Bepaling nettoreferteloon in geval van voltijds brugpensioen | Agoria

Bepaling nettoreferteloon in geval van voltijds brugpensioen

Published on 06/05/08

De aanvullende vergoeding die de ex-werkgever verschuldigd is in geval van voltijds brugpensioen wordt berekend op basis van een zogenaamd nettoreferteloon. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering.

Cao 17 van 19 december 1974 bepaalt dat voormeld nettoreferteloon gelijk is aan een begrensd brutomaandloon verminderd met de persoonlijke SZ-bijdrage en de bedrijfsvoorheffing. Deze cao stelt verder nog dat bij de berekening van het nettoreferteloon geen rekening wordt gehouden met de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.

Sindsdien zijn nieuwe SZ- en bedrijfsvoorheffingverminderingen ingevoerd:

  1. de werkbonus;
  2. de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing (12,50 euro per maand);
  3. de in december 2006, mei 2007 en mei 2008 toegepaste aanvullende vermindering van de bedrijfsvoorheffing voor beroepskosten (de zgn. 'federale jobkorting').

Er bestond enige rechtsonzekerheid over het al dan niet in aanmerking nemen van deze drie elementen bij de berekening van het nettoreferteloon. Het VBO heeft onlangs bevestigd dat in principe wel degelijk rekening moet worden gehouden met voormelde drie punten. Juridisch maken ze nu eenmaal deel uit van de verschuldigde persoonlijke RSZ en de verschuldigde bedrijfsvoorheffing.

Hierbij moet wel worden opgemerkt dat wanneer de eenmalige aanvullende vermindering van de bedrijfsvoorheffing voor beroepskosten (jobkorting) een te sterke vertekening oplevert, men hier best geen rekening mee houdt (tenzij men dit eenmalige effect slechts voor 1/12 in aanmerking neemt).

Onze brutonettoprogramma’s werden aangepast om bij de bepaling van het nettoreferteloon rekening te houden met de werkbonus en met de Vlaamse forfaitaire vermindering van

The rest is reserved for Agoria members