Momenteel wordt de energieprestatie van een gebouw in het energieprestatiebeleid (EPB) bepaald op maandelijkse basis. Op vraag van Agoria heeft het EPB-Center een onderzoek verricht naar de mogelijkheden om de EPB-methodiek op uurlijkse basis te laten rekenen. Het toepassen van de uurlijkse methode biedt een mogelijke oplossing om de integratie van innovatieve bouwtechnologie in het energieprestatiebeleid (EPB) te vereenvoudigen.


Download het studierapport (inloggen vereist) 

Combinatie van de maandelijkse en uurlijkse methode

Als basis voor de studie maakte het EPB-Center gebruik van de norm NBN EN ISO 52016-1, die onder andere een berekening voor energiebehoefte voor de verwarming en koeling van gebouwen beschrijft. Met name voor bouwtechnologieën kan het detailniveau een belangrijke impact hebben op de nauwkeurigheid van de uiteindelijke energieprestatie. Dit wordt belangijker naarmate de energieprestatie van een gebouw hoger is. De meeste energieprestatiemethodieken rekenen momenteel op maandelijkse basis. De norm NBN EN ISO 52016-1 biedt daarom de mogelijkheid om de maandelijkse en uurlijkse methode te combineren om op deze manier de implementatie te vereenvoudigen. Een aantal Europese landen is hier inmiddels mee gestart. 

Inrekening in zones

Voor de bepaling van de energieprestatie van een gebouw wordt er gebruik gemaakt van een indeling van zones. Een veelgestelde vraag over de uurlijkse methode is hoe de resultaten per zone samengevoegd kunnen worden; via optelling of thermische koppeling. De laatste optie betekent dat er ook rekening wordt gehouden met de warmte uitwisseling tussen ruimtes. Een nadeel hiervan is dat de benodigde temperaturen van de aanliggende ruimtes niet altijd eenvoudig te bepalen zijn. De impact op de berekening is daarnaast verwaarloosbaar; ook in simulatieprogramma’s worden zones daarom apart gekoppeld en niet thermisch. Het komt uiteindelijk neer op ongeveer dezelfde uitkomsten. Optelling lijkt dus de meest voor de hand liggende optie. 

Rol in de vereenvoudiging van de EPB methodiek

In de uurlijkse methode wordt het gedrag van bouwtechnologie in de berekening gemodelleerd via algoritmes in plaats van de correctiefactoren in de maandelijkse methode. Correctiefactoren moeten worden vastgelegd in de regelgeving; hierdoor kan de opname van innovatieve producten veel tijd in beslag nemen. Door gebruik te maken van de uurlijkse methode is het vastleggen van aparte correctiefactoren in principe niet meer nodig. Dit komt niet doordat er geen correctiefactoren meer van toepassing zijn, maar omdat het effect ervan verwaarloosbaar is. Integratie van de uurlijkse methode zou daarom in theorie zeker kunnen leiden tot een verkorting van de integratietijd van innovatieve producten. 

Volgende stappen

De resultaten van de studie tonen aan dat een toepassing van de uurlijkse methode zeker kan resulteren in een lagere resulterende energiebehoefte. Er moet echter nog een vergelijking met de Belgische EPB methodiek gemaakt worden om te kunnen beoordelen hoe groot de impact op de energieprestatie is. Een moeilijkheid hierin is om te kunnen beoordelen in hoeverre de parameters uit beide berekeningen overeenkomen. Als volgende stap wordt daarom bekeken in hoeverre het mogelijk is om een aantal business cases uit te werken waarin beide methodieken kunnen worden vergeleken.

Meer informatie? Klik hier voor een volledige beschrijving van de resultaten van de studie.