De onderhandelingen tussen de federaties van producenten van elektrische apparatuur en de Brusselse administratie voor leefmilieu over een voorstel van nieuwe milieubeleidsovereenkomst betreffende afgedankte elektrische apparatuur zijn in juli afgerond.


Voor Agoria gaat het om een evenwichtige tekst (zie bijlage) waardoor de continuïteit van de operaties de komende vijf jaar kan worden gegarandeerd en die de producenten en Recupel voldoende autonomie biedt om hun verplichtingen te vervullen. Wij zullen dan ook onze formele instemming geven aan het Gewest, dat ook zijn eigen goedkeuringsprocedure (waaronder een openbaar onderzoek) heeft gelanceerd. Daarom verzoeken wij u om uw vragen of opmerkingen uiterlijk tegen 7 december mee te delen. 

Context 

Een milieubeleidsovereenkomst is een 'contract' waarin de verplichtingen van de partijen (producenten/importeurs via Recupel en het Brussels Gewest) in het kader van de terugnameplicht gedetailleerd worden vastgelegd. De overeenkomst bindt de leden van de ondertekenende federaties. 

Dankzij de overeenkomst kan ook het beheersorgaan (Recupel) dat belast is met afgedankte elektrische apparatuur worden 'erkend'. In de overeenkomst staat ook dat "de ondertekening van het toetredingscontract en de regelmatige betaling van de verschuldigde milieubijdragen door de producent een waarborg vormen voor de financiering van het gepaste beheer van de AEEA in de zin van artikel 2.4.57 van het besluit" (van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het beheer van afvalstoffen). 

De laatste milieubeleidsovereenkomst in het Brussels Gewest dateert van februari 2012 (2012-2017). 

Onderhandelingen 

In totaal waren tussen februari en juli zeven vergaderingen nodig om te onderhandelen over de 22 pagina's van de overeenkomst en deze te finaliseren. 

Het Brussels Gewest heeft de lijn gevolgd van Brudalex (besluit betreffende afvalstoffenbeheer waarmee de WEEE2-richtlijn wordt omgezet), het Europees pakket "Circulaire Economie", het Gewestelijk Programma voor Circulaire Economie (GPCE) en het Gewestelijk Hulpbronnen- en Afvalbeheerplan (HABP). De prioriteiten van het Gewest waren de volgende: 

  • het inzamelpercentage verhogen (dat is in het Brussels Gewest nl. lager dan in de andere gewesten)
  • de filière van de voorbereiding voor hergebruik (of zelfs van ontmanteling) ontwikkelen
  • het bestuur van de regulator en de verantwoordelijkheid van Recupel "moderniseren" 

Agoria en de federaties van producenten werden geleid door de volgende principes: 

  • uitgaan van de huidige goede resultaten (en verbeteren wat moet, rekening houdend met de technische en economische haalbaarheid)
  • de autonomie van de producenten respecteren (bepaling van de in te zetten middelen om de wettelijke doelstellingen te bereiken) bij de toepassing van hun terugnameplicht
  • de coherentie van het werkingskader van Recupel tussen Brussel en de overige twee gewesten behouden of zelfs vergroten.

 Belangrijke elementen van het voorstel van overeenkomst 

  • Inzameldoelstellingen: verhoging met 50% tegen 2022 (t.o.v. het aantal ton in 2017 : 4,44 Kg ) en onderzoek naar de objectieve redenen voor de ondermaatse prestaties in het Brussels Gewest
  • Doelstellingen inzake voorbereiding voor hergebruik: verhoging met 50% tegen 2022 (t.o.v. het aantal ton in 2017 : 103 t)
  • Organisatie van een jaarlijks discussieforum met de andere actoren (met inbegrip van de vertegenwoordigers van de sociale economie en verbruikers- en milieuorganisaties)
  • Organisatie van een follow-upcomité met het Gewest om met name initiatieven voor innovatief en lokaal (in het Brussels Gewest) beheer van de AEEA-inzameling te bespreken
  • Nadruk op hergebruik en voorbereiding voor hergebruik: informatie voor wie AEEA heeft (art. 20), nadere regels (art. 21) en 'bewarende' inzameling (art. 23)
  • Rapportering van alle actoren: Recupel stelt het Gewest een geïnformatiseerd systeem ter beschikking waarmee de gegevens van alle operatoren kunnen worden verzameld (art. 32)
  • 'Visible fee': de Recupel-bijdrage moet apart op facturen worden vermeld en moet netto worden doorberekend in de verhandelingsketen. Die verplichting wordt echter facultatief voor ICT-apparatuur (art. 34).
  • Financiering/reserve: Recupel moet de nodige maatregelen nemen om de financiële reserves over de duur van de overeenkomst te verminderen (art. 36).