small Modular Reactors toe. Door seriefabricage van gestandaardiseerde componenten in ateliers (in plaats van op de werf) zou men hiermee een nieuwe markt kunnen aanboren, die ontstaat door de plannen voor een energiesysteem met veel méér variabele hernieuwbare energie, in combinatie met beter controleerbare energie.

Momenteel lopen er in de wereld tientallen ontwikkelingsprojecten voor de bouw van kleine, ultraveilige kerncentrales. Zo heeft EDF op de GC 2019 zijn ambitie voor een Frans SMR-project gelanceerd, via de nieuwe cluster Neward (een samenwerking tussen het Franse CEA, EDF, Naval Group en TecnicAtome). 

Canada wil dan weer gebruikmaken van kleine nucleaire centrales in de mijnbouw, en Rusland heeft zijn drijvende kerncentrale, de Academic Lomonosev, intussen aangemeerd in Pevek. Japan heeft dan weer zijn ‘high temperature’-reactor van onder het stof gehaald omdat die een energetisch veel interessantere optie biedt voor de fabricage van waterstof dan de gekende power-to-gas-methode die gebaseerd is op een elektrolyse die gebruikmaakt van elektriciteit.      

In Rusland is de drijvende kerncentrale “Academic Lomonosov” -afgeleid van de compacte kernreactoren die gebruikt worden voor de aandrijving van ijsbrekers- in Pevek aangekomen. De Academic Lomonosov zal er deze afgelegen stad in Noord-Siberië gedurende vele jaren van stroom voorzien zonder dat er tussentijds nieuwe splijtstofbevoorrading nodig is.
Frankrijk van zijn kant heeft een consortium opgericht, NUWARD, om een nieuw type van kleine kernreactor op de markt te brengen.
Japan
kondigde op een drukke sessie aan zijn hoge-temperatuurreactor van onder het stof te halen voor een koolstofvrije waterstofproductie.       

Ontmanteling van nucleaire installaties en Agoria’s bedrijvencluster ABCD

Intussen stijgt zowel in eigen land als elders de behoefte aan technologie en competenties om oudere nucleaire installaties te kunnen ontmantelen. Dat laatste is nodig omdat installaties aan vervanging toe zijn, omdat ze plaats moeten maken voor nieuwbouw of omdat politiek beslist wordt om af te zien van de voordelen van kernenergie.

Met de ontmantelingsmarkt van nucleaire installaties zijn trouwens zéér vele miljarden aan zowel hoogtechnologische als conventionele business gemoeid. Agoria heeft daarom het ABCD-cluster (Advanced Belgian Competences in (nuclear) Decommissioning) opgericht: een cluster van bedrijven dat Belgische bedrijven in deze markt wil laten samenwerken en ze internationaal wil promoten zodat ze maximaal kunnen deelnemen aan ontmantelingsprojecten.

Diverse unieke innovatieve technologieën in dit domein worden trouwens in ons land ontwikkeld door onze ledenbedrijven. Enkele voorbeelden:

    • Verwerking hoogradioactief splijtstofafval

Lidbedrijf Inductotherm stond decennia geleden mee aan de wieg van een uniek smeltproces, dat vandaag nog steeds op industriële schaal gebruikt wordt in de splijtstof-opwerkingsfabriek van La Hague. Deze techniek komt erop neer dat schadelijke hoogradioactieve reststoffen van de chemische recyclage voor kernbrandstof worden verwerkt via een inerte glasmatrix (borosilicaatglas) die in een inox container wordt gegoten, waarin het glas vervolgens stolt, en die dan later geologisch veilig kan worden geborgen.

    • Stralingsbestendige elektronica voor robots en camera’s

Lidbedrijf Magics Tech ontwikkelt elektronische componenten die extreem stralingsbestendig zijn (tot 5 MegaGrey, uniek in de wereld). Die kunnen bijvoorbeeld in robotsystemen en camera’s worden ingebed om inspecties of operaties toe te laten in hoogstralende omgevingen, zoals in de nabijheid van de gesmolten reactorkernen van Fukujima.

    • Nucleaire decontaminatie met laserlicht

Lidbedrijf Netalux heeft een business ontwikkeld voor de behandeling van allerlei oppervlakken met laserlicht, hetzij om oppervlakken te reinigen en klaar te maken voor een goed hechtende coating, maar ook om nucleair gecontamineerde oppervlakken via laserlicht en zonder secundaire afvalstoffen (denk daarbij aan de techniek van zandstralen) te kunnen ontsmetten. Netalux heeft deze technologie intussen al met positief resultaat uitgetest in Chernobyl.